Novak Djokovic zat stil in zijn stoel nadat Daniil Medvedev in de finale van de US Open met verbazend gemak de diamanten uit zijn voorspelde grandslamkroon had geslagen. Geen voltooiing van een uitzonderlijk vierluik - na winst op de Australian Open, Roland Garros en Wimbledon. Toch was de eerste emotie van Djokovic, na wat hij vooraf dé match van zijn leven had genoemd, geen bittere ontgoocheling of boosheid. Vreemd genoeg veeleer opluchting. Eíndelijk verlost van de immense druk, opgelegd door de buitenwereld én zichzelf. Er stond immers niet alleen een grand slam op het spel, ook een recordaantal majorzeges, nadat hij zich op Wimbledon met twintig stuks naast Roger Federer en Rafael Nadal had gehesen.
...

Novak Djokovic zat stil in zijn stoel nadat Daniil Medvedev in de finale van de US Open met verbazend gemak de diamanten uit zijn voorspelde grandslamkroon had geslagen. Geen voltooiing van een uitzonderlijk vierluik - na winst op de Australian Open, Roland Garros en Wimbledon. Toch was de eerste emotie van Djokovic, na wat hij vooraf dé match van zijn leven had genoemd, geen bittere ontgoocheling of boosheid. Vreemd genoeg veeleer opluchting. Eíndelijk verlost van de immense druk, opgelegd door de buitenwereld én zichzelf. Er stond immers niet alleen een grand slam op het spel, ook een recordaantal majorzeges, nadat hij zich op Wimbledon met twintig stuks naast Roger Federer en Rafael Nadal had gehesen. Zelfs de ogenschijnlijk mentaal onbreekbare Serviër kon die steile verwachtingen niet inlossen. Toch blijft het verhaal van de Grote Drie uniek in de sportgeschiedenis: sinds Roger Federer in 2003 zijn eerste Wimbledontitel behaalde, wonnen hij, Nadal en Djokovic liefst 60 van de 73 grand slams (82%). Tot voor de nederlaag van de Serviër tegen Medvedev staken ze zelfs 16 van de laatste 17 trofeeën in de lucht. Met alleen Dominic Thiem, in de corona-editie van de US Open in 2020, als vreemde eend in de bijt. Weliswaar nadat Federer en Nadal waren thuisgebleven en Djokovic gediskwalificeerd werd omdat hij een ballenjongen had geraakt. Al even straf: de laatste keer dat géén van hen in de halve finales van een grand slam stond, was Roland Garros 2004. Het jaar voor Nadal de eerste van zijn 13 titels in Parijs op zak stak. De winstpercentages van de Spanjaard, de Serviër en de Zwitser op grand slams zijn dan ook hallucinant hoog: Nadal won 20 keer op 62 deelnames (32%) en was achtmaal de runner-up. Djokovic trof 20 op 66 keer raak (30%) en speelde daarnaast nog 11 finales. Federer haalde 20 op 81 (24,6%), met ook 11 verloren finales. De enige die even, in 2016, hun vesting succesvol bestormde, was Andy Murray, dankzij een titel op Wimbledon, de Spelen in Rio en in de ATP Finals, gevolgd door 41 weken als nummer één op de ATP-ranking. Daarna viel de Schot terug, gekweld door een afbrokkelende heup. Djokovic nam vervolgens de leidersplaats weer over tot nu - op de twaalf weken eind 2019 na, toen Nadal de troon bezette. Dat zij en Federer ook voorbij de kaap van de dertig jaar bleven domineren had deels te maken met hun focus op de grand slams. Daardoor werden hun successen in de Masters 1000-events (acht of negen grote ATP-toernooien, zoals Miami of Indian Wells) de laatste jaren zeldzamer: sinds 2017 scoorden ze 'slechts' 18 op 38 (47%). Nadal won er 8 (waarvan 6 op gravel), Djokovic 6 en Federer 4 (alle 4 in 2017). De reden: ofwel namen ze niet deel (mede door blessures), ofwel botsten ze er op spelers van de jongere generatie die hen in een formule naar twee winnende sets wel konden overmeesteren. Het frappantste voorbeeld: de ATP Finals, het toernooi met de beste acht spelers van het jaar, waarvan de editie van 2021 zondag in Turijn begint. De laatste vier winnaars: Grigor Dimitrov in 2017, Alexander Zverev in 2018, Stefanos Tsitsipas in 2019 en Daniil Medvedev in 2020, met ook Dominic Thiem als tweevoudig finalist in de laatste twee jaar. Telkens weer rezen na die titels de twijfels. Hebben de Big Three afgedaan? Is de NextGen-generatie (genoemd naar het gelijknamige toernooi voor de beste U21-spelers) definitief gearriveerd? Zelfs John McEnroe voorspelde het in 2018. Het antwoord bleek echter telkens neen. Op de grand slams bleven Zverev en co in de schaduw van Djokovic, Federer en Nadal. Nog niet rijp genoeg, te wisselvallig in een toernooi