En dat is in elke sport, en dus ook in koers, het verschrikkelijk grote belang van dat kleine verschil tussen één en twee. Niet omdat hij er altijd bij was, wel omdat hij zo veel won werd Philippe Gilbert vorig jaar binnengehaald (althans in België, en zelfs in Vlaanderen) als "le nouveau Merckx". Dat was natuurlijk een domme want zeer overdreven vergelijking, maar dat gebeurt nu eenmaal in een sport waar 'Merckx' stilaan de enig overblijvende meetlat is. Men had ook kunnen zeggen dat Gilbert een seizoen à la Rik Van Looy of à la Sean Kelly had gereden, maar dat is allemaal te gesofisticeerd, dat vereist een beetje meer kennis van het wielrennen, wat historisch inzicht ook, dus laat maar vallen. Dus is het maar 'Merckx'. Frank Vandenbroucke was ooit ook 'Merckx' omdat hij in een bergrit in Parijs-Nice de leiderstrui greep.

We willen het nog eens benadrukken: niet hij die één klassieker met minuten voorsprong wint is een 'Merckx'. Niet hij die één jaar of zelfs twee opeenvolgende jaren een groot aantal klassiekers wint, zelfs met overmacht. Jan Raas en Moreno Argentin waren geen Merckxen, evenmin Michele Bartoli of Paolo Bettini. Niet hij die op één jaar Giro en Tour wint - in het andere geval was Stephen Roche een Merckx, en dat is de vriendelijke Ier zeker niet. Niet hij die talloze ritten wint in Tour en Giro, en zelfs niet hij die dat jaren na elkaar doet. Anders waren Mario Cipollini en Alessandro Pettacchi twee Merckx'en, en dat zijn ze niet. Een Merckx is hij die dat allemaal combineert, niet één jaar, maar ettelijke seizoenen op rij: én klassiekers winnen, en altijd wel eentje met overmacht, én talloze ritten winnen in de grote rondes - even zeer een vlakke etappe als tijdritten als bergritten, én nog eens het eindklassement. En dan zwijgen we gemakshalve over de zesdaagsen, de criteriums, de kleinere rittenwedstrijden, de semiklassiekers. Wie dat doet, zit in de klasse van Merckx. Die bestaat trouwens. Bernard Hinault mag gerust 'de Franse Merckx' genoemd wordt: de echte (de Belgische) besefte nog niet helemaal dat hij aan het einde van zijn loopbaan gekomen was, of de eergierige Fransman was al bezig: in 1977 won hij, voor de verzamelde Belgische vedetten, Gent-Wevelgem en Luik-Bastenaken-Luik, later op het jaar nog de Dauphiné Liberé en de Grote Landenprijs (vergelijk dat maar met het WK Tijdrijden vandaag). Het jaar nadien had Hinault al zijn eerste Vuelta beet. En zijn eerste Tour de France. Een kleine tien jaar lang zou hij het peloton domineren.

De nieuwe Merckx reed de eerste Pyreneeënrit - of wat daarvoor moet doorgaan, want het parcours was zo uitgetekend dat de top van het klassement weinig of geen initiatief zou nemen, wat ook gebeurde - in een selecte kopgroep. Dat was een goed teken, want tot nu toe heeft Gilbert, na zijn 'grand cru-seizoen' 2011, nog bitter weinig laten zien. Meegedaan in de finale van de Amstel Gold Race, in de Tour was hij de eerste dagen visibel, daarna al veel minder. Maar eindelijk was hij dus echt mee. Met Peter Sagan, Gorka Izaguirre, Sandy Casar en Luis-Leon Sanchez. Geduchte metgezellen, want zowel Sagan, Casar en Sanchez hadden voor de aankomst van die rit al drie Tour-etappes gewonnen in de loop van hun carrière, en Gilbert 'maar' één. Maar nogal wat Belgische supporters laten zich niet leiden door objectief cijfermateriaal, maar door hun hart: Gilbert had weer de kans om zich als in Foix opnieuw als de nieuwe Merckx te profileren. En straks komen nog de Olympische Spelen en het WK, en de herfstklassiekers, dat stukje van het seizoen waar diezelfde Gilbert zich als jonge renner op de kaart zetten als een klassiekerkoning-in-spé.

