D usan Tadic heeft een verleden in Nederland bij FC Groningen en FC Twente. In 2014 waagde hij de grote sprong voorwaarts en tekende hij bij Southampton, dat om en bij de 14 miljoen euro voor hem betaalde. Na vier seizoenen in de basis bij The Saints had Ajax afgelopen zomer nog 11,4 miljoen euro voor hem veil.
...

D usan Tadic heeft een verleden in Nederland bij FC Groningen en FC Twente. In 2014 waagde hij de grote sprong voorwaarts en tekende hij bij Southampton, dat om en bij de 14 miljoen euro voor hem betaalde. Na vier seizoenen in de basis bij The Saints had Ajax afgelopen zomer nog 11,4 miljoen euro voor hem veil. Wat trof je half juli vorig jaar aan toen je neerstreek in Amsterdam? DUSAN TADIC: 'In de gesprekken rond mijn transfer werd al kenbaar gemaakt dat Ajax wilde uithalen. Met een mix van talent en ervaring een prijs behalen en Europees tot goede prestaties komen. In mijn eerste weken bij Ajax merkte ik die drang bij veel mensen, maar voelde ik ook wel een bepaalde onzekerheid. De plannen waren mooi, maar er moest wel direct worden gepresteerd. Al die voorrondeduels, we hadden nauwelijks tijd voor een normale voorbereiding met trainingen. En ik merkte dat de club een heel moeilijk seizoen achter de rug had. Iedereen wilde heel graag, maar het moest allemaal wel nog op zijn plek vallen en groeien.' Het sentiment moest keren in Amsterdam. Een belangrijke eerste stap waren de transfers van Daley Blind en jou naar Ajax. TADIC: 'We werden met hoge verwachtingen gehaald, maar dat vond ik helemaal niet erg. Dat was terecht, want we hebben beiden in de Premier League in de afgelopen jaren veel meegemaakt en hebben veel ervaring. Samen met de andere ervaren spelers, en al die grote talenten, werd het al snel een goede mix. De kwalificatie voor de poulefase van de Champions League was natuurlijk hét bepalende middel om te groeien. We hadden direct succes en het ging ook al snel gepaard met goed voetbal. Het gaf een boost, het ging draaien en je merkte dat het chagrijn van het vorige seizoen helemaal verdween, net als de onzekerheid. Het mooie is dat het groeiproces niet is gestopt. Nog altijd zie ik spelers individueel en ons als ploeg wekelijks dingen beter doen.' Zo te horen heb je nog totaal geen spijt van je terugkeer naar Nederland? TADIC: 'Nog geen moment. Ik ben heel gelukkig hier.' Toch blijft het voor velen nog altijd een prangende vraag: Waarom verruil je als speler in de bloei van je carrière de Premier League voor de Eredivisie? TADIC: 'Ik snap die vraag ook wel. Het antwoord is eigenlijk heel simpel: Ajax. Die club is altijd mijn favoriete club geweest. Op het moment dat mijn zaakwaarnemer aan het einde van vorig seizoen meldde dat Ajax een van de geïnteresseerde clubs was, was het voor mij duidelijk. Het wordt Ajax of niets, zei ik tegen hem. Er waren aanbiedingen vanuit allerlei andere landen, maar die hoefde ik niet te horen. Behalve Ajax waren er ook een paar andere argumenten aantrekkelijk voor mij. Ik wilde terug naar Nederland, naar het land waar ik het vier jaar zo naar mijn zin had gehad samen met mijn vrouw. Die periode in Groningen en later Enschede heeft ons veel geluk gebracht. Met twee kleine kinderen was Nederland bovendien een fijne plek om als gezin naartoe te gaan. En na vier jaar Premier League merkte ik ook dat mijn lichaam toe was aan een andere competitie. Niet meer eindeloos doorspelen in de winter, zonder winterstop, waardoor je aan het einde van het seizoen voelt dat het lichaam helemaal op is. Begrijp me niet verkeerd, spelen bij Southampton en in de Premier League was geweldig, alleen vergt het ook veel van je lichaam. Helemaal voor een aanvaller zoals ik, die het altijd van het voetballende gedeelte moet hebben. Ik wist wat ik in Nederland kon verwachten, het pure voetbal, en dat is voor mij het mooiste dat er is. Bovendien lonkte met Ajax spelen in de Champions League en strijden om een prijs.' Wat maakt het leven in Nederland zo aantrekkelijk voor jou? TADIC: 'De mensen. Ze zijn warm, vriendelijk en ontspannen. We merkten het goed toen we in Engeland woonden. Daar is het allemaal afstandelijker, formeler. Nederlanders