De krijtlijnen voor het proces-Dutroux zijn getrokken. Marc Dutroux beschrijft zichzelf als slachtoffer van een netwerk, anderen beschrijven hem als de spil daarvan. De hamvraag voor de volgende weken is hoe lang Dutrouxs verdediging zal standhouden.

Meester Ronny Baudewyn knikt goedkeurend terwijl zijn cliënt Marc Dutroux in de assisenzaal van Aarlen uitlegt hoe hij het slachtoffer was van een netwerk rond de louche zakenman Michel Nihoul. Bij de bende waren zelfs politiemensen en zijn eigen vrouw betrokken.

Als was hij de regisseur van de perfide bijna-monoloog zit Baudewyn als enige van Dutrouxs advocaten voortdurend – en soms met merkbare trots – naar de druk gesticulerende man in de glazen kooi te kijken. Achteraf toont hij zich tevreden over Dutrouxs betoog: ‘Hij heeft goed naar mij geluisterd. Hij heeft niet te snel gesproken. Hij heeft niet te veel namen laten vallen. Hij heeft zich niet verloren in oeverloze uitweidingen. En hij heeft rekening gehouden met mijn inhoudelijke opmerkingen.’

Zoals?

‘Ik had hem bijvoorbeeld op het hart gedrukt niet te benadrukken dat Eefje Lambrecks uit vrije wil seks met hem had. Dat zou ongeloofwaardig overgekomen zijn.’

Daarom gaf Dutroux ootmoedig toe dat Eefje (‘een heel sympathiek meisje’) misschien ook wel seks met hem had om iets van hem gedaan te krijgen. Toch kon hij het niet nalaten te melden dat het meisje hem had verteld dat ze journaliste wilde worden, dat ze saxofoon speelde, dat ze een vriendje had maar dat het niet goed ging met de seks. Hij wilde niet uitleggen wat er haperde aan de relatie, want die informatie behoorde tot haar privé-leven. Hij wilde wel kwijt dat hij haar toonde hoe het moest.

Waarom daar sodomie bij hoorde – de wetsdokters stelden dat meer dan een jaar na haar overlijden vast – verklaarde hij niet. Waarschijnlijk zal ook dat tot haar privé-leven behoord hebben. En tot het zijne, zoals zoveel op dit proces.

Dutroux vertelde evenmin of het meisje iets van hem gedaan had gekregen. Veel kan dat niet geweest zijn. In de akte van beschuldiging staat letterlijk dat Eefje gestorven moet zijn als gevolg van ontbering, van een totaal gebrek aan voedingsmiddelen. Van haar vriendin An Marchal nemen de wetsdokters aan dat ze nog leefde op het ogenblik dat ze begraven werd.

Dutroux ontkent dat hij verantwoordelijk is voor de dood van de meisjes. Hij geeft toe dat hij ze mee ontvoerd heeft, aan de kust, samen met zijn toenmalige kompaan Michel Lelièvre en twee niet nader genoemde ‘ordehandhavers’ waarover in het dossier nergens gesproken wordt.

Na hen twee weken bij hem thuis in Marcinelle te hebben ondergebracht, leverde hij An en Eefje aan het netwerk van Nihoul. Maar als hij had geweten dat ze er vermoord zouden worden, had hij ze nooit laten gaan. ‘Ik vind het heel erg dat dat meisje gestorven is’, besloot hij zijn betoog over Eefje, zonder een spoor van emotie.

TWEE KEMPHANEN

Meester Baudewyn maakt zich sterk dat er in het strafdossier voldoende elementen zitten om deze versie van de feiten te staven. ‘De waarheid’, zegt hij, ‘kan worden gedefinieerd als een vorm van perceptie door een meerderheid. Wij hebben de krijtlijnen getrokken waarbinnen die waarheid gezocht zal worden.’

Maar hoe verklaart hij dan bijvoorbeeld dat de lichamen van An en Eefje op aanwijzen van Dutroux zelf gevonden werden, op een terrein in Jumet waar een andere spitsbroeder van hem woonde, Bernard Weinstein?

‘U moet zich de situatie in Jumet voorstellen’, antwoordt de advocaat met een triomfantelijk lachje. ‘Op het ogenblik dat Dutroux daar aankwam, was er overal gegraven, behalve aan de voet van een schoorsteen. Mijn cliënt begreep snel dat het daar het makkelijkst was om lichamen te begraven. Dat was een kwestie van logica, niet van betrokkenheid.’

