De Asian Cup mag dan een voetnoot zijn op de overvolle voetbalkalender, het Europese voetbal is al jaren de speelbal van Azië. Modale clubs zoals PSG en Manchester City transformeerden tot wereldberoemde merken dankzij oliedollars. Zelfs een verklaarde volksclub zoals FC Barcelona pronkte jarenlang met Qatarese reclame op de borst. In de Premier League, de absolute standaard qua globaal product in het voetbal, zijn zeven van de twintig clubs gedeeltelijk in handen van Aziatische eigenaars. Competities zoals de Chinese Super League trekken niet langer enkel toppers op hun retour aan. Als kers op de taart maakt Qatar zich op voor de organisatie van de Wereldbeker in 2022 - tot grote ergernis van de rest van de wereld.

Enkel op sportief vlak hinkt het meest bevolkte continent nog steeds achterop. Amper drie Aziatische landen prijken in de top-50 van de FIFA-ranking.

De Wereldbeker in Rusland was voor Azië wel bovengemiddeld goed met vier winstpartijen in totaal. In 2014 bleef de winstbalans nog op een magere nul steken. Japan redde de Aziatische eer met kwalificatie voor de 1/8ste finales, waar het een 2-0 voorsprong tegen de Rode Duivels verspeelde. Zuid-Korea schakelde wereldkampioen Duitsland uit, op een moment dat de terugvlucht voor de Koreanen wel al vast lag. Iran wurmde zich ei zo na voorbij Portugal naar de achtste finales, maar moest na drie wedstrijden toch naar huis. Op het recente WK voor clubs slaagde het bescheiden Al Ain uit de VAE er zelfs in River Plate uit te schakelen.

Gecombineerd met de uitbreiding van het deelnemersveld naar 24 landen kijkt het Aziatische voetbal zo optimistisch naar de toekomst. Maar gezien het abominabele voetbal op Euro 2016 met 24 teams lijkt de expansie geen zegen te zijn voor het spelniveau. Meer dan de helft van voetballend Azië mag afreizen naar de VAE. Bovendien zorgt het systeem van de beste derdes voor afwachtend voetbal, wetende dat drie gelijke spelen of één overwinning voldoende kunnen zijn voor de 1/8ste finales.

Net zoals de uitbreiding van de Wereldbeker, waar Azië gretig van zal profiteren, moet de expansie vooral meer inkomsten genereren: meer wedstrijden betekent hogere tv-rechten en hogere sponsorgelden. Daarnaast opent de Asian Football Confederation (AFC) zo de poort voor de grote tv-markten zoals India en de achtergestelde voetbalregio Zuidoost-Azië, die ondanks de immense belangstelling voor voetbal steeds uit de boot vielen.

In de tang van Europa

Een groot marktaandeel zal de Asian Cup echter niet verwerven in Europa. 75 Asian Cup-gangers, waaronder zeven 'Belgen' verdienen hun brood in Europa, net op een moment dat competities en bekers een versnelling hoger schakelen. Op de Schotse tv werd het toernooi na de selectie van Celtic-speler Tom Rogic omschreven als 'Mickey Mouse Football'. Europa mag zich niettemin gelukkig prijzen dat de Africa Cup verhuisd is naar de zomer waardoor de Afrikaanse en Aziatische bekers niet langer vierjaarlijks overlappen in januari.

Wat de aantrekkelijkheid niet bevordert, is het ontbreken van echte wereldtoppers - een troef waarmee de Africa Cup wel vaak mee uitpakt. Australië is bezig aan een hoofdstuk zonder levende legende Tim Cahill, die de fakkel definitief heeft doorgegeven aan een mindere generatie. De titelverdediger neemt het in de groepsfase onder meer op tegen het Jordanië van Vital Borkelmans. Mede door de late aanvangstijden voor de Australiërs en het feit dat de wedstrijden achter de decoder zitten, is de aandacht in het thuisland lauw. Daarnaast blijft de deelname van Australië aan een Aziatisch kampioenschap vreemd aanvoelen.

Carlos Queiroz, Belga Image
Carlos Queiroz © Belga Image

De favorietenrol lijkt voor Iran: nummer 29 op de FIFA-ranking, onoverwinnelijk in de WK-kwalificatie én stabiel onder de Portugees Carlos Queiroz. Iran heeft echter het verleden tegen: de laatste trofee dateert uit de jaren '70.

Viervoudig winnaar Japan is de grootste uitdager maar na het WK was het tijd voor een generatiewissel bij de Samoerai Blue. Japan kan niet langer rekenen op de gepensioneerde Keisuke Honda (met pensioen) en de in een vormcrisis verkerende Shinji Kagawa.

