Wandelen over het San Marcoplein is altijd een imposante belevenis, al zijn de duiven die dag gevlucht voor de gutsende regen. De volgende ochtend wacht een verrassing van formaat. De ontbijtzaal van het hotel op het gelijkvloers staat onder water, net als de rest van de stad.
...

Wandelen over het San Marcoplein is altijd een imposante belevenis, al zijn de duiven die dag gevlucht voor de gutsende regen. De volgende ochtend wacht een verrassing van formaat. De ontbijtzaal van het hotel op het gelijkvloers staat onder water, net als de rest van de stad. Een verkoper van rubberen laarzen brengt redding. Handig als je die dag nog de straat op wil terwijl het water een halve meter hoog staat. En eens iets anders om als souvenir mee terug naar huis te nemen. Net als de stad gaat de voetbalclub Venezia regelmatig kopje onder, om telkens terug boven water te komen. Op en neer is, kort samengevat, de hele geschiedenis van de club die in 1907 gesticht werd en nu voor de zevende keer naar de hoogste klasse promoveert. De eerste keer gebeurde dat in 1938. Maar in zijn turbulente 114-jarige geschiedenis wordt het komende seizoen pas het dertiende ooit in de hoogste klasse, met een derde plaats in het seizoen 1941-1942 als uitschieter. In de trofeeënkast staat maar één prijs waarop al flink wat stof ligt: de Coppa Italia uit 1941. Vandaag bereidt Venezia FC, zoals de club sinds 2015 heet, het nieuwe seizoen voor met de traditionele ritiro, de wekenlange afzondering waarbij de spelers twee keer per daags hard trainen en tactisch gekneed worden. Eerst twee weken in de Dolomieten, vorige week in het Nederlandse Wageningen in het oude stadion van de voormalige eredivisieclub die in 1992 failliet ging en waar Venezia nu schitterde in de prachtige nieuwe shirts van Kappa met het clublogo en de naam groot in gouden letters. Wat opvalt, is dat de voertaal Engels is, al geeft trainer Paolo Zanetti training in het Italiaans. Liefst zeventien spelers komen uit het buitenland. Zij krijgen van de club acht keer per week Italiaanse les, maar de club heeft voor de trainer en de Italiaanse voetballers ook een leraar Engels aangesteld. Héél ongebruikelijk bij een Italiaanse club. Ook de entourage kleurt internationaal. Sonya Kondratenko die verantwoordelijk is voor de social media is een Amerikaanse, van Oekraïense afkomst. Zij werkte voorheen voor de MLS, de Amerikaanse competitie. Duncan Niederauer (62) is een Amerikaans zakenman die op Wall Street algemeen directeur van de beurs was voor hij in 2020 voorzitter van een Italiaanse profclub werd. Na de gewonnen promotiewedstrijd die de club in de Serie A bracht, sprong hij in een shirt van zijn club in het kanaal naast het stadion. Ook algemeen directeur Paolo Poggi (50) spreekt perfect Engels, al is hij geboren en getogen in de historische stad zelf. 'Ik ben geboren op 200 meter van het stadion van Venezia. Het was mijn tuin waar ik speelde', glimlacht hij. Poggi heeft als aanvaller meer dan 200 wedstrijden in de Serie A op de teller, maar geen enkele met de club uit zijn geboortestad, al is hij een authentiek jeugdproduct van Venezia. Hij speelde er in zeven seizoenen, verdeeld over drie periodes, 226 wedstrijden, om in 2009 zijn spelersloopbaan af te sluiten in derde klasse. Poggi was speler van de U17 toen in december 1987 de toenmalige nieuwe eigenaar, Maurizio Zamparini, overging tot een omstreden fusie die dan wel beslissend zou blijken voor de club, maar waarvan hij de emotionele impact onvoldoende had ingeschat. Hij voegde 'het oude' Venezia met groen-zwart als kleuren samen met AC Mestre, de aartsrivaal van het vasteland, dat in oranje-zwart uitkwam. Beide clubs leidden op dat moment een miserabel bestaan in de vierde klasse en de combinatie vormde het hoogst originele kleurenpalet oranje-groen-zwart. Zamparini dacht: als je twee kleine vierdeklasseclubs samen smelt, heb je ooit misschien één grote club. 