Baudewyn evalueert Dutrouxs verdediging als ‘ijzersterk’. Tijdens de verhoren van zijn drie medebeklaagden – Lelièvre, Nihoul en zijn vrouw Michelle Martin die hij steevast als zijn echtgenote omschrijft – zit de man die ons land al bijna 5 miljoen euro heeft gekost als een bezetene te noteren. ‘Hij registreert al hun antwoorden op de vragen van de voorzitter’, legt Baudewyn uit. ‘In zijn cel zal hij bij elk antwoord de nummers van de processen-verbaal schrijven waarmee de verklaringen weerlegd kunnen worden. Dutroux is een dankbare cliënt: hij kent zijn dossier door en door.’

Dat geldt volgens Baudewyn niet voor de confraters met wie hij Dutroux moet verdedigen: de eminente grijze strafpleiter Xavier Magnée (die zich door een aantrekkelijke stagiaire laat bijstaan) en het voormalige fotomodel Martine Van Praet die haar pro-Deovergoeding met Baudewyn moet delen en die als een bevallige buffer tussen de twee kemphanen zit. Het is voor iedereen duidelijk dat Magnée en Baudewyn elkaar niet kunnen luchten. Het lijkt uitgesloten dat ze samen het einde van het proces halen, en er wordt al gespeculeerd over de vraag wie de handdoek in de ring zal gooien: de ervaren Waal of de minder ervaren Vlaming die erop rekent dat hij het beste contact met zijn cliënt heeft.

Zo vindt Baudewyn het ‘niet normaal’ dat hij de avond voor Dutrouxs verhoor alleen met zijn zenuwachtige cliënt in de gevangenis zat, terwijl de anderen gezellig gaan tafelen waren.

Hij geeft toe dat Magnée het volledige, 440.000 pagina’s tellende en 2500 euro kostende dossier-Dutroux met een verhuiswagen naar zijn kantoor liet komen, maar dat was blijkbaar om het in zijn kelder bij zijn collectie strafdossiers te zetten. Magnée zou evenmin weten hoe hij de zoekfunctie moet gebruiken waarmee hij zich een weg kan banen door de dvd-versie van het dossier.

Baudewyn stelt dat de hilarische akte van verdediging die Magnée de tweede dag van het proces voorlas, niet meer was dan een cocktail van de wildste verhalen uit het boek De X-dossiers – een van de drie auteurs van het boek zou de akte typeren als ‘het gemiddelde pamflet van een wit comité’. In de akte had Magnée het onder meer over afleidingsmanoeuvres van het netwerk waarvoor Dutroux werkte om de speurders op een dwaalspoor te brengen (zoals dat naar de satanische sekte Abrasax), en over het DNA-onderzoek van duizenden haartjes waaruit zou moeten blijken dat er in de kelderkooi waarin Dutroux de ontvoerde meisjes opsloot, minstens drie ‘onbekenden’ waren geweest.

De kans is reëel dat het hier gaat om haartjes van speurders die de kooi onderzochten. Wat dan perfect zou passen in Dutrouxs nieuwe scenario met ordehandhavers als deel van het netwerk.

DEFILEREN EN SCHRIJDEN

De ondervraging van de eerste getuige, onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte, ooit volksheld omdat hij Dutroux en zijn kornuiten arresteerde en Sabine Dardenne en Laetitia Delhez levend uit hun krocht haalde, illustreerde waar het de komende weken om zal gaan. De agressieve advocaten van Nihoul en Lelièvre gooiden een fragiele Connerotte naar het hoofd dat hun cliënten zeven jaar te lang in voorhechtenis zaten omdat ‘sommigen’ hun fantasmen (over netwerken) wilden ontwikkelen.

Magnée stuurde zonder veel succes aan op onthullingen over op zijn minst manifeste tegenwerking door de ordediensten (met name de toenmalige rijkswacht) van het onderzoek naar Dutroux en de verdwenen meisjes. Twee keer blokte hij Baudewyn ostentatief af toen die aan zijn vragen wou beginnen, door te gaan zitten en vervolgens te laten weten dat hij nog niet klaar was. Finaal beloofde hij de jury met veel pathos dat hij niet voor rook zou zorgen, maar als ventilator zou fungeren om alle rook uit het dossier weg te blazen.

