Suzanne Lenglen, de naam komt u misschien wel bekend voor. Rond deze tijd kan je ze ook vaak horen op de televisie, want een van de grote courts van het grandslamtoernooi Roland Garros is naar haar vernoemd. Evenals de beker die de winnares van het toernooi krijgt.

Lenglen was dan ook niet zomaar een tennisster. Neen, ze moderniseerde de manier van tennissen, was de eerste vrouwelijke atlete met wereldwijde bekendheid, ging als eerste tennisster van het amateur- naar het profcircuit, werd een nationaal Frans symbool, won drie medailles op de Spelen van Antwerpen en verloor in heel haar carrière slechts zeven keer. Maak kennis met 'La Divine' Suzanne Lenglen.

Zoals de mannen

Suzanne Lenglen werd geboren in Parijs in een rijk gezin. Vader Charles was een gegoede apotheker en erfde van zijn broer een groot busbedrijf, toen nog een kar door paarden getrokken. Die firma moderniseerde hij en verkocht hij even later voor een veelvoud. Zijn fortuin was gemaakt en dus besloot de familie naar Compiègne te verhuizen.

Daar verbleef het kleine gezinnetje, Suzanne was enig kind, in de zomer en tijdens de winter trok Charles met zijn vrouw en dochter naar Nice, waar ze een buitenverblijf hadden.

In de beginjaren was Suzanne nog niet meteen gewonnen voor tennis. De Française was eigenlijk overal goed in: atletiek, zwemmen, wielrennen, ... Maar op haar elfde koos Suzanne toch voor het racket en de gele bal.

Ook niet zo verwonderlijk, want Nice was op dat moment een van dé plaatsen waar de groten der aarde naartoe kwamen om zich voor te bereiden op Wimbledon en Roland Garros, toen nog de Open Franse Kampioenschappen. Suzanne kon die allemaal aan het werk zien tegenover haar op straat, in de Nice Lawn Tennis Club.

Vader Charles nam al snel de taak op zich om zijn dochter voor te bereiden op de absolute top. Maar hij deed dat niet op een gebruikelijke manier. Charles bekeek enkel de mannenwedstrijden en hun manier van spelen en probeerde Suzanne die aan te leren. Zo zou zijn dochter later veel sneller spelen dan de andere vrouwen, die het gewoon waren traag vanop de baseline balletjes naar elkaar te slaan.

En het was Charles menens, want hij stuurde zijn dochter zelfs naar de balletschool om een meer gracieuze houding op het terrein aan te leren. Verder raakte Suzanne zelfs als eerste jongere binnen bij de Nice Lawn Tennis Club om er van professionele coaches les te krijgen. Dat was opmerkelijk, want eigenlijk waren kinderen verboden op de club.

Bekijk hieronder de vernieuwende stijl van Suzanne Lenglen.

Superster

Maar vader Charles had een en ander goed ingeschat. Het was namelijk al snel duidelijk dat Suzanne Lenglen geen gewone tennisster zou zijn. Op haar vijftiende, bijvoorbeeld, won ze al de World Hardcourt Championships in Parijs, een van de grootste toernooien ter wereld destijds. Het talent openbaarde zich voor de eerste keer aan de wereld.

Maar, ach, toen volgde de Eerste Wereldoorlog en viel de carrière van Lenglen helemaal stil. Ze moest wachten tot 1919 om haar racket terug op te kunnen pakken en deed dat op ongelooflijke wijze.

Tijdens de zomer werd ze de jongste winnares ooit van Wimbledon, dat op dat moment hét grootste toernooit ter wereld was. Haar status van wereldster was geboren.

Simpel naar goud

Die status nam de Française natuurlijk mee naar de Spelen van Antwerpen in 1920, de enige Spelen waar ze aan zou meedoen. Net voor het sportevenement had ze Wimbledon voor een tweede keer achter haar naam gezet. Ze was dus de enige favoriete voor goud. Ze noemde zichzelf zelfs toen al 'De Grote Lenglen', iets wat door iedereen wel gesmaakt werd.

Lenglen was enorm zelfverzekerd. Voor de wedstrijd, bij het verplichte interview, zei ze telkens al dat ze zou gaan winnen. Dat vonden de Amerikanen toch wel wat arrogant, maar Lenglen liet zich niet uit haar lood slaan. 'Ik probeer gewoon te antwoorden op de vraag. Als ik weet dat ik ga winnen, waarom moet ik dan iets anders zeggen?'

Uiteindelijk stelde ze niet teleur. In geen tijd won ze goud in het enkelspel, goud in het vrouwen dubbelspel en brons in het gemengd dubbel. In het enkelspel, bijvoorbeeld, verloor ze slechts vier spelletjes, waaronder drie in de finale.

