Niels Albert had in zijn carrière al flink wat tegenslagen moeten overwinnen: van een levensgevaarlijke miltscheur, over een 'simpele' polsbreuk, tot vooral het lot om het als gemeentegenoot tegen übericoon Sven Nys te moeten afleggen. (Af en toe) qua prestaties en vooral qua populariteit.

Geërgerd door die eeuwige vergelijking, de soms felle kritiek en de volgens hem verkeerde perceptie over wie hij écht is - "niet die flierefluiter" -, vond de Tremelonaar toch telkens de motivatie om de rug te rechten.

Zoals hij ook vast van plan was om na zijn slechtste seizoen in zijn carrière volgende winter opnieuw aan te knopen met de successen van de jaren ervoor. Want de haat om te verliezen oversteeg vroeg of laat Alberts soms iets te grote gemakzucht. Dan kon hij met al zijn branie, talent en rage de vaincre de hele (kleine) veldritkosmos aan en moest zelfs Sven Nys ootmoedig het hoofd buigen.

Deze keer is Niels Albert echter op een tegenstander gebotst die hij met de beste wil van de wereld niet kan verslaan. En moet hij op zijn 28e, nog voor hij kan bewijzen dat hij wél de nieuwe Sven Nys kan worden, stoppen met koersen.

Naast (vooral) het persoonlijke drama dat de renner en de mens treft, is dat nieuws een gigantische mokerslag voor het veldrijden. Want zoals het cyclocross na de donkere jaren negentig opleefde door de duels tussen Sven Nys en Bart Wellens, zo boomde de kleine sport evenzeer sinds in 2007 de nog talentrijkere Niels Albert als jong veulen de vesting van de Kannibaal belegerde.

Twee tegenpolen - de flamboyante, maar tegelijkertijd verlegen Albert versus de ideale schoonzoon Nys - die elkaar aantrokken, maar vooral nóg meer toeschouwers/tv-kijkers naar de topsportsoap, genaamd cyclocross, lokten.

Hoewel Zdenek Stybar zich als buitenlandse antagonist opwierp, waren zij de voorbije jaren - mede door de carrièreswitch van de Tsjech naar de weg - de enige échte protagonisten van het veld. Sinds Albert in het seizoen 2007/08 prof werd, gingen 60,65 % van alle klassementscrossen en kampioenschappen naar hem (22,95 %) en Nys (37,70 %), waarvan ze 34 keer als één en twee eindigden. Ter volledigheid: Stybar en Kevin Pauwels volgen op drie en vier met slechts 11% en 9 % van het totaal aantal zeges.

Dat een van de twee hoofdrolspelers nu moet stoppen, kan niet onderschat worden. Op de vraag wat het ergste is wat het veldrijden kan overkomen, vertelde een manager ons in 2011 off the record: "Een positieve dopingplas van Nys of Albert of een van die twee die moet stoppen." Drie jaar later breekt laatstgenoemde zijn carrière noodgedwongen af en in februari 2016 houdt ook zijn bijna 38-jarige gemeentenoot het (vrijwillig) voor bekeken.

In de wetenschap dat Stybar zijn heil blijft zoeken op de weg en dat Kevin Pauwels wel het talent heeft om onder professor Peter Hespel de komende jaren te domineren maar niet de uitstraling/communicatieve vaardigheden bezit om een vedette als Nys of Albert te worden, is dat geen rooskleurig toekomstperspectief.

Op kórte termijn althans. In de wachtkamer staan immers enkele grote talenten te trappelen: aan Belgische zijde vooral Wout Van Aert, de pas 19-jarige beloftewereldkampioen die zich afgelopen seizoen al een paar keer met succes tussen profs mengde (winst in Otegem, tweede in Niel na Nys). Aan Nederlandse kant Lars van der Haar (op 22 jaar en 6 maanden vorig seizoen de jongste wereldbekerwinnaar ooit) en natuurlijk supertalent Mathieu van der Poel, al zal ook hij vroeg of laat, al dan niet gedeeltelijk, de sprong naar de weg maken.

Zij moeten, samen met de nog altijd pas 25-jarige Tom Meeusen, op halflange termijn en misschien vroeger dan verwacht de nieuwe vaandrigs van het veld worden. Nieuwe duels waar - ook al klinkt dat hard - het kleine cyclocrosswereldje evenzeer van zal leven, maar het ware zo veel boeiender geweest als zij tegen de schenen van de 'oude' Niels Albert hadden kunnen schoppen. Zoals hij af en toe met brio en zijn bekende flair deed tegen die van Sven Nys. En daarvoor verdient hij ons welgemeend respect.