van twee weken. Toni Nadal, de oom en ex-coach van Rafael Nadal, verklaarde dat onlangs in L'Equipe: 'Hun piek zat de laatste jaren héél dicht tegen die van Rafa, Roger en Novak. Het probleem was hun basisniveau: als ze minder of slecht speelden, dan lag dat veel lager. In een grand slam is dat fataal.'Toch zou de US Openfinale van 2021 weleens een kantelpunt in de tennisgeschiedenis geweest kunnen zijn. Voor de tweede maal, na Dominic Thiem op Flushing Meadows in 2020, won met Daniil Medvedev immers een tennisser geboren ná 1990 een grandslamtoernooi. Voor het eerst door onderweg een van de Grote Drie te verslaan. Zo inspiratie gevend aan de jongere generatie. Hoop dat de Serbinator niet alleen te kloppen is in matchen van een best of three-format (zoals in Masters 1000-events, of op de Olympische Spelen in Tokio waar Djokovic zelfs geen medaille behaalde). Maar ook in een grandslamtoernooi, waar zijn geroemde fysieke conditie en tactische métier in het nabije verleden vaak doorslaggevend waren. Zoals ook afgelopen zondag, toen Nole in de finale van het Masters 1000-toernooi in Parijs de kameleon weer in zelfzelf bovenhaalde en de rollen omdraaide. Hij klopte de Rus in drie sets, na de eerste set te hebben verloren en daarna veel offensiever te gaan spelen. Medvedev lijkt niettemin de voornaamste kandidaat om op korte termijn de scepter van Djokovic (die voor de zevende keer - een record - de ATP-ranking als nummer één zal afsluiten) over te nemen. Met in zijn spoor de Duitser Alexander Zverev, de olympisch kampioen in Tokio, die in de halve finale in Parijs echter slaag kreeg van Medvedev. Nadat hij in de halve finale van de US Open ook had moeten plooien, in vijf sets, voor... Djokovic.Na Medvedev, Zverev, en in mindere mate de Griek Stefanos Tsitsipas (23), volgen een rits nog jongere spelers, wier aandelen op de internationale tennisbeurs het voorbije jaar heel snel omhoog knikten. De 20-jarige Italiaan Jannik Sinner, winnaar van de European Open in Antwerpen, bemachtigde zelfs al een plek in de top tien van de ATP-ranking. Een plaats voor hem staat de 22-jarige Noor Casper Ruud, als achtste. Wat verderop twee jonge twintigers uit Canada: Félix Auger-Aliassime (21), de halvefinalist op de jongste US Open, als 11e, en Denis Sjapovalov (22), als 19e. En als 35e misschien wel het allergrootste talent, van wie Andy Murray onlangs vertelde dat hij ' really, really good' is: de pas 18-jarige Spanjaard Carlos Alcaraz, de 'nieuwe Rafael Nadal', die op de jongste US Open al de kwartfinales haalde, veel meer dus dan een typisch Spaanse gravelbijter. In het voordeel van de zogenaamde NextGen-spelers: Vadertje Tijd, die Roger Federer en Rafael Nadal steeds harder richting de afgrond blaast. De Zwitser won zijn laatste grand slam in 2018 op de Australian Open, verspeelde het jaar erna twee matchpunten tegen Djokovic in de finale van Wimbledon en raakte sindsdien niet verder dan de halve finales van de Australian Open in 2020 en de kwartfinales van Wimbledon dit jaar. De knieën van de ooit zo soepele en sierlijke Federer kraken steeds meer als een oud spinnewiel en werden al vier keer geopereerd. Op zijn geliefkoosde gras haalde King Roger naar eigen zeggen bijlange niet zijn beoogde niveau. De vraag is of hij, als intussen 40-jarige, überhaupt nog in de buurt zal komen. Zeker na een nieuwe maandenlange revalidatie, waarin hij weer zo goed als van nul moest beginnen. Federer wil echter koste wat het kost een passend slotstuk aan zijn illustere carrière breien en hoopt 'in de loop van 2022' terug te keren. Met allicht Wimbledon als grootste (en laatste?) doel. Al evenmin hoopgevend was het nieuws van Rafael Nadal toen hij in augustus een vroegtijdig einde van zijn seizoen aankondigde. Gekweld door een pijnlijke linkervoet, die hem al sinds zijn 17e last bezorgt. De Spanjaard lijdt immers aan het syndroom van Müller-Weiss, een zeldzame en complexe voetafwijking. In zijn tienerjaren kreeg hij zelfs te horen dat hij mogelijk een tenniscarrière kon vergeten. Op maat gemaakte steunzolen verdreven die onheilstijding, tot afgelopen zomer. De intussen 35-jarige Nadal onderging de maanden erna een intensieve behandeling en wil eind december zijn comeback maken in een exhibitie-event in Abu Dhabi, als voorbereiding op de Australian Open. Die grand slam in Melbourne Park