De 108e editie van Roland Garros werd getekend door een (r)evolutie in het mannentennis. Gravelspecialisten moesten het onderspit delven en werden in een stofwolk begraven door de hard slaande hardcourtspelers. Met Tommy Robredo en Fernando González bleef er anderhalve gravelliefhebber over in de kwartfinale, met dien verstande dat Robredo de meest complete tennisser van alle Spanjaarden is en González twee jaar geleden de finale van de Australian Open haalde. "Er ligt geweldig weinig gravel op de banen en de tennisballen zijn net kasseien. Ideaal voor spelers die er hard tegenaan gaan", gaf Olivier Rochus al mee voor aanvang van de French Open. Door de evolutie van het materiaal - racket en snaren - kan er tegenwoordig flink gemept worden van overal op het terrein. De snelheid en kracht die daarbij gegenereerd worden, zorgen ervoor dat met meer topspin spelende tennissers - denken we even aan Rafael Nadal - minder tijd krijgen om hun ding te doen. Grootste protagonisten van die evolutie waren zonder twijfel Juan Martin Del Potro en natuurlijk de verrassende finalist ...

De 108e editie van Roland Garros werd getekend door een (r)evolutie in het mannentennis. Gravelspecialisten moesten het onderspit delven en werden in een stofwolk begraven door de hard slaande hardcourtspelers. Met Tommy Robredo en Fernando González bleef er anderhalve gravelliefhebber over in de kwartfinale, met dien verstande dat Robredo de meest complete tennisser van alle Spanjaarden is en González twee jaar geleden de finale van de Australian Open haalde. "Er ligt geweldig weinig gravel op de banen en de tennisballen zijn net kasseien. Ideaal voor spelers die er hard tegenaan gaan", gaf Olivier Rochus al mee voor aanvang van de French Open. Door de evolutie van het materiaal - racket en snaren - kan er tegenwoordig flink gemept worden van overal op het terrein. De snelheid en kracht die daarbij gegenereerd worden, zorgen ervoor dat met meer topspin spelende tennissers - denken we even aan Rafael Nadal - minder tijd krijgen om hun ding te doen. Grootste protagonisten van die evolutie waren zonder twijfel Juan Martin Del Potro en natuurlijk de verrassende finalist Robin Söderling. De amper 20-jarige Argentijn gaf zijn visitekaartje af door in de halve finale Roger Federer met loodzware opslagen en onmenselijk harde forehands het vuur aan de schenen te leggen. De 24-jarige Zweed deed het onmogelijk gewaande door Nadal in de achtste finale te kloppen mits gemiddelde servicesnelheden van boven de 210 km/u en lasergestuurde baselineslagen. Er moet wel bij gezegd worden dat de in Parijs ongeslagen Spanjaard flink last had van zijn knie en later moest toegeven dat een zwelling voor ondraaglijke pijnen zorgde. Niettemin lijkt het erop dat het mannentennis alweer een ontwikkeling heeft ondergaan. Enkele jaren geleden werden onder invloed van de professionalisering en een te ver doorgedreven gelijkvormigheid alle terrein- ondergronden naar elkaar toegetrokken. Het gras van Wimbledon werd trager, de snelste indoorbanen ontmanteld en de 'vitesse' van het Parijse gravel wat opgedreven. Komt daarbij dat het materiaal en de spelers verder ontwikkeld zijn de laatste jaren waardoor het epitheton 'specialist' stilaan in de kast gestopt mag worden. Dick Norman mag die titel dan weer wel op zich spelden, maar dan in het dubbelspel. In zijn tweede toernooi samen met WesleyMoodie, en amper zes maanden nadat hij zijn carrière een verlengstuk gaf in het dubbelcircuit, stond hij in de finale van Roland