De veruit beste Aziaat, de Zuid-Koreaan Son Heung-Min, verlaat Tottenham Hotspur pas op 13 januari, nadat zijn land al twee wedstrijden heeft afgewerkt. Deze regeling geldt als compensatie voor de afwezigheid van Son in september vorig jaar, toen hij met zijn land de Asian Games won en zo vrijgesteld werd van legerdienst. Zelfs Son die met een eerste Aziatische titel sinds 1960 een heldenstatus kan verkrijgen in eigen land, toonde weinig enthousiasme om af te reizen naar de Emiraten.

Bovendien lijdt het Aziatische voetbal al lange tijd aan voorspelbaarheid. In tegenstelling tot Afrika, waar de financiële draagkracht min of meer gelijk is, maken dezelfde vijf à zes landen al jaren de dienst uit aan de absolute top. Een WK-deelname en zeker kwalificatie voor de Asian Cup is voor Japan en Zuid-Korea de evidentie zelve geworden.

De kloof tussen bijvoorbeeld Japan en nieuwkomers zoals Jemen en Kirgizië is dan ook hemelsbreed. Landen zoals Qatar, China en de VAE trachten al jaren via duurbetaalde coaches en zelfs genaturaliseerde spelers een aanval te doen op de macht van de traditionele toppers.

Ook in deze editie zullen er veel herkenbare namen langs de lijnen lopen. 75 procent van de trainers komt uit de traditionele voetbalregio's Europa en Zuid-Amerika. China neemt na de Asian Cup afscheid van Marcello Lippi, wiens passage als bondscoach tot nog toe teleurstellend verliep terwijl de Filippijnen als debutant kunnen uitpakken met Sven-Göran Eriksson.

De ex-bondscoach van Engeland kan rekenen op de rijke diaspora van de eilandengroep, een tactiek die ook Libanon een ticket voor de Asian Cup heeft bezorgd. Vier internationals zijn op de Filippijnen zelf geboren, de rest komt uit alle hoeken van de wereld. Jammer genoeg is de grote ster, doelman Neil Etheridge van Cardiff City niet opgeroepen. Hij koos er zelf voor om in Wales te blijven, uit schrik om zijn positie als eerste keeper bij een Premier League-club te verliezen.

De oliedollars mogen dan wel de toekomst zijn van het wereldvoetbal, op sportief vlak zit Azië nog steeds in de tang van Europa, met dank aan de mecenassen uit Azië zelf.

