De feiten

Als op zondag 16 juli de twee finalisten op de court komen, is het de tweede keer voor een Kroaat. De eerste keer gebeurt dat in 2001, met de zege van Goran Ivanisevic, die wint van Patrick Rafter. Dat is vrij kort na EURO 1996, waarop de Kroaten ook al veel indruk maakten, en op de tribunes heerst een uitgelaten voetbalsfeertje, met veel wit en rood geblokte shirts. Ivanisevic speelt er gretig op in.

Marin Cilic is van een ander kaliber, al is zijn verhaal ook zeer speciaal. Cilic is met een wildcard aan het tornooi mogen beginnen en staat na veertien dagen onverwacht in de finale. Dat op zich is al een voetnoot in de geschiedenis van het tornooi waard.

Cilic heeft evenwel twee grote problemen als hij de court betreedt: de tegenstander en zijn voet. De tegenstander is Mister Wimbledon, Roger Federer, die een abonnement heeft op finaleplaatsen. Sinds 2003 is het zijn elfde. Zeven keer staat hij aan de winnende kant van het net, evenveel als Pete Sampras en William Renshaw. Drie keer verliest hij. Als hij wint van Cilic, is hij alleen recordhouder. Dat zorgt voor focus.

Het tweede probleem zijn de voeten van Cilic. Die zijn zoveel intensiteit na mekaar niet gewoon, en liggen open. Houdt mijn voet het op de court, flitst door zijn hoofd als hij het gras betreedt.

Een set en twee spelletjes later is het antwoord neen. Cilic, die beseft dat hij zijn beste tennis onmogelijk kan brengen, zet zich neer op zijn stoel en... breekt in tranen uit. De grote blaar op zijn voet is onmogelijk te verbijten.

De toernooidokter Ian McCurdie, zijn trainer Alejandro Resnicoff en toernooireferee Andrew Jarrett komen op de court polsen wat er aan de hand is. Tot dan is er maar één finale in Wimbledon geëindigd met een opgave, in 1911, en nu lijkt het weer te gaan gebeuren.

Uiteindelijk herpakt Cilic zich en zet hij toch door. Veel strijd is er niet, Federer wint in drie sets. Op zijn 36e wint de Zwitser misschien wel zijn makkelijkste finale ooit.

Making-of

Hoe komt het dat iemand de beste wordt in zijn sport? In de zomer van 2017 buigt Sport/Voetbalmagazine zich over die vraag. Welk ingenieus samenspel van omstandigheden zorgt daarvoor? In aflevering vijf van die zomerserie is Roger Federer, de meest gelauwerde en meest stijlrijke tennisser aller tijden, aan slag. Wimbledon is dan bezig aan zijn eerste week, Federer mept er zich moeiteloos doorheen.

Hij is zo compleet dat je niets slechts over hem kunt vertellen, concludeert de schrijver van het artikel na grondige research. Niet over de mens en zeker niet over de tennisser. Tenzij dit: hij laat tennis er zo verdomd makkelijk uitzien. Zo makkelijk dat je denkt dat het allemaal vanzelf komt of je hem van gemakzucht verdenkt als hij een keertje verliest. Niet alleen tennis zelf, maar ook alles errond gaat Federer redelijk makkelijk af. Zelfs als oude dertiger.

Van de dan in totaal achttien grandslamtitels die hij sinds 1998 bij elkaar getennist heeft, wint hij er zeven op Britse bodem. Niet toevallig op het moeilijk te bespelen gras, want het is daar dat Federers immer spectaculaire spel het best tot z'n recht komt. Dat de Zwitser bepaald veelzijdig is, mag blijken uit het feit dat hij ook tien hardcourttitels weet te pakken (5 keer Australian Open & 5 keer US Open) en één keer de Coupe des Mousquetaires in de lucht mag steken.

Ware het niet dat hij tennist in het tijdperk van gravelkoning Rafael Nadal, Federer had ook Roland Garros vaker kunnen winnen. Zijn 302 weken op nummer 1, waarvan 237 na elkaar, zeggen op dat moment alles over Federers constante presteren.

Alle kenners zijn dan ook lovend. We halen er eentje uit, Jimmy Connors: 'In een tijdperk van specialisten ben je ofwel een gravelspecialist, een grasspecialist, een hardcourtspecialist ... of je bent Roger Federer.'

