In januari 2001 zette Sabine Appelmans een punt achter haar tennisloopbaan, op haar favoriete toernooi, zoals ze ook gepland had. Op die Australian Open haalde ze nog de tweede ronde. Op dat moment stond ze nog altijd 50e op de WTA-ranking, na een twaalf jaar lange carrière waarin ze zeven toernooien won en als hoogste ranking een 16e plaats haalde in november 1997. Geen enkele Belg had dat niveau toen ooit bereikt.
...

In januari 2001 zette Sabine Appelmans een punt achter haar tennisloopbaan, op haar favoriete toernooi, zoals ze ook gepland had. Op die Australian Open haalde ze nog de tweede ronde. Op dat moment stond ze nog altijd 50e op de WTA-ranking, na een twaalf jaar lange carrière waarin ze zeven toernooien won en als hoogste ranking een 16e plaats haalde in november 1997. Geen enkele Belg had dat niveau toen ooit bereikt. Achttien jaar later bladert ze thuis in het Brabantse Asse met verbazing in de Media Guide van het vrouwentennis uit 1989. Haar jeugdidool Chris Evert staat er nog in, maar ook Billy Jean King, voorvechtster voor de gelijkberechtiging van vrouwelijke tennisspeelsters. De twee Belgische speelsters mét foto zijn Ann Devries en Sandra Wasserman. Appelmans, born in Erembonegem, zoals er staat in plaats van Erembodegem, prijkt na één jaar proftennis nog zonder foto op plaats 215, met 10.406 dollar aan prijzengeld.Is het tenniswereldje sindsdien erg veranderd, Sabine? SABINE APPELMANS: 'Wij waren toen, zeker in België, pioniers. Ineens ging er een grote wereld open die ik niet kende, en mijn begeleiders evenmin. Een van mijn eerste coaches, Steven Martens, had klassieke talen gestudeerd en was bereid om met mij de wereld rond te trekken. Mijn allereerste ranking na drie toernooien was nummer 380 in de wereld. Vandaag springt de nummer 380 al bijna een gat in de lucht, want dat is al heel goed. Toen waren er maar 500 meisjes. Tegenwoordig sta ik met mijn eerste punten waarschijnlijk niet eens in de top 1000. Ik heb ook geluk gehad, als product van het systeem van de topsportschool tennis en studie van de VTV. Zonder dat systeem had ik dat allemaal niet kunnen doen. Mijn ouders kenden de sportwereld niet en hadden me financieel niet kunnen steunen. Ik ben op mijn elfde op internaat gegaan in Wilrijk, ik was superblij met die kans. Ik wist dat daardoor mijn wereld groter ging worden dan Erembodegem, dat ik via het tennis mijn kansen moest grijpen. In Antwerpen ben ik zeer snel zelfstandig geworden.' Je bent uiteindelijk opgeklommen tot de zestiende plaats in de wereld. APPELMANS: 'Ik was niet het supertalent, ook omdat ik als rechtshandige met links heb leren tennissen, omdat ik in het groepje van mijn vriendin wilde blijven, die linkshandig was. Maar het leuke aan tennis is dat het een totaalpakket is, met als heel belangrijk aspect het mentale. Daar was ik wel sterk in, omdat ik een doorzetter was. Heel coachbaar ook. Trainers vonden het leuk om met mij te werken: ik was gedreven, trainde graag en luisterde naar mijn trainers. Dat moest, om het gebrek aan puur talent te compenseren.' Een paar weken geleden kondigde An-Sophie Mestach haar afscheid aan het proftennis aan, hoewel ze nog maar 24 is. Zij kijkt op het tennis terug als een harde omgeving waar velen in blijven hangen om te verbergen dat ze geen alternatief hebben. Dat is niet jouw beeld van het wereldje. APPELMANS: 'Ze heeft zeker een punt. Mensen zien alleen maar de toppers, maar niet degenen die daarachter hinken en het moeilijk hebben. Als je moet knokken om terug aan te sluiten na een val in de ranking, is het echt niet zo'n leuk leven. Dan kan je je niet altijd permitteren om coaches en kinesisten mee de wereld rond te nemen, en is het soms een leeg bestaan, want je mag maar met één ding bezig zijn: de volgende match en een betere speelster worden. Het is zo leeg omdat je je niet op andere vlakken kan ontwikkelen. Ik heb het daar