FC Kopenhagen speelde gisteravond 0-0 gelijk op het veld van FC Bröndby. "We wisten dat we genoeg hadden aan een punt, net als Bröndby", zegt Ariël Jacobs vanuit de Deense hoofdstad. "Wij voor de titel, zij om erin te blijven. De grimmigheid die vooraf was aangekondigd, viel goed mee. Bröndby probeerde druk uit te oefenen in het begin, maar alles bij mekaar behielden wij 75 minuten lang de controle. Alleen met minder kansen dan anders."

Van de laatste zeven wedstrijden won Kopenhagen er maar één.

"Wat al die wedstrijden gemeen hadden, was een groot gebrek aan efficiëntie. We misten open kansen en zelfs strafschoppen op cruciale momenten. Een grote voorsprong is niet altijd een voordeel. Je voelt een vorm van gemakzucht ontstaan bij de buitenwacht en onrechtstreeks slaat dat over op de ploeg. Daarom was ik blij dat we na de winterstop meteen negen op negen haalden. Tot de buitenwereld na een slecht paasweekend twijfel begon te zaaien. De definitieve ommekeer kwam er met de uitzege tegen Nordsjaelland (uittredend kampioen en tweede in de stand, nvdr). Daardoor liepen we weer tot tien punten uit."

Waar plaatst u deze titel tussen de titels die u behaalde met Anderlecht?

"Op dezelfde hoogte. Ik heb hier veel teruggevonden wat ik al kende van bij Anderlecht. Toen ik tekende, wist ik: je móét hier kampioen spelen. Maar hoe groot de frustratie om de gemiste titel van vorig jaar was, heb ik pas tijdens het seizoen gemerkt. Het was véél erger dan ik vermoedde. Komt daarbij dat je publieke vijand nummer één bent overal waar je komt. Iedereen zet zich dubbel schrap tegen Kopenhagen. Van alle ploegen die ons punten hebben afgepakt, zijn er verschillende die de volgende drie, vier wedstrijden geen punt meer hebben gehaald. Wie tegen ons had gespeeld, bleek vaak zijn beste pijlen te hebben verschoten."

Met deze titel plaatst Kopenhagen zich rechtsreeks voor de groepsfase van de Champions League. Met Anderlecht is u dat nooit gelukt. Kijkt u ernaar uit?

"De Champions League is nooit een obsessie geweest voor mij. Ook niet voor de club. In België gaat het altijd over de vele miljoenen die zo'n deelname oplevert. Hier moet ik het eerste woord daarover nog horen. De Champions League wordt hier als een bonus beschouwd. Een beloning voor de titel van het voorgaande seizoen. Het belangrijkste volgend jaar is dat we opnieuw kampioen worden. Niet de derde plaats in die poules. Ik vind dat clever. De professionaliteit die hier heerst, had ik nog bij geen enkele andere club meegemaakt."

Mocht Anderlecht ook landskampioen worden en zich rechtstreeks plaatsen voor de Champions League: ontwijkt u hen dan liever, of net niet?

"(lacht) Dat is mij volledig om het even. Ik denk daar niet over na, zo'n loting is een speling van het lot. Wie had nu gedacht dat ik voor mijn eerste wedstrijd met Kopenhagen al meteen een Belgische tegenstander zou loten? (Club Brugge, nvdr)"

Hoe heeft uw Belgische spits Igor Vetokele het ervan afgebracht?

"Niet slecht. Jammer voor hem is dat hij voor nieuwjaar twee spierblessures opliep. Natuurlijk was er stevige concurrentie in de spits, maar daar heeft hij toch kansen verloren. Hij viel meestal in. Bij zijn komst hier kreeg hij het etiket van development player opgekleefd. Dat wil zeggen dat hij twee jaar de tijd krijgt om zich door te zetten. Deze zomer breekt voor hem dus het seizoen van de waarheid aan. Maar zeker is dat hij graag gezien is in de groep én dat hij heel goed ligt bij het publiek. Dat komt omdat hij bij zijn invalbeurten vaak beslissend is geweest, zowel met doelpunten als met assists."

Twee titels op rij, in twee verschillende landen. Verwacht u zich nu aan de interesse van andere clubs?

"Daar sta ik boven. Ook al zou er interesse komen, ik respecteer een engagement. Ik heb me hier voor twee jaar geëngageerd. Dan is het eerste seizoen slechts een tussenstap. De club kent mijn standpunt op dat vlak."