'Dat was een shock voor ons', zegt Poggi. 'Opeens moest ik samenspelen met mijn grootste vijanden. Venetië stond op zijn kop, maar achteraf bekeken was het een goeie zaak. We waren heel verschillende clubs en kleine spelers in een onbeduidende competitie. Op de tribunes is er toen iets moois gebeurd. De ultra's van beide clubs hebben meteen beslist om alle emotie te bannen en samen achter het doel te gaan staan, met de nieuwe clubkleuren en een nieuwe naam: Ultra's Unione. Ineens waren we een grote club, die van een potentieel van 100.000 supporters er het viervoudige uit de regio Mestre bijkreeg.' In geen tijd steeg de fusieclub van vierde naar eerste klasse waar het na 31 jaar afwezigheid in 1998 arriveerde. Poggi maakte die laatste stap niet mee. Eersteklasser Torino kocht hem toen hij met Venezia in tweede klasse uitkwam. Tussen de flamboyante Zamparini en het stadsbestuur klikte het echter niet. Van de geplande verbouwing van het stadion kwam niets terecht en dus kocht de zakenman, na de laatste degradatie van Venezia uit de Serie A in 2002, Palermo. Een dag later haalde hij twaalf spelers van Venezia en de manager uit het trainingskamp weg en voerde ze in een bus naar Palermo's trainingskamp even verderop. Even later verhuisden ook de sportief directeur en de diepe spits naar de Siciliaanse club. Venezia bleef zonder bestuur én spelers achter. Paolo Poggi zat toen bij Parma, maar keerde als speler terug en belde nog een paar vrije voetballers om zijn club in de tweede klasse te helpen. Tevergeefs. In amper tien jaar ging Venezia liefst drie keer failliet. De reddingsboei kwam in september 2015 van een Amerikaans investeringsfonds dat de club na het derde failliet een nieuwe naam gaf, Venezia FC, en een nieuwe start maakte, opnieuw vanuit vierde klasse. Een jaar later trad Paolo Poggi tot het management toe. Al snel voelde hij dat het nieuwe Venezia niet afstevende op een nieuwe mislukking. 'Vaak runt een eigenaar een club voor zichzelf. Deze Amerikanen zetten de club op de eerste plaats, in plaats van zichzelf. Ze kopen niet alleen spelers, die na één of een paar jaar weer weg zijn, maar zetten een hele organisatie op punt. En ze bouwen. We krijgen een fonkelnieuw trainingscentrum, een nieuw clubsecretariaat en straks ook, eindelijk, een vernieuwd stadion. Alles veranderde in een paar jaar, behalve één ding: ons stadion op het eiland. Dat blijft de mooiste wandeling in de hele wereld in het voetbal.' Zo belandde Poggi in 2016 als directeur internationale relaties bijvoorbeeld in 2016 in China om er de voetbalclub Venetië te promoten, toen nog maar een derdeklasser. 'De Chinezen kenden de stad wel, maar hadden nog niet gehoord dat er ook een voetbalclub was. Sindsdien zijn we ons internationaal netwerk aan het uitbreiden. Daarbij werkt de naam van de stad Venetië als een magneet.' Sinds vorig jaar is Poggi technisch directeur, toen de voorzitter het sportief beleid in handen legde van een werkgroep in plaats van bij één man. Daar behoort, naast hemzelf, de trainer en een dataspecialist ook sportief directeur Mattia Collauto toe, die tussen 2004 en 2012 220 wedstrijden voor de groen-oranje-zwarten speelde en twee faillissementen meemaakte. Sindsdien gaat Venezia, één van de zes Italiaanse clubs in Amerikaanse handen, voor onbekende jonge buitenlandse talenten. Het telde het vorige week al zeventien buitenlanders in de kern, erg veel naar Italiaanse normen. Waarom? 