Een nonchalante playboy, een fuifbeest die niet voor zijn vak leefde. Sinds Wouter Weylandt in 2005 debuteerde bij de profs, waren de negatieve vooroordelen over de Gentenaar niet van de lucht. Een imago dat tot stand kwam door zijn opvallend uiterlijk - gekleurd haar, oorringen - en het flamboyante karakter van de Oost-Vlaming, die het hart op de tong droeg en op zijn website 'feesten' als een van zijn hobby's noemde.

Zoals vaak bij zulke flamboyante karakters was dat een masker voor de twijfel die in hem woedde. Zou hij ooit een topsprinter worden? Zou hij ooit schitteren in Parijs-Roubaix, zijn droomkoers? Het deed de Gentenaar, dixit hemzelf, vaak meer trainen dan nodig, in tegenstelling tot wat criticasters altijd over hem zeiden. Met dat imago heeft hij het altijd moeilijk gehad.

Die twijfel werd ook gevoed door zijn positie binnen de Quick-Stepploeg, dat steevast de kaart van Tom Boonen trok en Weylandt vooral in kleinere koersen uitspeelde. Niet onlogisch, maar voor de Gentenaar een bron van frustratie omdat hij, zo beweerde hij, nooit zijn mogelijkheden kon ontdekken. Dat hij in de zes jaar bij Quick-Step nooit de Ronde van Vlaanderen kon rijden, stoorde hem mateloos.

Die kans kreeg hij dit seizoen wel bij Leopard Trek, maar door ziektes en een allergie raakte hij niet op niveau.

Die pech loopt als een rode draad doorheen zijn carrière, waarin hij meermaals geconfronteerd werd met de dood: toen zijn vriend Frederiek Nolf in februari 2009 stierf, toen zijn trainingsmaat Kurt Hovelijnck twee maanden later bijna overleed na een zware val tijdens een tocht langs de Schelde en toen streekgenoot Dimitri De Fauw later dat jaar zelfmoord pleegde.

Weylandt trok zich telkens uit een diep dal en begon ondanks die voorvallen steeds meer van het wielrennen te houden. "Ik ben een streber geworden, volg alles nauwgezet op. Ik wil doorgaan tot mijn veertigste", zei hij in het begin van dit seizoen. Het lot heeft hem dat niet gegund. (JC)

Een nonchalante playboy, een fuifbeest die niet voor zijn vak leefde. Sinds Wouter Weylandt in 2005 debuteerde bij de profs, waren de negatieve vooroordelen over de Gentenaar niet van de lucht. Een imago dat tot stand kwam door zijn opvallend uiterlijk - gekleurd haar, oorringen - en het flamboyante karakter van de Oost-Vlaming, die het hart op de tong droeg en op zijn website 'feesten' als een van zijn hobby's noemde. Zoals vaak bij zulke flamboyante karakters was dat een masker voor de twijfel die in hem woedde. Zou hij ooit een topsprinter worden? Zou hij ooit schitteren in Parijs-Roubaix, zijn droomkoers? Het deed de Gentenaar, dixit hemzelf, vaak meer trainen dan nodig, in tegenstelling tot wat criticasters altijd over hem zeiden. Met dat imago heeft hij het altijd moeilijk gehad. Die twijfel werd ook gevoed door zijn positie binnen de Quick-Stepploeg, dat steevast de kaart van Tom Boonen trok en Weylandt vooral in kleinere koersen uitspeelde. Niet onlogisch, maar voor de Gentenaar een bron van frustratie omdat hij, zo beweerde hij, nooit zijn mogelijkheden kon ontdekken. Dat hij in de zes jaar bij Quick-Step nooit de Ronde van Vlaanderen kon rijden, stoorde hem mateloos. Die kans kreeg hij dit seizoen wel bij Leopard Trek, maar door ziektes en een allergie raakte hij niet op niveau. Die pech loopt als een rode draad doorheen zijn carrière, waarin hij meermaals geconfronteerd werd met de dood: toen zijn vriend Frederiek Nolf in februari 2009 stierf, toen zijn trainingsmaat Kurt Hovelijnck twee maanden later bijna overleed na een zware val tijdens een tocht langs de Schelde en toen streekgenoot Dimitri De Fauw later dat jaar zelfmoord pleegde. Weylandt trok zich telkens uit een diep dal en begon ondanks die voorvallen steeds meer van het wielrennen te houden. "Ik ben een streber geworden, volg alles nauwgezet op. Ik wil doorgaan tot mijn veertigste", zei hij in het begin van dit seizoen. Het lot heeft hem dat niet gegund. (JC)