Het is 21 december 2017 en crisis in Amsterdam. Ajax zit al jaren geregeld in zwaar weer, op zowel bestuurlijk vlak als op het veld - de laatste titel dateert van 2014 - en op de donkerste dag van het jaar kan daar een nieuw hoofdstuk aan worden toegevoegd. Trainer Marcel Keizer wordt na het verlies tegen FC Twente ontslagen met als reden de tegenvallende resultaten; de recente winst op titelconcurrent PSV en AZ ten spijt.
...

Het is 21 december 2017 en crisis in Amsterdam. Ajax zit al jaren geregeld in zwaar weer, op zowel bestuurlijk vlak als op het veld - de laatste titel dateert van 2014 - en op de donkerste dag van het jaar kan daar een nieuw hoofdstuk aan worden toegevoegd. Trainer Marcel Keizer wordt na het verlies tegen FC Twente ontslagen met als reden de tegenvallende resultaten; de recente winst op titelconcurrent PSV en AZ ten spijt. Het ontslag van Keizer staat dan ook niet op zich, zo is in Voetbal International in meerdere analyses gedetailleerd uiteengezet. De nederlaag tegen Twente is voor de leidinggevenden Edwin van der Sar en Marc Overmars vooral de ideale stok om mee te slaan. De keuze om de trainer op non-actief te stellen is onderdeel van een groter geheel; ook assistent-trainers Hennie Spijkerman en Dennis Bergkamp krijgen te horen niet meer in de plannen van de Amsterdammers voor te komen. Het vertrek van de voormalige topspits, die door Johan Cruijff als cultuurbewaker werd neergezet, leidt tot de grootste storm, maar zal uiteindelijk ook de grootste verandering inleiden. Bergkamp vormt namelijk met onder anderen Van der Sar en Overmars het zogeheten 'technisch hart' van Ajax. Het belangrijkste orgaan binnen de club werd in het leven geroepen door Cruijff, die daarmee de functie van technisch directeur schrapte en oud-spelers met praktijkkennis het beleid wilde laten maken. Het technisch hart is een van de vele veranderingen binnen het nieuwe beleid van Cruijff, dat wat later zou worden omschreven als de 'fluwelen revolutie'. Die begint in september 2010 en na een jaar van bestuurlijke machtsspelletjes mondt die al uit in een rechtszaak. Eind 2011 vecht Cruijff samen met tien jeugdtrainers bij Ajax - onder wie Overmars, Bergkamp, John Bosman, Wim Jonk, Ronald de Boer en Jaap Stam - de aanstelling van interim-directeuren Danny Blind en Martin Sturkenboom en de aanstaande benoeming van Louis van Gaal als directievoorzitter aan. Met succes. Het kort geding wordt gewonnen en Cruijff gaat door op zijn elan met het plan-Cruijff, waarbij onder meer de jeugdopleiding wordt hervormd. Die moet de beste ter wereld worden waarin het individu primeert. Zo wordt er bijvoorbeeld op verschillende ondergronden getraind en de trainers worden specifiek aangesteld: een voor de spitsen (Bosman), een voor de buitenspelers (Overmars), voor de verdediging (Stam) et cetera. Maar wat moet leiden tot een nieuwe succesperiode loopt uit op een heus slagveld. Waar Cruijff hoopt dat hij het merendeel binnen de club achter zijn beleid krijgt, blijft er op cruciale punten tegenwerking bestaan. Vooral hoofd jeugdopleiding Jonk en Bergkamp krijgen binnen de levensader van de club, jeugdcomplex De Toekomst, tegenwerking. Binnen enkele jaren vertrekt de ene na de andere Cruijffadept. Het technisch hart van Ajax is op bestuurlijk vlak het laatste overblijfsel van het beleid van Cruijff. Maar zoals vaker is gebleken leidt democratische besluitvoering tot meningsverschillen, onrust en