Niemand bleek enige concurrentie voor haar te zijn. In haar 14-jarige carrière won de Française zes keer het enkelspel in Wimbledon en de Franse Open Kampioenschappen. Twaalf enkeltitels in totaal dus. En tel daar ook maar evenveel titels in het gemengd en vrouwendubbel bij.

De enige keer dat Lenglen verloor na de Eerste Wereldoorlog was in 1921, op een Amerikaanse tour, toen ze ziek was en er in de eerste ronde uit lag.

Maar daarna was het weer van hetzelfde. Toen ze stopte in 1927 had ze er een winstreeks van maar liefst 179 wedstrijden op zitten. Hoedje af!

Van amateur naar prof

Suzanne Lenglen speelde al die tijd als amateur, zoals alle andere tennissters en verdiende nauwelijks geld. In de zomer van 1926 werd ze echter geïntroduceerd bij de Amerikaanse zakenman C.C. Pyle. Hij wou Lenglen graag inhuren voor een Amerikaanse tour, waarvoor ze 50.000 dollar startgeld kreeg en daardoor haar amateurstatus zou verliezen. De tour zou vier maanden duren en ze zou 38 wedstrijden moeten spelen tegen de Amerikaanse kampioene Mary Browne.

Lenglen twijfelde erg, want een professionele status zou haar reputatie kunnen ruïneren - sport werd toen bekeken als een vrijwillig tijdverdrijf waar je niet veel mee mocht verdienen - maar de Française ging toch overstag en tekende het contract.

Suzanne Lenglen was de enige tennisster die professioneel ging spelen, GETTY
Suzanne Lenglen was de enige tennisster die professioneel ging spelen © GETTY

De tour werd een groot succes. Lenglen speelde in alle grote zalen van de Verenigde Staten, met onder meer een uitverkocht mythisch Madison Square Graden, verloor geen enkele wedstrijd tegen Browne en verdiende uiteindelijk 100.000 dollar aan de tour.

Maar zoals Lenglen verwacht had, werd haar overstap naar het professionele circuit niet gesmaakt door het thuisfront. Ze werd terstond aan de deur gezet bij de Franse tennisbond en de beroemde All-England Club trok haar lidmaatschap terug.

Maar Lenglen liet het daar niet bij. In een Amerikaanse krant gaf ze grote kritiek op de tennisorganisaties en het amateurcircuit. 'Ik heb organisaties letterlijk miljoenen francs opgeleverd, maar ben zelf niet verder gekomen dan een schamele 5000 dollar. Nochtans heb ik even hard gewerkt in mijn carrière als eender welke man of vrouw in wat voor carrière dan ook. Moet ik dan nu kiezen tussen een arm leven of een leven waar ik wel wat kan verdienen? Moet ik met deze carrière stoppen? In het amateurtennis kunnen enkel rijke mensen meedoen. Is dat wel eerlijk? Brengt dat de sport vooruit? Maakt dat tennis populair?'

Uiteindelijk betwistte Lenglen nog één professionele tour in Groot-Brittannië in 1927, waarna ze haar carrière stopzette. De Franse superster schreef later nog enkele boeken, bouwde haar eigen tennisschool en werd terug toegelaten bij de Franse tennisbond, waar ze in 1938 directrice werd van de Franse nationale tennisschool. Helaas heeft ze die functie niet lang kunnen uitvoeren, want een paar maanden later stierf La Divine op 39-jarige leeftijd aan bloedarmoede.

'Notre Suzanne'

Suzanne Lenglen was een bijzondere tennisspeelster. In heel haar carrière verloor ze maar zeven keer en ze was meer dan populair. Ze stond op de voorpagina's van verschillende grote kranten, zoals The New York Times, speelde voor uitverkochte tribunes - Wimbledon verhuisde voor haar zelfs naar de huidige locatie om een groter stadion te kunnen bouwen - en ze was goed bevriend met enkele koningshuizen van dat moment.

Bovendien was ze van enorm belang voor Frankrijk, dat zwaar had geleden onder de Eerste Wereldoorlog, maar dat kwam minder door haar uitslagen en meer door haar uiterlijk. Lenglen stapte namelijk steeds heel theatraal het terrein op. Ze droeg een bontjas, had kort geknipt haar (een taboe in die tijd), lakte haar nagels, droeg felrode lippenstift, verving de lange tennisjurken door een korter model met ontblote kuiten en droeg soms felle kleuren in plaats van het saaie wit. Op enkele toernooien had Lenglen zelfs een eigen kleermaker mee. Ze was, met andere woorden, een ware diva.

Haar exuberante looks maakte van haar een nationaal Frans symbool dat de welvaart van de staat moest tonen. In de kranten werd ze dan ook 'notre Suzanne' (onze Suzanne), 'La Divine' (de goddelijke) of zelfs 'La Reine' (de koningin) genoemd. En o wee als je als Franstalige journalist kritiek op haar had. Je werd dan zelf bekritiseerd door de andere journalisten en kranten en soms zelfs ontslagen. Met Lenglen solde je niet.

