Dit stuk komt uit Raimundo, het nieuwe e-magazine van Sport/Voetbalmagazine.
...

De Daily Mail noemt hem The Rock, omdat hij lijkt opgetrokken uit graniet. The Sun vergelijkt Rúben Dias (23) dan weer met Vincent Kompany, maar dat vindt de betrokkene een beetje te veel lof. 'Eerlijk gezegd vind ik dat we die vergelijking niet mogen maken', reageerde hij tegenover de verslaggever in die tabloid. 'Hij won nagenoeg alles en was heel lang bij de club. Ik ben er pas, ik moet mijn weg nog banen.' Sinds hij overstapte van Bayern München naar Manchester City spendeerde Pep Guardiola veel centen aan nieuwe verdedigers: 55 miljoen euro aan Stones in 2016, 65 miljoen aan Laporte, 58 miljoen aan Mendy en 53 miljoen aan Walker in 2017, 65 miljoen aan Cancelo in 2019 en 68 miljoen aan Dias in 2020. Dat alles leverde stabiliteit en prijzen op in Engeland, maar voorlopig nog niet op Europees vlak. Maar daar lijkt City nu wel dicht bij, na de 1-2-winst bij PSG. Dias staat links in de verdediging, al is hij rechtsvoetig. Dat is, gaf Guardiola na de duels tegen Borussia Dortmund toe, niet ideaal. De Catalaan heeft voor de opbouw liever een linksvoetige aan die kant van het centrum. Maar van al zijn centrale verdedigers speelde Dias wel de meeste minuten. Omdat hij zo betrouwbaar is. Vergelijken met Kompany is qua stijl evenmin fair. Ook niet met zijn voorganger, Nicolás Otamendi. Beiden zijn elegantere verdedigers, die de bal sierlijker brengen in de opbouw. Stones, vaak de vaste partner van Dias, en de Portugees zijn andere types. Harde, stevige duels is hun ding. Maar dat maakt dit seizoen City net zo doeltreffend. Aanvallend is het wat minder, defensief is er meer stabiliteit. De stats van Dias tonen aan dat hij een verdediger is die je eerder bij de staartploegen zou verwachten. Hij scoort niet zo hoog qua intercepties, wel in duels, wegwerken van de bal, blocks. Maar dat City in de competitie slechts 24 tegengoals slikte en Europees 4 heeft veel met de verdedigende discipline van de Portugees te maken. Je zal hem zelden ver weg vinden van de achterste drie of vier, afhankelijk van het systeem van de dag. Verdedigen ziet hij als zijn primaire taak. Uitvoetballen kan hij, maar Dias houdt dat sober. Daar waren ook bij de overgang de grootste twijfels rond, of hij het wel voldoende beheerste. 'Mijn focus is goed', vertelde hij aan de Daily Mail, 'en ik word steeds beter, maar ik ben en blijf in de eerste plaats een verdediger. Het maakt me trots als ik de tegenstander onmachtig kan maken.' Geen tegengoal pakken doet hem deugd, maar nog leuker vindt hij het als zijn doelman geen werk heeft. 'Ik ben de laatste verdediger, niet hij.' In dat gesprek met de krant kwam ook zijn praten aan bod. Toen hij van Benfica naar Engeland verhuisde, ging de reputatie dat hij al van zijn vijftiende non-stop praatte op een veld hem vooraf. Het zijn korte boodschappen, links, rechts, bedoeld om organisatie en structuur te brengen. De krant leidde eruit af dat hij een leider was, de toekomstige aanvoerder. 'Dat zijn uw woorden' nuanceerde hij. 'Ik gebruik dat praten nooit om te tonen dat ik een leider ben. Ik praat alleen omdat het nodig is, omdat ik geen tegengoals wil slikken. Het maakt deel uit van mijn focus: door kleine dingen te zeggen, vermijd je dat er grote gebeurtenissen volgen.' Dias is een jeugdproduct van Benfica. Aanvankelijk uitgespeeld op het middenveld, omdat zijn groeispurt uitbleef. Daarna schoof hij een rij achteruit. Spelen met ruimte in de rug kon hij, verdedigen moest hij leren. De Premier League was daarbij altijd zijn droom. Hij bestudeerde jongens als Terry en Kompany, voorbeelden als verdedigers.