Het researchbureau MarketResponse publiceerde deze week de opmerkelijke resultaten van een onderzoek uitgevoerd bij 512 Nederlanders. Daaruit bleek dat de schade voor Rabobank als gevolg van het Armstrongschandaal, met name de belastende epogetuigenis van ex-renner Levi Leipheimer, heel beperkt was.

Liefst 85 procent van de ondervraagden dacht nog steeds positief of hetzelfde over Rabobank als wielersponsor. "Wielrennen en Rabobank horen bij elkaar. Wie aan Rabobank denkt, denkt aan de wielerploeg en andersom", luidde het. Twee derde was ook van mening dat Rabobank niet hoefde te stoppen als sponsor.

Des te opmerkelijker is daarom de beslissing van de boerenleenbank om dat toch te doen, aangezien het meent dat "de internationale wielerwereld, tot bij de hoogste instanties, met name de UCI, verziekt is en niet in staat is om een schone en eerlijke sport mogelijk te maken".

Op het eerste gezicht een logische beslissing: het ethische besef en het onkreukbare imago waar banken - beschouwd als de triggers van de economische crisis - voor willen staan is niet te verenigen met doping/bedrog. Eind april riep het blad Management Team de Rabobank nog uit tot het bedrijf met het "beste imago van het Nederland" en blijkbaar wil het die koppositie niet in het gedrang laten komen via steeds opduikende dopingverhalen uit het verleden/en de toekomst.

Damage control
Het is echter zeer de vraag of Rabobank met deze beslissing niet in eigen voet schiet. Als het om dopingaffaires gaat is het grootste risico op imagoschade immers niet de affaire zelf - het grote publiek haalt daarvoor vaak de schouders op -, maar eerder de manier waarop je de problemen oplost. De enige goede 'damage control' is openheid en transparantie, je verantwoordelijkheid nemen voor wat er fout gelopen is. En niet door met de staart tussen de benen weg te vluchten en de schuld bij anderen, onder meer de UCI, te leggen.

Een hoogst hypocriete houding van een sponsor, die zijn handen in onschuld wast, terwijl bij de wielerploeg sinds de oprichting in 1996 dopinggebruik minstens tot 2007 oogluikend getolereerd werd, zo bleek begin mei nog uit een verhaal in de Volkskrant. Al was dat geen grote verrassing, na eerdere hardnekkige dopinggeruchten over boegbeeld Michael Boogerd en vooral na de affaire-Rasmussen in de Tour van 2007.

Toen en in mei van dit jaar was dat blijkbaar niet genoeg om de stekker eruit te trekken. Integendeel: de ploeg zou het vanaf volgend jaar over een andere boeg gooien. Er werd een volledig nieuwe structuur geïnstalleerd, waarbij ploegleiders (Erik Breukink, Adri Van Houwelingen) ontslagen werden en anderen aangenomen (onder meer Jeroen Blijlevens).

Die nieuwe organisatie wordt nu geslachtofferd op het dopingaltaar. Op een moment dat het wielrennen op een kruispunt staat, nood heeft aan visionaire leiders én sterke sponsors - deze sport is daar bijna volledig afhankelijk van - om een nieuwe richting in te slaan.

Daarbij moet eerst afgerekend worden met het verleden: door exact bloot te leggen wie er allemaal boter op het hoofd heeft - desnoods via waarheids- en onderzoekscommissies. Maar hoewel het eerst aangekondigd had dat het een intern onderzoek zou uitvoeren, heeft Rabobank daar dus geen zin in.

Crisis

Ter wille van het heilige imago, dat niet eens geschonden blijkt te zijn? Of speelt ook de economische crisis een rol - eind juli kondigde Rabobank aan 1500 tot 3000 banen te zullen schrappen - en is dit een makkelijk excuus om het sponsorbudget drastisch terug te schroeven? Zelfs het vrouwenteam met vedette Marianne Vos, dat op zich niks met de hele affaire te maken heeft, wordt geschrapt.

Rabobank laat zo de sport in de steek waarin het zestien jaar lang in totaal meer dan honderd miljoen euro in stak, maar in ruil heel veel publicitaire return voor kreeg. En waar het voor een deel het "beste imago van alle Nederlandse bedrijven" aan te danken heeft, ook omdat het daar een totaalproject voor het jeugdwielrennen/wielertoerisme aan vastkoppelde.

Dat de jeugdploegen nu als enige behouden blijven, is een magere troost voor een sport die op de rand van de afgrond dwarrelt. En die moet opletten dat het niet definitief in het ravijn duikt als nog meer sponsors het voorbeeld van Rabobank volgen.