De Asian Cup mag dan een voetnoot zijn op de overvolle voetbalkalender, het Europese voetbal is al jaren de speelbal van Azië. Modale clubs zoals PSG en Manchester City transformeerden tot wereldberoemde merken dankzij oliedollars. Zelfs een verklaarde volksclub zoals FC Barcelona pronkte jarenlang met Qatarese reclame op de borst. In de Premier League, de absolute standaard qua globaal product in het voetbal, zijn zeven van de twintig clubs gedeeltelijk in handen van Aziatische eigenaars. Competities zoals de Chinese Super League trekken niet langer enkel toppers op hun retour aan. Als kers op de taart maakt Qatar zich op voor de organisatie van de Wereldbeker in 2022 - tot grote ergernis van de rest van de wereld. Enkel op sportief vlak hinkt het meest bevolkte continent nog steeds achterop. Amper drie Aziatische landen prijken in de top-50 van de FIFA-ranking. De Wereldbeker in Rusland was voor Azië wel bovengemiddeld goed met vier winstpartijen in totaal. In 2014 bleef de winstbalans nog op een magere nul steken. Japan redde de Aziatische eer met kwalificatie voor de 1/8ste finales, waar het een 2-0 voorsprong tegen de Rode Duivels verspeelde. Zuid-Korea schakelde wereldkampioen Duitsland uit, op een moment dat de terugvlucht voor de Koreanen wel al vast lag. Iran wurmde zich ei zo na voorbij Portugal naar de achtste finales, maar moest na drie wedstrijden toch naar huis. Op het recente WK voor clubs slaagde het bescheiden Al Ain uit de VAE er zelfs in River Plate uit te schakelen. Gecombineerd met de uitbreiding van het deelnemersveld naar 24 landen kijkt het Aziatische voetbal zo optimistisch naar de toekomst. Maar gezien het abominabele voetbal op Euro 2016 met 24 teams lijkt de expansie geen zegen te zijn voor het spelniveau. Meer dan de helft van voetballend Azië mag afreizen naar de VAE. Bovendien zorgt het systeem van de beste derdes voor afwachtend voetbal, wetende dat drie gelijke spelen of één overwinning voldoende kunnen zijn voor de 1/8ste finales. Net zoals de uitbreiding van de Wereldbeker, waar Azië gretig van zal profiteren, moet de expansie vooral meer inkomsten genereren: meer wedstrijden betekent hogere tv-rechten en hogere sponsorgelden. Daarnaast opent de Asian Football Confederation (AFC) zo de poort voor de grote tv-markten zoals India en de achtergestelde voetbalregio Zuidoost-Azië, die ondanks de immense belangstelling voor voetbal steeds uit de boot vielen.Een groot marktaandeel zal de Asian Cup echter niet verwerven in Europa. 75 Asian Cup-gangers, waaronder zeven 'Belgen' verdienen hun brood in Europa, net op een moment dat competities en bekers een versnelling hoger schakelen. Op de Schotse tv werd het toernooi na de selectie van Celtic-speler Tom Rogic omschreven als 'Mickey Mouse Football'. Europa mag zich niettemin gelukkig prijzen dat de Africa Cup verhuisd is naar de zomer waardoor de Afrikaanse en Aziatische bekers niet langer vierjaarlijks overlappen in januari.Wat de aantrekkelijkheid niet bevordert, is het ontbreken van echte wereldtoppers - een troef waarmee de Africa Cup wel vaak mee uitpakt. Australië is bezig aan een hoofdstuk zonder levende legende Tim Cahill, die de fakkel definitief heeft doorgegeven aan een mindere generatie. De titelverdediger neemt het in de groepsfase onder meer op tegen het Jordanië van Vital Borkelmans. Mede door de late aanvangstijden voor de Australiërs en het feit dat de wedstrijden achter de decoder zitten, is de aandacht in het thuisland lauw. Daarnaast blijft de deelname van Australië aan een Aziatisch kampioenschap vreemd aanvoelen. De favorietenrol lijkt voor Iran: nummer 29 op de FIFA-ranking, onoverwinnelijk in de WK-kwalificatie én stabiel onder de Portugees Carlos Queiroz. Iran heeft echter het verleden tegen: de laatste trofee dateert uit de jaren '70. Viervoudig winnaar Japan is de grootste uitdager maar na het WK was het tijd voor een generatiewissel bij de Samoerai Blue. Japan kan niet langer rekenen op de gepensioneerde Keisuke Honda (met pensioen) en de in een vormcrisis verkerende Shinji Kagawa. De veruit beste Aziaat, de Zuid-Koreaan Son Heung-Min, verlaat Tottenham Hotspur pas op 13 januari, nadat zijn land al twee wedstrijden heeft afgewerkt. Deze regeling geldt als compensatie voor de afwezigheid van Son in september vorig jaar, toen hij met zijn land de Asian Games won en zo vrijgesteld werd van legerdienst. Zelfs Son die met een eerste Aziatische titel sinds 1960 een heldenstatus kan verkrijgen in eigen land, toonde weinig enthousiasme om af te reizen naar de Emiraten. Bovendien lijdt het Aziatische voetbal al lange tijd aan voorspelbaarheid. In tegenstelling tot Afrika, waar de financiële draagkracht min of meer gelijk is, maken dezelfde vijf à zes landen al jaren de dienst uit aan de absolute top. Een WK-deelname en zeker kwalificatie voor de Asian Cup is voor Japan en Zuid-Korea de evidentie zelve geworden. De kloof tussen bijvoorbeeld Japan en nieuwkomers zoals Jemen en Kirgizië is dan ook hemelsbreed. Landen zoals Qatar, China en de VAE trachten al jaren via duurbetaalde coaches en zelfs genaturaliseerde spelers een aanval te doen op de macht van de traditionele toppers. Ook in deze editie zullen er veel herkenbare namen langs de lijnen lopen. 75 procent van de trainers komt uit de traditionele voetbalregio's Europa en Zuid-Amerika. China neemt na de Asian Cup afscheid van Marcello Lippi, wiens passage als bondscoach tot nog toe teleurstellend verliep terwijl de Filippijnen als debutant kunnen uitpakken met Sven-Göran Eriksson. De ex-bondscoach van Engeland kan rekenen op de rijke diaspora van de eilandengroep, een tactiek die ook Libanon een ticket voor de Asian Cup heeft bezorgd. Vier internationals zijn op de Filippijnen zelf geboren, de rest komt uit alle hoeken van de wereld. Jammer genoeg is de grote ster, doelman Neil Etheridge van Cardiff City niet opgeroepen. Hij koos er zelf voor om in Wales te blijven, uit schrik om zijn positie als eerste keeper bij een Premier League-club te verliezen. De oliedollars mogen dan wel de toekomst zijn van het wereldvoetbal, op sportief vlak zit Azië nog steeds in de tang van Europa, met dank aan de mecenassen uit Azië zelf.