Vakantie betekent voor Elise Mertens (23) steeds vaker: thuis blijven. Rust na de drukte. Ze is namelijk de tophonderdspeelster met de meeste wedstrijden in 2018 op de teller (enkel en dubbel samen). Een jaar van reizen, opofferingen en enkele revelaties, zoals het feit dat ze van de top tien een doel op middellange termijn maakt. In 2017 won ze twee grandslampartijen, in 2018 dertien, het geeft haar groeicurve aan. Ze gelooft dat 2019 een nog mooier jaar kan worden. Dat begint eigenlijk al op 24 december, wanneer ze het vliegtuig neemt naar Australië om er op 31 december in Brisbane aan het seizoen te beginnen. Ver van huis, maar dichter dan ooit bij haar streefdoelen.
...

Vakantie betekent voor Elise Mertens (23) steeds vaker: thuis blijven. Rust na de drukte. Ze is namelijk de tophonderdspeelster met de meeste wedstrijden in 2018 op de teller (enkel en dubbel samen). Een jaar van reizen, opofferingen en enkele revelaties, zoals het feit dat ze van de top tien een doel op middellange termijn maakt. In 2017 won ze twee grandslampartijen, in 2018 dertien, het geeft haar groeicurve aan. Ze gelooft dat 2019 een nog mooier jaar kan worden. Dat begint eigenlijk al op 24 december, wanneer ze het vliegtuig neemt naar Australië om er op 31 december in Brisbane aan het seizoen te beginnen. Ver van huis, maar dichter dan ooit bij haar streefdoelen. Over een maand begint de Australian Open. Direct al een van de grootste doelen van het seizoen. je hebt er heel veel punten te verdedigen, dus zal de druk groot zijn. Riskeert dit begin niet heel je seizoen te kleuren? Elise Mertens: 'Dat niet, maar door de punten die ik te verdedigen heb, is het wel belangrijk. Ik weet ook niet of er druk zal zijn, ik heb er vorig jaar zo goed gespeeld dat ik op een ander level zit. Ik ben nummer 13 van de wereld, ik heb vertrouwen in mijn spel, ik weet wat ik kan. Het zal niet eenvoudig worden om opnieuw de halve finales te halen, dat weet ik, maar als ik daar punten verlies, dan zal ik die elders wel terug winnen.'Dat noemen ze zelfvertrouwen. Besef je al ten volle dat je nummer 13 van de wereld bent? Mertens: 'Niet echt, maar die ranking zal voor mij ook nooit een doel op zich zijn. Het belangrijkste zal altijd zijn om een stijgende curve in mijn prestaties te krijgen. In de top 15 staan is mooi, maar het is niet per se omdat je veel wedstrijden wint dat je ook vooruitgaat. Welnu, afgelopen seizoen heb ik echt progressie in mijn spel gemerkt. Ik ben er bijvoorbeeld tevreden over dat dat ik agressiever geworden ben in het begin van het punt, bij de opslag en de derde bal, wat heel belangrijk is in het moderne tennis. Het is belangrijk dat je techniek evolueert, want alle meisjes bewegen tegenwoordig goed en ontlopen elkaar niet veel - misschien dat Simona Halep net een trapje hoger staat. Het wordt dus op details beslist.'Het seizoen van de bevestiging is vaak het moeilijkst, zegt men. Of vind je dat dat al achter je ligt? Mertens: 'Goeie vraag. Dat hangt ervan af hoe je het bekijkt. Voor het grote publiek, dat me dit jaar ontdekte door mijn resultaten in de grandslams, is het misschien komend seizoen, maar voor mij was het duidelijk 2018. Ik eindigde 2017 op WTA-plaats 36 na een derde ronde op Roland Garros, dat was het eerste jaar dat ik echt plezier beleefde aan dat hoge niveau. 