ook moeilijk mee gehad, en ben dan op zoek gegaan naar zaken die mij boeien. Lezen, bijvoorbeeld. Het moeilijkste moment was toen ik de druk voelde, omdat het voor mij allemaal erg snel is gegaan. Op mijn achttiende was ik al Sportvrouw van het Jaar, het jaar nadien weer. Veel meer kan je niet bereiken. Toen ik de verwachtingen niet meer kon inlossen, had ik het daar moeilijk mee, maar ik ben nooit helemaal weggezakt. Eén keer viel ik uit de top 50, verder kampeerde ik gans mijn carrière rond de top 20. Ik was op mijn achttiende al top 50 en op mijn negentiende top 20. Op dat niveau heb je in het proftennis een goed en een leuk leven. Daardoor heb ik dat moeilijke stuk dat velen in hun beginjaren mee maken snel overgeslagen. In die tijd stonden de besten bij de vrouwen al op hun zestien à zeventien jaar aan de top. De concurrentie was een pak kleiner. De carrières zijn langer geworden, maar het duurt ook een stuk langer eer je top bent. Ik ben ook maar één keer zes weken uit geweest met een schouderblessure. Dat geluk had An-Sophie niet.' Een confronterende uitspraak van jou toen, was: een tennisser is als mens maar zo veel waard als zijn ranking. APPELMANS: 'Ik denk dat dat nog altijd zo is. Het blijft een competitief wereldje. Je kreeg meer respect naarmate je ranking hoger was. Dat liet zich afmeten aan extra faciliteiten. De reekshoofden in een grand slam kregen een aparte kleedkamer, hun was werd gedaan. Terwijl wij dat allemaal zelf moesten doen. Je ging ook niet bij mekaar om hulp vragen. Ik herinner me dat ik helemaal alleen naar een toernooi in Warschau trok. Bij het ontbijt schrok ik toen ik alle meisjes apart aan een tafeltje zag zitten. Ik was van plan geweest om bij anderen te gaan zitten, maar toen ik iedereen zag wegkijken, ben ik ook maar in mijn eentje gaan ontbijten.' Was jij iemand die, als je in Egypte ging tennissen, ook de piramides bezocht, of was het alleen maar tennis en hotel? APPELMANS: 'Ik heb de piramides bezocht, maar veel interessante dingen heb ik ook niet gezien. Mijn eerste toernooizege was in Phoenix, Arizona. Daar ontmoette ik een paar piloten die er namens Sabena een vliegopleiding volgden. Als ik hen de volgende dagen belde, zouden ze me eens meenemen op een vlucht over de Grand Canyon. Ik dacht: tof, ga ik zeker doen. Maar vervolgens won ik mijn eerste wedstrijd, en de volgende ook. Kortom: ik won dat toernooi, en de Grand Canyon heb ik dus niet gezien. Steffi Graf heb ik nooit iets weten doen buiten het tennis. Die trainde heel vroeg 's ochtends, en trok zich daarna terug in haar hotelkamer, met de gordijnen dicht.' In de WTA-gids van 2001, toen jij net gestopt was, stond je qua prijzengeld 48e aller tijden. Je had toen 2 miljoen dollar verdiend in heel je carrière, evenveel als wat Elise Mertens vorig jaar verdiende. APPELMANS: 'In die tijd was dat meer dan oké, maar sinds ik gestopt ben is het prijzengeld elk jaar met 10 à 15 procent gestegen. Nu krijg je 50.000 dollar als je in een grand slam de eerste ronde haalt. In mijn nadagen was dat 10.000 dollar. Vandaag had ik dus vijf keer meer verdiend. Kijk eens naar het totale prijzengeld dat Chris Evert, toch een icoon, in gans haar carrière heeft bijeen getennist: acht miljoen dollar! Dat is niets, tegenwoordig.' Klopt het dat je aan het tennis geld toestopt als je niet in de top 100 staat? APPELMANS: 'Absoluut. In de top 100 heb je vanzelf toegang tot de hoofdtabel in de grandslamtoernooien. Dan verdien je minstens vier keer 50.000 dollar per jaar. Daarmee kan je je reizen betalen, de reizen van je trainer, zijn loon. Topspelers krijgen een kinesist terugbetaald, gratis racketbespanning. Wie niet in de top 100 staat, moet dat allemaal zelf betalen. Wij moesten in de rij wachten voor een massage.' Wanneer is tennis een echte, fysieke sport geworden bij de vrouwen? APPELMANS: 'Door de Williamsen. Wat was ons doel wanneer we op de baan stapten om een match te winnen? Ervoor zorgen dat de andere de eerste fout maakte. De Williamsen hadden geen zin om te wachten tot de tegenstander in de fout ging, die wilden zelf eerst het punt maken. Zij hadden een enorm zelfbewustzijn, wij waren op zijn Belgisch, te bescheiden. Ik heb daar veel uit geleerd. 