Suzanne Lenglen, de naam komt u misschien wel bekend voor. Rond deze tijd kan je ze ook vaak horen op de televisie, want een van de grote courts van het grandslamtoernooi Roland Garros is naar haar vernoemd. Evenals de beker die de winnares van het toernooi krijgt. Lenglen was dan ook niet zomaar een tennisster. Neen, ze moderniseerde de manier van tennissen, was de eerste vrouwelijke atlete met wereldwijde bekendheid, ging als eerste tennisster van het amateur- naar het profcircuit, werd een nationaal Frans symbool, won drie medailles op de Spelen van Antwerpen en verloor in heel haar carrière slechts zeven keer. Maak kennis met 'La Divine' Suzanne Lenglen.Suzanne Lenglen werd geboren in Parijs in een rijk gezin. Vader Charles was een gegoede apotheker en erfde van zijn broer een groot busbedrijf, toen nog een kar door paarden getrokken. Die firma moderniseerde hij en verkocht hij even later voor een veelvoud. Zijn fortuin was gemaakt en dus besloot de familie naar Compiègne te verhuizen. Daar verbleef het kleine gezinnetje, Suzanne was enig kind, in de zomer en tijdens de winter trok Charles met zijn vrouw en dochter naar Nice, waar ze een buitenverblijf hadden.In de beginjaren was Suzanne nog niet meteen gewonnen voor tennis. De Française was eigenlijk overal goed in: atletiek, zwemmen, wielrennen, ... Maar op haar elfde koos Suzanne toch voor het racket en de gele bal. Ook niet zo verwonderlijk, want Nice was op dat moment een van dé plaatsen waar de groten der aarde naartoe kwamen om zich voor te bereiden op Wimbledon en Roland Garros, toen nog de Open Franse Kampioenschappen. Suzanne kon die allemaal aan het werk zien tegenover haar op straat, in de Nice Lawn Tennis Club.Vader Charles nam al snel de taak op zich om zijn dochter voor te bereiden op de absolute top. Maar hij deed dat niet op een gebruikelijke manier. Charles bekeek enkel de mannenwedstrijden en hun manier van spelen en probeerde Suzanne die aan te leren. Zo zou zijn dochter later veel sneller spelen dan de andere vrouwen, die het gewoon waren traag vanop de baseline balletjes naar elkaar te slaan.En het was Charles menens, want hij stuurde zijn dochter zelfs naar de balletschool om een meer gracieuze houding op het terrein aan te leren. Verder raakte Suzanne zelfs als eerste jongere binnen bij de Nice Lawn Tennis Club om er van professionele coaches les te krijgen. Dat was opmerkelijk, want eigenlijk waren kinderen verboden op de club.Bekijk hieronder de vernieuwende stijl van Suzanne Lenglen.Maar vader Charles had een en ander goed ingeschat. Het was namelijk al snel duidelijk dat Suzanne Lenglen geen gewone tennisster zou zijn. Op haar vijftiende, bijvoorbeeld, won ze al de World Hardcourt Championships in Parijs, een van de grootste toernooien ter wereld destijds. Het talent openbaarde zich voor de eerste keer aan de wereld.Maar, ach, toen volgde de Eerste Wereldoorlog en viel de carrière van Lenglen helemaal stil. Ze moest wachten tot 1919 om haar racket terug op te kunnen pakken en deed dat op ongelooflijke wijze. Tijdens de zomer werd ze de jongste winnares ooit van Wimbledon, dat op dat moment hét grootste toernooit ter wereld was. Haar status van wereldster was geboren.Die status nam de Française natuurlijk mee naar de Spelen van Antwerpen in 1920, de enige Spelen waar ze aan zou meedoen. Net voor het sportevenement had ze Wimbledon voor een tweede keer achter haar naam gezet. Ze was dus de enige favoriete voor goud. Ze noemde zichzelf zelfs toen al 'De Grote Lenglen', iets wat door iedereen wel gesmaakt werd.Lenglen was enorm zelfverzekerd. Voor de wedstrijd, bij het verplichte interview, zei ze telkens al dat ze zou gaan winnen. Dat vonden de Amerikanen toch wel wat arrogant, maar Lenglen liet zich niet uit haar lood slaan. 