Door Elmar Brümmer
...

Door Elmar BrümmerDe kunst van het autoracen is eigenlijk heel eenvoudig. Dat beweert tenminste Emerson Fittipaldi, de tweevoudige wereldkampioen die in de wereld van de formule 1 is uitgegroeid tot een legende. 'Je moet zo langzaam mogelijk de snelste zijn', zegt de inmiddels 74-jarige Braziliaan. Ook Lewis Hamilton en Michael Schumacher hebben een deel van hun suprematie aan deze overweging te danken. Beiden groeiden op in de buurt van een grote stad, zijn door hard te werken naar de top geklommen en tonen zich dankbaar voor de grote kans die de motorsport hen heeft gegeven. Ze zijn gepassioneerd, consequent, soms onverbiddelijk, en ze zijn creatief achter hun stuur. Lewis Hamilton werd acht jaar geleden bij Mercedes de opvolger van Michael Schumacher. Op het einde van dit seizoen wil de titelverdediger, bezig aan zijn vijftiende seizoen in de formule 1, de Duitser onttronen. Met een achtste wereldtitel en allicht ook meer dan 100 overwinningen. Dan zou hij een legende zijn onder de legenden. Op dit moment heeft Hamilton 96 Grote Prijzen gewonnen. Vorig jaar in de herfst evenaarde hij het schijnbaar onaantastbare record dat Schumacher met zijn 91 GP-zeges had gevestigd. Dat gebeurde op de Nürburgring, haast dag op dag twintig jaar nadat Schumacher met Ferrari zijn eerste wereldtitel pakte. Tenminste, de eerste met de mythische Italiaanse stal. Hamilton en Schumacher, het zijn twee fenomenen die de uitzondering tot regel hebben gemaakt, die met veel meer dan met alleen hun kwaliteiten achter het stuur een duidelijke stempel op deze sport drukten. Die meer polariseren dan Alain Prost en Ayrton Senna dat deden en die het beeld van een formule 1-rijder opnieuw definieerden en de prestatiegrens constant verlegden. Beiden zijn een klasse op zich. Twee totaal verschillende persoonlijkheden, verenigd door hun niet aflatende passie voor een leven tegen de limiet. Ze fascineren het publiek, ieder in hun tijdsbeeld. Het zijn twee gladiatoren die uit een grote show een sport maakten en omgekeerd. Lewis Hamilton laat via de sociale media een blik in zijn gevoelsleven toe zoals weinig andere profsporters dat doen. Hij heeft een massa volgers, maar controleert toch alles wat over hem in de wereld wordt gestuurd. Daarmee doet hij aan een soort zelfpresentatie die hem ook in de wereld van de film, mode of muziek zou gekatapulteerd hebben. Op een manier zoals hij rijdt: cool, efficiënt, strijdlustig. Een dergelijke openheid was bij Michael Schumacher ondenkbaar, een politieke stem is hij in het milieu nooit geweest. Sinds het tragische skiongeval, nu iets meer dan zeven jaar geleden, leeft hij afgeschermd van de buitenwereld. Maar een zekere gereserveerdheid is Schumacher altijd eigen geweest. Alles wat met het privéleven te maken had, moest bij hem ook tijdens zijn carrière privé blijven. Als er daarover vragen werden gesteld, hield hij de lippen op elkaar. Op dezelfde manier ging hij ook met kritiek om. Het was het gevolg van een bepaalde schuchterheid, die hem na zijn comeback bij Mercedes wel had verlaten. Iedereen stelde toen met een zekere tevredenheid vast dat Schumacher geen machine is maar een mens. Hij probeerde zijn status altijd te verhogen, met nog betere prestaties, maar het kwam zijn imago niet ten goede. Met dat beeld van arrogantie had Schumacher veel meer moeite dan hij liet uitschijnen. Ambitie en verbetenheid horen bij de formule 1. Bij Sebastian Vettel in zijn periode bij Red Bull, maar ook bij Senna en Prost en ook bij Niki Lauda. De ene toonde zich wat meer ontspannen dan de andere, kon ogenschijnlijk beter met een nederlaag omgaan, maar in feite hadden alle kampioenen dezelfde bezetenheid. Ook vroeger. Juan Manuel Fangio, Jack Brabham, Jim Clark, Jackie Stewart of Nelson Piquet, het waren extremisten onder elkaar. 'Het is een gruwelijke wereld waarin je vaak wordt aangevallen, het komt er gewoon op aan constant beter te willen zijn', zei Hamilton ooit. Dat is zijn drijfveer. Net zoals die van Schumacher.Tussen Lewis Hamilton en Michael Schumacher zijn er wel meer parallellen. Beiden hebben altijd met vertrouwenspersonen gewerkt. Bij Hamilton was dat in zijn periode bij McLaren teamchef Ron Dennis, die het talent van de Brit ontdekte en kneedde, bij Schumacher aanvankelijk manager Willi Weber. In beide gevallen kwam het later tot een breuk die tot een bevrijding leidde. Hamilton vond in Mercedesteamchef Toto Wolff een mentor, Schumacher in Ferraribaas Jean Todt. Een verbazende invloed in deze mannenwereld hadden ook vrouwelijke vertrouwenspersonen. Bij Schumacher was dat manager Sabine Kehm, bij Hamilton zijn assistente Angela Cullen. Mensen, veel meer dan motoren, laten een uitzonderlijke carrière toe. De manier waarop Schumacher bij Ferrari tot een kapitein uitgroeide, was een staaltje van teamwork. Hij weet wanneer de kinderen van zijn technisch personeel verjaren en hij verliet 's nachts ooit een feest dat voor hem na een wereldtitel werd georganiseerd om een medewerker die een ongeval had in de box te laten