'Je zag wat je concurrenten deden, en je speelde daarop in. Net zoals Roger Federer antwoordde op de vraag hoe hij dat zo lang volhoudt: door mee te evolueren. Wij dachten een goeie conditietraining gedaan te hebben door een uur rondjes te lopen rond het veld. Nu wordt er veel efficiënter getraind. Ik zie nog altijd een paar speelsters van mijn generatie meedraaien. Die zijn dus mee geëvolueerd.' Of omdat ze blijven hangen omdat ze niet weten wat ze anders zouden moeten doen. APPELMANS: 'Je bent tijdens je carrière alleen maar die tennisspeelster. Het is heel moeilijk om te weten wie je buiten dat wereldje bent, als mens. Omdat alles om tennis draait.' Jij bent er niet nodeloos lang blijven in hangen, je bent gestopt op je 30e. APPELMANS: 'Toen ik stopte, kreeg ik snel kinderen. Ik vond dat heel leuk, mama zijn, maar het met jezelf bezig zijn en doelen voor mezelf uitzetten en daar alles voor doen, komt later niet meer op dezelfde manier terug. Dat vond ik leuk aan dat tennisleven: constant een doel hebben voor jezelf, en liefst hoge doelen: toernooien willen winnen.' Heb je er alles uit gehaald? APPELMANS: 'Mijn doel was altijd: top twintig halen. Omdat ik in België geen referentiekader had om meer te beogen. Niemand die dat voor mij ooit gehaald had. Ik vraag me wel eens af: wat was er gebeurd als ik top tien had willen zijn? Ivo Van Aken, die me toen goed gekend heeft, meent dat ik er alles heb uit gehaald. Ik was niet het allergrootste talent, en ik heb er alles voor gedaan. Maar toch. Op het einde van mijn carrière werkte ik eens tien dagen met een toen nog onbekende Japanse trainer in de VS, Yutaka Nakamura, die nu met de absolute toppers werkt. Dat was voor mij een eyeopener, omdat ik voelde hoeveel beter ik in die tien dagen was geworden.' Was Kim Clijsters de beste speelster die je ooit hebt gezien? APPELMANS: 'Toch wel. Weet je wat ik zo speciaal vond aan Kim? Die was gewoon zichzelf, altijd. Steffi Graf was goed, maar niet gelukkig. Kim was nummer één van de wereld, én gelukkig. Tevoren dacht ik: om nummer één van de wereld te zijn, moet je zo veel opofferen dat je niet gelukkig kan zijn. Kim kon dat allebei tegelijk.' In de tijd van Kim en Justine Henin dachten we in België: dit beleven we nooit meer. Maar nu hebben we met Elise Mertens en David Goffin weer twee spelers in de buurt van de top tien. Hoe schat jij hen in? APPELMANS: 'Van Goffin had ik nooit verwacht dat hij top tien zou halen met zijn kleine, frêle lichaam in een mannentennis dat steeds fysieker en steeds harder is geworden. Maar hij heeft zich aangepast, en hij heeft ook erg veel talent. Ik vind hem ook mentaal heel sterk. Hij wordt altijd bij de schaduwfavorieten gerekend voor grote toernooien. Elise heeft zeker toptienpotentieel. Ze heeft nog veel kleine marges, waaronder op het mentale, iets waar bijvoorbeeld Simona Halep aan gewerkt heeft.' Elise veranderde wel al een aantal keer van trainer. APPELMANS: 'Terwijl wij nog de verantwoordelijkheid bij onszelf legden. Nu gaan spelers op zoek naar degene van wie ze menen dat hij hen het verst kan brengen. Zeker in tennis speelt de mindset een grote rol. Het is een enorm veeleisende sport, je staat er alleen voor. Je kan dat niet uitleggen, waarom je pakweg de eerste set vlot wint en vervolgens de tweede kansloos verliest. Als je daar zelf gestaan hebt, weet je hoe dat ineens kan keren. Soms moet je heel diep gaan om het licht te zien. Ik heb zelf zo'n straf verhaal meegemaakt in het Amerikaanse New Haven, de week voor de US Open. Ik was toen in het ziekenhuis beland na een