Het is een vreemd trio dat Dutroux verdedigt. Net als Dutroux is Baudewyn een kleine man met een grote drang om zich te manifesteren. Hij toont zich nu al bezorgd om het feit dat Magnée op het einde van het proces tegen de afspraken in álles zal pleiten, dus ook de thema’s die aan hem zijn toegewezen, zodat hij niet zal kunnen schitteren. Tot dusver was zijn enige ernstige wapenfeit de verdediging van de ontvoerder van een Zweedse paardrijkampioene – een zaak die hij verloor.

Hij raakte betrokken in de zaak-Dutroux via zijn vriend Daniel Kahn, een contactgestoorde advocaat die Dutroux als klant kreeg op aangeven van de notoire netwerkfabulant Georges Frisque, een man die al jaren met Dutroux correspondeert. Kahn verving de gerenommeerde strafpleiter Julien Pierre, die zich niet kon vinden in Dutrouxs mutatie tot slachtoffer van een netwerk. Elke avond telefoneert Kahn, ongelukkig omdat hij uit de zaak stapte, uitgebreid met Baudewyn.

Schoonheidskoningin Van Praet werd door Dutroux schriftelijk aangezocht op aanraden van een medegevangene. Ze benadrukte al dat Dutroux nooit met haar flirt, terwijl veel van haar klanten graag naar haar borsten kijken – als ze het dossier goed zou hebben gelezen, zou ze begrepen hebben dat Dutroux niet valt op vrouwen van 44, maar op meisjes van gemiddeld veertien. Haar rol beperkte zich tijdens de eerste procesweek tot het vragen van kopieën van de schema’s van getuige Connerotte en het herhaaldelijk ostentatief nee schudden tijdens het verhoor van Dutrouxs echtgenote Martin.

Van Praet defileert door de gangen van het gerechtshof, de rijzige Magnée schrijdt. Magnée heeft een indrukwekkende loopbaan achter de rug, verdedigde onder meer gangster Patrick Haemers, politicus Paul Vanden Boeynants en Agusta-baas Rafaello Teti, en raakte bij de zaak-Dutroux betrokken via de Franse toppleiter Jacques Vergès – met wie hij een Algerijnse terrorist en de weduwe van de in 1994 vermoorde Rwandese president Habyarimana verdedigde. Dutroux had Vergès aangezocht, maar die schoof de zaak door naar zijn ‘Belgische tegenhanger’.

Magnée stelt dat dit zijn allerlaatste zaak wordt, die hij gratis doet, want hij wil de belastingbetaler niet de indruk geven dat hij opdraait voor de verdediging van Dutroux.

Waarnemers vragen zich af waarom Magnée zijn reputatie in Aarlen op het spel zet. Dutrouxs verdediging is zo ongeloofwaardig dat het gênant wordt. Hij ontvoerde Julie Lejeune en Mélissa Russo op verzoek van Nihoul, maar hij wist toen nog niet wat pedofilie was. Toen hij dat begrepen had, verborg hij de meisjes in zijn kelder omdat hij ze niet aan het netwerk wilde uitleveren. Hij ontvoerde An en Eefje – een stuk ouder dan de andere twee – omdat Nihoul bleef zagen om meisjes. Zijn trawant Weinstein zou op aangeven van zijn vrouw door het netwerk zijn vermoord om hem het zwijgen op te leggen.

Voor Sabine en Laetitia hetzelfde verhaal: hij ontvoerde hen op verzoek van Nihoul, maar kreeg spijt van zijn daad en verborg ze in zijn kelder. Zeven jaar lang hield hij een andere versie van de feiten vol, maar dat was om zijn vrouw te beschermen. Nu gaat hij eindelijk de waarheid vertellen. En hij is bereid tot op het bot te gaan en op alle vragen van de jury te antwoorden.

‘Het volledige strafdossier van 440.000 pagina’s kan van tafel worden geveegd’, zegt Baudewyn niet zonder leedvermaak. ‘Het ware verhaal zal hier in de zittingzaal geschetst worden. En voor het eerst.’

