Seksueel misbruik van jongeren beperkt zich niet tot de Kerk. Sportpsycholoog Yves Vanden Auweele deed al onderzoek in de sport in 2004, maar niemand was geïnteresseerd. Nu wel, eindelijk. "Ik wil niet stigmatiseren, maar we moeten waakzaam zijn," zegt hij in Sport/Voetbalmagazine. S/VM: U bent in 2004 met uw onderzoek naar de sportinstanties gestapt. Wat waren de reacties?

Yves Vanden Auweele: "Men zei me dat ik overdreef en dat mijn proefgroep niet representatief was. Dat laatste klopt, maar er waren toch zestien meisjes die zeer ernstig misbruik hebben gerapporteerd?"

"Ik kreeg van alles te horen. Zoals dat ik dit niet moest oprakelen omdat ik de sport in een slecht daglicht plaatste en alle trainers verdacht maakte. Ouders zouden hun kinderen daardoor niet meer naar de sportclub sturen. Ik zou dat nog een legitieme reactie hebben gevonden, als men zijn verantwoordelijkheid maar had opgenomen en iets aan het probleem gedaan."

Tel de als ongewenste intimiteiten ervaren handelingen erbij en je komt aan ongeveer de helft van de jonge sporters die op zijn minst één keer slachtoffer is van ernstige feiten (zie kader onderaan). Betekent dit dat de kans één op twee is dat ook mijn zoon of dochter hiermee te maken krijgt?

"Dat zou ik toch duidelijk stellen, ja. Sport kent veel delicate situaties, van het zich samen omkleden en douchen tot het samen op stage gaan naar het buitenland. Er is vaak onvoldoende sociale controle en dus zouden er voorschriften moeten bestaan over hoe een coach zich hoort te gedragen."

"Daarom hamer ik zo sterk op preventie, zowel om de atleet als om de coach te beschermen. Als het de sportsector echt ter harte gaat in welke omstandigheden atleten in het post-Dutrouxtijdperk moeten sporten en coaches werken, dan trekt ze dit naar zich toe in plaats van het over te laten aan anderen."

Wat maakt sporters zo kwetsbaar?

"Hun ambitie. En hun afhankelijkheid van de trainer-coach om die ambitie waar te maken. De coach beslist over wie er wordt geselecteerd, dus moeten ze in zijn gunst proberen te staan."

"Ze zien ook dat die coach veel voor hen over heeft. Als iemand in jou gelooft, zeg jij dan neen? Zo ontstaat er gaandeweg een grote vertrouwelijkheid en intimiteit. Men kleedt zich samen om en doucht ook al eens samen."

"Wanneer het dan echt te ver gaat, beseft de atleet dat niet altijd meteen omdat hij al minder erge zaken heeft toegelaten. Dan kunnen ze nog moeilijk terug. Ze durven ook niet af te wijzen wat ze voordien nog hebben toegelaten, uit vrees voor de negatieve gevolgen van zo'n weigering. Het is een heel langzaam proces."

Uw onderzoek focust vooral op meisjes. Doet het misbruik zich ook voor bij jongens?

"Van de 164 jongens rapporteerden er zes misbruik uit de hoogste categorie. Bij de meisjes met een vrouwelijke coach waren het er drie, naast zestien met een mannelijke coach. Het zijn dus vooral vrouwelijke sporters met een mannelijke coach die het slachtoffer zijn."

Zijn bepaalde sporten vatbaarder dan andere?

"Het gebeurt iets vaker in individuele sporten. De nabijheid van de trainer is er groter en de sociale controle kleiner dan in de teamsporten. Tussen de individuele sporten zijn de verschillen dan weer te klein om conclusies te trekken."

Vijf jaar geleden staken alle instanties hun kop nog in het zand. Hebt u nu het gevoel dat u serieus wordt genomen?