match. Toen ik het ziekenhuis verliet, stapte ik de US Open in met een ongelofelijk zelfvertrouwen. In de eerste ronde sta ik 6-1 en 3-0 achter. Ik speel goed, maar dat meisje tegenover mij is gewoon beter. Ik ga zitten, vraag een sportdrank en zie op dat etiket als houdbaarheidsdatum mijn verjaardag. Plots dacht ik: ik ga die match hier winnen. En ik heb die match gewonnen, door het loslaten van de spanning. Had ik op die stoel gesakkerd op mezelf, was me dat niet meer gelukt.' Je moet in het proftennis ook alles allemaal alleen verwerken. APPELMANS: 'Op mijn vijftiende werd ik voor het eerst Belgisch kampioen. Toen ik thuis aankwam in Erembodegem, was heel het huis versierd, stond er champagne klaar en was iedereen uit de straat uitgenodigd. Dat was superleuk, samen vieren. 'Vier jaar later won ik mijn eerste proftoernooi in Phoenix in de VS. Ik heb mijn beker meegenomen en ben in mijn eentje naar mijn kamer gegaan en heb daar roomservice besteld. Dat was mijn feestje. Ik had niemand mee, het hotel lag in een resort in de woestijn. Het is zo belangrijk dat je van overwinningen kan genieten en dat je ze kan delen. Het moeilijke aan gans dat tennisbestaan is de eenzaamheid. Je moet alleen kunnen zijn.' Naar wie kijk je dit seizoen uit, bij de mannen en de vrouwen? APPELMANS: 'Bij de mannen heb je nog altijd de drie grote favorieten die er tien jaar geleden al waren. Op zich vind ik dat niet erg, want een sport heeft helden nodig. Bij de vrouwen is er te veel variatie geweest, je kon niet meer volgen wat de hiërarchie was. Uiteindelijk blijft dé grote naam nog altijd Serena Williams.' Verbaast zij je? APPELMANS: 'Ja. Die zit niet meer in het circuit omdat ze niet weet wat ze anders zou doen. Integendeel. Ze doet van alles wat ze graag wil, waardoor voor haar tennis een passie en een spel is gebleven.' Ze had ook gewoon thuis bij haar kind kunnen blijven. APPELMANS: 'Dat ze, net als Kim Clijsters eerder, nog eens naar de top is teruggekeerd nadat ze een kind kreeg, vind ik straf. Ik had er zelf niet durven aan te denken. Ik vind dat knap, dat je durft te denken wat je zelf belangrijk vindt en dat je je niet te veel aantrekt van wat de norm is. Ik bewonder de Williamsen, zij hebben barrières doorbroken. Zo inspireer je anderen. 'Voor hen ijverde Billy Jean King al om niet onder te doen voor de mannen. In alle grand slams is er nu equal prize money. Toen ik nog speelde, was dat niet het geval. Ik ben opgegroeid met de idee dat er als vrouw nog andere taken voor je weggelegd zijn dan kostwinnaar te zijn. Toen Serge ( Haubourdin, haar man, nvdr) bij mijn ouders ging zeggen dat we wilden trouwen, viel er ineens een stilte. Omdat ze dachten dat ik dan zou stoppen met tennissen. Pas toen ik daarna zei dat ik gewoon door zou tennissen, haalden mijn ouders opgelucht adem.' Jij bent na je carrière andere dingen gaan doen, maar als tv-commentator ben je nooit helemaal uit het tennis gestapt? APPELMANS: 'Toen mijn generatie stopte, hadden we iets van: en nu iets helemaal anders. Ik ben eerst omroepster geweest en later ben ik tenniscommentaar gaan geven. Ik geef nu ook voor Eurosport commentaar voor de Australian Open en straks bij Daviscup en Fed Cup en later de andere grand slams. Daarnaast geef ik in bedrijven programma's en lezingen, en ben ik privécoach. Ik heb nu terug zin om zelf actiever te zijn, ook omdat de kinderen groter zijn. Ik kan ze nu wat meer loslaten. Daardoor krijg ik meer ruimte om zelf dingen te doen. Coach worden, lijkt me wel wat: zoeken naar de grens tussen een doel hoog genoeg zetten, en daar toch niet onder lijden.' Kortom: als Elise je volgende maand belt en vraagt of je met haar een jaar als coach wil rondtrekken, ben je weg? APPELMANS: 'Ik zou het wel serieus overwegen. Een paar jaar geleden nog niet. Ook als speler heb ik altijd graag gereisd. Ik heb nooit tegen mijn zin op het vliegtuig gezeten.'