verzorgen. Hij bekritiseerde nooit een ingenieur, ook niet nadat hij door een remdefect in Silverstone beide benen brak. Hij sprak nooit over loyaliteit, maar hij leefde wel zo. Egoïsme, dat was iets voor in de cockpit. Teamgeest, dat is een factor die het beeld van een sporter intern en extern mee bepaalt. Respect is ook een zeer belangrijke term in de woordenschat van Lewis Hamilton. Gecontroleerde agressiviteit is de basis in de motorsport. Vervolgens komt het erop aan strategisch te denken. Schumacher had beide deugden. Toen hij in 2004 tijdens de Grote Prijs van China pas als twaalfde eindigde, vroeg een verslaggever hem hoe het mogelijk is dat een Schumacher verliest. De Duitser antwoordde niet. De groten zijn ook groot in de kunst om voor raadsels te zorgen. Als Hamilton een slechte dag heeft, kun je met hem niets beginnen. Maar die zijn zeldzaam. Topatleten zijn op beslissende momenten in staat ook effectief wedstijden te beslissen. Ze leven dan niet alleen van hun talent, maar ook van hun mentaliteit. De rijstijl van de huidige nummer één is lichter, eleganter en constanter. Schumacher had een briljante manier van rijden, maar sloot nooit compromissen. Dat leidde tot tal van controverses, die gebeten en verbeten werden uitgevochten. Zoals tijdens de WK-finale in 1997 tegen Jacques Villeneuve. Ook dat bezorgde hem een bepaald imago. Maar ook Hamilton gaf toe, nadat hij voor de zevende keer wereldkampioen werd, dat hij in de hitte van het gevecht vaak zichzelf vreest en dan zelf zijn belangrijkste vijand wordt. Toch wordt Hamilton als minder meedogenloos aangezien dan de Duitser. Hoe mooi zouden duels geweest zijn uit zeven decennia formule 1? Fangio tegen Hamilton, Lauda tegen Schumacher, Prost tegen Vettel. En midden tussen al die kampioenen Senna, de eeuwige onruststoker. Iedereen zou hebben willen bewijzen hoe dreigende nederlagen toch kunnen omgebogen worden in triomfen. Ieder op zijn manier. Prost, de nuchtere professor, die best een wildeman kon zijn achter het stuur, al haalde hij zijn grootste profijt uit de perfecte manier waarop hij zijn auto kon afstemmen. Dat is iets wat je niet kunt leren, de kwaliteiten van een auto aanpassen aan de eigen vaardigheden, tot die tot een menselijke-technische eenheid samenvloeien. Lauda en Fangio ontwikkelden de nodige precisie op hun eigen manier, ze combineerden hun talent met tactische finesse. Vettel en Senna zijn eerder types die, indien ze voetballers zouden geweest zijn, al knokkend in hun spel zouden komen. Vettel, viermaal wereldkampioen, vindt dat de verschillende tijdperken moeilijk met elkaar te vergelijken zijn. 'Hoe kun je Juan Manuel Fangio met onze generatie vergelijken?', vraagt hij zich af. 'Wij zouden waarschijnlijk in onze broek hebben gedaan als wij met die auto's zouden moeten rijden. Terwijl voor hen onze auto's dan weer veel te snel zouden zijn. Wie zal het zeggen? Ieder tijdperk heeft zijn kampioenen en Lewis is zonder enige twijfel de beste uit deze periode. Al zal voor mij Michael Schumacher altijd de allergrootste zijn.' En Nico Rosberg, de wereldkampioen van 2016, vindt ook dat je alles in het respectieve tijdsbeeld moet zien. 'Ik denk dat Schumacher de meest complete rijder is', zegt hij. 'De manier waarop hij voor zijn sport heeft geleefd en de voortdurende motivatie om zichzelf en de mensen die hem omringen te verbeteren, zijn gigantisch, zoiets is er nog nooit geweest in de formule 1. Maar Lewis is gewoon een natuurtalent, een rijder van een andere planeet. Je zet hem in een auto en hij is meteen heel snel.' De ambitie, de drang naar perfectie, het is niet het enige verschil tussen een kampioen en een gewone F1- rijder. Het gaat ook om de manier waarop je op onverwachte situaties kunt reageren, om het hoofd en het lichaam met de techniek te synchroniseren. Daarin zijn en waren zowel Hamilton als Schumacher meesterlijk. Vooral bij zware wedstrijden die in de regen werden gereden. Ross Brawn, de sportief manager in de formule 1 die met beiden werkte, vindt het moeilijk tussen beiden raakpunten te zien. 'Uiteindelijk gaat het om verschillende periodes, verschillende wedstrijden en verschillende auto's. Michael moest meer oog hebben voor bepaalde details aan zijn wagen. Door de steeds evoluerende technologie hoeft Lewis dat niet meer te doen. Wel zijn er momenten in een race waarin ze dingen doen die iedereen met verstomming slaan. Maar dat is in wezen eigen aan alle kampioenen.' In welk tijdvak je het ook plaatst, bij Michael Schumacher en Lewis Hamilton gaat het om de grootste F1-rijder uit hun tijd. Puur statistisch gezien is Hamilton de beste: meer overwinningen in minder wedstrijden ( zie kader). Maar waar plaats je dan de Argentijn Juan Manuel Fangio? Hij werd vijf keer wereldkampioen en behaalde 24 overwinningen. Maar wel in 52 wedstrijden. Als Lewis Hamilton op het einde van dit seizoen het record qua wereldtitels van Schumacher definitief breekt, is er een bladzijde in de geschiedenis van de formule 1 omgedraaid. Maar het zal ook het begin zijn van een nieuw hoofdstuk.