Jonas Creteur

Het researchbureau MarketResponse publiceerde deze week de opmerkelijke resultaten van een onderzoek uitgevoerd bij 512 Nederlanders. Daaruit bleek dat de schade voor Rabobank als gevolg van het Armstrongschandaal, met name de belastende epogetuigenis van ex-renner Levi Leipheimer, heel beperkt was. Liefst 85 procent van de ondervraagden dacht nog steeds positief of hetzelfde over Rabobank als wielersponsor. "Wielrennen en Rabobank horen bij elkaar. Wie aan Rabobank denkt, denkt aan de wielerploeg en andersom", luidde het. Twee derde was ook van mening dat Rabobank niet hoefde te stoppen als sponsor. Des te opmerkelijker is daarom de beslissing van de boerenleenbank om dat toch te doen, aangezien het meent dat "de internationale wielerwereld, tot bij de hoogste instanties, met name de UCI, verziekt is en niet in staat is om een schone en eerlijke sport mogelijk te maken". Op het eerste gezicht een logische beslissing: het ethische besef en het onkreukbare imago waar banken - beschouwd als de triggers van de economische crisis - voor willen staan is niet te verenigen met doping/bedrog. Eind april riep het blad Management Team de Rabobank nog uit tot het bedrijf met het "beste imago van het Nederland" en blijkbaar wil het die koppositie niet in het gedrang laten komen via steeds opduikende dopingverhalen uit het verleden/en de toekomst. Damage control Het is echter zeer de vraag of Rabobank met deze beslissing niet in eigen voet schiet. Als het om dopingaffaires gaat is het grootste risico op imagoschade immers niet de affaire zelf - het grote publiek haalt daarvoor vaak de schouders op -, maar eerder de manier waarop je de problemen oplost. De enige goede 'damage control' is openheid en transparantie, je verantwoordelijkheid nemen voor wat er fout gelopen is. En niet door met de staart tussen de benen weg te vluchten en de schuld bij anderen, onder meer de UCI, te leggen. Een hoogst hypocriete houding van een sponsor, die zijn handen in onschuld wast, terwijl bij de wielerploeg sinds de oprichting in 1996 dopinggebruik minstens tot 2007 oogluikend getolereerd werd, zo bleek begin mei nog uit een verhaal in de Volkskrant. Al was dat geen grote verrassing, na eerdere hardnekkige dopinggeruchten over boegbeeld Michael Boogerd en vooral na de affaire-Rasmussen in de Tour van 2007. Toen en in mei van dit jaar was dat blijkbaar niet genoeg om de stekker eruit te trekken. Integendeel: de ploeg zou het vanaf volgend jaar over een andere boeg gooien. Er werd een volledig nieuwe structuur geïnstalleerd, waarbij ploegleiders (Erik Breukink, Adri Van Houwelingen) ontslagen werden en anderen aangenomen (onder meer Jeroen Blijlevens). Die nieuwe organisatie wordt nu geslachtofferd op het dopingaltaar. Op een moment dat het wielrennen op een kruispunt staat, nood heeft aan visionaire leiders én sterke sponsors - deze sport is daar bijna volledig afhankelijk van - om een nieuwe richting in te slaan. Daarbij moet eerst afgerekend worden met het verleden: door exact bloot te leggen wie er allemaal boter op het hoofd heeft - desnoods via waarheids- en onderzoekscommissies. Maar hoewel het eerst aangekondigd had dat het een intern onderzoek zou uitvoeren, heeft Rabobank daar dus geen zin in. Crisis Ter wille van het heilige imago, dat niet eens geschonden blijkt te zijn? Of speelt ook de economische crisis een rol - eind juli kondigde Rabobank aan 1500 tot 3000 banen te zullen schrappen - en is dit een makkelijk excuus om het sponsorbudget drastisch terug te schroeven? Zelfs het vrouwenteam met vedette Marianne Vos, dat op zich niks met de hele affaire te maken heeft, wordt geschrapt. Rabobank laat zo de sport in de steek waarin het zestien jaar lang in totaal meer dan honderd miljoen euro in stak, maar in ruil heel veel publicitaire return voor kreeg. En waar het voor een deel het "beste imago van alle Nederlandse bedrijven" aan te danken heeft, ook omdat het daar een totaalproject voor het jeugdwielrennen/wielertoerisme aan vastkoppelde.Dat de jeugdploegen nu als enige behouden blijven, is een magere troost voor een sport die op de rand van de afgrond dwarrelt. En die moet opletten dat het niet definitief in het ravijn duikt als nog meer sponsors het voorbeeld van Rabobank volgen. Jonas Creteur