Half februari viel het jaarlijkse economische rapport van de DFL, de Deutsche Fussball Liga, weer in de bus. Ook deze editie is een 40-paginadikke brochure vol indrukwekkend cijfermateriaal over het voorbije seizoen 2018-2019. Het rapport is een opsomming van records. De cijfers van de Bundesliga en de 2. Bundesliga worden steeds beter, en dat stopt maar niet. Voor de vijftiende opeenvolgende keer steeg de omzet van de hoogste Duitse voetbalklasse, die de kaap van vier miljard euro rondde.

Kortom: economisch is het Duitse profvoetbal een nieuw Wirschaftswunder, zoals de snelle heropbouw van het land de economie in geen 20 jaar van het puin van WOII naar de economische top voerde. Het Duitse profvoetbal lijkt wel het land van de onbegrensde mogelijkheden. Tenminste: tot de coronacrisis uitbarstte.

De cijfers doen duizelen. Een paar voorbeelden.

In 2018-2019 waren de achttien Bundesligaclubs samen goed voor een omzet van 4,02 miljard euro. Dat was ruim vijf procent meer dan het seizoen daarvoor. In amper zeven jaar werd de omzet van alle achttien eersteklasseclubs verdubbeld: in 2011-2012 noteerden die voor het eerst een omzet van twee miljard euro (2,08 miljard om precies te zijn). In vijftien jaar is de omzet van de eerste en tweede klasse samen zelfs bijna verviervoudigd, van 1,28 miljard in 2003-2004 tot 4,8 miljard nu.

In totaal maakten de achttien Bundesligaclubs bij elkaar 127,9 miljoen euro winst vorig seizoen. Dat die competitie geen verzameling is van een paar superrijken en veel armen, blijkt uit het feit dat liefst veertien van de achttien dat seizoen met winst afsloten. Niet dat het een uitzonderlijk jaar was. Integendeel. Het seizoen met winst afsluiten is in Duitsland de norm. In 2015-2016 en het jaar daarop maakten zelfs zestien van de achttien eersteklassers winst. Het dieptepunt was 2014-2015 toen slechts elf van de achttien hun balans positief afsloten. Nog altijd een cijfer waar pakweg de Serie A alleen maar kan van dromen. Met de tweede Bundesliga er bij sloten zelfs 28 van de 36 profclubs met een positief saldo af. Dat is vier clubs op vijf. Twee jaar geleden waren dat er nog maar 25 op 36.

De les voor het Duitse voetbal? Meer eigen kapitaal opbouwen.' sportjurist Christoph Schickhardt

Toeschouwersmagneet

Het toeschouwersgemiddelde in de Bundesliga bedroeg in 2018-2019 liefst 42.738 kijkers. De best bijgewoonde competitie ter wereld was de Duitse topcompetitie al in 2013-2014. Toen ging het met 42.609 kijkers de Premier League (36.631), de Spaanse Liga (26.843) en de Italiaanse Serie A (23.385) vooraf.

Toen de DFL op 18 december 2000 opgericht werd om het profvoetbal gezamenlijk te managen en de inkomsten te verhogen en verzekeren, bedroeg het toeschouwersgemiddelde in de Bundesliga 28.421. Het toeschouwersrecord dateert van 2011-2012, met 44.293 kijkers gemiddeld per eersteklassewedstrijd.

Ook dit seizoen trekken liefst tien clubs gemiddeld meer dan 40.000 toeschouwers. Zelfs Paderborn dat het minste volk op de been brengt, 14.434 man per match, speelt met een bezetting van 96 procent elke thuiswedstrijd voor een bijna vol huis. Van de achttien eersteklassers halen er dit seizoen twaalf een bezettingsgraad van meer dan 90% ( zie tabel).

Nog zo'n indrukwekkend cijfer: in 2018-2019 verschaften de twee Duitse topcompetities werk aan 56.081 werknemers, voltijds en deeltijds, van spelers tot cateringpersoneel en security. Tien jaar eerder waren dat er nog maar 36.944. Kortom: een stijging van 52 procent.