SPERMA IN DE MOND

De ouders van de slachtoffers in de assisenzaal bleven er vrij onbewogen bij – ze zijn al zoveel gewoon. Alleen Betty Marchal, de moeder van An, toonde regelmatig afschuw, vooral als Dutroux details over zijn seksuele activiteiten met Sabine en Laetitia verschafte, feiten die hij moeilijk kan ontkennen omdat de twee ze voor de jury kunnen komen toelichten. Zo legde hij uit dat Sabine, elf jaar toen ze werd ontvoerd en 79 dagen opgesloten in de kooi, het niet leuk vond om sperma in haar mond te krijgen. Maar hij gaf haar altijd een bonbon om de smaak van zijn zaad te maskeren. Hij behandelde haar zelfs tegen een kwalijke schimmelinfectie.

‘We kunnen er niet onderuit dat zowel Sabine als Laetitia hem dankten en omhelsden toen de politie hen uit hun kooi haalde’, beklemtoont Baudewyn. Dutroux zelf stelde met klem dat Sabine de baas was geweest in haar kooi.

De drie andere beklaagden veranderden niets fundamenteels aan het verhaal dat ze vroeger vertelden. Nihoul somde de zes keren op dat hij Dutroux zag, en ontkende dat hij meisjes liet ontvoeren. Lelièvre bekende de feiten waarbij hij betrokken was en nuanceerde zijn verleden als junkie: hij spoot nooit heroïne, rookte het, en was nooit meer dan drie dagen ziek als hij afkickte. Hij ontkent dat hij bekende omdat hij met ontwenningsverschijnselen kampte. Hij bekende om de maatschappij definitief van Dutroux te verlossen.

Martin, die eiste dat er een lege stoel tussen haar en Dutroux bleef staan, en die haar man op een enkele uitzondering na steeds als ‘Dutroux’ omschreef, hield een voor een breekbare vrouw sterk betoog over haar rol als slavin van een soort sekteleider – een verhaal dat verrassend veel vrouwen als ‘goed ingestudeerd theater’ bestempelden. Ze vertelde dat ze de politie niet informeerde over het trieste lot van Julie en Mélissa omdat ze zwanger was en ze, toen ze tien jaar eerder gearresteerd was omdat ze met Dutroux had meegewerkt aan de ontvoering en verkrachting van vijf tienermeisjes, in de gevangenis een miskraam had gekregen.

Volgens Baudewyn gelooft Dutroux dat hij de jury kan overtuigen en zelfs dat hij niet noodzakelijk levenslang krijgt: ‘Hij moet wel, want waar zou hij anders de energie blijven halen om zich op zijn dossier te storten?’

De meeste mensen geloven nog altijd dat Dutroux Julie en Mélissa ontvoerde en dat de meisjes in zijn kelder van honger omkwamen terwijl hij voor andere feiten in de gevangenis zat. De meesten geloven dat hij An en Eefje liet verdwijnen omdat hij hen niet genoeg in de hand had. De meesten geloven ook dat hij zijn kompaan Weinstein verdoofde en levend begroef, in dezelfde put in zijn tuin te Sars-la-Buissière als die waarin hij Julie en Mélissa dumpte.

Dutroux lijkt te laf om te moorden. Hij verhongert, hij verdooft en hij begraaft. Zand erover.

VERKEERDE IDEEëN

Ondertussen zit de eerste procesweek erop. Aarlen is veel minder een belegerde stad geworden dan men had gevreesd. De politie is vriendelijk en efficiënt; de schoolmeisjes in café Le Faux Bourgeois lijken niet getraumatiseerd door het spook-Dutroux en praten onbeschroomd met onbekende mannen.

Het proces verloopt voorlopig vlekkeloos. Voorzitter Stéphane Goux leidt geconcentreerd maar toch ontspannen de debatten. Hij liet zich in een korte pauze al eens op neuriën betrappen, en hij slaagde erin het vertrouwen van Dutroux te winnen door de misschien wat overdreven stelling: ‘U en ik hebben dezelfde logica.’

Ook Dutroux probeert beleefd te zijn, ondanks zijn provocerende slaapstondes tijdens de samenstelling van de jury, die een mooie verzameling ‘gewone mensen’ is geworden en die een scherp contrast vormt met het stel advocaten tegenover haar.

Dutroux stelde zelfs voor om zijn uitleg over de ingenieuze manier waarop hij de kooi in zijn kelder verborg, achter gesloten deuren te doen: hij wil vermijden dat hij iemand op verkeerde ideeën brengt. Hij maakte die kooi om zijn gereedschap in op te bergen, want als iemand dat zou stelen, was hij ‘geamputeerd’. De jury zal zich waarschijnlijk van het vernuft achter de kooi kunnen overtuigen, want de advocaten van de burgerlijke partijen (de slachtoffers en hun familie) dringen aan op een bezoek aan het gruwelhuis in Marcinelle.

