"Dat ik in 2014 nog niet speelde, heeft verschillende redenen. Op onze winterstage in Qatar raakte ik geblesseerd, mijn lichaam kon de opeenvolging van trainingen niet aan op dat moment. Vergeet niet dat ik 36 geworden ben! Terug in Duitsland heb ik daardoor een paar weken individuele training gevolgd. Sinds begin februari train ik weer met de groep mee, en zit ik elke week bij de kern. Ik vind het logisch dat men in zo'n geval op het veld kiest voor een jongere speler die de toekomst van de club vertegenwoordigt. Wat de Duivels betreft, was ik ontgoocheld dat ik bij het begin van de kwalificatiecampagne voor het WK niet bij de twee titularissen centraal achterin hoorde. Later klonk het dat ik centraal achterin de nummer drie in de hiërarchie was, dat ik maar zou spelen als Vincent Kompany of Thomas Vermaelen niet fit zouden zijn. Maar Marc Wilmots heeft me dat nooit zo gezegd. Voor hem waren er drie of vier potentiële titularissen: vergeet ook Nicolas Lombaerts niet. Uiteindelijk heb ik toch de helft van alle matchen gespeeld."

Hoe voelt dat, zo'n kwalificatie voor een groot toernooi nadat je naast de vijf vorige hebt gepakt?

"Er is geen toeval mee gemoeid, net zoals het tussen 2004 tot 2012 logisch was dat we het niet haalden. We moeten onszelf daar niets over wijsmaken. Als we ons toen geplaatst hadden voor een WK of EK, zou dat niet terecht zijn geweest. Dit keer was het wél terecht, we zijn niemand iets verschuldigd, we hebben onze kwalificatie helemaal zelf afgedwongen. Er is de laatste jaren zo veel veranderd: de kwaliteit van de spelers, maar ook de hele entourage, de technische staf, de infrastructuur... Het is ook niet zo dat we ons op het nippertje hebben geplaatst. We hebben onze groep gedomineerd, zoals we in de vorige kwalificatiecampagnes gedomineerd werden door onze tegenstanders van toen."

Vandaag is Marc Wilmots jouw chef, nadat jullie tien jaar vrienden waren. Is dat niet moeilijk, zo'n beetje als de jongen die plots zijn vader als leraar krijgt, en dan ineens de nodige afstand moet bewaren?

"Alles is duidelijk tussen ons. Buiten het veld praten we veel, nog meer dan toen we ploegmaats waren. Daar noem ik hem bij zijn voornaam. Maar zodra de training begint, is hij niet meer mijn vriend, maar mijn baas. Als hij me vraagt om vijf keer rond het terrein te lopen of een reeks sprintjes te trekken of een bal te gaan ophalen achter het hek, vraag ik me niet af waarom iemand anders dat niet moet doen, omdat we mekaar al zo lang kennen, maar dan doe ik dat. Ik spreek hem dan niet meer met 'jij' aan, ook niet met 'u', ik zeg gewoon 'coach' om alle mogelijke problemen te vermijden."

In clubverband heeft Bayern twintig punten meer dan de tweede. Wat motiveert jullie nog?

"De goesting om even goed te doen als vorig seizoen. Pep Guardiola wil niet minder prijzen halen dan Jupp Heynckes. We willen zo vroeg mogelijk de titel vieren, een recordaantal aan goals maken, het minste tegengoals krijgen. Vorig jaar was de verhouding 98 goals voor en 18 tegen. We begonnen aan de competitie met als doel 100 keer te scoren en minder dan tien goals binnen te krijgen. Hier zeggen ze dat als je ter plaatse blijft trappelen, je op een dag door iedereen voorbijgestoken wordt en laatste zal zijn."

Welk belang hecht Bayern aan pakweg de wereldbeker voor clubs, die jullie in december wonnen, terwijl niemand zich daar druk om maakt?

"Bij Bayern ligt dat anders. Sinds begin dit jaar hebben we een extra logo op de truitjes, dankzij die prijs. Het klopt dat niet iedereen daar wakker van ligt, maar het was een prijs die Bayern nog nooit had gewonnen, en die vandaag wel in de trofeeënkast prijkt. Die prijs geeft ons het recht een trui te dragen die niemand anders mag dragen. Het maakt ons nog meer uniek."