Pete Sampras, zeven keer Wimbledon, vindt dat Federers forehand 'de beste slag uit de hele tennisgeschiedenis' is. Samen met zijn sluwe slice, buitengewoon bedrieglijke opslag en solide volley vormt dat een totaalplaatje waar eender welke andere tennisser alleen maar van kan dromen.

Het geheim van Federers suprematie zit evenwel in zijn benenspel. Daar waar zijn voetenwerk als junior nog slordig is, wordt hij later een toonbeeld van hoe je over een tennisterrein moet bewegen. Hij 'zweeft' over de court, maar al te goed beseffend dat je niets bent met gouden handen als je niet de voeten hebt om je prima geplaatst achter de bal te krijgen.

Dat is de verdienste van Pierre Paganini, de Italiaanse fitnesscoach die Federer in 2000 onder de arm neemt. De ervaring maakt hem ook efficiënt en zuinig in de inspanning, geen tennistopper legt minder afstand op de court af dan Federer.

Toch heeft ook de stijlvolle veelwinnaar een zwak punt. De enkelhandige backhand bestoken met gigantische topspinballen is wat Rafael Nadal op dat moment een positieve head-to-headscore oplevert. Het aantal breakpunten dat de Spanjaard met kick wegserveert in de backhand van de Zwitser is niet bij te houden. Nadal groeit daarmee uit tot Federers zwarte beest en berooft hem van een grandslamtitel of zes.

Dat de Zwitser pas in 2014 zijn koppigheid aan de kant schuift om als laatste aller tennistoppers de omschakeling te maken naar een groter racket, helpt ook niet. De vier op vier die hij daarna pakt tegen Nadal heeft deels te maken met het blessureleed van de Spanjaard, maar roept ook de vraag op of Federer nog succesvoller had kunnen zijn als hij sneller voor een groter racket had gekozen.

En daarna

Nog één Britse finale voor Federer: die van vorig jaar, die hij verliest van Novak Djokovic. Dit seizoen speelde Federer één tornooi, de Australian Open, alvorens een knieoperatie te ondergaan. Toen de ATP door corona de tornooien schrapte, volgde er een tweede operatie. Het einde lijkt nabij, al liet de Zwitser onlangs weten dat het met de frisheid weer de goeie kant op gaat en dat hij nog wat doorgaat. We zullen dus ook in 2021 met hem rekening moeten houden.

