Dit artikel verscheen eerder in Sport/Voetbalmagazine van 30 mei 2018
...

Daar ging hij opnieuw, plat op de rug, de handen voor de ogen houdend. Om vervolgens de armen te spreiden en naar de hemel te turen, doordrenkt van geluk. Een vertrouwd beeld, de vreugde van Rafael Nadal na alweer een gewonnen finale op Roland Garros. En toch voelde het anders aan. Heel geëmotioneerd was hij zelfs toen hij, met zijn gravel besprenkelde T-shirt, richting tegenstrever Stan Wawrinka stapte, en daarna zijn speech afstak. Voor de tiende keer zijn passionele liefde voor Parijs en het Court Philippe Chatrier verklarend. 'Wat ik hier ervaar, de zenuwen, de adrenaline, onmogelijk te beschrijven en te vergelijken met elk ander gevoel.' Waarna een banner met het cijfer 10 hoog in het stadion werd ontvouwd en een film van Nadals 10 eerder gewonnen matchpunten werd getoond. Achter die emoties stak een comebackverhaal van drie jaar. Al van 2014 was het immers geleden dat Rafa zegevierend op zijn rug was gevallen op het Court Philippe Chatrier. Daarna, in 2015, stootte Novak Djokovic hem in de kwartfinale in drie sets (6-1 in de laatste!) van zijn troon, in een jaar geplaagd door blessures en vertrouwenscrisissen. En in 2016 moest de Spanjaard zich na twee ronden terugtrekken wegens een polsblessure. Waarop hij in de auto terug naar het hotel huilde van ontgoocheling en vervolgens terugkeerde naar zijn woonplaats Manacor, op Mallorca. Dobberend op zijn jacht kon hij de finale van Roland Garros amper bekijken. Gefrustreerd door een pols die, naar eigen zeggen, bijna naar de vaantjes was. Zich nauwelijks kunnen inbeeldend dat hij een jaar later toch weer de Coupe des Mousquetaires in de lucht zou steken. Sinds die zege is Nadal op zijn geliefkoosde tierra batida nog meedogenlozer dan hij van bij zijn eerste triomf in Parijs in 2005 - toen met veelkleurige piratenbroek en ontblote biceps - tot aan zijn dip in 2015 al was. Tussen zijn twee laatste nederlagen, telkens tegen Dominic Thiem (op 19 mei 2017 in de kwartfinale in Rome en op 11 mei 2018 in de kwartfinale in Madrid) won Rafa liefst 50 opeenvolgende sets op gravel. Het record van Ilie Nastase (36 sets op rij in 1973) verpletterd, en ook het record op álle ondergronden verbeterd, sinds 1984 op naam van John McEnroe, die toen 49 sets na elkaar op hardcourt won. Het leverde de Mallorcaan in Parijs La Décima op (met amper 35 verloren games, alleen Bjorn Borg deed in 1978, ook in Parijs, ooit beter met 32). En dit jaar de graveltoernooien van Monte- Carlo en Barcelona, die hij elk voor de élfde keer op zijn naam schreef. In Madrid deed Dominic Thiem Nadal echter weer op aarde neerdalen, met winst in twee sets (7-5, 6-3). Nochtans had Rafa de Oostenrijker in Monte-Carlo nog met 6-0, 6-2 afgedroogd. Wel niet helemaal toevallig, die nederlaag in de stad van zijn favoriete voetbalclub, Real Madrid. Gelegen immers op 667 m hoogte, waar de ballen vlugger door de lucht vliegen. Nadal sloeg dan ook 29 directe fouten - zeer uitzonderlijk voor hem - en maakte bovendien een vermoeide indruk. Maar panikeren? Geen sprake van. De week erna in Rome steeg hij weer op richting gravelhemel: achtste zege in de Italian Open. De nederlaag tegen Thiem? Slechts een omweggetje richting elfde triomf op Roland Garros, zo lijkt het. Wel vervelend: Nadals ambitie om als eerste tennisser ooit de vier voorbereidende graveltoernooien op zak te steken, én vervolgens de grandslam in Parijs, moest hij weer opbergen. In 2019 dan maar, dat laatste stukje op zijn gravelpuzzel leggen? Op die puzzel liggen nu 408 overwinningen tegenover amper 36 nederlagen, een zegepercentage van liefst 92 %. Of zelfs 97,5 % (79 op 81) op Roland Garros, want naast de nederlaag tegen Djokovic in 2015 verloor de Spanjaard alleen in 2009 in de vierde ronde tegen Robin Söderling. Nooit was een tennisser dan ook dominanter op een ondergrond: Roger Federer won tot nu toe 87 % van zijn matchen op gras, Bjorn Borg haalde 86 % op gravel, Pete Sampras 84 % op gras en Novak Djokovic evenveel op hardcourt. Vanwaar die suprematie op de rode aarde? Op zoek naar de wapens van de