Na twee seizoenen Anderlecht en evenveel landstitels tekende Philippe Albert (Profvoetballer van het Jaar en Gouden Schoen in 1992) op de dag van zijn 27e verjaardag een contract bij Newcastle United. The Magpies betaalden om en bij de 3,7 miljoen euro.

Philippe Albert: "Mijn eerste match in Engeland herinner ik me nog heel goed, dat was een verplaatsing naar Leicester. Ik was direct verrast door het ritme, de intensiteit. In Engeland rekende men niet en hield men ook geen rekening met de tactiek van de tegenstander - iedereen speelde er 4-4-2."

"Sommige matchen kenden een verloop dat ik in België nooit meegemaakt heb, zoals 0-3 achter staan op twintig minuten voor het einde en nog met 4-3 winnen. We gaven ons volledig, zonder dat er veel ideeën achter zaten. Ik heb daar bijvoorbeeld nooit een videoanalyse gehad, niet onder Kevin Keegan en niet onder Kenny Dalglish. De tegenstander deed er niet toe. Toen we tegen het Barcelona van Rivaldo speelden in de Champions League, kwamen we gewoon anderhalf uur voor de match naar het stadion, alsof er niks speciaals aan de hand was en zonder dat ons gewezen werd op de kwaliteiten van de tegenstander."

"Ik heb natuurlijk wel fysieke veldslagen meegemaakt, we trokken elke week ten oorlog. Ik moest optornen tegen spitsen als Alan Shearer van Blackburn, Eric Cantona van Manchester United en Les Ferdinand van QPR. Het ging er hard aan toe, maar correct. En na de match zaten we samen met de andere ploeg in de spelerszaal en dronken we samen een glas. Dat zat zo in de cultuur daar."

"Eén keer per maand gingen we met de ploeg op restaurant. Dan zetten we de bloemetjes weleens buiten, maar de dag erna gingen we er flink tegenaan op training. Sommigen kregen een speciaal regime, zoals David Ginola of Faustino Asprilla, maar anderen, zoals Darren Peacock of ikzelf, moesten werken. Maar daar heb ik nooit een probleem mee gehad. De jongens die een wedstrijd voor ons konden beslissen, moesten in het weekend fris aan de aftrap komen."

"Ik heb het nog meegemaakt dat het grote geld zijn intrede deed in de Premier League. Toen Shearer naar Newcastle kwam, kreeg hij 20.000 pond per week - daarmee was hij de bestbetaalde speler in de competitie. Tegenwoordig moet je die cijfers maal tien doen. Gelukkig werden we in Newcastle nogal gespaard door de tabloids, die zich vooral in Londen, Manchester en Liverpool ophielden. Ginola en enkele anderen werden weleens door het slijk gehaald, maar zonder dat het al te erg werd. Dat soort pers bestaat al sinds Georges Best, dat zit daar ook in de cultuur."

"Ik voelde me thuis in die competitie, want het waren wedstrijden voor mannen. Tegen Wimbledon en Vinnie Jones spelen, dat was wat. Voetballen kon hij niet, maar het was een vechter, een leider, en hij zette die vechtlust over op zijn ploegmaats. Tegen John Fashanu wist je dat je in elk duel een elleboogstoot kreeg. Vandaag kan dat allemaal niet meer. Soms zie ik wedstrijden in België en vraag ik me af of dat nog voetbal is."

(Thomas Bricmont)

Lees de hele reportage, met getuigenissen van Marc Degryse, Nico Claesen en Nico Vaesen in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 23 december.

Cover van de Kerstspecial van Sport/Voetbalmagazine.
Na twee seizoenen Anderlecht en evenveel landstitels tekende Philippe Albert (Profvoetballer van het Jaar en Gouden Schoen in 1992) op de dag van zijn 27e verjaardag een contract bij Newcastle United. The Magpies betaalden om en bij de 3,7 miljoen euro.Philippe Albert: "Mijn eerste match in Engeland herinner ik me nog heel goed, dat was een verplaatsing naar Leicester. Ik was direct verrast door het ritme, de intensiteit. In Engeland rekende men niet en hield men ook geen rekening met de tactiek van de tegenstander - iedereen speelde er 4-4-2.""Sommige matchen kenden een verloop dat ik in België nooit meegemaakt heb, zoals 0-3 achter staan op twintig minuten voor het einde en nog met 4-3 winnen. We gaven ons volledig, zonder dat er veel ideeën achter zaten. Ik heb daar bijvoorbeeld nooit een videoanalyse gehad, niet onder Kevin Keegan en niet onder Kenny Dalglish. De tegenstander deed er niet toe. Toen we tegen het Barcelona van Rivaldo speelden in de Champions League, kwamen we gewoon anderhalf uur voor de match naar het stadion, alsof er niks speciaals aan de hand was en zonder dat ons gewezen werd op de kwaliteiten van de tegenstander." "Ik heb natuurlijk wel fysieke veldslagen meegemaakt, we trokken elke week ten oorlog. Ik moest optornen tegen spitsen als Alan Shearer van Blackburn, Eric Cantona van Manchester United en Les Ferdinand van QPR. Het ging er hard aan toe, maar correct. En na de match zaten we samen met de andere ploeg in de spelerszaal en dronken we samen een glas. Dat zat zo in de cultuur daar.""Eén keer per maand gingen we met de ploeg op restaurant. Dan zetten we de bloemetjes weleens buiten, maar de dag erna gingen we er flink tegenaan op training. Sommigen kregen een speciaal regime, zoals David Ginola of Faustino Asprilla, maar anderen, zoals Darren Peacock of ikzelf, moesten werken. Maar daar heb ik nooit een probleem mee gehad. De jongens die een wedstrijd voor ons konden beslissen, moesten in het weekend fris aan de aftrap komen." "Ik heb het nog meegemaakt dat het grote geld zijn intrede deed in de Premier League. Toen Shearer naar Newcastle kwam, kreeg hij 20.000 pond per week - daarmee was hij de bestbetaalde speler in de competitie. Tegenwoordig moet je die cijfers maal tien doen. Gelukkig werden we in Newcastle nogal gespaard door de tabloids, die zich vooral in Londen, Manchester en Liverpool ophielden. Ginola en enkele anderen werden weleens door het slijk gehaald, maar zonder dat het al te erg werd. Dat soort pers bestaat al sinds Georges Best, dat zit daar ook in de cultuur." "Ik voelde me thuis in die competitie, want het waren wedstrijden voor mannen. Tegen Wimbledon en Vinnie Jones spelen, dat was wat. Voetballen kon hij niet, maar het was een vechter, een leider, en hij zette die vechtlust over op zijn ploegmaats. Tegen John Fashanu wist je dat je in elk duel een elleboogstoot kreeg. Vandaag kan dat allemaal niet meer. Soms zie ik wedstrijden in België en vraag ik me af of dat nog voetbal is."(Thomas Bricmont)Lees de hele reportage, met getuigenissen van Marc Degryse, Nico Claesen en Nico Vaesen in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 23 december.