Na goed 20 kilometer wedstrijd vormde zich een kopgroep met vier renners: Kurt Hovelijnck, Quentin Bertholet, Olivier Pardini en Jeroen Lepla. Zij mochten tot maximaal 5:30 voor het peloton uitrijden en hielden bij het aansnijden van de eerste van zes plaatselijke ronden daar nog 3:30 van over. Het peloton, met sprintersploegen Argos-Shimano en Rabobank op kop, bleef stelselmatig aan de achterstand knagen. Op zowat 20 kilometer van het einde ging het voorin te snel voor Bertholet en Pardini. Zij moesten hun metgezellen laten rijden en werden opgeslokt door de grote groep. De twee overgebleven leiders mochten de twee laatste ronden intrekken met een voorsprong van amper 25 seconden op het jagende peloton. Op tien kilometer van de finish waren ook Hovelijnck en Lepla eraan voor de moeite en maakte iedereen zich op voor de aangekondigde massasprint. Daarin was Theo Bos de snelste, goed voor een tweede zege in vijf dagen na winst in de tweede rit van de World Ports Classic zaterdag. (COR 214)

Na goed 20 kilometer wedstrijd vormde zich een kopgroep met vier renners: Kurt Hovelijnck, Quentin Bertholet, Olivier Pardini en Jeroen Lepla. Zij mochten tot maximaal 5:30 voor het peloton uitrijden en hielden bij het aansnijden van de eerste van zes plaatselijke ronden daar nog 3:30 van over. Het peloton, met sprintersploegen Argos-Shimano en Rabobank op kop, bleef stelselmatig aan de achterstand knagen. Op zowat 20 kilometer van het einde ging het voorin te snel voor Bertholet en Pardini. Zij moesten hun metgezellen laten rijden en werden opgeslokt door de grote groep. De twee overgebleven leiders mochten de twee laatste ronden intrekken met een voorsprong van amper 25 seconden op het jagende peloton. Op tien kilometer van de finish waren ook Hovelijnck en Lepla eraan voor de moeite en maakte iedereen zich op voor de aangekondigde massasprint. Daarin was Theo Bos de snelste, goed voor een tweede zege in vijf dagen na winst in de tweede rit van de World Ports Classic zaterdag. (COR 214)