Op 3 april speelt Athletic Bilbao de door corona uitgestelde bekerfinale van 2020 tegen Real Sociedad. Twee weken later, op 17 april, is FC Barcelona de tegenstander in de editie van 2021. Barça is historisch de grootste rivaal van Athletic in de Copa del Rey. Want ook al eert de Spaanse beker koning ( Copa del Rey) of generaal ( Copa del Generalísimo), toch gaat de eindwinst het vaakst naar dissidente regio's. Barça won de cup 30 keer, Bilbao 23.
...

Op 3 april speelt Athletic Bilbao de door corona uitgestelde bekerfinale van 2020 tegen Real Sociedad. Twee weken later, op 17 april, is FC Barcelona de tegenstander in de editie van 2021. Barça is historisch de grootste rivaal van Athletic in de Copa del Rey. Want ook al eert de Spaanse beker koning ( Copa del Rey) of generaal ( Copa del Generalísimo), toch gaat de eindwinst het vaakst naar dissidente regio's. Barça won de cup 30 keer, Bilbao 23. Al menen de Basken zelf dat het er 24 zijn. In 1902 staan ze mee aan de wieg van de Copa. Alfonso XIII is net koning geworden en Bilbao en Madrid FC, voorloper van Real, willen die heuglijke gebeurtenis vieren. Vijf teams doen mee aan de Beker van de Kroning, waaronder Club Bizcaya. Dat samenraapsel van Athletic Club en Bilbao, dat later fuseert tot Athletic Bilbao, verslaat FC Barcelona in de finale op de paardenrenbaan van Madrid. Pittig detail: scheidsrechter van dienst is Carlos Padrós, een naar de hoofdstad uitgeweken Catalaan die er in een achterkamer van een boetiek Madrid FC oprichtte. Ook de spirituele vader van FC Barcelona, de Zwitser Joan Gamper, staat als speler op het veld. De bond beschouwt de finale niet als officieel, maar de beker valt nog altijd te bewonderen in het clubmuseum van Athletic. De club wint nadien ook de eerste twee officiële edities. La Liga bestaat nog niet en de Copa del Rey is een korte eindronde tussen winnaars van regionale competities. Chaos heerst in de beginjaren. Neem jaargang 1904, waarin Español Barcelona en Athletic het in een driehoekscompetitie zouden opnemen tegen de winnaar van een duel tussen twee Madrileense teams. Español stuurt z'n kat en de organisatie roept twee extra clubs op. Doordat het speelschema daardoor achterstand oploopt en de Baskische spelers hoogdringend op hun werk worden verwacht, krijgt Athletic Bilbao de beker zonder ook maar een minuut te spelen.De Baskenregel bestaat dan nog niet. Havenstad Bilbao is een bastion van Britse staalarbeiders en dokwerkers en Athletic rekruteert geregeld Engelsen. Dat leidt tot verzet. In 1911 trekt Real Sociedad zich terug uit de Copa del Rey omdat andere clubs, vooral de Baskische buren, 'niet-speelgerechtigde buitenlanders' inschakelen. Waarop de Spaanse bond dat vanaf het jaar erop verbiedt. Zo is ene Andrew Veitch - niet Martin, zoals sommige bronnen verkeerd beweren - de laatste buitenlander zonder Baskische link die de trui van Athletic Bilbao aantrekt. Hij scoort in de finale. Ook nadat de bond versoepelt, houdt de Baskische club vast aan de eigen rigoureuze regels. Gelukkig valt er in het Baskenland voldoende talent te rapen. Zoals Rafael Moreno Aranzadi. Beter bekend onder zijn bijnaam - Pichichi, ofte klein kuikentje - vanweg zijn frêle lichaamsbouw. Volgens de overlevering komt hij niet veel boven de anderhalve meter uit, maar met zijn kwieke dribbels ontwijkt hij elke tackle. Hij leest het spel zo goed dat hij zelfs geregeld raak kopt. Bij zijn debuut in de halve finale van de Copa 1913 scoort Pichichi, die immer een witte bandana rond zijn hoofd drapeert, al na twee minuten tegen Madrid FC. Met een karrenvracht goals bezorgt hij Bilbao vijf bekers. De club is in die tijd