2018 was de bevestiging dat het geen toeval was.' Sinds tien jaar ontbreekt het in het vrouwentennis aan regelmaat, met Flipkens, Wickmayer en Van Uytvanck die alle drie halvefinalist waren op een grandslamtoernooi, maar dat niet konden volhouden. Wat heb jij meer dan die meisjes? Mertens: 'Het is toch wel een beetje een droom geweest dat ik er het voorbije seizoen stond toen het echt moest. Ik weet niet of ik iets meer heb dan zij, ik denk dat ik geluk gehad heb dat mijn pieken net tijdens de grote toernooien vielen. Ik weet goed genoeg dat tennis met ups en downs gaat. Neem bijvoorbeeld de tweede ronde in Australië tegen Darja Gavrilova: ik sta in de eerste set 0-5 achter en win nog in twee sets. Tegen Varvara Leptsjenko in de eerste ronde van Roland Garros sta ik 0-1 in sets en 4-5 in de tweede set achter en win ik ook nog. Op de US Open, ook in de eerste ronde, sta ik in de derde set 2-4 achter tegen Kurumi Nara. Win ik eveneens. De conclusie is, denk ik, dat ik er mentaal klaar voor was. Maar dat kan snel omslaan. Kijk naar Halep: ze wint Roland Garros maar verliest in de eerste ronde van de US Open... Regelmaat is het moeilijkste in het tennis.' Er waren ook magische momenten. In januari haalde je de halve finales in Melbourne zonder setverlies, nadat je een week eerder al het toernooi van Hobart had gewonnen. Hoe beleef je zo'n periode van euforie? Mertens: 'Ik verkeerde in een soort van trance. In een bubbel. Ik deed elke dag hetzelfde, in dezelfde volgorde, ik at dagelijks hetzelfde, in dezelfde volgorde. En ik won mijn wedstrijden. Dat was bijna een automatisch ritme, onvoorstelbaar eigenlijk. Ik dacht er niet veel bij na. Het ging ook allemaal snel. Natuurlijk, toen ik in de tweede week van de Australian Open stond, werd ik wel wat zenuwachtiger, maar omdat ik bleef winnen, voelde ik dat niet echt. En dan won ik mijn kwartfinale... Dat was echt euforie. Toen ik terugkeerde in Brussel, was er veel volk op Zaventem, dat was heel speciaal. Het besef drong maar langzaam door.' Je bent de dochter van een gepensioneerde kerkstoelenfabrikant en een taallerares. Hoe kom je in zo'n gezin tot tennis? Mertens: 'Ik ben aan het tennissen gegaan omdat mijn zes jaar oudere zus begon te tennissen en het voor mijn moeder eenvoudiger was om ons allebei tegelijk af te zetten. Mijn zus was negen, ik drieënhalf. Best grappig, want niemand in onze familie had ooit getennist, dus zonder haar had ik er misschien nooit zelf aan gedacht.' Het is niet altijd gemakkelijk om zo jong met een sport te beginnen en ze nadien op een hoog niveau te beoefenen. André Agassi vertelt in zijn uitstekende biografie Open dat het soms een lijdensweg is. Hoe heb jij je jonge jaren beleefd? Mertens: 'Ik heb die biografie gelezen. In het begin hield ik ook niet zo van tennis, het leek meer een verplichting. Gaandeweg begon ik er dan plezier aan te beleven. Dat is met alles zo: als je ergens talent voor hebt, dan komt het plezier ook vaak. Dat wil niet zeggen dat ik geen moeilijke momenten heb doorgemaakt en aan stoppen heb gedacht. Niet omdat ik er genoeg van had maar omdat ik dacht dat ik niet het niveau zou hebben. Bij de juniores was het niet gemakkelijk. Vooral financieel. Mijn vader en mijn moeder hebben enorm veel opgeofferd voor mij. In mijn hoofd vroeg ik me af of dat wel zin had, of het wel zou lukken. Om eerlijk te zijn: voordat ik in januari 2017 Hobart won en daardoor in de top 100 terechtkwam, na enkele seizoenen rond plaats 120, was ik daar nog altijd niet van overtuigd. En dat is nog maar twee jaar geleden.' Op je veertiende, bij de juniores dus, vertrok je naar Patrick Mouratoglou in