Het werd dus Luis-Leon Sanchez. Die won in 2008 al de zware rit door het Centraal Massief naar Aurillac, in 2009 de rit naar de Mont Ventoux, vorig jaar die naar Saint-Flour (waar Johnny Hoogerland zo spectaculair in het prikkeldraad belandde) en nu dus de Pyreneeënetappe naar Foix. Gilbert werd vierde op vijf. Dat is natuurlijk niet slecht. In zijn tijd maakte de echte Merckx naam door in spurtjes met dergelijke elitegroepjes te tonen wie echt de baas was. Milaan-Sanremo 1967: de jonge Eddy Merckx is voorop met de drie grote Italiaanse vedetten van dat ogenblik: Felice Gimondi, Franco Bitossi en Gianni Motta. Heel Italië hoopt, bidt, smeekt: nu mag de zege 'ons' toch niet meer ontglippen. Drie keer raden wie wint. Juist.

Pas later, als eerste tekenen dat hij op zijn retour was, durfde Merckx al eens verliezen: op het beruchte WK 1973 te Montjuich, toen Gimondi wat onverwacht won, of Parijs-Roubaix 1975, toen Roger De Vlaeminck sneller was. Maar laten we aannemen dat Gilbert na één superjaar nog niet op zijn retour is. Wel grappig was zijn commentaar bij de zege van Sanchez: 'Hij reed vijf kilometer per uur te snel.' Dat is bijna woordelijk wat Frans Verbeeck na de Ronde van Vlaanderen 1975 in de microfoon van Fred De Bruyne stamelde na weer een demonstratie van de echte Merckx: 'Fred, hij rijdt vijf kilometer te snel voor ons allemaal.' Maar Philippe Gilbert de nieuwe Frans Verbeeck noemen, zou dan weer wat te oneerbiedg zijn voor 'le prince Philippe'.

Mogelijk dat Philippe Gilbert op zijn manier meemaakt wat ook Mark Cavendish ondervindt. Dat er een groot verschil bestaat tussen een team waarin je dé leider bent, en één waarin je 'een' leider bent. BMC heeft alles gezet op een tweede Tourzege van Cadel Evans, en dus zal de positie van Gilbert, wetmatig, wat minder goed zijn dan die bij Lotto het jaar voordien. Bij Lotto maakt Greipel het omgekeerde mee: daar stond hij in de feitelijke pikorde achter Gilbert en Jürgen Van den Broeck. Nu Gilbert weg is, schuift Greipel naar voor. Het resultaat laat zich zien, ook al omdat Cavendish in een ploeg zit waarin eerst Bradley Wiggins en nu ook Chris Froome met minstens even veel égards behandeld worden als hij zelf.

Philippe Gilbert is nog altijd een uitstekend renner, een sportman met lef, een coureur die durft aanvallen. Dat leverde hem al een prachtige erelijst op, en een contract dat oneindig beter is dan Merckx in zijn tijd voor zichzelf kon versieren. Maar dat is dan ook het enige aspect van de wielersport waarin de nieuwe Merckx de oude met wiskundige zekerheid heeft geklopt.

En voor de rest hopen we natuurlijk dat Philippe Gilbert een tweede ritzege wegkaapt in de Tour, een medaille haalt - en liefst de gouden - en wie weet nog een mooie herfstklassieker wint. Dat is hij trouwens aan zichzelf verplicht, zoals elke grote kampioen in de zomer van zijn loopbaan.

Walter Pauli Lees ook: Alle Touropinies van Walter Pauli