Wat wij toeval noemen, is misschien de logica van God. Althans, voor zij die geloven. Uitgerekend op de dag dat de Corinthians voor de vijfde keer landskampioen van Brazilië werden, bezweek Sócrates, ex-boegbeeld van de club, in een ziekenhuis aan een voedselvergiftiging. O doutor, de dokter-voetballers, was pas 57 en had zichzelf lichamelijk ten gronde gericht. Te veel rook, te veel drank. Ze hebben wat met auto-destructie, getalenteerde voetballers in Brazilië. Garincha ook al. Adriano is goed op weg.

Zelf hielden we meer van Zico in dat Brazilië van '82 in Spanje, waar wij Belgen meer bezig waren met de prestaties van de Rode Duivels, dan met het heerlijke Brazilië van Tele Santana. Onterecht, dat Brazilië van Zico en Falcão en Cerezo, dat ouderwets aanvallende, romantische Brazilië, dat niks meer heeft vandoen met het huidige berekenende, was méér dan de moeite waard. Zico was daarin de blanke Maradona, een slang, een dribbelaar, wervelend. Sócrates eerder de heer van stand. Alleen al vanwege zijn naam, zijn opleiding als medicus. Zijn lengte ook. Wat houteriger dan Zico. Superintelligent, technisch sterk, specialist van het hakje, zijn derde been hoorden we gisteren van een Braziliaans waarnemer.

Een buitenbeentje. Noemde één van zijn zonen _ zes in totaal _ Fidel. Een zwaar beladen naam voor een kind neen, vond zijn moeder. Sócrates, als dat geen zwaar beladen voornaam is, lachte er eens mee. Lange haren, baard, rebels. Castro en El Che, dat waren zijn helden. Een man die zijn roepnaam alle eer aandeed. Weigerde prof te worden, voor hij zijn medisch diploma beet had, rond zijn 25ste. Maakte het niet in Europa, bij Fiorentina. Te veel levensgenieter, te veel gefilosofeer, relativeren is niet goed voor het Europese topvoetbal. Hij vond ons te serieus, dan week hij liever uit naar de praia van Rio en de samba van Botafogo of Flamengo.

Liever predikte hij de revolutie. Op een moment dat militairen in Brazilië de plak zwaaiden, wilde hij van zijn ploeg Corinthians een basisdemocratie maken. Alles werd daar bij openbare stemming beslist. Welke transfers de club ging doen, zelfs wanneer de trip naar uitwedstrijden moest beginnen. Alsof hij zijn volk het belang van democratie wilde leren, op een moment dat het nog niet mocht. Een vijfde titel van Corinthians heeft hij niet meer mogen vieren.

Zijn lichaam verzorgde hij niet, drank werd de lever fataal. Zijn columns zullen het WK van 2014 niet meer bekritiseren, zijn boek erover (wellicht) nooit verschijnen. Te veel overheidsgeld naar een privéonderneming, het was hem een doorn in het oog. Net zoals de corruptie in het Braziliaanse voetbal hem al veel langer pijn opleverde. Hij zal het niet meer aanklagen, op zijn 57ste ging het licht uit.

Sócrates, vooral belangrijk naast het veld, ging zoals Brazilië op het WK in '82. Te vroeg.

Peter t'Kint

Wat wij toeval noemen, is misschien de logica van God. Althans, voor zij die geloven. Uitgerekend op de dag dat de Corinthians voor de vijfde keer landskampioen van Brazilië werden, bezweek Sócrates, ex-boegbeeld van de club, in een ziekenhuis aan een voedselvergiftiging. O doutor, de dokter-voetballers, was pas 57 en had zichzelf lichamelijk ten gronde gericht. Te veel rook, te veel drank. Ze hebben wat met auto-destructie, getalenteerde voetballers in Brazilië. Garincha ook al. Adriano is goed op weg. Zelf hielden we meer van Zico in dat Brazilië van '82 in Spanje, waar wij Belgen meer bezig waren met de prestaties van de Rode Duivels, dan met het heerlijke Brazilië van Tele Santana. Onterecht, dat Brazilië van Zico en Falcão en Cerezo, dat ouderwets aanvallende, romantische Brazilië, dat niks meer heeft vandoen met het huidige berekenende, was méér dan de moeite waard. Zico was daarin de blanke Maradona, een slang, een dribbelaar, wervelend. Sócrates eerder de heer van stand. Alleen al vanwege zijn naam, zijn opleiding als medicus. Zijn lengte ook. Wat houteriger dan Zico. Superintelligent, technisch sterk, specialist van het hakje, zijn derde been hoorden we gisteren van een Braziliaans waarnemer. Een buitenbeentje. Noemde één van zijn zonen _ zes in totaal _ Fidel. Een zwaar beladen naam voor een kind neen, vond zijn moeder. Sócrates, als dat geen zwaar beladen voornaam is, lachte er eens mee. Lange haren, baard, rebels. Castro en El Che, dat waren zijn helden. Een man die zijn roepnaam alle eer aandeed. Weigerde prof te worden, voor hij zijn medisch diploma beet had, rond zijn 25ste. Maakte het niet in Europa, bij Fiorentina. Te veel levensgenieter, te veel gefilosofeer, relativeren is niet goed voor het Europese topvoetbal. Hij vond ons te serieus, dan week hij liever uit naar de praia van Rio en de samba van Botafogo of Flamengo. Liever predikte hij de revolutie. Op een moment dat militairen in Brazilië de plak zwaaiden, wilde hij van zijn ploeg Corinthians een basisdemocratie maken. Alles werd daar bij openbare stemming beslist. Welke transfers de club ging doen, zelfs wanneer de trip naar uitwedstrijden moest beginnen. Alsof hij zijn volk het belang van democratie wilde leren, op een moment dat het nog niet mocht. Een vijfde titel van Corinthians heeft hij niet meer mogen vieren. Zijn lichaam verzorgde hij niet, drank werd de lever fataal. Zijn columns zullen het WK van 2014 niet meer bekritiseren, zijn boek erover (wellicht) nooit verschijnen. Te veel overheidsgeld naar een privéonderneming, het was hem een doorn in het oog. Net zoals de corruptie in het Braziliaanse voetbal hem al veel langer pijn opleverde. Hij zal het niet meer aanklagen, op zijn 57ste ging het licht uit. Sócrates, vooral belangrijk naast het veld, ging zoals Brazilië op het WK in '82. Te vroeg. Peter t'Kint