Het enige wat die Bundesliga de afgelopen jaren miste, was sportieve spanning bovenin. Sinds een aantal jaar is de vraag niet meer wie kampioen wordt, maar wanneer Bayern zijn zoveelste titel viert, en met hoeveel punten voorsprong. Sinds 2000 werd de club uit München liefst veertien keer kampioen. De laatste keer dat een andere club de Duitse titel pakte, was alweer acht jaar geleden, toen Borussia Dortmund een feestje opzette.

Dit jaar is/was voor één keer de strijd nog niet gestreden. Na 25 van de 34 speeldagen staat Bayern weliswaar weer op de eerste plaats, maar nog vier andere clubs prijken op acht punten of minder (Dortmund, RB Leipzig, Borussia Mönchengladbach en Bayer Leverkusen), waardoor de titelstrijd nog alle kanten uit kan. Of moet het zijn: kon?

Want ook het Duitse economische voetbalwonder ontsnapte niet aan de coronacrisis, die ook een vlot draaiende machine doet haperen en het economisch succesverhaal onder druk zet.

In Duitsland ging het licht uit op speeldag 25. Op zondagavond werden de wedstrijden in Mainz en München nog voor volle stadions afgewerkt. Drie dagen later was op woensdag 11 maart Borussia Mönchengladbach-FC Köln de allereerste spookwedstrijd in de geschiedenis van de Bundesliga. De match, door de thuisploeg gewonnen met 2-1, werd zonder toeschouwers gespeeld in een stadion waar dit seizoen normaal 47.172 man opdaagt.

Solidariteit

Op 17 maart leidde dat tot een algemene vergadering van alle profclubs in een speciaal belegde DFL-meeting, gevolgd door een persconferentie waar toen nog journalisten fysiek aanwezig waren. Aan het woord was Christian Seifert, de man die in 2005 aan de slag ging als woordvoerder en zich sindsdien de zelfzekere, helder sprekende leider toont die voor het algemeen belang opkomt - zijn contract werd onlangs nog verlengd tot 2022. 'We moeten vandaag niet alleen financiële maar ook morele solidariteit tonen. Het gaat er niet om wie vandaag het sterkst staat, maar om het overleven van eerste en tweede klasse. Dit gaat niet alleen om goedbetaalde voetballers, maar om 56.000 werknemers en nog eens 10.000 contractanten die via de profcompetities een extra inkomen krijgen.'

Christian Seifert, de CEO van de Duitse voetbalbond, geeft een persconferentie., Belgaimage
Christian Seifert, de CEO van de Duitse voetbalbond, geeft een persconferentie. © Belgaimage

In februari 2013 legde Seifert aan een paar Europese journalisten uit waar het succesmodel van het Duitse profvoetbal op gebaseerd is. Ten eerste is hij niet gedetacheerd door Bayern München of een andere topclub. De topmensen bij de DFL zijn onafhankelijk, en dus enkel verantwoordelijk voor het algemeen belang. 'Vrij kapitalisme is niet goed, ook niet in het profvoetbal', legde hij uit. 'Je moet als organisatie opletten dat niet alle middelen naar de top gaan. In de Bundesliga hanteren we het solidariteitsprincipe. De kleine clubs moeten meegenomen worden in al wat je doet of krijgt, en dat kan alleen met een opgelegde solidariteit.' Daarom is het Duitse voetbal ook zo wantrouwig tegenover investeringen van buitenaf. 'Als plots iemand van buiten een lading geld inbrengt, gaan de concurrenten opeens twijfelen of ze nog wel moeten investeren in infrastructuur of jeugdopleiding; ze gaan eerder geneigd zijn om dat geld ook in nieuwe spelers te stoppen. Als die nieuwe eigenaar er na een paar jaar uit stapt, heeft hij wel het hele competitiemodel beïnvloed.'

