Eddy Merckx viert op 17 juni zijn 72e verjaardag. Allicht gebeurt dat in alle stilte. Zo heeft Merckx het ook graag, hij wentelde zich altijd bij voorkeur in de luwte. Toen hij twee jaar geleden 70 werd en dat gigantisch veel aandacht kreeg, werd hij net niet onpasselijk.
...

Eddy Merckx viert op 17 juni zijn 72e verjaardag. Allicht gebeurt dat in alle stilte. Zo heeft Merckx het ook graag, hij wentelde zich altijd bij voorkeur in de luwte. Toen hij twee jaar geleden 70 werd en dat gigantisch veel aandacht kreeg, werd hij net niet onpasselijk.In wezen is Eddy Merckx altijd dezelfde gebleven. Hooguit in het gezelschap van goeie vrienden wil hij zich wel eens laten gaan. Los daarvan zie je hem zelden uitbundig doen. Zo was Merckx ook als renner: de kampioen van de getemperde en gecontroleerde vreugde. Hij stond vaak triest op het podium. Omdat hij al aan de volgende wedstrijd dacht. Merckx beschouwde iedere koers als een examen waarin hij per se een diploma van bekwaamheid moest halen. Dat dreef hem vooruit. Altijd en overal. Ook later, als zakenman. Toen hij zijn fietsenfabriek oprichtte, ontpopte Merckx zich tot een onvoorstelbare controlefreak. Wie bij hem langs ging voor een fiets, constateerde tot zijn verbijstering dat Merckx de binnenmaat nam van de latere eigenaar van de Merckxfiets. De meter heeft Eddy Merckx altijd al graag ter hand genomen. Een bijna maniakale zoektocht naar de juiste houding op de fiets liep als een rode draad doorheen zijn carrière.Meer dan 50 jaar al is Merckx een stuk openbaar bezit. Dat was nooit de bedoeling. Hij koerste niet voor de roem, maar voor zichzelf. En ergens bleef hij heel bescheiden. Nooit liet Merckx zich vernederend uit over zijn tegenstanders. Zelfs toen hij met groot machtsvertoon een of andere klassieker won. Zoals in een memorabele Parijs-Roubaix in 1970, toen de Brusselaar zich op 30 kilometer van het einde in de regen en in apocalyptische omstandigheden uit een selecte kopgroep loswrong en, hotsend en botsend over de kasseien, een voorsprong van vijf minuten uitbouwde. Na afloop werd Merckx bedolven onder de complimenten, maar hij zuchtte dat de tegenstanders het hem wel heel erg moeilijk hadden gemaakt. Die eenvoud siert hem vandaag nog altijd. Geen opgezwollen verklaringen, geen zelfverheerlijking. Merckx vond dat niet nodig. Hij zei ooit dat hij geen enkele verdienste had aan zijn carrière en zag zijn talent als een geschenk uit de hemel. Merckx was inderdaad drie keer zo goed als iemand anders. Maar hij trainde ook drie keer zo hard. Dat laatste mag hij zichzelf wel toeschrijven.Soms worden prestaties die nu worden geleverd wel eens als Merckxiaans omschreven. Wie dat doet, verkracht de wielergeschiedenis. Maar vergelijkingen worden tegenwoordig, in een tijd zonder nuancering, gemakkelijk gemaakt. Zoals bleek bij het afscheid van Tom Boonen. Die werd hier en daar de beste Belgische wielrenner na Eddy Merckx genoemd. Wat zou Roger De Vlaeminck daarover denken? Of Rik Van Looy? En heeft Eddy Merckx daar een mening over? Ongetwijfeld. Maar hij heeft geen behoefte om die te verkondigen.