Parijs en nadien naar Florida. Waarom bleef je maar één jaar? Mertens: ' Yanina Wickmayer was daar en mijn moeder spreekt goed Frans, dus hadden we connecties daar en zo is dat dan gegaan, maar het was niet echt wat ik wilde. Niet dat het te hard was, helemaal niet, ik ben zelfs iemand die van eenzaamheid houdt dus vond ik het niet erg om ver van mijn familie te zijn. Maar op tennisgebied ging het daar niet zo best. Fysiek deed het me goed, op technisch vlak verwachtte ik meer. Ik wilde de top, zodat ik alle kansen zou hebben om te slagen en over mijn trainers daar was ik niet echt tevreden. Ik vond dat ze ervaring misten.' Welke herinnering als kind heb je aan Kim Clijsters? Jij bent geboren in 1999, dus was je amper vier toen ze haar eerste WTA-titel won en zes toen ze die legendarische finale speelde tegen Jennifer Capriati op Roland Garros. Mertens: 'Ik heb veel herinneringen aan Roland Garros, met name aan die finale in 2001. Ik herinner me minder goed haar finales op de Australian en US Open, vanwege het tijdsverschil - ik moest 's morgens naar school. Eén keer ben ik opgestaan, voor haar finale tegen Caroline Wozniacki op de US Open in 2009. Die herinner ik me wel nog heel goed.' Dat was al tijdens haar tweede carrière. Kim Clijsters en Justine Henin zwaaiden beiden een eerste keer af toen ze respectievelijk 24 en 26 waren. Jij bent niet zo vroegrijp geweest als zij, hoelang zie jij jezelf doorgaan? Mertens: 'Het is nog te vroeg om dat te bepalen, maar ik denk dat de gemiddelde leeftijd in het tennis veranderd is. Halep heeft haar eerste grandslam pas dit jaar gewonnen, op haar 26e. Dat is anders dan tien of twintig jaar geleden. En wat het levensritme betreft: het lijkt triviaal maar ik denk dat het met Skype, WhatsApp en dergelijke leefbaarder geworden is. Ik heb zelf het voordeel dat ik overal even goed kan slapen, ook in een vliegtuig. Het reizen vormt dus geen probleem. Ik doe dat zelfs graag.' Ben je daarom de tophonderdspeelster met de meeste matchen dit jaar? Mertens: 'Die statistiek kende ik niet. ( lacht) Ik wist wel dat ik veel wedstrijden heb gespeeld, maar daar schrik ik toch even van. Volgend jaar speel ik geen dubbel meer met Demi Schuurs, omdat het me te veel energie kostte. Ik zal nog wel dubbelen in de grandslams, met Arina Sabalenka (WTA 11) in Australië en misschien ook op andere toernooien, maar niet meer systematisch, want dat vraagt te veel opofferingen.' Energie die je op het einde van het seizoen niet meer over had, waardoor je een ticket voor de Masters misliep. Heb je daar spijt van? Mertens: 'Ja, ik was teleurgesteld, maar ik denk dat ik in de toekomst nog kansen krijg. Ik heb alles gegeven, maar ik was uitgeput, mentaal evengoed als fysiek. En als je in het tennis niet top bent, dan gaat het niet. Daarom denk ik dat het beter is om het dubbelspel in 2019 wat links te laten liggen.' Je hebt al grote stadions kunnen ontdekken: De Rod Laver Arena in Australië, Arthur Ashe in New York, Philippe Chatrier in Parijs. Blijft Roland Garros iets speciaals voor jou? Mertens: 'Het is daar dat ik mijn eerste wedstrijd heb gewonnen in de hoofdtabel van een grandslam, dat is onvergetelijk. En dan was er die match tegen Venus Williams op de Central in 2017, op een zondagnamiddag. Iedereen keek naar die wedstrijd. Nadien klampten de mensen me op straat aan. Ook al verloor ik, er is echt een voor en een na. Het verbaasde me dat men mij herkende. Het is vreemd dat mensen interesse hebben in mij.'