Als op zondag 16 juli de twee finalisten op de court komen, is het de tweede keer voor een Kroaat. De eerste keer gebeurt dat in 2001, met de zege van Goran Ivanisevic, die wint van Patrick Rafter. Dat is vrij kort na EURO 1996, waarop de Kroaten ook al veel indruk maakten, en op de tribunes heerst een uitgelaten voetbalsfeertje, met veel wit en rood geblokte shirts. Ivanisevic speelt er gretig op in.Marin Cilic is van een ander kaliber, al is zijn verhaal ook zeer speciaal. Cilic is met een wildcard aan het tornooi mogen beginnen en staat na veertien dagen onverwacht in de finale. Dat op zich is al een voetnoot in de geschiedenis van het tornooi waard. Cilic heeft evenwel twee grote problemen als hij de court betreedt: de tegenstander en zijn voet. De tegenstander is Mister Wimbledon, Roger Federer, die een abonnement heeft op finaleplaatsen. Sinds 2003 is het zijn elfde. Zeven keer staat hij aan de winnende kant van het net, evenveel als Pete Sampras en William Renshaw. Drie keer verliest hij. Als hij wint van Cilic, is hij alleen recordhouder. Dat zorgt voor focus.Het tweede probleem zijn de voeten van Cilic. Die zijn zoveel intensiteit na mekaar niet gewoon, en liggen open. Houdt mijn voet het op de court, flitst door zijn hoofd als hij het gras betreedt.Een set en twee spelletjes later is het antwoord neen. Cilic, die beseft dat hij zijn beste tennis onmogelijk kan brengen, zet zich neer op zijn stoel en... breekt in tranen uit. De grote blaar op zijn voet is onmogelijk te verbijten. De toernooidokter Ian McCurdie, zijn trainer Alejandro Resnicoff en toernooireferee Andrew Jarrett komen op de court polsen wat er aan de hand is. Tot dan is er maar één finale in Wimbledon geëindigd met een opgave, in 1911, en nu lijkt het weer te gaan gebeuren. Uiteindelijk herpakt Cilic zich en zet hij toch door. Veel strijd is er niet, Federer wint in drie sets. Op zijn 36e wint de Zwitser misschien wel zijn makkelijkste finale ooit.Hoe komt het dat iemand de beste wordt in zijn sport? In de zomer van 2017 buigt Sport/Voetbalmagazine zich over die vraag. Welk ingenieus samenspel van omstandigheden zorgt daarvoor? In aflevering vijf van die zomerserie is Roger Federer, de meest gelauwerde en meest stijlrijke tennisser aller tijden, aan slag. Wimbledon is dan bezig aan zijn eerste week, Federer mept er zich moeiteloos doorheen.Hij is zo compleet dat je niets slechts over hem kunt vertellen, concludeert de schrijver van het artikel na grondige research. Niet over de mens en zeker niet over de tennisser. Tenzij dit: hij laat tennis er zo verdomd makkelijk uitzien. Zo makkelijk dat je denkt dat het allemaal vanzelf komt of je hem van gemakzucht verdenkt als hij een keertje verliest. Niet alleen tennis zelf, maar ook alles errond gaat Federer redelijk makkelijk af. Zelfs als oude dertiger.Van de dan in totaal achttien grandslamtitels die hij sinds 1998 bij elkaar getennist heeft, wint hij er zeven op Britse bodem. Niet toevallig op het moeilijk te bespelen gras, want het is daar dat Federers immer spectaculaire spel het best tot z'n recht komt. Dat de Zwitser bepaald veelzijdig is, mag blijken uit het feit dat hij ook tien hardcourttitels weet te pakken (5 keer Australian Open & 5 keer US Open) en één keer de Coupe des Mousquetaires in de lucht mag steken. Ware het niet dat hij tennist in het tijdperk van gravelkoning Rafael Nadal, Federer had ook Roland Garros vaker kunnen winnen. Zijn 302 weken op nummer 1, waarvan 237 na elkaar, zeggen op dat moment alles over Federers constante presteren. Alle kenners zijn dan ook lovend. We halen er eentje uit, Jimmy Connors: 'In een tijdperk van specialisten ben je ofwel een gravelspecialist, een grasspecialist, een hardcourtspecialist ... of je bent Roger Federer.' Pete Sampras, zeven keer Wimbledon, vindt dat Federers forehand 'de beste slag uit de hele tennisgeschiedenis' is. Samen met zijn sluwe slice, buitengewoon bedrieglijke opslag en solide volley vormt dat een totaalplaatje waar eender welke andere tennisser alleen maar van kan dromen.Het geheim van Federers suprematie zit evenwel in zijn benenspel. Daar waar zijn voetenwerk als junior nog slordig is, wordt hij later een toonbeeld van hoe je over een tennisterrein moet bewegen. Hij 'zweeft' over de court, maar al te goed beseffend dat je niets bent met gouden handen als je niet de voeten hebt om je prima geplaatst achter de bal te krijgen. Dat is de verdienste van Pierre Paganini, de Italiaanse fitnesscoach die Federer in 2000 onder de arm neemt. De ervaring maakt hem ook efficiënt en zuinig in de inspanning, geen tennistopper legt minder afstand op de court af dan Federer.Toch heeft ook de stijlvolle veelwinnaar een zwak punt. De enkelhandige backhand bestoken met gigantische topspinballen is wat Rafael Nadal op dat moment een positieve head-to-headscore oplevert. Het aantal breakpunten dat de Spanjaard met kick wegserveert in de backhand van de Zwitser is niet bij te houden. Nadal groeit daarmee uit tot Federers zwarte beest en berooft hem van een grandslamtitel of zes. Dat de Zwitser pas in 2014 zijn koppigheid aan de kant schuift om als laatste aller tennistoppers de omschakeling te maken naar een groter racket, helpt ook niet. De vier op vier die hij daarna pakt tegen Nadal heeft deels te maken met het blessureleed van de Spanjaard, maar roept ook de vraag op of Federer nog succesvoller had kunnen zijn als hij sneller voor een groter racket had gekozen.Nog één Britse finale voor Federer: die van vorig jaar, die hij verliest van Novak Djokovic. Dit seizoen speelde Federer één tornooi, de Australian Open, alvorens een knieoperatie te ondergaan. Toen de ATP door corona de tornooien schrapte, volgde er een tweede operatie. Het einde lijkt nabij, al liet de Zwitser onlangs weten dat het met de frisheid weer de goeie kant op gaat en dat hij nog wat doorgaat. We zullen dus ook in 2021 met hem rekening moeten houden.