hofleverancier van de nationale ploeg. Samen met Pichichi vertrekt er een resem Basken naar de Olympische Spelen 1920 in Antwerpen. In de match tegen Zweden roept José María Belauste naar zijn ploegmaat Sabino Bilbao: 'Geef me de bal, Sabino, ik verpletter hen.' Het levert Spanje de bijnaam Furia Roja op, de Rode Furie. Spanje wint zilver, maar Belauste, een Baskische nationalist, krijgt ei zo na geen medaille omdat hij weigert de Spaanse vlag te dragen. Voor Pichichi loopt het na de Spelen fout. De zoon van de burgemeester van Bilbao keert huiswaarts als de ster van het Spaanse voetbal. De fans van Athletic Bilbao, die houden van een nat truitje, kunnen het opgeblazen ego van hun chouchou maar matig appreciëren en draaien zich om wanneer hij aan de bal komt. Pichichi stopt prompt met voetbal en debuteert als scheidsrechter in een match van... Athletic. Andere tijden. Een jaar later sterft hij aan tyfus, nadat hij besmette oesters heeft gegeten. De fans rouwen om zijn dood en om het bittere afscheid. Sinds 1953 gaat de Trofeo Pichichi naar de topschutter van La Liga. Bezoekende teams leggen tot vandaag bloemen bij de buste van het kuikentje aan San Mamés, het stadion van Athletic. In de jaren 20 tot 50 stapelt Athletic Bilbao de Copa's op. Van 1930 tot 1933 wint het er onder leiding van Fred Pentland vier op een rij. De keurige Brit laat de Basken het spel met korte passes domineren, tikitaka avant la lettre. Na elke triomf moet 's mans bolhoed eraan geloven. Het team boogt op de 'eerste historische frontlijn' van Athletic. Daarin onder meer Bata, die zeven keer scoort in een match tegen Barcelona. Al is het de 'tweede historische frontlijn' die pas echt echt geschiedenis schrijft. En dan vooral de aanvaller genaamd Pedro Telmo Zarraonandía, kortweg Telmo Zarra. Na de Spaanse Burgeroorlog, van 1936 tot 1939, timmert Athletic aan een nieuwe ploeg. Een van de rekruten is Zarra, die geboren is in het treinstation van een buitenwijk van Bilbao. Zijn vader, ingenieur in dat station, is niet gewonnen voor een voetbalcarrière. Twee van zijn zonen spelen al in eerste klasse en dat volstaat volgens pa Zarra.Dat Telmo het ouderlijk gezag tart, verandert de geschiedenis van Athletic Bilbao. Want hij treedt met overtuiging in de voetsporen van Pichichi: tussen 1940 en 1955 maakt Zarra 251 goals in La Liga, 81 in de Copa del Rey. De Messi van zijn generatie slaat het ene record na het andere aan diggelen. Zijn goals bezorgen Athletic bekers in 1943, 1944, 1945 en 1950. Vooral die laatste mag Zarra als pluim op zijn hoed steken. In de finale tegen Real Valladolid, geëindigd op 1-1, maakt hij een hattrick in de verlengingen. Eindstand 4-1, vier keer Zarra. Ook in 1945 scoort hij, al eindigt die finale teleurstellend. Wanneer een speler van Valencia vlak voor tijd neergaat, doet Zarra alsof hij 'm wil vertrappelen. Een mopje, beweert hij. Toch krijgt hij rood, de enige uitsluiting van zijn carrière. Niettemin maakt 'het beste Europese hoofd sinds Churchill', een bijnaam die hij dankt aan zijn rake kopballen, zijn beroemdste doelpunt niet in de beker. Op het WK 1950 scoort hij tegen Engeland. Zijn vader, immer een koele minnaar van het voetbal, is aan het kaarten op café. Wanneer hij te horen krijgt dat zijn zoon gescoord heeft, luidt zijn reactie koeltjes: 'Ah, ja?' Nochtans blijft de goal het meest befaamde van Spanje tot de trap waarmee Andrés Iniesta zijn vaderland in 2010 tot wereldkampioen kroont. Ook Zarra's andere wapenfeiten blijven lang op de tabellen. Kubala, Di Stéfano en Puskas bijten hun tanden stuk op zijn doelpuntenrecord in La Liga. Dat sneuvelt pas ten tijde van Messi en