Formule 1 is een sport voor de elite. Talent bepaalt veel, maar lang niet alles. Breng je als F1-piloot niet voldoende sponsors (lees: veel geld voor het team) mee, dan is dat brute pech. En krijg je dan een kans in een van de teams, dan kan je maar beter snel presteren, want nog voor je de tijd hebt om in de achteruitkijkspiegel te kijken, kan je je zitje al kwijt zijn.
...

Formule 1 is een sport voor de elite. Talent bepaalt veel, maar lang niet alles. Breng je als F1-piloot niet voldoende sponsors (lees: veel geld voor het team) mee, dan is dat brute pech. En krijg je dan een kans in een van de teams, dan kan je maar beter snel presteren, want nog voor je de tijd hebt om in de achteruitkijkspiegel te kijken, kan je je zitje al kwijt zijn. Dat presteren is echter relatief. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de tranen van George Russell. In zijn trage Williams eindigde de Brit op een negende plaats in de Grote Prijs van Hongarije. Het leverde hem punten op in de WK-stand - een heuse prestatie - maar daarmee komt hij niet in de buurt Lewis Hamilton, Max Verstappen of Lando Norris. Daarvoor is zijn wagen gewoon niet krachtig genoeg, iets waar nochtans verandering in zou moeten komen. Sinds dit jaar is er immers een nieuwe maatregel van kracht. Zo krijgen de teams een plafond opgelegd voor het budget dat ze mogen spenderen aan de ontwikkeling van hun wagens. Dit seizoen bedraagt dat 145 miljoen dollar. Tegen 2023 zal dat bedrag maximaal 135 miljoen dollar zijn. Niet dat de wagens van Williams, AlphaTauri en Haas ineens van eenzelfde orde zullen zijn als die van Mercedes, Red Bull of Ferrari. Maar de marge tussen de teams aan de top en die uit de onderste regionen van het klassement moet wel kleiner worden. De neutrale fan ziet dat verschil in de toekomst liefst gewoonweg verdwijnen. De eerstvolgende jaren zullen de huidige topteams dus nog kunnen teren op hun kennis en vooral de voorsprong die ze de afgelopen jaren hebben opgebouwd. Maar die zal langzamerhand beginnen afbrokkelen. 'Ineens heeft iedereen eenzelfde hoeveelheid uren om te werken en een gelijkaardige hoeveelheid mensen en middelen die ingeschakeld kunnen worden. Zo kan de prijs misschien eens gaan naar de creatieve mensen en minder naar zij die er het meeste geld tegenaan gooien', liet Laurent Rossi, CEO van Alpine Racing, in Forbes optekenen.Het heeft er ook voor gezorgd dat de kleinere teams (en sponsors) bereid waren toch aan te blijven in het hele F1-circus. Günther Steiner, Teambaas bij Haas, ook al in Forbes: 'Ik denk niet dat we hier nog waren geweest zonder deze maatregel.' Ook Otmar Szafnauer, CEO van Aston Martin, juicht de verandering toe: 'Er waren jaren waar we konden rekenen op vijf tot zes miljoen dollar. Ik ben er zeker van dat andere teams honderden miljoenen ter beschikkingen hadden om hun auto te ontwikkelen.' Dat de teams een plafond krijgen opgelegd, zullen de meeste rijders in eerste instantie niet voelen in hun portemonnee. Al zien ze misschien eens wat vaker een winstpremie naar een concurrent gaan. Geld dat nu veelal, op enkele uitzonderingen na, in dezelfde zakken belandt. Hun muntstukken op het einde van de maand een paar keer omdraaien voor ze het uitgeven, zullen ze dus niet moeten doen. Zelfs zonder de bonussen van een overwinning in een Grote Prijs zijn de salarissen van de F1-rijders op z'n minst riant te noemen. Recent kwam Forbes met een artikel waarin de lonen in de F1 uit de doeken werden gedaan. Aan kop: Lewis Hamilton, uiteraard. Zijn totale inkomen voor dit jaar wordt op een slordige 62 miljoen dollar geschat (ongeveer 53 miljoen euro), waarvan 55 miljoen zijn vast salaris bedraagt. De overige 7 miljoen dollar is een gok. Elke overwinning levert hem 1 miljoen op. Afwachten dus of Hamilton aan zeven overwinningen zal geraken. Tot nu toe was hij vier keer de snelste. De tweede en derde plaats in het dollarklassement zijn respectievelijk voor Max Verstappen en Fernando Alonso. Om het verschil aan te tonen: Carlos Sainz, een van de rijders van Ferrari, staat op de tiende plaats. Hij kan rekenen op een loon van 8 miljoen dollar per jaar. Ook niet slecht natuurlijk, maar lang niet zoveel als Hamilton. Het hele circus eromheen en het universele karakter van de sport zorgen voor een uitzonderlijke uitstraling. Ook de fonkelende, ronkende bolides waarin de rijders aan snelheden rond de 300 km/u over het circuit vliegen, zorgen voor een onderscheiding ten opzichte van alle andere sporten. Maar wanneer je de rijkste atleet ter wereld aan het werk wilt zien, moet je dit weekend niet op het circuit van Spa-Francorchamps zijn. De lonen die hierboven worden besproken, zijn exclusief inkomsten die buiten de F1-wereld worden vergaard. En dat verklaart waarom Lewis Hamilton pas achtste staat in de lijst van rijkste atleten van 2021 die door Forbes gepubliceerd werd. Op nummer één in die lijst staat de Ier Conor McGregor. De MMA-vechter heeft een salaris van 22 miljoen dollar per jaar. Dat is een pak minder dan de 62 miljoen van Hamilton. Verschil daarbij is dat de Ier nog het niet onaardige bedrag van 158 miljoen dollar aan externe inkomsten mag bijschrijven op de rekening. Ter vergelijking: bij Hamilton is dat slechts 12 miljoen. Zelfs tennislegende Roger Federer, met een salaris van 30 000 dollar per paar, staat een plaatsje hoger op de Forbes-lijst. Dat heeft de Zwitser te danken aan de 90 miljoen dollar die hij jaarlijks opstrijkt aan externe inkomsten. In vergelijking met de sterren het voetbal, NBA of tennis halen de F1-rijders veel minder geld binnen via extrasportieve activiteiten. Het is een gegeven waar ze veel minder energie in steken dan atleten uit de andere sporten. Enkel wanneer het vanuit het team verplicht is, zullen de rijders een uitzondering maken. Hoe dan ook zal er altijd wel een extraatje vanaf kunnen.