politiek, die ook de achterkamertjes van de Amsterdammers al snel vindt. Vertraging in de besluitvorming is niet handig in voetballand, waar vaak snel en adequaat moet worden gereageerd. Niet voor niets werd er in veel clubs de functie van technisch directeur in het leven geroepen, die in zijn eentje de beslissingen neemt. Juist dat wilde Cruijff met het technisch hart voorkomen; er moest overleg komen, de beslissingen zouden samen gemaakt worden. Een revolutionair idee is het zeker, maar het blijkt al snel niet haalbaar in een wereld waarin ego's en opportunisme vaak leidend zijn. Een paar maanden voor zijn overlijden op 24 maart 2016, geeft Cruijff aan zijn naam niet langer aan het beleid van de Amsterdammers te willen koppelen... Anderhalf jaar later, in oktober 2017 en na weer twee misgelopen landstitels, is het nog altijd onrustig in Amsterdam. Het technisch hart doet nog dienst, met daarin Van der Sar, Overmars, Bergkamp en hoofd jeugdopleiding Saïd Ouaali, maar het rommelt als vanouds en Van der Sar stapt eruit. Hij beperkt bovendien haar invloed: van een bepalende rol wordt het technisch hart omgedoopt tot een adviesorgaan, waar Van der Sar als algemeen directeur de eindverantwoordelijke blijft met naast hem directeur spelerszaken Overmars. Het blijkt een eerste stap naar een ommekeer; bij twee voorgaande besluiten koos Van der Sar nog de kant van cultuurbewaker Bergkamp. Zo ook in de zomer van 2017. Peter Bosz heeft Ajax even daarvoor naar de finale van de Europa League geleid, maar richting het nieuwe seizoen wil hij de technische staf herzien. Bosz wil afscheid nemen van vier van zijn assistenten, onder wie Bergkamp met wie de samenwerking moeizaam verloopt. Waar Overmars vóór het aanblijven van Bosz is en geen probleem ziet in de wijzigingen binnen de staf, zijn Van der Sar en Bergkamp tegen. Bosz vertrekt daarop halsoverkop naar Borussia Dortmund. Bij diens opvolging pleit Overmars voor het bekijken van meerdere namen, maar Bergkamp ziet het zitten in Marcel Keizer. De Amsterdammer liet Jong Ajax het seizoen ervoor attractief voetballen en werd knap tweede in de eerste divisie, het tweede niveau van Nederland. Van der Sar stemt in en niet veel later begint Keizer als hoofdcoach van Ajax aan de voorbereidingen op het seizoen 2017/18. Wanneer Van der Sar een paar maanden later het technisch hart omvormt in een adviesorgaan en Keizer een half jaar na zijn aanstelling samen met Spijkerman en Bergkamp ontslagen wordt, zien de zaken er plots heel anders uit. Met het vertrek van Bergkamp lijken de banden met het beleid van Cruijff definitief te zijn doorgesneden. Kort daarop, in januari van vorig seizoen, begint Erik ten Hag als nieuwe trainer van Ajax. Hij moet de club binnen enkele maanden naar de titel leiden. Dat lukt niet: PSV wordt kampioen en directeur spelerszaken Overmars wordt opnieuw verweten te zuinig te zijn. Overmars heeft in zijn functie in zes jaar dan wel een goed gevulde portemonnee opgebouwd: volgens de jaarverslagen van Ajax maakte hij in die periode 114 miljoen euro winst op het spelersbeleid. Maar de aankopen zijn vooralsnog aan de magere kant en pakken bovendien vaak ongelukkig uit. Zijn oude bijnaam Marc Netto, die hij al in de jaren negentig kreeg omdat hij bij alles vroeg 'Is dat netto?', duikt al snel weer op... Maar voorafgaand aan het huidige seizoen worden er pittige keuzes gemaakt. Overmars trekt het salarisplafond van Ajax omhoog om de komst