Dé vraag in het dressuurtoernooi: kan de Nederlandse Anky van Grunsven (44) haar vierde individuele olympische titel op rij (in dezelfde discipline) behalen? En zo de eerste vrouwelijke olympiër ooit worden die daar in slaagt. Of de tweede, want floretschermster Valentina Vezzali krijgt op de eerste dag van de Spelen de kans om hetzelfde te realiseren. (zie hoofdstuk schermen)

Van Grunsven twijfelde lang of ze naar Londen zou trekken, maar haar 18-jarige paard Salinero, waarmee ze al in Athene en Peking won, zou toch weer een aanvaardbaar niveau halen.
Met teamgenoten Adelinde Cornelissen (met Jerich Parzival tweemaal goud op het EK 2011) en Edward Gal (met zijn nieuw, maar nog onervaren paard Glock's Undercover) moet ze de Nederlandse status in de dressuur hoog houden.

Over die medaillekansen ontstond bij onze noorderburen een grote discussie toen bondscoach Sjef Janssen, nota bene de levenspartner van Van Grunsven, beweerde dat Nederland er sinds de Spelen van 1988 niet zo slecht voor gestaan had als nu.

Alleen brons is mogelijk volgens Janssen. "En alleen als Parzival (het paard van Cornelissen, nvdr) fit genoeg is om mee te doen." Begin juli konden de amazone en haar paard vormbehoud tonen, maar de twijfels blijven. Ook Van Grunsven gaf al aan dat een individuele medaille met de oudere Salinero moeilijk wordt.

Verkoop Totilas

Nederland heeft, dixit Janssen, wel de ruiters, maar niet meer de ervaren toppaarden sinds de veelbesproken verkoop van Totilas. Met die wereldberoemde 'wonderhengst' won Edward Gal het EK in 2009 en drie keer goud op de laatste wereldruiterspelen. Eigenaar Cees Visser verpatste Totilas in oktober 2010 echter aan de Duitse paardenhandelaar Paul Schockemöhle voor een recordbedrag van minimaal tien miljoen euro.

Met Totilas zou Matthias Alexander-Rath voor goud gaan in Londen, maar het klikte niet meteen tussen de hengst en de ruiter en bovendien moest de Duitser, en dus ook Totilas, uiteindelijk forfait geven voor Londen aangezien hij lijdt aan de ziekte van Pfeiffer.

Pittig detail: na de Spelen zou Sjef Janssen stoppen als Nederlands bondscoach om Alexander-Rath en Totilas te gaan trainen.

Sterk Duits team

Ondanks de afwezigheid van Alexander-Rath vaardigt Duitsland nog altijd een bijzonder sterk team af met olympische debutanten Helen Langehanenberg (Damon Hill), Kristina Sprehe (Desperados) en Dorothee Schneider (Diva Royal).

Langehanenberg en Sprehe eindigden begin juli nog als eerste en tweede op het World Equestrian Festival in Aken. Isabell Werth (éénmaal olympisch kampioene individueel, 1996, en viermaal per ploeg) werd verrassend thuisgelaten.

Grootste opponenten voor de Nederlanders en de Duitsers in de individuele (en teamcompetitie) lijken de Amerikaan Steffen Peters (Ravel) en de Britse Charlotte Dujardin te worden.
Met haar ruin Valegro won Dujardin eind april de Grand Prix Special in Hagen, waar ze een nieuw wereldrecord (88,022 %) vestigde. Het vorige record stond op naam van... Edward Gal en Totilas (86,46 %).

Opmerkelijk is ook de deelname van de 71-jarige Hiroshi Hoketsu, 48 jaar na zijn eerste olympische deelname in Tokio 1964. In Peking klom Hoketsu op zijn 67e ook al op zijn paard en in London wordt de Japanner de op een na oudste olympiër ooit, na de Zweedse schutter Oscar Swahn, die in 1920 72 jaar was.

En de Belg(ische)?

Het BOIC besliste op advies van de federatie om niet Jeroen Devroe met Apollo van het Vijverhof, maar Claudia Fassaert (42) met Donnerfee voor het olympische dressuurtoernooi af te vaardigen. Apollo was wel fit geraakt na een ontsteking onder het hoefijzer, maar had te weinig kunnen trainen om zijn normaal niveau te halen.

Fassaert, uit Geraardsbergen, boekte op de CHIO-jumping van Rotterdam met de 12-jarige Donnerfee het beste resultaat van het seizoen (zesde) en die topvorm was doorslaggevend in de selectie. Beter doen in Londen wordt echter een andere zaak.

Jonas Creteur