Een defensieve trainer wordt Christoph Daum genoemd sinds hij in België neerstreek. Dat is vreemd en vooral onterecht. Overal waar hij werkte, pakte de Duitser wel degelijk uit met offensief voetbal. Tegen intimi liet hij zich weleens ontvallen te dromen van een Daumstijl: ploegen moesten op een dusdanige manier voetballen dat toeschouwers zijn signatuur herkenden. En in zijn filosofie was dat: sprankelend, beweeglijk en naar voren gericht. Zonder de defensieve organisatie te verwaarlozen. Het liet hem nooit los. Niet in de Bundesliga, niet in Turkije, niet in Oostenrijk.

Bij Club Brugge schrok Daum over het functioneren van de ploeg bij balverlies, over het gebrek aan evenwicht op het middenveld, over verdedigende fouten en slecht positiespel. Logisch dat hij eerst dat aanpakte, dat hij de ploeg zekerheid en stabiliteit wil geven, om van daaruit een stap verder te gaan. Het is de enige marsroute om fouten uit het verleden te vermijden.

Natuurlijk levert dat voorlopig geen flitsend voetbal op. Tegen Cercle en op Lierse speelde Club matig. Vanuit een andere organisatie was het voor de spelers wennen aan nieuwe patronen. En daarnaast ook aan andere omgangsvormen, aan strengheid en discipline in plaats van laksheid en soms zelfs anarchie.

Woensdag in Maribor bleek dat er wat dat betreft nog een lange weg te gaan valt. Dat Club uiteindelijk in een dolle slotfase een hopeloze situatie rechttrok mag zeker niet worden verward met de Adrie Kosterstrategie. Iedere trainer zou in dat soort omstandigheden naar hetzelfde wapen grijpen. Het zegt wel veel over de toegenomen mentale veerkracht van Club Brugge dat het de armen niet liet zakken. Dat is de verdienste van Daum. Hij dwingt respect af, hij spreekt de spelers rechtuit en rechtaan toe. Vooral daar zit een graverende stijlbreuk.

Christoph Daum is vakman genoeg om te weten hoe hij een club uit het moeras moet trekken. Laat hem zijn werk doen zonder te verwijzen naar het aanvallende voetbal dat onder Koster werd opgevoerd. Dat is praat van romantici. Iedereen aanvallen, geen tactisch discipline, veel ruimte weggeven, het levert af en toe een spectaculaire pot op, maar op termijn geraak je er geen stap verder mee.

Zelfs onder Ernst Happel, de koning van de bluf, werd er in Clubs meest gouden periode nooit zo gespeeld. De Oostenrijker durfde al eens vier aanvallers op te stellen, maar wist dat die in de rug waren gedekt door voldoende recuperatievermogen en verdedigende kracht.

Voor Christoph Daum is er geen andere keuze dan eerst voor de juiste balans te zorgen. Het aanvallende voetbal komt nadien wel. Als de fundamenten zijn gemetseld. Alleen duurt zo'n bouwproces iets langer dan twee weken.
Jacques Sys

Een defensieve trainer wordt Christoph Daum genoemd sinds hij in België neerstreek. Dat is vreemd en vooral onterecht. Overal waar hij werkte, pakte de Duitser wel degelijk uit met offensief voetbal. Tegen intimi liet hij zich weleens ontvallen te dromen van een Daumstijl: ploegen moesten op een dusdanige manier voetballen dat toeschouwers zijn signatuur herkenden. En in zijn filosofie was dat: sprankelend, beweeglijk en naar voren gericht. Zonder de defensieve organisatie te verwaarlozen. Het liet hem nooit los. Niet in de Bundesliga, niet in Turkije, niet in Oostenrijk. Bij Club Brugge schrok Daum over het functioneren van de ploeg bij balverlies, over het gebrek aan evenwicht op het middenveld, over verdedigende fouten en slecht positiespel. Logisch dat hij eerst dat aanpakte, dat hij de ploeg zekerheid en stabiliteit wil geven, om van daaruit een stap verder te gaan. Het is de enige marsroute om fouten uit het verleden te vermijden. Natuurlijk levert dat voorlopig geen flitsend voetbal op. Tegen Cercle en op Lierse speelde Club matig. Vanuit een andere organisatie was het voor de spelers wennen aan nieuwe patronen. En daarnaast ook aan andere omgangsvormen, aan strengheid en discipline in plaats van laksheid en soms zelfs anarchie. Woensdag in Maribor bleek dat er wat dat betreft nog een lange weg te gaan valt. Dat Club uiteindelijk in een dolle slotfase een hopeloze situatie rechttrok mag zeker niet worden verward met de Adrie Kosterstrategie. Iedere trainer zou in dat soort omstandigheden naar hetzelfde wapen grijpen. Het zegt wel veel over de toegenomen mentale veerkracht van Club Brugge dat het de armen niet liet zakken. Dat is de verdienste van Daum. Hij dwingt respect af, hij spreekt de spelers rechtuit en rechtaan toe. Vooral daar zit een graverende stijlbreuk. Christoph Daum is vakman genoeg om te weten hoe hij een club uit het moeras moet trekken. Laat hem zijn werk doen zonder te verwijzen naar het aanvallende voetbal dat onder Koster werd opgevoerd. Dat is praat van romantici. Iedereen aanvallen, geen tactisch discipline, veel ruimte weggeven, het levert af en toe een spectaculaire pot op, maar op termijn geraak je er geen stap verder mee. Zelfs onder Ernst Happel, de koning van de bluf, werd er in Clubs meest gouden periode nooit zo gespeeld. De Oostenrijker durfde al eens vier aanvallers op te stellen, maar wist dat die in de rug waren gedekt door voldoende recuperatievermogen en verdedigende kracht. Voor Christoph Daum is er geen andere keuze dan eerst voor de juiste balans te zorgen. Het aanvallende voetbal komt nadien wel. Als de fundamenten zijn gemetseld. Alleen duurt zo'n bouwproces iets langer dan twee weken. Jacques Sys