De GP van Monaco heeft al jaren zijn specifiek karakter: geen circuit in de wereld dat trager is dan dat in de straten van Monte Carlo. Terwijl in andere wedstrijden topsnelheden worden behaald van 320 kilometer per uur, ligt de limiet in Monaco bij 285 kilometer. Op de bochtenrijke omloop is inhalen zo goed als onmogelijk, de startopstelling is dan ook van primordiaal belang. En omdat de banden veel minder aan slijtage onderhevig zijn en het verbruik van benzine beperkter is dan in andere races, doen vrijwel alle teams het onderweg met één pitsstop. Strategische beslissingen geven derhalve veel minder de doorslag.

Toch is de GP van Monaco, die al sinds het ontstaan van het wereldkampioenschap Formule 1 op de kalender staat, een echte klassieker. Vorig jaar won de Australiër Mark Webber in het prinsdom, maar die blonk in de voorbije vier races niet echt uit en leeft nu op gespannen voet met zijn ploegmaat Sebastian Vettel. De wereldkampioen is ook nu weer leider in het WK. Vettel barst van het talent en maakt weinig fouten. Drie opeenvolgende wereldtitels hebben hem een groot zelfvertrouwen gegeven. Heel anders dan vroeger is hij nu in staat zichzelf te controleren.

Maar de grote kracht van de Duitser schuilt in zijn intelligentie. Veel meer dan met fysieke capaciteiten maak je daarmee aan de top het verschil. De altijd nog maar 25-jarige Vettel kan aan ingenieurs heel gedetailleerd uitleggen hoe de auto zich gedraagt, zodat je grip krijgt op de wagen en stabiliteit bereikt. Als de auto's juist worden afgesteld, kijkt hij nauwgezet toe. Het bezorgt hem een voorsprong tegenover de concurrentie. Zeker in Monaco waarin het erom gaat in de scherpe bochten de juiste balans te vinden.

Of dat voor Sebastian Vettel volstaat om zijn zege van 2011 te herhalen, moet worden afgewacht. De onbevangen Finse routinier Kimi Räïkkönen en de nukkige Spaanse klassenbak Fernando Alonso zitten hem op de hielen. Vooral Alonso aast aan het stuur van een Ferrari op een overwinning want het is van 2001 geleden dat de mythische Italiaanse ploeg, toen met Michael Schumacher, nog eens in Monaco won.

De jetset zal zich zondag in ieder geval weer verdringen in de Monegaskische metropool. Ook wat dat betreft is de GP van Monaco apart: nergens staan er zoveel gedecolleteerde en geparfumeerde vrouwen langs de omloop als daar.

De GP van Monaco heeft al jaren zijn specifiek karakter: geen circuit in de wereld dat trager is dan dat in de straten van Monte Carlo. Terwijl in andere wedstrijden topsnelheden worden behaald van 320 kilometer per uur, ligt de limiet in Monaco bij 285 kilometer. Op de bochtenrijke omloop is inhalen zo goed als onmogelijk, de startopstelling is dan ook van primordiaal belang. En omdat de banden veel minder aan slijtage onderhevig zijn en het verbruik van benzine beperkter is dan in andere races, doen vrijwel alle teams het onderweg met één pitsstop. Strategische beslissingen geven derhalve veel minder de doorslag. Toch is de GP van Monaco, die al sinds het ontstaan van het wereldkampioenschap Formule 1 op de kalender staat, een echte klassieker. Vorig jaar won de Australiër Mark Webber in het prinsdom, maar die blonk in de voorbije vier races niet echt uit en leeft nu op gespannen voet met zijn ploegmaat Sebastian Vettel. De wereldkampioen is ook nu weer leider in het WK. Vettel barst van het talent en maakt weinig fouten. Drie opeenvolgende wereldtitels hebben hem een groot zelfvertrouwen gegeven. Heel anders dan vroeger is hij nu in staat zichzelf te controleren. Maar de grote kracht van de Duitser schuilt in zijn intelligentie. Veel meer dan met fysieke capaciteiten maak je daarmee aan de top het verschil. De altijd nog maar 25-jarige Vettel kan aan ingenieurs heel gedetailleerd uitleggen hoe de auto zich gedraagt, zodat je grip krijgt op de wagen en stabiliteit bereikt. Als de auto's juist worden afgesteld, kijkt hij nauwgezet toe. Het bezorgt hem een voorsprong tegenover de concurrentie. Zeker in Monaco waarin het erom gaat in de scherpe bochten de juiste balans te vinden. Of dat voor Sebastian Vettel volstaat om zijn zege van 2011 te herhalen, moet worden afgewacht. De onbevangen Finse routinier Kimi Räïkkönen en de nukkige Spaanse klassenbak Fernando Alonso zitten hem op de hielen. Vooral Alonso aast aan het stuur van een Ferrari op een overwinning want het is van 2001 geleden dat de mythische Italiaanse ploeg, toen met Michael Schumacher, nog eens in Monaco won. De jetset zal zich zondag in ieder geval weer verdringen in de Monegaskische metropool. Ook wat dat betreft is de GP van Monaco apart: nergens staan er zoveel gedecolleteerde en geparfumeerde vrouwen langs de omloop als daar.