Tv-rechten

Normaal wordt straks in mei de laatste schijf van het tv-contract uitbetaald. Daarbij vloeit 380 miljoen euro naar de 36 clubs uit de beide hoogste klassen. Dat levert de kleinste eersteklasser, Paderborn, acht miljoen euro op. Aan de andere kant van het spectrum ontvangt Bayern maar liefst 35 miljoen. De crisis treft het profvoetbal, ook in Duitsland, harder dan andere sectoren omdat de clubs ook waanzinnig hoge financiële verplichtingen zijn aangegaan en in de vette jaren waarin het geld binnenvloeide vaak vergaten om een financiële buffer aan te leggen voor moeilijke dagen.

Dat verklaart waarom enkele clubleiders op de vraag naar onderlinge solidariteit bijzonder scherp reageerden. Zo merkte Hans-Joachim Watzke, clubleider van Dortmund, in ARD-Sportschau op: 'We moeten ook toegeven dat we concurrenten zijn. Het kan niet zo zijn dat de clubs die met een goed beleid een financiële buffer hebben aangelegd de anderen die dat niet gedaan hebben moeten belonen voor die politiek.' Watzke, die in 2005 met een streng economisch beleid zijn club van het failliet redde, zonder hulp van derden, is die periode nog niet vergeten. Hij doelde op mismanagement bij een aantal clubs, die de voorbije jaren een eerder avontuurlijke financiële politiek bedreven, door hun rechten of een deel daarvan te verkopen voor de komende jaren. Sommige banken schoten clubs zelfs al het geld voor toekomstige aankopen voor.

Ik vind dat alle 36 profclubs het voorbeeld moeten geven hoe de gezondheidsraadgevingen van de overheid op te volgen.' Bayernvoorzitter Karl-Heinz Rummenigge

Dé vraag waar het voor het behalen van de licentie in Duitsland om gaat, is: heeft de club genoeg geld om zijn betalingen te verrichten? Op welke structuur de clubs gebouwd zijn, en of die stabiel genoeg is, komt amper aan bod. Vorige week raakte zo nog bekend dat Schalke 04 het vorige seizoen met een tekort van 26 miljoen af sloot. De oorzaken? Spelers duur ingekocht, een paar keer van trainer gewisseld en sportieve tegenvallende resultaten.

Kan men met een afwerking van de huidige competitie, ook zonder publiek, nog de tv-gelden redden - in de totale jaaromzet van de Bundesliga goed voor 36 procent - dan verliezen clubs in elk geval hun toeschouwersinkomsten en de catering. Bij veel eersteklassers is dat goed voor zo'n drie miljoen euro per thuiswedstrijd. Zonder die inkomsten is het eigen vermogen, de financiële buffer die sommige clubs hebben, snel op. Werder Bremen bijvoorbeeld, sloot het voorbije seizoen af met veertien miljoen winst. De vraag is: hoe lang overleef je daarmee als er niet meer gespeeld wordt?

Ook FC Köln, dat in het afgelopen boekjaar 39 miljoen aan eigen vermogen had, meldde dat het 'zeker tot juni de lonen kan betalen'. De clubs die, zonder solidariteit, in zwaar weer kunnen belanden, zouden - naast Schalke - Düsseldorf en Hertha BSC zijn.

Al na de eerste vergadering besloten de vier Duitse clubs die dit jaar deelnamen aan de Champions League samen 20 miljoen van die CL-opbrengsten aan te wenden in een solidariteitsfonds, waarvan het later bekijkt wie wat krijgt. Dat gebaar van Bayern, Dortmund, Leverkusen en Leipzig werd alvast goed onthaald.