'Ik probeer gewoon te antwoorden op de vraag. Als ik weet dat ik ga winnen, waarom moet ik dan iets anders zeggen?'Uiteindelijk stelde ze niet teleur. In geen tijd won ze goud in het enkelspel, goud in het vrouwen dubbelspel en brons in het gemengd dubbel. In het enkelspel, bijvoorbeeld, verloor ze slechts vier spelletjes, waaronder drie in de finale.Niemand bleek enige concurrentie voor haar te zijn. In haar 14-jarige carrière won de Française zes keer het enkelspel in Wimbledon en de Franse Open Kampioenschappen. Twaalf enkeltitels in totaal dus. En tel daar ook maar evenveel titels in het gemengd en vrouwendubbel bij.De enige keer dat Lenglen verloor na de Eerste Wereldoorlog was in 1921, op een Amerikaanse tour, toen ze ziek was en er in de eerste ronde uit lag.Maar daarna was het weer van hetzelfde. Toen ze stopte in 1927 had ze er een winstreeks van maar liefst 179 wedstrijden op zitten. Hoedje af!Suzanne Lenglen speelde al die tijd als amateur, zoals alle andere tennissters en verdiende nauwelijks geld. In de zomer van 1926 werd ze echter geïntroduceerd bij de Amerikaanse zakenman C.C. Pyle. Hij wou Lenglen graag inhuren voor een Amerikaanse tour, waarvoor ze 50.000 dollar startgeld kreeg en daardoor haar amateurstatus zou verliezen. De tour zou vier maanden duren en ze zou 38 wedstrijden moeten spelen tegen de Amerikaanse kampioene Mary Browne. Lenglen twijfelde erg, want een professionele status zou haar reputatie kunnen ruïneren - sport werd toen bekeken als een vrijwillig tijdverdrijf waar je niet veel mee mocht verdienen - maar de Française ging toch overstag en tekende het contract.De tour werd een groot succes. Lenglen speelde in alle grote zalen van de Verenigde Staten, met onder meer een uitverkocht mythisch Madison Square Graden, verloor geen enkele wedstrijd tegen Browne en verdiende uiteindelijk 100.000 dollar aan de tour.Maar zoals Lenglen verwacht had, werd haar overstap naar het professionele circuit niet gesmaakt door het thuisfront. Ze werd terstond aan de deur gezet bij de Franse tennisbond en de beroemde All-England Club trok haar lidmaatschap terug.Maar Lenglen liet het daar niet bij. In een Amerikaanse krant gaf ze grote kritiek op de tennisorganisaties en het amateurcircuit. 'Ik heb organisaties letterlijk miljoenen francs opgeleverd, maar ben zelf niet verder gekomen dan een schamele 5000 dollar. Nochtans heb ik even hard gewerkt in mijn carrière als eender welke man of vrouw in wat voor carrière dan ook. Moet ik dan nu kiezen tussen een arm leven of een leven waar ik wel wat kan verdienen? Moet ik met deze carrière stoppen? In het amateurtennis kunnen enkel rijke mensen meedoen. Is dat wel eerlijk? Brengt dat de sport vooruit? Maakt dat tennis populair?'Uiteindelijk betwistte Lenglen nog één professionele tour in Groot-Brittannië in 1927, waarna ze haar carrière stopzette. De Franse superster schreef later nog enkele boeken, bouwde haar eigen tennisschool en werd terug toegelaten bij de Franse tennisbond, waar ze in 1938 directrice werd van de Franse nationale tennisschool. Helaas heeft ze die functie niet lang kunnen uitvoeren, want een paar maanden later stierf La Divine op 39-jarige leeftijd aan bloedarmoede.Suzanne Lenglen was een bijzondere tennisspeelster. In heel haar carrière verloor ze maar zeven keer en ze was meer dan populair. Ze stond op de voorpagina's van verschillende grote kranten, zoals The New York Times, speelde voor uitverkochte tribunes - Wimbledon verhuisde voor haar zelfs naar de huidige locatie om een groter stadion te kunnen bouwen - en ze was goed bevriend met enkele koningshuizen van dat moment.Bovendien was ze van enorm belang voor Frankrijk, dat zwaar had geleden onder de Eerste Wereldoorlog, maar dat kwam minder door haar uitslagen en meer door haar uiterlijk. Lenglen stapte namelijk steeds heel theatraal het terrein op. Ze droeg een bontjas, had kort geknipt haar (een taboe in die tijd), lakte haar nagels, droeg felrode lippenstift, verving de lange tennisjurken door een korter model met ontblote kuiten en droeg soms felle kleuren in plaats van het saaie wit. Op enkele toernooien had Lenglen zelfs een eigen kleermaker mee. Ze was, met andere woorden, een ware diva.Haar exuberante looks maakte van haar een nationaal Frans symbool dat de welvaart van de staat moest tonen. In de kranten werd ze dan ook 'notre Suzanne' (onze Suzanne), 'La Divine' (de goddelijke) of zelfs 'La Reine' (de koningin) genoemd. En o wee als je als Franstalige journalist kritiek op haar had. Je werd dan zelf bekritiseerd door de andere journalisten en kranten en soms zelfs ontslagen. Met Lenglen solde je niet.