van Dusan Tadic (Southampton) en Daley Blind (Manchester United) mogelijk te maken, die bovendien respectievelijk ruim elf en zestien miljoen moeten kosten. Samen met Lasse Schöne, al sinds 2012 in dienst, moeten zij de hoognodige ervaring toevoegen aan een selectie die bulkt van het (zelfopgeleide) talent: André Onana, Joël Veltman, Noussair Mazraoui, Matthijs de Ligt, Frenkie de Jong, Donny van de Beek, Jürgen Ekkelenkamp, Dani de Wit en Kasper Dolberg. Naast Blind en Tadic betaalt Ajax van het vaste Champions League-elftal alleen een transfersom voor Nicolas Tagliafico (ruim 4 miljoen), David Neres (12 miljoen) en Hakim Ziyech (11). Het doel is duidelijk: na vijf jaar moet Ajax weer landskampioen worden. Toch verloopt het seizoen aanvankelijk moeizaam. Waar PSV de ene na de andere wedstrijd wint, staat Ajax meteen op achterstand door te beginnen met een gelijkspel. Als ook het onderlinge duel met 3-0 gewonnen wordt door de Eindhovenaren is de kloof met de koploper eind september al vijf punten. Er worden petities getekend om Ten Hag te ontslaan. Zijn voetbal deugt niet, is de teneur, en de trainer wordt neergezet als een boertje uit het oosten dat hakkelend uit zijn woorden komt. Ten Hag krijgt van de clubleiding echter de tijd. Tijd die in het voetbal zelden gegeven is, maar na jaren in het oog van de storm lijkt de bestuurlijke rust te zijn teruggekeerd. Nog voor de winterstop krijgt Ten Hag Ajax dan toch aan de praat en daarbij heeft hij één voordeel: in de Champions League laat zijn ploeg vanaf dag één een ongekend niveau zien. Daar treedt hij aan met de zogenoemde Champions Leaguevariant: geen echte nummer negen, zoals Klaas-Jan Huntelaar of Dolberg, maar met Tadic als zwervende spits met rechts en links van hem de overal aanwezige Neres en Ziyech. Het blijkt een gouden zet, met drie beweeglijke spelers op de voorste lijn, de techniek en het loopvermogen van Van de Beek, het spelinzicht van De Jong en de onvermoeibare Schöne kan Ajax zich ineens meten met de top. Een onverwachte zet lijkt het ook, want twee uitblinkers krijgen pas in de Champions League eindelijk hun kans. Neres is onder Ten Hag geen zekerheid in de competitie en ook Van de Beek moest in het begin van het seizoen nog genoegen nemen met een plaats op de bank. Het is die kritiek ook die na de winterstop opzwelt. Ajax speelt in zijn eerste vier wedstrijden een keer gelijk en verliest tweemaal, onder meer van Feyenoord (2-6). Met op de bank... Neres. Als de Amsterdammers later ook nog bij AZ onderuit gaan, zelfs in de geroemde Champions League-opstelling, kopt Voetbal International op zijn website: 'Alleen een wonder kan Ajax de titel nog brengen.' Twee maanden later liggen de kaarten plots anders. Ajax won afgelopen zondag de beker, is (gedeeld) koploper in de eredivisie en het staat in de halve finale van de Champions League. De crisissfeer in Amsterdam is nog maar eens omgeslagen in een hoerastemming. Het boertje uit het oosten is plots een toptrainer die gewoon niet zo handig communiceert, en na de buikschuiver van Overmars in zijn witte hemd lopen de supporters weg met Marc Netto. Want zij zorgen ervoor dat Ajax oogstrelend voetbal speelt waar 'mijn vader van gehouden zou hebben', liet Jordi Cruijff zich laatst ontvallen. Het beleid van Cruijff leek anderhalf jaar geleden beëindigd te zijn, maar zijn geest waart meer dan ooit rond bij Ajax. Toevallig in het seizoen dat het stadion zijn naam kreeg...