Vorig seizoen eindigden The Cherries twaalfde (op twintig teams). Een onverhoopt resultaat, maar ook de afgelopen weken leverden ze sterke prestaties, wat hen net voor de interlandbreak een verrassende zesde plaats opleverde. Want ook al bestaat AFC Bournemouth al 119 jaar, het blijft toch een van de meest bescheiden Engelse eersteklassers, met de uitstraling van een provincieclub.

In het eigen Vitality Stadium is er amper plaats voor 11.360 toeschouwers. De ticketverkoop bedraagt er dan ook maar een vierde van Leicester City en een twintigste van Arsenal. Maar de club blijft zijn identiteit trouw, ook al wordt er stevig nagedacht over een stadionuitbreiding.

Bournemouth beschikt over een nagenoeg exclusief Angelsaksische spelerskern, met manager Eddie Howe (40) aan het hoofd. Hij blijft een rare vogel, de jongste coach in de laatste veertig jaar van de Premier League, maar rijgt wel de successen aan elkaar met zijn compact spel. Een big spender is de oud-verdediger niet. Begin augustus verbrak Howe wel het clubrecord met de komst van de Colombiaanse middenvelder Jefferson Lerma (23) voor 28 miljoen euro van Levante UD.

AFC Bournemouth leeft van de mirakels, sinds ze in het seizoen 2008/09 op het nippertje in de League Two (vierde klasse) bleven. Daarna volgde de hoge vlucht. Howe, die als speler 352 van zijn 354 profduels uitkwam voor The Cherries, kreeg eind 2008 de sportieve sleutels in handen. Bij de opeenvolgende promoties kreeg hij de steun van trouwe clubspelers als Charlie Daniels, Steve Cook en Simon Francis.

De komst van de - discrete - Russische miljonair Maxim Demin in 2001, die de club kocht voor 1 miljoen euro, veranderde ook iets. Hij spiegelde zich in eerste instantie te veel aan Roman Abramovitsj bij Chelsea. Bij de promotie in 2015 bedroeg de salarismassa daardoor dubbel zoveel als de inkomsten, wat Demin een boete opleverde van bijna 10 miljoen euro.

Vorig seizoen eindigden The Cherries twaalfde (op twintig teams). Een onverhoopt resultaat, maar ook de afgelopen weken leverden ze sterke prestaties, wat hen net voor de interlandbreak een verrassende zesde plaats opleverde. Want ook al bestaat AFC Bournemouth al 119 jaar, het blijft toch een van de meest bescheiden Engelse eersteklassers, met de uitstraling van een provincieclub. In het eigen Vitality Stadium is er amper plaats voor 11.360 toeschouwers. De ticketverkoop bedraagt er dan ook maar een vierde van Leicester City en een twintigste van Arsenal. Maar de club blijft zijn identiteit trouw, ook al wordt er stevig nagedacht over een stadionuitbreiding. Bournemouth beschikt over een nagenoeg exclusief Angelsaksische spelerskern, met manager Eddie Howe (40) aan het hoofd. Hij blijft een rare vogel, de jongste coach in de laatste veertig jaar van de Premier League, maar rijgt wel de successen aan elkaar met zijn compact spel. Een big spender is de oud-verdediger niet. Begin augustus verbrak Howe wel het clubrecord met de komst van de Colombiaanse middenvelder Jefferson Lerma (23) voor 28 miljoen euro van Levante UD. AFC Bournemouth leeft van de mirakels, sinds ze in het seizoen 2008/09 op het nippertje in de League Two (vierde klasse) bleven. Daarna volgde de hoge vlucht. Howe, die als speler 352 van zijn 354 profduels uitkwam voor The Cherries, kreeg eind 2008 de sportieve sleutels in handen. Bij de opeenvolgende promoties kreeg hij de steun van trouwe clubspelers als Charlie Daniels, Steve Cook en Simon Francis. De komst van de - discrete - Russische miljonair Maxim Demin in 2001, die de club kocht voor 1 miljoen euro, veranderde ook iets. Hij spiegelde zich in eerste instantie te veel aan Roman Abramovitsj bij Chelsea. Bij de promotie in 2015 bedroeg de salarismassa daardoor dubbel zoveel als de inkomsten, wat Demin een boete opleverde van bijna 10 miljoen euro.