Pierre Danvoye

"Dat ik in 2014 nog niet speelde, heeft verschillende redenen. Op onze winterstage in Qatar raakte ik geblesseerd, mijn lichaam kon de opeenvolging van trainingen niet aan op dat moment. Vergeet niet dat ik 36 geworden ben! Terug in Duitsland heb ik daardoor een paar weken individuele training gevolgd. Sinds begin februari train ik weer met de groep mee, en zit ik elke week bij de kern. Ik vind het logisch dat men in zo'n geval op het veld kiest voor een jongere speler die de toekomst van de club vertegenwoordigt. Wat de Duivels betreft, was ik ontgoocheld dat ik bij het begin van de kwalificatiecampagne voor het WK niet bij de twee titularissen centraal achterin hoorde. Later klonk het dat ik centraal achterin de nummer drie in de hiërarchie was, dat ik maar zou spelen als Vincent Kompany of Thomas Vermaelen niet fit zouden zijn. Maar Marc Wilmots heeft me dat nooit zo gezegd. Voor hem waren er drie of vier potentiële titularissen: vergeet ook Nicolas Lombaerts niet. Uiteindelijk heb ik toch de helft van alle matchen gespeeld." Hoe voelt dat, zo'n kwalificatie voor een groot toernooi nadat je naast de vijf vorige hebt gepakt? "Er is geen toeval mee gemoeid, net zoals het tussen 2004 tot 2012 logisch was dat we het niet haalden. We moeten onszelf daar niets over wijsmaken. Als we ons toen geplaatst hadden voor een WK of EK, zou dat niet terecht zijn geweest. Dit keer was het wél terecht, we zijn niemand iets verschuldigd, we hebben onze kwalificatie helemaal zelf afgedwongen. Er is de laatste jaren zo veel veranderd: de kwaliteit van de spelers, maar ook de hele entourage, de technische staf, de infrastructuur... Het is ook niet zo dat we ons op het nippertje hebben geplaatst. We hebben onze groep gedomineerd, zoals we in de vorige kwalificatiecampagnes gedomineerd werden door onze tegenstanders van toen." Vandaag is Marc Wilmots jouw chef, nadat jullie tien jaar vrienden waren. Is dat niet moeilijk, zo'n beetje als de jongen die plots zijn vader als leraar krijgt, en dan ineens de nodige afstand moet bewaren? "Alles is duidelijk tussen ons. Buiten het veld praten we veel, nog meer dan toen we ploegmaats waren. Daar noem ik hem bij zijn voornaam. Maar zodra de training begint, is hij niet meer mijn vriend, maar mijn baas. Als hij me vraagt om vijf keer rond het terrein te lopen of een reeks sprintjes te trekken of een bal te gaan ophalen achter het hek, vraag ik me niet af waarom iemand anders dat niet moet doen, omdat we mekaar al zo lang kennen, maar dan doe ik dat. Ik spreek hem dan niet meer met 'jij' aan, ook niet met 'u', ik zeg gewoon 'coach' om alle mogelijke problemen te vermijden." In clubverband heeft Bayern twintig punten meer dan de tweede. Wat motiveert jullie nog? "De goesting om even goed te doen als vorig seizoen. Pep Guardiola wil niet minder prijzen halen dan Jupp Heynckes. We willen zo vroeg mogelijk de titel vieren, een recordaantal aan goals maken, het minste tegengoals krijgen. Vorig jaar was de verhouding 98 goals voor en 18 tegen. We begonnen aan de competitie met als doel 100 keer te scoren en minder dan tien goals binnen te krijgen. Hier zeggen ze dat als je ter plaatse blijft trappelen, je op een dag door iedereen voorbijgestoken wordt en laatste zal zijn." Welk belang hecht Bayern aan pakweg de wereldbeker voor clubs, die jullie in december wonnen, terwijl niemand zich daar druk om maakt? "Bij Bayern ligt dat anders. Sinds begin dit jaar hebben we een extra logo op de truitjes, dankzij die prijs. Het klopt dat niet iedereen daar wakker van ligt, maar het was een prijs die Bayern nog nooit had gewonnen, en die vandaag wel in de trofeeënkast prijkt. Die prijs geeft ons het recht een trui te dragen die niemand anders mag dragen. Het maakt ons nog meer uniek." Pierre Danvoye