Jean-Marc Bosman is als modale middenvelder bij FC Luik einde contract in 1990 - hij is dan 26. Het Franse FC Dunkerque wil hem, maar FC Luik eist een bankgarantie voor de transfersom en dat weigeren de Fransen. FC Luik verwijst Bosman daarop met een minimumcontract naar de invallers. De speler probeert zijn gelijk te halen bij de Belgische voetbalbond, maar die kiest uit gewoonte partij voor de club. Na een lange rechtsgang wordt Bosman op 15 december 1995 door het Europees Hof van Justitie in Luxemburg in het gelijk gesteld.

Het arrest maakte een einde aan het op dat moment in het Europese voetbal geldende transfersysteem. Het bestond uit twee delen:

1. Spelers kregen voortaan de vrijheid om aan het eind van hun contract zonder transfervergoeding van club te veranderen.

2. De beperking op het aantal buitenlanders uit de Europese Unie die een club mocht opstellen (de zogenaamde 3+2-regel), werd opgeheven.

Wat waren de gevolgen?

1. De internationale mobiliteit van spelers nam exponentieel toe. Dat was niet zozeer het gevolg van de vrijheid van de eindecontractspeler als wel van het verbod op buitenlandersquota. Met de problematiek van Jean-Marc Bosman had dat laatste eigenlijk niets te maken.

2. Na van de eerste schok te zijn bekomen, gingen clubs de eindecontractvrijheid omzeilen door spelers langere contracten aan te bieden. Spelers konden voor het einde van hun contract nog altijd worden verhandeld en de transfermarkt bleef overeind.

3. De lonen van de spelers stegen. Clubs redeneerden dat er door het wegvallen van de transfersommen geld vrijkwam om spelers meer te betalen. In de praktijk echter bleven de transfersommen gehandhaafd (zie punt 2), waardoor dit kortzichtige mismanagement tot grote financiële problemen leidde bij veel clubs.

Strikt genomen was dus niet Bosman, maar een verkeerde reactie van de voetbalwereld op het arrest de oorzaak van de looninflatie. Twee gebeurtenissen versterkten dat effect in de volgende jaren. Eerst werd de Europese tv-markt vrijgemaakt, wat voor een explosie van de televisiegelden zorgde. En vanaf 1999 werd de helft van de Champions League-prijzenpot niet langer verdeeld op basis van sportieve, maar van economische criteria. Gevolg: de rijke clubs werden nog rijker en de lonen schoten nu pas echt door het plafond.

Lees het interview met Jean-Marc Bosman in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 9 december.

Jean-Marc Bosman is als modale middenvelder bij FC Luik einde contract in 1990 - hij is dan 26. Het Franse FC Dunkerque wil hem, maar FC Luik eist een bankgarantie voor de transfersom en dat weigeren de Fransen. FC Luik verwijst Bosman daarop met een minimumcontract naar de invallers. De speler probeert zijn gelijk te halen bij de Belgische voetbalbond, maar die kiest uit gewoonte partij voor de club. Na een lange rechtsgang wordt Bosman op 15 december 1995 door het Europees Hof van Justitie in Luxemburg in het gelijk gesteld.Het arrest maakte een einde aan het op dat moment in het Europese voetbal geldende transfersysteem. Het bestond uit twee delen:1. Spelers kregen voortaan de vrijheid om aan het eind van hun contract zonder transfervergoeding van club te veranderen.2. De beperking op het aantal buitenlanders uit de Europese Unie die een club mocht opstellen (de zogenaamde 3+2-regel), werd opgeheven. 1. De internationale mobiliteit van spelers nam exponentieel toe. Dat was niet zozeer het gevolg van de vrijheid van de eindecontractspeler als wel van het verbod op buitenlandersquota. Met de problematiek van Jean-Marc Bosman had dat laatste eigenlijk niets te maken.2. Na van de eerste schok te zijn bekomen, gingen clubs de eindecontractvrijheid omzeilen door spelers langere contracten aan te bieden. Spelers konden voor het einde van hun contract nog altijd worden verhandeld en de transfermarkt bleef overeind.3. De lonen van de spelers stegen. Clubs redeneerden dat er door het wegvallen van de transfersommen geld vrijkwam om spelers meer te betalen. In de praktijk echter bleven de transfersommen gehandhaafd (zie punt 2), waardoor dit kortzichtige mismanagement tot grote financiële problemen leidde bij veel clubs.Strikt genomen was dus niet Bosman, maar een verkeerde reactie van de voetbalwereld op het arrest de oorzaak van de looninflatie. Twee gebeurtenissen versterkten dat effect in de volgende jaren. Eerst werd de Europese tv-markt vrijgemaakt, wat voor een explosie van de televisiegelden zorgde. En vanaf 1999 werd de helft van de Champions League-prijzenpot niet langer verdeeld op basis van sportieve, maar van economische criteria. Gevolg: de rijke clubs werden nog rijker en de lonen schoten nu pas echt door het plafond.Lees het interview met Jean-Marc Bosman in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 9 december.