In 2010 won Qatar op dubieuze wijze de organisatie van het wereldkampioenschap voetbal in 2022. Sindsdien is het land aan een gigantische bouwoperatie begonnen waarbij het een nieuwe luchthaven, nieuwe wegen, openbaar vervoernetwerken, hotels, zeven nieuwe voetbalstadions en zelfs een nieuwe stad uit de grond stampt.

The Guardian onderzocht het hele gebeuren en zag dat het afgelopen decennium meer dan 6.500 Zuid-Aziatische gastarbeiders het leven hebben gelaten bij de werkzaamheden voor het WK. Dat zijn er gemiddeld twaalf per week. Deze arbeiders komen uit India, Pakistan, Nepal, Bangladesh en Sri Lanka.

Het totale dodental ligt allicht een stuk hoger aangezien de gestorven gastarbeiders uit landen als de Filipijnen of Kenia, vanwaar een grote migratiestroom naar Qatar is om te werken, niet zijn meegeteld. Het onderzoek bevat ook geen cijfers uit de laatste maanden van 2020.

De Qatarese overheid betwist deze cijfers niet, maar claimt wel dat het aantal 'in verhouding staat met het aantal aanwezige gastarbeiders en dat velen een natuurlijke dood stierven na jaren in Qatar te hebben gewoond.'

Kafala-systeem

Voor de uitvoering van dit project rekent de golfstaat op de handkracht van meer dan twee miljoen gastarbeiders uit Aziatische en Afrikaanse landen. Dat is het leeuwendeel van de totale populatie van het land. Zij belanden in het Kafala-systeem, waarin werknemers praktisch gezien eigendom zijn van werkgevers, hun 'sponsors'.

Ze werken aan een minimumloon van zo'n 165 euro per maand, dat vaak niet of laat wordt uitbetaald, leven in migrantenkampen en als ze van job willen veranderen, hebben ze toestemming van de werkgever nodig. Doen ze dit niet, dan kunnen ze gerechtelijk vervolgd worden wegens 'onderduiken' en kunnen ze zo hun paspoort verliezen. Honderden gastarbeiders die hoopten op een beter leven, keerden al met lege handen terug naar huis.

Doodsoorzaken

De vele doden vallen door de onveilige arbeidsomstandigheden waarin de migranten moeten werken of door de lage levensstandaard waarin ze gedwongen zijn te overleven. Zo sterven arbeiders bijvoorbeeld tijdens het werk, verkeersongevallen, door elektrocutie wanneer water in de leefkamers binnen sijpelt of doors zelfmoord.

De meest voorkomende doodsoorzaak is de 'natuurlijke sterfte' als gevolg van ademhalingsproblemen of een hartstilstand. In de zomer van 2019 stegen de temperaturen boven de 45 graden en moesten arbeiders in de vlakke zon met droge lucht werkdagen van soms meer dan tien uur doorstaan.

Organisaties als Human Rights Watch of Amnesty International vechten deze wantoestanden al jaren aan, maar met enkel schijnresultaten. Zo zou Qatar het Kafala-systeem aanpassen en een specifieke rechtbank oprichten die klachten van arbeiders zou behandelen, maar in de realiteit is de situatie dezelfde gebleven.

In 2010 won Qatar op dubieuze wijze de organisatie van het wereldkampioenschap voetbal in 2022. Sindsdien is het land aan een gigantische bouwoperatie begonnen waarbij het een nieuwe luchthaven, nieuwe wegen, openbaar vervoernetwerken, hotels, zeven nieuwe voetbalstadions en zelfs een nieuwe stad uit de grond stampt.The Guardian onderzocht het hele gebeuren en zag dat het afgelopen decennium meer dan 6.500 Zuid-Aziatische gastarbeiders het leven hebben gelaten bij de werkzaamheden voor het WK. Dat zijn er gemiddeld twaalf per week. Deze arbeiders komen uit India, Pakistan, Nepal, Bangladesh en Sri Lanka. Het totale dodental ligt allicht een stuk hoger aangezien de gestorven gastarbeiders uit landen als de Filipijnen of Kenia, vanwaar een grote migratiestroom naar Qatar is om te werken, niet zijn meegeteld. Het onderzoek bevat ook geen cijfers uit de laatste maanden van 2020.De Qatarese overheid betwist deze cijfers niet, maar claimt wel dat het aantal 'in verhouding staat met het aantal aanwezige gastarbeiders en dat velen een natuurlijke dood stierven na jaren in Qatar te hebben gewoond.'Voor de uitvoering van dit project rekent de golfstaat op de handkracht van meer dan twee miljoen gastarbeiders uit Aziatische en Afrikaanse landen. Dat is het leeuwendeel van de totale populatie van het land. Zij belanden in het Kafala-systeem, waarin werknemers praktisch gezien eigendom zijn van werkgevers, hun 'sponsors'. Ze werken aan een minimumloon van zo'n 165 euro per maand, dat vaak niet of laat wordt uitbetaald, leven in migrantenkampen en als ze van job willen veranderen, hebben ze toestemming van de werkgever nodig. Doen ze dit niet, dan kunnen ze gerechtelijk vervolgd worden wegens 'onderduiken' en kunnen ze zo hun paspoort verliezen. Honderden gastarbeiders die hoopten op een beter leven, keerden al met lege handen terug naar huis.De vele doden vallen door de onveilige arbeidsomstandigheden waarin de migranten moeten werken of door de lage levensstandaard waarin ze gedwongen zijn te overleven. Zo sterven arbeiders bijvoorbeeld tijdens het werk, verkeersongevallen, door elektrocutie wanneer water in de leefkamers binnen sijpelt of doors zelfmoord.De meest voorkomende doodsoorzaak is de 'natuurlijke sterfte' als gevolg van ademhalingsproblemen of een hartstilstand. In de zomer van 2019 stegen de temperaturen boven de 45 graden en moesten arbeiders in de vlakke zon met droge lucht werkdagen van soms meer dan tien uur doorstaan.Organisaties als Human Rights Watch of Amnesty International vechten deze wantoestanden al jaren aan, maar met enkel schijnresultaten. Zo zou Qatar het Kafala-systeem aanpassen en een specifieke rechtbank oprichten die klachten van arbeiders zou behandelen, maar in de realiteit is de situatie dezelfde gebleven.