Dit stuk komt uit Raimundo, het nieuwe e-magazine van Sport/Voetbalmagazine.
...

50 jaar nadat de Amsterdammers voor de eerste keer de Europacup 1 wonnen, de voorloper van de Champions League, is Ajax dus opnieuw kampioen geworden. Het was toen het begin van een drieluik. Ajax pakte uit met avant-gardistisch voetbal, waarbij de tegenstander over het hele veld werd opgejaagd. De manier waarop er druk naar voren werd gezet, was gegroeid uit gesprekken tussen trainer Rinus Michels en Johan Cruijff, wiens voetbalwijsheid Ajax nooit echt heeft verlaten. Ajax put van oudsher uit een kweekvijver van talent. Het verkocht een hele lading van die diamanten aan buitenlandse (top)clubs. De naar Manchester United vertrokken Donny van de Beek was vorige zomer de laatste in de rij. Maar het DNA van de club ging nooit verloren. Technisch kwaliteiten, balcirculatie, afstemming in de loopbewegingen, snel doorspelen: voetballers van Ajax lijken wel kunstenaars. Welke trainer je ook voor de groep neerzet, zoals nu Erik ten Hag, de waarden blijven dezelfde. Net zoals het credo: 'Goed is niet goed genoeg, elke dag moet het beter.' Steeds weer gaat het om domineren, heersen en aanvallen. En vooral: er blijft aan een verbazingwekkend ritme jong talent doorstromen. Dit seizoen bijvoorbeeld de 18-jarige Devyne Rensch. Ooit zou hij een week op proef komen bij Ajax, maar na amper één dag al mocht hij een contract tekenen. Hij kan net zo goed achteraan in het centrum als op een van de backposities spelen. Rensch zette de laatste maanden reuzenstappen. Hij koppelt inzicht aan atletisch vermogen en techniek, hij is tweebenig en zorgt voor aanvallende impulsen. Hij zou weleens hetzelfde parcours kunnen afleggen als Matthijs de Ligt, al zijn het totaal andere voetballers. Maar Rensch is niet de enige jonge voetballer die een vaste plek kreeg in de hoofdmacht. Er is ook nog Ryan Gravenberch (volgende maand 19), een middenvelder die geldt als een van de grootste talenten van Europa. Op jonge leeftijd al had hij de clubs voor het uitkiezen, maar Gravenberch besloot in Amsterdam te blijven. Rensch en Gravenberch zijn op dit moment de Amsterdamse groeibriljanten, de zoveelste spelers die tonen dat opleiden loont. Maar het is duidelijk dat ook zij op termijn en stap hoger zullen zetten. Zo is en blijft Ajax een eeuwige talentenfabriek, een club met spelers die worden opgeleid in de hogeschool van de techniek, volgens een filosofie die de leidraad is en blijft doorheen de vereniging. Met artistiek voetbal pakte Ajax tussen 1971 en 1973 drie keer op rij de Europacup voor Landskampioenen. Met frivool spel, flair, bluf en branie stormen de Amsterdammers nu na het binnenhalen van de beker naar de titel, al was de uitschakeling in de kwartfinale van de Europa League een domper. Toch maakte Ajax dit seizoen een leerproces door. In het begin van de competitie was de ploeg nog te kwetsbaar in de omschakeling, nu is er veel meer evenwicht tussen balbezit en balverlies. Intussen wordt er verder gewerkt aan de uitbouw van de club. Directeur voetbalzaken Marc Overmars verlengde onlangs het contract met de 31-jarige Daley Blind omdat jong talent zich alleen kan ontwikkelen aan de zijde van ervaren spelers. Zij zijn de stuurmannen van het elftal. De manier waarop Dusan Tadic die jongeren adviseert, is daar een voorbeeld van. Maar dat dwing je, zoals Devyne Rensch, ook zelf af. Ook dat hoort bij de cultuur van Ajax: jongeren houden de voeten stevig op de grond, ze stralen leergierigheid uit en schreeuwen als het ware om feedback. Ook daardoor haken ze sneller aan bij een hoger niveau. Door Jacques Sys