'Simpel', lacht Poggi. 'Omdat er veel meer buitenlanders zijn dan Italianen en ze bovendien ook goedkoper zijn. Wij kunnen en willen ons qua financiële middelen niet meten met de traditionele clubs. Willen we overleven, dan moeten we creatief zijn en iets anders doen, goedkoper inkopen. Trouwens: Venetië heeft altijd vol buitenlanders gelopen. In de stad, maar ook op de tribunes. Hoe vaak heb ik als speler geen Chinees of Amerikaan met een fototoestel gezien op de tribunes? We proberen voetbal een plaats te geven in een citytrip, naast het San Marcoplein en eventueel een bezoek aan de Biënnale, op amper vijf minuten van het stadion.' Zo kwam de club bijvoorbeeld uit bij de 22-jarige Daan Heymans die een contract kreeg zonder dat iemand van de club hem live had zien spelen. 'We verzamelen data en statistieken. Zo vonden we een jonge Belg die veel goals maakte in een moeilijke competitie en ook nog eens transfervrij was. Dat hij op zijn eentje Italiaans leerde voor hij naar hier kwam, zegt veel over zijn ingesteldheid. Dat soort jongens, die zich ook naast het veld willen integreren in de gemeenschap, willen wij.' De promotie naar eerste klasse kwam dit jaar wel onverwacht, geeft Poggi toe: 'Veel mensen dachten dat we eerder tegen de degradatie zouden knokken, maar de voorzitter kijkt altijd vooruit en zei: we gaan voor de play-offs.' In die play-offs pakte de nummer vijf uit de Serie B verrassend de promotie, de derde al in zes jaar tijd. Daardoor wordt trainer Paolo Zanetti, die op zijn 37e al de jongste trainer in de Serie B was, straks op zijn 38 ook de jongste trainer in de hoogste klasse. Zanetti's aanstelling was Poggi's eerste daad als technisch directeur. Op zijn eerste werkdag in augustus 2020 had hij een vier uur durende meeting met de vorige trainer Alessio Dionisi over het sportief beleid. 'Die avond tekende Dionisi voor Empoli en moesten we op zoek naar een nieuwe trainer. We willen iemand die bij onze nieuwe filosofie past: een trainer die met jonge spelers wil werken en ze beter maakt. Wat wij doen, is toegevoegde waarde creëren in plaats van te kopen.' Een mooi moment was het promotiefeest waarbij de spelers op de traditionele boten versierd met de clubkleren langs het Canal Grande door de stad werden gevoerd. 'Indrukwekkend voor hen zelf, en ze creëerden emotie voor de inwoners van de stad. Zoiets kun je niet overal doen. Hier wel.' Sportief mikt de nieuwbakken eersteklasser komend seizoen op het behoud, maar daarvoor moet het nog een paar ervaren spelers halen. In de huidige selectie is er maar één speler met ervaring in de Serie-A: de 32-jarige Cristian Molinaro met meer dan 200 wedstrijden in de Italiaanse hoogste klasse. Hij is samen met kapitein Marco Modolo - die al sinds de overname door de Amerikanen voor Venezia FC speelt en de hele opgang vanuit vierde klasse meemaakte - het hart van een internationaal team met een aantal internationals, zoals de Finse doelman Niki Mäenpää en de Israëlische aanwinst Dor Peretz. Met die bonte verzameling trekt Venezia FC voor zijn eerste wedstrijd in de hoogste klasse in 19 jaar naar het Napoli van Dries Mertens. De eerste thuiswedstrijden werkt het nog niet in zijn eigen stadion af; het mythische Stadio Pier Luigi Penzo werd vernoemd naar een Italiaanse vliegenier en oorlogsheld in WOI en is het op één na oudste in Italië. Het wordt momenteel dan ook verbouwd om conform te zijn aan de normen van eerste klasse. Daarvoor wordt de capaciteit opgetrokken van 7500 naar 12.000 plaatsen. De eerste keer dat de spelers de boot nemen naar het eiland Sint-Elena is op 19 september tegen Spezia Calcio. Neem voor alle zekerheid toch maar uw rubberen laarzen mee.