Garros. Dat die verloren ging tegen de nummers drie van de wereld, Leander Paes en Lukas Dlouhy, kon amper de pret drukken. "Toen Wes vroeg om samen te spelen zei hij dat hij nog één keer de finale van een grandslamtoernooi wou halen ( Moodie won in 2005 Wimbledon, nvdr). Ik vond dat nogal hoog gegrepen qua ambities maar kijk, in ons tweede uitje samen gebeurde het al." Norman-Moodie klopten op hun weg naar de eindstrijd onder andere gevestigde waarden als Ram- Mirnyi, Aspelin- Hanley en de broertjes Bryan. "Ik wil het niet luidop zeggen, maar ik denk wel dat wij een plaatsje aan de top kunnen inpikken. Persoonlijk wil ik nog progressie maken aan het net, waar ik beweeglijker wil worden aan de volley. Maar bon, ik ben al ongelooflijk vooruitgegaan." Dat uit zich ook in de rankings waar Norman een plaatsje binnen de top 35 kreeg toebedeeld en nu dus toegang krijgt tot alle supertoernooien op de tour. Iets dat hem in zijn achttienjarige loopbaan maar zelden te beurt viel. "Ik kijk ernaar uit", zei de vriendelijke reus. "Ik ben bijvoorbeeld nog nooit naar Monte-Carlo gegaan. Het is eigenlijk allemaal enorm snel gegaan. In februari en maart speelde ik nog kleine challengertoernooitjes en won ik gemiddeld 20 ATP-punten en 120 euro prijzengeld. Met mijn finale in Parijs haalde ik in één ruk 1200 ATP-punten ( en 78.000 euro, nvdr). Daarvoor had ik 60 challengers moeten spelen." Norman was met zijn 38 jaar de vijfde oudste speler in het professionele tijdperk die een dubbelgrandslamfinale haalde. "Ik denk niet dat mijn opponenten zeggen: wat komt die hier nog doen? Ik vermoed dat ze eerder jaloers zijn op mijn lichaam, dat al die tijd blessurevrij bleef." Svetlana Kuznetsova is vijftien jaar jonger dan Dick Norman maar heeft ook al heel wat beleefd in haar carrière. Ze won afgelopen zaterdag haar tweede grandslamtitel, na de US Open in 2004, door Dinara Safina te verslaan, ook al zat ze dan eind vorig jaar nog in een serieuze dip. De 23-jarige Russin dacht zelfs even aan het beëindigen van haar loopbaan - "Ik dacht het maar ik voelde het niet" - en ging te rade bij ... Roger Federer. "Ik ging naar hem toe op de Olympische Spelen in Peking. We hadden een gesprek van tien minuten. Ik zei hem dat ik niet terugwilde naar Spanje ( waar Kuznetsova al negen jaar trainde, nvdr). Dat ik naar Moskou wilde verhuizen. Hij vertelde me dat het allemaal in mijn controle lag, dat ik enkel aan mezelf verantwoording moest afleggen." Kuznetsova nam de stap, haalde een nieuwe coach en de rest is geschiedenis. Historisch was alleszins ook de zege van Roger Federer in Parijs. Met zijn eerste overwinning op Roland Garros, na drie opeenvolgende finales, werd hij een levende legende en de grootste tennisser aller tijden. De 27-jarige Zwitser ontving de Coupe des Mousquetaires uit handen van Andre Agassi. Toepasselijk want de Amerikaan was net tien jaar geleden de laatste in het rijtje - samen met Don Budge, Fred Perry, Roy Emerson en Rod Laver - die alle vier de grandslamtoernooien op zijn palmares kon zetten. Federer evenaarde en passant ook nog de veertien grandslamtitels van Pete Sampras en was daar zeer geëmotioneerd door. "Nu kan niemand nog zeggen dat ik nooit Roland Garros heb gewonnen. Van nu tot het eind van mijn carrière ben ik gerust." Misschien toch even nadenken want over amper tien dagen staat Wimbledon voor de deur en wordt daar niet van Federer verwacht dat hij het record van Sampras breekt en zijn aan Nadal verloren titel terughaalt? Legendes doen dat. S door filip dewulf