Matador van Manacor. Het is zowat Nadals meest kenmerkende slag: zijn zogenaamde reverse forehand, waarbij hij na het contact met de bal met zijn linkerarm boven zijn hoofd uitzwaait, als ware het met een lasso. Sommige andere tennissers doen het ook, maar de Mallorcaan in extreme mate - al vanaf zijn tiende. Vanop bovendien gelijk welke plaats, als return op gelijk welke bal, in gelijk welke richting. Mét de snelheid van een kruisraket, én vooral een verraderlijke topspin die de bal na de bots, zeker op gravel, een verraderlijke lift geeft. Ook die topspin is extreem: ex-kampioenen als Andre Agassi en Pete Sampras haalden met hun forehand 30 en 32 voorwaartse rotaties per seconde, Roger Federer zo'n 45 en Novak Djokovic 40 rotaties. Nadals rps op zijn topspinforehand: 55 (!). Eén forehand werd zelfs eens gemeten met liefst 81 rotaties per seconde. Het vreemde is: Rafa is een zogenaamde ambidexter. Voor zowat alle gevoelsmatige handelingen - eten, schrijven, videogames spelen, handen schudden... - is hij rechtshandig, maar hij tennist línks. 'Vraag me om met rechts te spelen en een junior zou mij kloppen. En mijn handtekening zou op hiërogliefen lijken', aldus de Spanjaard, die al sinds zijn elfde zijn racket alleen in zijn linkerhand houdt bij zijn forehand en service. Toen overtuigde oom/leermeester Toni Nadal zijn neef om van een tweehandige naar een enkelhandige forehand over te schakelen. Hij had gezien dat de jonge Rafael bij het voetbal linksvoetig was en in het tennis, bij zijn tweehandige slagen, harder sloeg vanaf de linkerkant. Zijn fysieke kracht kwam en komt daar het meest tot zijn recht. Extra voordeel: door die linkshandige killerforehand kan hij makkelijker de bal gekruist spelen, op de meestal zwakkere backhand van rechtshandige tegenstanders. En hen daar, ver achter de baseline, vastspijkeren. Nog een pluspunt: omdat zijn rechterhand normaal ontwikkeld is, kan Rafa zijn tweehandige backhand (met rechts) ook hard slaan, wat bij zuivere linkshandigen minder het geval is. Toch was die backhand altijd Nadals minst dodelijke wapen. Vaak liep hij er omheen, om met zijn betere forehand te kunnen uithalen. Na de moeilijke periode in 2015 en 2016 heeft de Spanjaard daar echter aan gesleuteld, waardoor zijn backhand voller en consistenter is geworden. Onder meer omdat Uncle Toni zijn neef met een zwaarder racket liet tennissen. Hij zou een beetje aan feeling en controle inboeten, maar het zou hem extra kracht geven om de ballen sneller te slaan, met een nog zwaardere topspin. Dat leek Toni geschikter voor het graveltennis van de jongste jaren, met steeds kortere rally's. Daarom schonk hij op training veel aandacht aan de eerste slagen, die zijn poulain agressiever moest spelen. Nadals grootste kracht op gravel blijven niettemin de langere rally's, van tien of meer slagen. 'Met zijn zware, diepe slagen doet hij je constant lopen, waardoor het heel moeilijk is om terug te keren in het punt. En zodra je iets korter speelt of minder sterk serveert, slaat hij een winner', aldus David Goffin onlangs in Het Laatste Nieuws. Het is Rafa's kryptoniet voor elke tegenstander, want zelf maakt hij amper directe fouten: in de finale van Roland Garros 2017 slechts 12 in drie sets, tegenover 27 winners. Goffin: 'Hij kan perfect tennis spelen tot het einde van een match. Zelden geeft hij een gratis punt weg.' Mede te danken aan zijn fenomenaal voetenwerk, waardoor Nadal altijd juist gepositioneerd staat en ook dikwijls schijnbaar gemaakte winners van de tegenstander toch weer over het net krijgt. Niemand die, op gravel, dan ook beter retourneert. Het laatste jaar won de Mallorcaan liefst 52 % van de opslagspelletjes van zijn tegenstander - al de rest volgt vanaf... 