"De eerste verdedigende reacties waren waarschijnlijk toe te schrijven aan verassing en ongeloof. De laatste jaren is er onmiskenbaar een ernstig antwoord in de sportsector en de revelaties in de Kerk hebben dat in een stroomversnelling gebracht."

"De Vlaamse Sportfederatie neemt daarbij het voortouw, de minister van Sport heeft in juni 2010 een decreet Ethisch en Medisch Verantwoord Sporten uitgevaardigd en het BLOSO werkt mee. Op het terrein helpen ook Panathlon en het Internationaal Centrum voor Ethiek in de Sport mee aan het in praktijk brengen van dat decreet. Ik mis alleen het BOIC. Volgens mij zou dat een voortrekkersrol moeten kunnen spelen."

Moeten we nu bang zijn om onze kinderen nog naar de sportclub te sturen?

"Ik wil niet stigmatiseren. De meeste trainers verrichten uitstekend werk, maar zolang er structureel niets is geregeld en het overgelaten wordt aan de wijsheid van de individuele trainers, moeten we waakzaam zijn. Daarom is het goed dat er nu eindelijk aandacht voor is."

(JHA)

Het onderzoek van Vanden Auweele

Alle studenten van de vier jaargangen LO en kine aan de KU Leuven ontvingen van hem een e-mail met een link naar een vragenlijst waarop alleen degenen mochten antwoorden die in georganiseerd verband aan sport deden.

Van de 1110 bevraagde studenten vulden er 445 (41%) de vragenlijst geldig in. Onder hen 222 meisjes en 164 jongens met een mannelijke coach, en 59 meisjes met een vrouwelijke coach.

Zestien van de 222 meisjes (7,3%) en zes jongens (3,7%) rapporteerden gedrag dat ze zelf als ontoelaatbaar en zeer ernstig ervoeren. Het ging dan onder andere om meisjes die aangespoord werden tot seks met hun (mannelijke) trainer in ruil voor een selectie, aanrakingen van de intieme delen en kussen op de mond.

Daarnaast zegde 54% van de meisjes en 41,6% van de jongens dat zij tenminste één keer waren geconfronteerd met ongewenste seksuele intimiteiten. De meisjes verstonden daaronder bijvoorbeeld samen douchen, staren naar billen en borsten, een massage op de voorkant van het lichaam, seksueel getinte opmerkingen en flirten.

Vanden Auweele herhaalde zijn onderzoek in 2005 bij de Leuvense eerstejaars LO en kine, en in 2006 bij álle eerstejaars aan de VUB in Brussel. Die laatste bevraging was zijn antwoord op de kritiek dat studenten in het katholieke Leuven er een striktere seksuele moraal op zouden nahouden.

Uit het Brusselse onderzoek bleek dat sommige trainersgedragingen aan de vrijzinnige VUB inderdaad iets minder snel als ongewenst worden beoordeeld. Verder verschilden de resultaten amper. Het gerapporteerde misbruik lag zelfs iets (maar niet significant) hoger in Brussel dan in Leuven.