wordt de laatste vooraleer ook Novak Djokovic de kaap van de 35 jaar rondt, op 22 mei 2022. Als hij tenminste, gezien de vermoedelijke vaccinatieplicht in Australië, niet wegblijft van het toernooi dat al negen keer op zijn erelijst staat. De langzaam leeglopende zandloper speelt hoe dan ook niet in zijn voordeel. Slechts twee spelers hebben sinds de start van het 'open' tijdperk in 1968 na hun 35e een majortrofee in hun prijzenkast gezet: Ken Rosewall als winnaar van de US Open in 1970 en de Australian Open in 1971 en 1972. En ... Roger Federer, die in 2017 op zijn 35e de Australian Open en Wimbledon won, en een jaar later Down Under een laatste keer triomfeerde. Gezien Djokovic' nog zeer fitte lichaam en soevereiniteit tot en met Wimbledon van dit jaar is de kans reëel dat The Djoker zich bij dat rijtje voegt, in Melbourne of later. Om zo, al dan niet in zijn eentje - afhankelijk ook van de linkervoet van Nadal - een verlengstuk te breien aan de heerschappij van de Grote Drie.De hamvraag is: hoe heftig zal de klap zijn als zij definitief van de klif vallen? Achttien jaar lang waren ze de totempalen waarrond het mannentennis draaide. Onder hun impuls verdubbelde het prijzengeld op de grand slams in de jongste tien jaar, kregen de majors recordaantallen bezoekers over de vloer en scoorden hun onderlinge clashes torenhoge kijkcijfers. Een zegen en een vloek tegelijkertijd, want in toernooien of finales zónder hen bleek de belangstelling plots veel minder. Een individuele sport als tennis heeft dan ook altijd van charismatische, contrasterende, dominante kampioenen geleefd. In de jaren 70 en 80 waren dat John McEnroe, Björn Borg, Jimmy Connors, Ivan Lendl en Boris Becker. In de jaren 90 Stefan Edberg, Pete Sampras en Andre Agassi. En vanaf 2003 dus Roger Federer, daarna afgewisseld met Nadal en Djokovic. Telkens, bij het einde van zo'n tijdperk, weerklonk de vraag: wat nu? Telkens weer ontsproten echter fonteinen met nieuwe vedetten aan wie de tennisfans zich konden laven. Het verschil is dat zij de komende jaren afscheid zullen moeten nemen van de beste drie spelers ooit, die over een nog langere periode het tennis naar hun begenadigde handen hebben gezet. Belangrijk is daarom dat Medvedev, Zverev, Alcaraz of Sinner hen al voor hun pensioen kunnen kloppen, zoals Medvedev op de US Open. Zo kiemde ook Federers immense populariteit toen hij in 2001 op Wimbledon als 19-jarige zevenvoudig kampioen Pete Sampras versloeg. Zoals Sampras op zijn beurt als 19-jarige op de US Open van 1990 Ivan Lendl en John McEnroe de laatste pagina's van hun tennisboek deed omslaan - iconische wissels van de macht. Het grootste verschil met twintig, dertig jaar geleden is echter het huidige socialemediatijdperk, waarin zelfs tennis moet vechten om zijn stek. Zeker in een meer verdeeld sportlandschap, waar de Generatie Z-jongeren (geboren tussen eind jaren 1990 en 2015) geen vier, vijf uur meer voor de tv zitten om een vijfsetter te bekijken. Kan het tennis zich daaraan aanpassen met, naast de grand slams, de verdere ontplooiing van nieuwe formats als de Laver Cup (tussen Team Europa en Team Wereld) of Tie Break Tens (een toernooi met ultrakorte matchen van tiebreaks)? Kan de ATP meer inzetten op storytelling, op docu's achter de schermen, zoals Drive to Survive, de Netflixserie die de populariteit van de formule 1 flink opvijzelde? Kan de nieuwe generatie ook naast het terrein de harten van die jonge fans veroveren? Door (op een positieve manier) een stukje van zichzelf bloot te geven op de sociale media en zich over maatschappelijk belangrijke thema's uit te spreken? En vooral: zullen er de komende jaren nieuwe kampioenen op de voorgrond treden die de immense druk als 'de opvolgers van' kunnen afhouden? En die ook jaren aan de top blijven, zoals Federer, Nadal en Djokovic? Eén ding is zeker: drie spelers die elk twintig (of meer) grandslamzeges behalen, zullen nooit meer opstaan. Maar met Jannik Sinner en Carlos Alcaraz, in het spoor van Alexander Zverev en Daniil Medvedev, oogt de toekomst verre van duister. Op korte termijn wellicht nog enkele keren opgelicht door Novak Djokovic, en wie weet zelfs door Rafael Nadal en Roger Federer, met een allerlaatste flits. In de hoop om de allang verwachte dag, het definitieve einde van de Grote Drie, zolang mogelijk uit te stellen.