De procedurekwesties die andere gerechtszaken teisterden blijven voorlopig uit. Waarnemers achten het mogelijk dat het laatste van de reeks monsterprocessen in ons land zal illustreren dat er nog altijd op een normale manier recht gesproken kan worden, binnen de voorziene tijdspanne, en dat advocaten en magistraten elkaar niet noodzakelijk nodeloos in de haren hoeven te zitten.

Dat advocaten met elkaar in de clinch gaan is normaal – dat is hun vak. Maar ook hier kwamen vorige week de kleine kantjes naar boven. De Orde van Vlaamse Balies wees bij monde van meester Hugo Lamon de confraters in Aarlen scherp terecht, omdat ze het proces te veel in de media in plaats van in de assisenzaal voeren. Waarmee Lamon waarschijnlijk vooral Paul Quirynen viseerde, de rustige man die de familie Marchal verdedigt en zoveel mogelijk uit de wind van de media probeert te zetten door als haar woordvoerder op te treden. Lamon is lid van de balie van Hasselt en bevriend met Marc Similion: de chaoot die een tijdlang de advocaat en strijdmakker van Paul Marchal was.

Enkele stafhouders – advocaten die erover moeten waken dat hun collega’s zich aan de regels houden – sloten zich bij deze oprisping aan en vaardigden een soort spreekverbod uit, waarvan onder meer Baudewyn het slachtoffer werd, net de dag nadat de Franstalige televisie hem, naar eigen zeggen wegens zijn dossierkennis, voor het eerst in de plaats van Magnée om commentaar had verzocht.

Baudewyn ontkent overigens dat hij het ‘directe contact’ tussen Dutroux en VTM was, waarmee op de vooravond van het proces het denkspoor van Nihoul als spil van het netwerk gelanceerd werd, en het antwoord op de vraag waarom Dutroux daar pas nu mee voor de pinnen kwam: hij had willen vermijden dat Nihoul naar het buitenland zou vluchten. Er zou trouwens geen direct contact tussen Dutroux en VTM geweest zijn, hoogstens een ‘indirect’, via een persoon naar wie Dutroux af en toe vanuit de gevangenis telefoneert.

Wie zich ongetwijfeld niet door de achterhaalde interventie van orde en stafhouders geremd zal voelen, is strafpleiter Jef Vermassen, niet betrokken in de zaak maar alomtegenwoordig in de media. Hij liet zich al smalend uit over het storend gebrek aan assisenervaring van nogal wat advocaten in Aarlen, en illustreerde dat door erop te wijzen dat de verdediging van Dutroux domweg de kans liet liggen om procedurekwesties aan te kaarten. Waarmee hij er van uit lijkt te gaan dat er sowieso procedurekwesties moeten worden aangekaart.

Meester Baudewyn deelt die mening. Het zou zijn idee zijn geweest dat Dutroux in de rechtszaal niet gefilmd of gefotografeerd mag worden – een strategie om de andere beklaagden meer in beeld te brengen. Hij werkte hard aan twaalf bladzijden vol besluiten over procedurekwesties inzake onder meer de lange voorhechtenis van zijn cliënt. Maar confrater Magnée, die zijn eigen akte van verdediging de dag voor hij ze op het proces voorlas naar de media doorschoof, veegde Baudewyns besluiten hooghartig van tafel. Geen procedurekwesties dus. Kwatongen beweren dat Magnée bang is dat de zaak nog langer zal duren dan voorzien is.

Baudewyn wilde daarenboven een reeks extra getuigen laten oproepen, maar ook daarover maakte hij zoveel ruzie met Magnée dat zeven volgens hem essentiële namen niet op de uiteindelijke lijst zijn terechtgekomen.

Dutroux lijkt de verdediging te hebben die hij verdient.

Door Dirk Draulans

Toen Dutroux Julie en Mélissa ontvoerde, wist hij naar eigen zeggen niet wat pedofilie was.

Sabine en Laetitia dankten en omhelsden Dutroux toen politiemensen hen uit hun kooi haalden.

Kwatongen beweren dat advocaat Magnée bang is dat de zaak nog langer zal duren dan voorzien is.

De ouders van de slachtoffers in de assisenzaal bleven er vrij onbewogen bij – ze zijn al zoveel gewoon.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content