Seksueel misbruik van jongeren beperkt zich niet tot de Kerk. Sportpsycholoog Yves Vanden Auweele deed al onderzoek in de sport in 2004, maar niemand was geïnteresseerd. Nu wel, eindelijk. "Ik wil niet stigmatiseren, maar we moeten waakzaam zijn," zegt hij in Sport/Voetbalmagazine. S/VM: U bent in 2004 met uw onderzoek naar de sportinstanties gestapt. Wat waren de reacties? Yves Vanden Auweele: "Men zei me dat ik overdreef en dat mijn proefgroep niet representatief was. Dat laatste klopt, maar er waren toch zestien meisjes die zeer ernstig misbruik hebben gerapporteerd?" "Ik kreeg van alles te horen. Zoals dat ik dit niet moest oprakelen omdat ik de sport in een slecht daglicht plaatste en alle trainers verdacht maakte. Ouders zouden hun kinderen daardoor niet meer naar de sportclub sturen. Ik zou dat nog een legitieme reactie hebben gevonden, als men zijn verantwoordelijkheid maar had opgenomen en iets aan het probleem gedaan." Tel de als ongewenste intimiteiten ervaren handelingen erbij en je komt aan ongeveer de helft van de jonge sporters die op zijn minst één keer slachtoffer is van ernstige feiten (zie kader onderaan). Betekent dit dat de kans één op twee is dat ook mijn zoon of dochter hiermee te maken krijgt? "Dat zou ik toch duidelijk stellen, ja. Sport kent veel delicate situaties, van het zich samen omkleden en douchen tot het samen op stage gaan naar het buitenland. Er is vaak onvoldoende sociale controle en dus zouden er voorschriften moeten bestaan over hoe een coach zich hoort te gedragen." "Daarom hamer ik zo sterk op preventie, zowel om de atleet als om de coach te beschermen. Als het de sportsector echt ter harte gaat in welke omstandigheden atleten in het post-Dutrouxtijdperk moeten sporten en coaches werken, dan trekt ze dit naar zich toe in plaats van het over te laten aan anderen." Wat maakt sporters zo kwetsbaar? "Hun ambitie. En hun afhankelijkheid van de trainer-coach om die ambitie waar te maken. De coach beslist over wie er wordt geselecteerd, dus moeten ze in zijn gunst proberen te staan." "Ze zien ook dat die coach veel voor hen over heeft. Als iemand in jou gelooft, zeg jij dan neen? Zo ontstaat er gaandeweg een grote vertrouwelijkheid en intimiteit. Men kleedt zich samen om en doucht ook al eens samen." "Wanneer het dan echt te ver gaat, beseft de atleet dat niet altijd meteen omdat hij al minder erge zaken heeft toegelaten. Dan kunnen ze nog moeilijk terug. Ze durven ook niet af te wijzen wat ze voordien nog hebben toegelaten, uit vrees voor de negatieve gevolgen van zo'n weigering. Het is een heel langzaam proces." Uw onderzoek focust vooral op meisjes. Doet het misbruik zich ook voor bij jongens? "Van de 164 jongens rapporteerden er zes misbruik uit de hoogste categorie. Bij de meisjes met een vrouwelijke coach waren het er drie, naast zestien met een mannelijke coach. Het zijn dus vooral vrouwelijke sporters met een mannelijke coach die het slachtoffer zijn." Zijn bepaalde sporten vatbaarder dan andere? "Het gebeurt iets vaker in individuele sporten. De nabijheid van de trainer is er groter en de sociale controle kleiner dan in de teamsporten. Tussen de individuele sporten zijn de verschillen dan weer te klein om conclusies te trekken." Vijf jaar geleden staken alle instanties hun kop nog in het zand. Hebt u nu het gevoel dat u serieus wordt genomen? "De eerste verdedigende reacties waren waarschijnlijk toe te schrijven aan verassing en ongeloof. De laatste jaren is er onmiskenbaar een ernstig antwoord in de sportsector en de revelaties in de Kerk hebben dat in een stroomversnelling gebracht." "De Vlaamse Sportfederatie neemt daarbij het voortouw, de minister van Sport heeft in juni 2010 een decreet Ethisch en Medisch Verantwoord Sporten uitgevaardigd en het BLOSO werkt mee. Op het terrein helpen ook Panathlon en het Internationaal Centrum voor Ethiek in de Sport mee aan het in praktijk brengen van dat decreet. Ik mis alleen het BOIC. Volgens mij zou dat een voortrekkersrol moeten kunnen spelen." Moeten we nu bang zijn om onze kinderen nog naar de sportclub te sturen? "Ik wil niet stigmatiseren. De meeste trainers verrichten uitstekend werk, maar zolang er structureel niets is geregeld en het overgelaten wordt aan de wijsheid van de individuele trainers, moeten we waakzaam zijn. Daarom is het goed dat er nu eindelijk aandacht voor is."(JHA)