Op de eeuwige ranglijst van het prijzengeld in het mannentennis is David Goffin (ATP) na een geweldig 2017 met 7,6 miljoen euro opgeschoven naar plaats... 70. Niemand cashte ooit meer dan Novak Djokovic (91,9 miljoen), terwijl ook Roger Federer (89,8 miljoen) en Rafael Nadal (72) - los van hun inkomsten uit sponsordeals - de rest ver achter zich laten.
...

Op de eeuwige ranglijst van het prijzengeld in het mannentennis is David Goffin (ATP) na een geweldig 2017 met 7,6 miljoen euro opgeschoven naar plaats... 70. Niemand cashte ooit meer dan Novak Djokovic (91,9 miljoen), terwijl ook Roger Federer (89,8 miljoen) en Rafael Nadal (72) - los van hun inkomsten uit sponsordeals - de rest ver achter zich laten. Aan de andere kant van het spectrum is het vaak huilen met de pet op, zo wees een studie ('Op zoek naar een duurzaam financieel model voor professioneel tennis') van de Universiteit Antwerpen uit. Matteo Balliauw, Thomas Verlinden, Tomas Van Den Spiegel en Jani Van Hecke becijferden dat 'amper 1 procent van de professionele tennissers met de helft van het totale prijzengeld gaat lopen.' De nummer 1 op de wereldranglijst verdient bijna tien keer zo veel als het nummer 32, de beste 10 procent incasseert 96 procent van de centen die op de 970 heren- en 676 damestoernooien te verdienen zijn. Om en bij de 9000 mannen en 5000 vrouwen staan bij de International Tennisfederation (ITF) als prof geregistreerd, 'maar voor diegenen die buiten de top 250 vallen, zijn de onkosten ( verblijf, training, transport, nvdr) groter dan de inkomsten.' En: die groep is een belangrijk doelwit voor de goksyndicaten, die de financieel zwaksten tot matchfixing proberen te verleiden. De ongelijkheid wordt nog versterkt door de vaststelling dat ook de grote commerciële deals voor de absolute wereldtop - de happy few - zijn weggelegd, de meelopers moeten (in het beste geval) tevreden zijn met een aantal gratis rackets en kledij. Het prijzengeld tussen de mannen en vrouwen werd de voorbije jaren gelijkgetrokken, maar cijfers tonen aan dat mannen beter te vermarkten zijn en dus ook de beste sponsordeals in de wacht slepen. Conclusie: de overgrote meerderheid kan beter voor een semiprofessioneel statuut kiezen. Of iets anders doen.