Wij houden van underdogs, het zit ons blijkbaar in de genen. Zeker als die underdogs erin slagen om de hele wereld te verslaan. Daarom houden we van de stuntelige Clark Kent, die met een blauwe spandex en een rode onderbroek plots in Superman verandert, daarom verslinden we de boeken over een nerd met een brilletje die zich ontpopt tot meester-tovenaar, of de strips van Sjakie, die geen deuk in een pakkie boter schiet maar met de versleten voetbalschoenen van zijn idool Voltreffer Vic zijn schoolploegje naar grote triomfen leidt.

Daarom houden we ook van Lionel Messi. Een joch dat met zijn kleine gestalte niet past tussen die gepimpte atleten die steeds meer tijd in het krachthonk doorbrengen, een joch dat niet past tussen die getatoeëerde lijven in de kleedkamer die zich na het douchen hullen in een wolk van de duurste parfums en zich graag volhangen met oorringen en andere blingbling, een joch dat al evenmin lijkt thuis te horen op een podium tussen mannen in maatpak om daar voor de derde opeenvolgende keer de trofee van Wereldvoetballer van het Jaar af te halen. Wat had hij die smoking graag willen omruilen voor een verschoten trainingspak.

Want Messi wil alleen maar voetballen. Zoals Sjakie. Hij heeft daar zelfs geen Wondersloffen voor nodig, zijn eigen Nikes volstaan. En wanneer hij voetbalt, wanneer hij voetbalt... Naar verluidt bloeien de bloemen in Parc Guell feller op de dagen dat Messi met Barça speelt, ziekenhuizen halveren op die dag hun dosis pijnstillers en als de aftrap is gegeven stoppen zelfs baby's met huilen.

Er zijn spelers die de bal strelen, er zijn spelers die de bal gebieden, anderen die hem smeken, hem geselen of tot minnares maken. Lionel Messi wiegt de bal, en de bal geniet. En wanneer hij bijna ingedommeld is tussen Messi's voeten en plots met een loeier wakker geschud wordt en in doel vliegt, dan vergeeft de bal het hem. Want de bal heeft geen enkele voetballer zo lief als Lionel Messi.

Peter Mangelschots

Wij houden van underdogs, het zit ons blijkbaar in de genen. Zeker als die underdogs erin slagen om de hele wereld te verslaan. Daarom houden we van de stuntelige Clark Kent, die met een blauwe spandex en een rode onderbroek plots in Superman verandert, daarom verslinden we de boeken over een nerd met een brilletje die zich ontpopt tot meester-tovenaar, of de strips van Sjakie, die geen deuk in een pakkie boter schiet maar met de versleten voetbalschoenen van zijn idool Voltreffer Vic zijn schoolploegje naar grote triomfen leidt. Daarom houden we ook van Lionel Messi. Een joch dat met zijn kleine gestalte niet past tussen die gepimpte atleten die steeds meer tijd in het krachthonk doorbrengen, een joch dat niet past tussen die getatoeëerde lijven in de kleedkamer die zich na het douchen hullen in een wolk van de duurste parfums en zich graag volhangen met oorringen en andere blingbling, een joch dat al evenmin lijkt thuis te horen op een podium tussen mannen in maatpak om daar voor de derde opeenvolgende keer de trofee van Wereldvoetballer van het Jaar af te halen. Wat had hij die smoking graag willen omruilen voor een verschoten trainingspak. Want Messi wil alleen maar voetballen. Zoals Sjakie. Hij heeft daar zelfs geen Wondersloffen voor nodig, zijn eigen Nikes volstaan. En wanneer hij voetbalt, wanneer hij voetbalt... Naar verluidt bloeien de bloemen in Parc Guell feller op de dagen dat Messi met Barça speelt, ziekenhuizen halveren op die dag hun dosis pijnstillers en als de aftrap is gegeven stoppen zelfs baby's met huilen. Er zijn spelers die de bal strelen, er zijn spelers die de bal gebieden, anderen die hem smeken, hem geselen of tot minnares maken. Lionel Messi wiegt de bal, en de bal geniet. En wanneer hij bijna ingedommeld is tussen Messi's voeten en plots met een loeier wakker geschud wordt en in doel vliegt, dan vergeeft de bal het hem. Want de bal heeft geen enkele voetballer zo lief als Lionel Messi. Peter Mangelschots