Ronaldo. En het record in de Copa del Rey, 81 goals, houdt Zarra wellicht voor eeuwig en drie dagen vast. Ter referentie: Messi staat met 54 rozen zesde in dat lijstje. Een nieuwe glorieperiode volgt pas begin jaren 80. Spanje is de bakermat van het agressieve voetbal, zelfs Barça wordt in de Engelse pers omschreven als een bende 'beesten'. De piepjonge Javier Clemente is als trainer van Athletic Bilbao vastberaden om die reputatie kracht bij te zetten. Op de zompige Baskische velden laat hij zijn ploeg spelen vanuit de waarden van de regio: met veel discipline, fysieke kracht en een mentaliteit van één voor allen. Een beetje zoals Atlético Madrid onder Diego Simeone. Vooral centrale verdediger Andoni Goikoetxea, Goiko voor de vrienden, doet heel wat spitsen om hun mama roepen. De wandelende zeis is de aanvoerder van de vierkoppige knokploeg waarmee Clemente zijn doel betonneert. Een voetballende ETA-terrorist, overal gehaat behalve in het eigen Baskenland, die tegenstanders opvreet als porties pintxos. In 1981 zaagt hij de knie van Bernd Schuster, de jonge blonde god van Barcelona, quasi in twee. Schuster mist het WK, Barça de titel. De tackle markeert de start van een bitse rivaliteit tussen de clubs, die zal culmineren in een hallucinant schouwspel na de finale van de Copa del Rey 1984. Hoewel die rivaliteit tegenwoordig wordt voorgesteld als een clash tussen de flair van Barcelona en de grinta van Bilbao, is Barça destijds nog niet het team dat het de laatste decennia is geworden. In de Europese Supercup van 1982 tegen Aston Villa hebben de Catalanen het zo bont gemaakt dat de UEFA even overweegt om hen uit te sluiten. De Belgische scheidsrechter Alexis Ponnet, die drie rode en acht gele kaarten uitdeelt, zegt achteraf dat hij 'nog nooit zo'n match' heeft meegemaakt. Dat wil wat zeggen: op een WK voor militairen wordt Ponnet ooit knock-out geslagen. Hoe dan ook loont de aanpak van Clemente. In 1983 haalt Athletic een eerste titel in 27 jaar. Ook het seizoen erop zegevieren de Basken in La Liga, temeer omdat Goiko zijn botte bijl nogmaals bovenhaalt in een match tegen Barcelona. Wanneer Diego Maradona oprukt op het middenveld, breekt Goiko met een gewelddadige tackle diens been. 'Ik hoorde het knakken als een stuk hout', aldus Pluisje. Goiko dankt er zijn beroemde bijnaam aan, de Slager van Bilbao. Achteraf excuseert hij zich uitgebreid. Die sorry was wellicht oprechter overgekomen als Goiko zijn voetbalschoenen van die match niet in een glazen vitrine in zijn living had uitgestald. De verwijten vliegen over en weer tussen Clemente en de coach van Barcelona, César Luis Menotti. De spartaanse Clemente noemt Menotti een pretentieuze 'hippie', die enkel wereldkampioen kon worden omdat Argentinië het WK 1978 had 'gekocht'. Menotti riposteert door Clemente van fascisme te betichten. Voor de finale van de Copa kiepert hij nog een extra jerrycan diesel op de smeulende sintels: 'Barcelona is bereid om geweld te beantwoorden met geweld.' Menotti houdt woord. Na een bitse finale, die Athletic Bilbao met 1-0 wint, plant Maradona, witheet van woede, een knie in het gezicht van een treiterende Bask. Die trap ontketent een ordinaire schoppartij. Vanuit de tribune ziet de Spaanse koning de ene na de andere kungfutrap voorbijvliegen. Het lijkt wel een spelletje Tekken, met Bernabéu als Colosseum. De finale van 1984 is niet enkel de laatste match van Maradona in Blaugrana, maar ook de laatste bekerwinst van Athletic. Sindsdien verloren de Basken vier finales, waarvan de laatste drie, in 2009, 2012 en 2015, tegen Barcelona. Staat er een nieuwe beenhouwer op om daarin verandering te brengen?