37 %. Het gemiddelde van de voorbije twaalf maanden ligt zelfs nog 9 % hoger dan Nadals carrièregemiddelde van 43 %, 3 % hoger dan het nummer twee op die alltimeranking, de Argentijn Guillermo Coria. Het enige nadeel van zijn linkshandige tennis: de service. Of beter: de opgooi ervan. Die op de juiste hoogte en in de juiste richting in de lucht werpen bleek vooral in het begin van Nadals carrière een pijnpunt. Daardoor kon hij de bal bij de service, ondanks zijn gespierde armen, te weinig snelheid meegeven. Mede omdat hij niet de vloeiendste polsbeweging maakte op het moment van de impact van de bal met het racket, biomechanisch een van de moeilijkste bewegingen in het tennis. In 2010 begon Toni daarom met 'operatie opslag'. Hij stuurde de service van zijn neef bij door de plaatsing van diens... voeten. De achterste voet ging van achteren naar voren, waardoor Rafa de bal hoger raakte en efficiënter knie- en heupgewrichten boog. Zijn servicesnelheid kon hij zo opschroeven met zo'n 10 kilometer per uur - een groot verschil. Al behoort de Spanjaard dezer dagen nog altijd niet tot de tennissers met de snelste opslag: zijn eerste service haalt gemiddeld zo'n 185 km per uur, zijn tweede bijna 160 km per uur. Veel aces slaat Nadal dan ook niet: het laatste jaar 3,4 per match, en op gravel slechts 1,5 - het laagste aantal van alle toppers. Dat compenseert hij door het minste aantal dubbele fouten te maken - op gravel amper 1,1 per wedstrijd - en door met topspin en veel variatie de return van zijn tegenstanders toch te ontregelen. Vooral zijn tweede opslag, die Rafa sinds vorig jaar enkele kilometers per uur sneller slaat, blijkt uitermate verraderlijk: in 2017 won hij 61,5 % van zijn punten op die tweede service, en zelfs 64 % op gravel. Geen enkele speler - niet hijzelf, niet Federer, niet Djokovic - deed de jongste 10 jaar beter. De lasso-forehand, het sublieme voetenwerk: Nadal voert het schijnbaar makkelijk uit dankzij armen als voorhamers en dijen als boomstronken. Een granieten lijf - 1m85, 85 kg spieren - die hij niet in de fitness gekweekt heeft, maar grotendeels bij de geboorte meekreeg. Ook neef Miguel Ángel Nadal, ex-profvoetballer van FC Barcelona, was bijvoorbeeld gebouwd als een rugbyspeler. Op gravel komt dat lichaam Rafa perfect van pas: bij het glijden en sprinten naar een bal, bij zijn zware topspinforehand... Meer dan op andere achtergronden drijft dan ook Nadals grootste kwaliteit boven: zijn ongeëvenaarde winnaarsdrang en vechtlust. Veelzeggend: geen speler die al meer matchen won na de eerste set te hebben verloren. 'Mensen vinden dat Rafael een beest is, als ze zijn spieren zien. Neen: mentáál is hij een beest', loofde Novak Djokovic hem ooit. Een ijzeren wil van jongs af gesmeed door oom Toni. Die liet zijn neef op het heetst van de dag vaak lang zonder water trainen om zijn overlevings- en killersinstinct aan te scherpen. Altijd benadrukte Toni ook het positieve, spelen zonder angst, weliswaar zonder woede op te wekken richting tegenstander. 'Je hoeft niet gek te zijn om met vuur en passie te spelen', vindt Rafa. Meer dan om zijn spel zullen fans hem na zijn carrière vooral dáárom herinneren, om zijn gebalde vuist en ' Vamos!'-schreeuw na elk gewonnen punt. Of zoals de Franse journalist Philippe Bouin ooit zei: 'Elke tennisliefhebber zou zo gracieus en soepel willen spelen als Federer. Maar elke man zou willen zijn zoals Nadal.' Een groot nadeel: de intensiteit en kracht waarmee Raging Bull - een van zijn bijnamen - als een stier over het terrein raast heeft ook gevolgen. Hamstrings, heup, knieën, pols, rug, voeten: de voorbije jaren allemaal geteisterd door tendinitis, scheuren, stressfracturen... Al in 2005, op zijn negentiende, kwam Nadals carrière in het gedrang door een ernstige voetblessure. Steunzolen verhielpen dat probleem, maar verlegden het naar de rest van zijn lichaam. Sindsdien slikt de Spanjaard, zelfs tijdens een match, pijnstillers, omdat de pijn steeds toeneemt - zeker op hardcourt, veel belastender dan het zachtere gravel. Volgens oom Toni wil zijn neef zelfs gerust enkele toernooizeges inruilen als hij met minder pijn zou kunnen spelen. Niet toevallig zei Nadal na de nederlaag tegen Thiem in Madrid: 'Wat mij gelukkig maakt is een goeie gezondheid. Voelen dat ik elke week kan spelen, zonder blessures. Dát is nu mijn enige doel.' Het zal de Koning van het Gravel alvast niet tegenhouden om volgende zondag nog eens op zijn rug te vallen. Na een elfde triomf op zíjn Roland Garros.