zijn open, eerlijk en dat spreekt me aan. Alles is ook goed geregeld. Ziekenhuizen, scholen, verkeer. Overal zit structuur in, en mensen staan klaar om je te helpen. Ik vind dat je als buitenlander de taal moet leren als je ergens nieuw bent. Het Nederlands zat er nog altijd wel een beetje in en heb ik nu weer kunnen ophalen. Ik versta het goed, alleen zelf praten is wel lastig. Maar iedereen kan goed Engels, dus het is fijn dat we ons overal goed kunnen uitdrukken. Ik merk ook aan de kinderen dat ze het hier goed hebben. Mijn zoontje Petur is vijf jaar, gaat naar school, en mijn dochtertje Tara is twee jaar. We wonen in Amsterdam en hebben alles dichtbij wat we zoeken. Nu ook een luchthaven, waardoor mijn ouders vaak even overkomen, en ook mijn zussen zijn al langs geweest met hun gezinnen.' Je bent alweer acht jaar weg uit Servië, maar de familieband is er niet minder op geworden? TADIC: 'Die is altijd heel sterk gebleven. We zijn een hechte familie. Ik heb een zus die negen jaar ouder is en eentje die zeven jaar ouder is. Ik was altijd hun kleine broertje. Of was, dat ben ik natuurlijk nog altijd, maar door het voetbal kwam ik al op jonge leeftijd op eigen benen te staan. Eerst nog met hulp van mijn zus. We groeiden op in Backa Topola, een kleine plaats in het noorden van Servië. Toen ik zes jaar was, stond ik voor de eerste keer op een voetbalveld. Om er eigenlijk niet meer weg te gaan. Ik was veertien jaar, toen FK Vojvodina Novi Sad me wilde hebben. Dagelijks heen en weer was geen optie, dus ik kwam bij mijn zus in Novi Sad te wonen. Ze zorgde natuurlijk ook wel voor me, maar ik leerde tegelijkertijd in zo'n stad ook om op eigen benen te staan.' Zelfs bij FC Groningen en FC Twente word je nog regelmatig door trainers als voorbeeld gebruikt van een speler die elke dag in zichzelf investeert om beter te worden. TADIC: 'Voor mij is die bevlogenheid normaal. Ik ben nooit anders gewend geweest. Toen ik jong was en in de jeugdopleiding van FK Vojvodina mocht spelen, zat ik dagelijks in een kleedkamer met de grootste talentjes uit Servië. En die konden goed voetballen, niet normaal. Maar er kwam meer bij kijken, kreeg ik al snel door. Als ik beter wilde zijn dan anderen, moest ik er ook voor gaan leven. Waar ik leeftijdsgenoten, die alles met een bal konden, in hun vrije tijd de stad in zag gaan of alcohol drinken, was ik in mijn tienerjaren vooral met school en voetbal bezig. De school maakte ik af, ik heb zelfs nog een jaar een vervolgopleiding Sport en Toerisme gestudeerd, maar al snel merkte ik dat die combinatie niet mogelijk was. De focus ging volledig naar voetbal, met die bevlogenheid als vaste prikkel. Elke dag trainen met de ploeg, maar daarnaast ook voor mezelf aan verbeterpunten werken, fysiek sterker worden. Dat laatste was in Servië geen luxe, maar pure noodzaak. Daar speel je competitieduels als aanvaller altijd tegen van die slopers achterin, die alleen maar bezig zijn om je te schoppen en te intimideren. Ik besefte dat ik fysiek top moest zijn om hen te snel af te zijn en de tackles te ontwijken. Zo werd ik in Servië steeds beter en kreeg ik via Nederland mijn kans om ook in het buitenland naam te maken.' Je arbeidsethos wordt nu ook bij Ajax geroemd. TADIC: 'Elke dag train ik even voor mezelf in de gym, na trainingen blijf ik geregeld even hangen op het veld om aan mijn trap te werken. Maar wel als mijn lichaam het toestaat. Die ervaring heb ik nu als oudere speler, dat ik precies aanvoel wat mijn lichaam wanneer nodig heeft. Ik wil elke dag een voldaan gevoel hebben, dat ik er alles uit heb gehaald, maar dat betekent niet dat je elke dag kilometers moet afleggen of aan allerlei gewichten moet blijven hangen. Je moet het juist niet overdrijven, want dan kan het blessures opleveren. Als je er maar mee bezig bent. Dat je beter kan worden, ja, ook als speler van dertig jaar. Ik probeer er ook jonge spelers in mee te nemen. Bij Ajax kost dat helemaal niet veel moeite trouwens. De talenten zijn zo gretig.' Laten we twee talenten eruit lichten. Hoe kijk jij als ervaren speler tegen Matthijs de Ligt en Frenkie de Jong