Niels Albert had in zijn carrière al flink wat tegenslagen moeten overwinnen: van een levensgevaarlijke miltscheur, over een 'simpele' polsbreuk, tot vooral het lot om het als gemeentegenoot tegen übericoon Sven Nys te moeten afleggen. (Af en toe) qua prestaties en vooral qua populariteit.Geërgerd door die eeuwige vergelijking, de soms felle kritiek en de volgens hem verkeerde perceptie over wie hij écht is - "niet die flierefluiter" -, vond de Tremelonaar toch telkens de motivatie om de rug te rechten.Zoals hij ook vast van plan was om na zijn slechtste seizoen in zijn carrière volgende winter opnieuw aan te knopen met de successen van de jaren ervoor. Want de haat om te verliezen oversteeg vroeg of laat Alberts soms iets te grote gemakzucht. Dan kon hij met al zijn branie, talent en rage de vaincre de hele (kleine) veldritkosmos aan en moest zelfs Sven Nys ootmoedig het hoofd buigen.Deze keer is Niels Albert echter op een tegenstander gebotst die hij met de beste wil van de wereld niet kan verslaan. En moet hij op zijn 28e, nog voor hij kan bewijzen dat hij wél de nieuwe Sven Nys kan worden, stoppen met koersen.Naast (vooral) het persoonlijke drama dat de renner en de mens treft, is dat nieuws een gigantische mokerslag voor het veldrijden. Want zoals het cyclocross na de donkere jaren negentig opleefde door de duels tussen Sven Nys en Bart Wellens, zo boomde de kleine sport evenzeer sinds in 2007 de nog talentrijkere Niels Albert als jong veulen de vesting van de Kannibaal belegerde.Twee tegenpolen - de flamboyante, maar tegelijkertijd verlegen Albert versus de ideale schoonzoon Nys - die elkaar aantrokken, maar vooral nóg meer toeschouwers/tv-kijkers naar de topsportsoap, genaamd cyclocross, lokten.Hoewel Zdenek Stybar zich als buitenlandse antagonist opwierp, waren zij de voorbije jaren - mede door de carrièreswitch van de Tsjech naar de weg - de enige échte protagonisten van het veld. Sinds Albert in het seizoen 2007/08 prof werd, gingen 60,65 % van alle klassementscrossen en kampioenschappen naar hem (22,95 %) en Nys (37,70 %), waarvan ze 34 keer als één en twee eindigden. Ter volledigheid: Stybar en Kevin Pauwels volgen op drie en vier met slechts 11% en 9 % van het totaal aantal zeges.Dat een van de twee hoofdrolspelers nu moet stoppen, kan niet onderschat worden. Op de vraag wat het ergste is wat het veldrijden kan overkomen, vertelde een manager ons in 2011 off the record: "Een positieve dopingplas van Nys of Albert of een van die twee die moet stoppen." Drie jaar later breekt laatstgenoemde zijn carrière noodgedwongen af en in februari 2016 houdt ook zijn bijna 38-jarige gemeentenoot het (vrijwillig) voor bekeken.In de wetenschap dat Stybar zijn heil blijft zoeken op de weg en dat Kevin Pauwels wel het talent heeft om onder professor Peter Hespel de komende jaren te domineren maar niet de uitstraling/communicatieve vaardigheden bezit om een vedette als Nys of Albert te worden, is dat geen rooskleurig toekomstperspectief.Op kórte termijn althans. In de wachtkamer staan immers enkele grote talenten te trappelen: aan Belgische zijde vooral Wout Van Aert, de pas 19-jarige beloftewereldkampioen die zich afgelopen seizoen al een paar keer met succes tussen profs mengde (winst in Otegem, tweede in Niel na Nys). Aan Nederlandse kant Lars van der Haar (op 22 jaar en 6 maanden vorig seizoen de jongste wereldbekerwinnaar ooit) en natuurlijk supertalent Mathieu van der Poel, al zal ook hij vroeg of laat, al dan niet gedeeltelijk, de sprong naar de weg maken.Zij moeten, samen met de nog altijd pas 25-jarige Tom Meeusen, op halflange termijn en misschien vroeger dan verwacht de nieuwe vaandrigs van het veld worden. Nieuwe duels waar - ook al klinkt dat hard - het kleine cyclocrosswereldje evenzeer van zal leven, maar het ware zo veel boeiender geweest als zij tegen de schenen van de 'oude' Niels Albert hadden kunnen schoppen. Zoals hij af en toe met brio en zijn bekende flair deed tegen die van Sven Nys. En daarvoor verdient hij ons welgemeend respect.