aan? TADIC: ' Frenkie en Matthijs zijn amazing. Ze hebben zo veel kwaliteiten. Aan de bal zo overtuigend, veelzijdig ook, maar ook tactisch sterk en het zijn hele slimme jongens. Die hoef je dus echt niet te motiveren, dat gaat bij hen vanzelf. Het is puur, en daarom weet ik ook zeker dat ze het heel ver gaan schoppen.' De waardering andersom werd onlangs uitgesproken door Hakim Ziyech. Hij voelde een klik met jou zoals hij die nog nooit eerder met een medespeler voelde. TADIC: ' Hakim, haha... Prachtig. Hij is voor mij de pure voetballer, de liefhebber. Maar vergis je niet, hij investeert ook continu in zichzelf om beter te worden. De klik met Hakim was er direct al, we hadden aan een blik genoeg om te weten wat de ander ging doen. En nog altijd. Zoiets had ik in het verleden bij FC Twente met Nacer Chadli. Ook een geweldige speler. Ik ben blij dat Hakim bij Ajax is gebleven en dat we dit jaar wekelijks samen kunnen spelen.' Ziyech en jij vormen samen het creatieve brein in aanvallend opzicht en creëren vrijwel hetzelfde aantal kansen. Jullie aantal doelpunten en assists is ongeveer even hoog. Wat zegt dat? TADIC: 'Het zijn cijfers, meer niet. Voetbal is geen individuele sport. We moeten statistieken niet belangrijker maken dan ze zijn. Het is leuk als ze positief zijn, maar ik hecht er niet veel waarde aan zo lang we als ploeg niet presteren. Ik wil iets neerzetten bij Ajax, jonge spelers helpen, van waarde zijn. Dat kan inderdaad door te scoren en assists te geven, maar op andere momenten kan het ook door de juiste coaching, of door een loopactie te maken waardoor een ander vrij komt. Dat zie je niet in statistieken terug.' Het klinkt heel sociaal wenselijk. De manier waarop je het vertelt laat wel zien dat je het echt meent. TADIC: 'Dat teamgevoel heb ik altijd wel in me gehad. Ik weet nog dat vrienden vroeger vaak tegen me zeiden dat ik meer zelf moest schieten, in plaats van steeds maar op zoek te zijn naar een medespeler die er beter voor stond. Maar het is een onderdeel van mijn spel. En bij Ajax voel ik me op dat vlak helemaal thuis. De manier van spelen, van trainen. Het is allemaal op het voetbal gericht. Bij Southampton wist ik bijvoorbeeld dat het bij bepaalde spelers lastig was om echt tot voetballen te komen, dat zat helemaal niet in hun spel. Bij Ajax kan je elke speler de bal vragen en weet je dat je goed wordt aangespeeld.' Trainers, spelers, medewerkers, supporters. Je bent al snel geliefd geworden in Amsterdam. TADIC: 'Het begint met aanpassen. En dat in combinatie met dicht bij jezelf blijven. Ik vind dat als je ergens nieuw bent, dat je de cultuur van een club en omgeving moet respecteren. Niet denken dat jij het beter weet, dat het zo moet en niet anders.' Hoe is de wisselwerking tussen de spelers en Erik ten Hag? TADIC: 'Die is prima. Hij ligt heel goed bij de spelers. Er is een klik, we kunnen bij hem terecht en andersom weet hij ons te raken. Ik praat geregeld met de trainer, zoals hij dat vaker met een kern doet. Dat is al vanaf de eerste dag dat ik bij Ajax speel en is nooit anders geweest. De trainer is tactisch sterk en het is fijn met hem over voetbal te praten. De kritiek op hem in het begin van het seizoen voelde dan ook als onterecht. Met kritiek heb ik helemaal geen moeite. Sterker nog, het hoort bij een grote club als Ajax. Als je verliest, mag er kritiek zijn. Maar dan wel op iedereen, niet alleen op de trainer, want we doen het samen. Met het einde van het seizoen als moment waarop het oordeel kan worden geveld. De complimenten zijn mooi, ik geniet van de groei van onze ploeg, maar we hebben nog geen prijs.' Wat is een realistisch perspectief voor dat einde van het seizoen? TADIC: 'We hebben PSV nog altijd in het vizier en moeten kampioen worden. Het is onacceptabel voor mij dat Ajax al zo lang geen prijs heeft gepakt. Hoe ver we kunnen komen in de Champions League is lastig te zeggen, maar geen club zal blij zijn tegen ons te spelen. We hebben indruk gemaakt in de Champions League en zijn tot veel in staat. Dat is knap. En precies waar ik op had gehoopt toen ik besloot terug te keren naar Nederland.'Freek Jansen