Failliet

Vorige week woensdag volgde de nieuwe vergadering van de DFL, dit keer een conferencecall, met na afloop een online persconferentie. Een dag eerder gaf Bayernvoorzitter Karl-Heinz Rummenigge in een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung aan wat er volgens hem moest gebeuren: 'Deze competitie moet tot het einde uitgespeeld worden, om sportieve redenen maar ook om het economische verlies zo klein mogelijk te houden.'

Wat Rummenigge betrof, mocht het seizoen desnoods in september eindigen, en de nieuwe competitie pas in de winter opgestart worden. 'Als dat omwille van gezondheidsredenen niet eerder kan, is dat een optie. Maar dan wel opnieuw met achttien clubs, zoals we ook met achttien clubs deze competitie moeten beëindigen.'

's Anderdaags werd effectief beslist om de competitie van dit jaar nog uit te spelen, maar dan met de resterende wedstrijden zonder publiek, zoals bij Mönchengladbach-FC Köln een paar weken geleden het geval was. Bepaald werd ook dat de clubs het overheidsverbod om tot 5 april gezamenlijk te trainen of te sporten zullen opvolgen, dat er zeker voor 30 april niet gevoetbald wordt, en dat de volgende geplande speeldag op 2 of uiterlijk op 9 mei hervat wordt, zodat alle wedstrijden uiterlijk eind juni afgelopen zijn.

Volgens het doorgaans goed geïnformeerde Bild Zeitung zou de druk om ten koste van alles deze competitie af te werken mee bepaald zijn door het gerucht dat vier Bundesligaclubs en negen uit de tweede Bundesliga het failliet zouden moeten aanvragen indien dat niet gebeurt.

Een nog steeds zichtbaar bezorgde Christian Seifert benadrukte dat de algemene volksgezondheid op de eerste plaats komt, en dat er geen sprake van kan zijn dat het profvoetbal de overheid om één of andere uitzondering vraagt. 'Het is onze plicht om de uitbreiding van het virus te stoppen en bepaalde risicogroepen te helpen beschermen. Daarom is het belangrijk de maatregelen van de overheid goed na te leven, en daar geen op- of aanmerkingen op te maken.'

Een dag na de boodschap hervatte ook Leverkusen de individuele trainingen op zijn sportcentrum, nadat ook daar de spelers akkoord gingen om een stuk loon in te leveren. Eerder hadden ook al Wolfsburg, Augsburg, Borussia Dortmund en Schalke 04 de spelers terug aan het werk gezet in de trainingscentra, eveneens in kleine groepjes.

Bayern deed dat bewust niet, legde Karl-Heinz Rummenigge uit. 'Het is in deze tijden belangrijk dat de Bundesliga zich solidair opstelt. Ik weet dat een paar clubs al opnieuw trainen, maar ik vind het belangrijk dat de Duitse voetbalwereld de aanbevelingen van de politieke en medische verantwoordelijken volgt. Ik vind dat alle 36 profclubs het voorbeeld moeten geven hoe de gezondheidsraadgevingen van de overheid op te volgen.'

Bij Bayern toonden, net als bij Dortmund, Leipzig en de meeste BL-clubs de spelers zich bereid om een deel van hun loon in te leveren, uit solidariteit met de andere werknemers uit hun club.

Op de vraag of spelers kunnen verplicht worden om een deel van hun loon in te leveren, meent de Duitse sportjurist Christoph Schickhardt die de afgelopen decennia tal van clubs adviseert, in het Duitse weekblad Der Spiegel van wel: 'Clubs en spelers zitten samen in één boot. Wat baat het een speler als hij op zijn rechten staat en nog drie maanden zijn volledig salaris vangt, als die club daarna failliet is? Ook sponsoren en tv-stations moeten de clubs helpen. Beslissend zijn vandaag stabiele en te vertrouwen partners, waarbij niemand achterblijft.'

Volgens Bayernvoorzitter Karl-Heinz Rummenigge moet de competitie dit seizoen tot het einde uitgespeeld worden., Belgaimage
Volgens Bayernvoorzitter Karl-Heinz Rummenigge moet de competitie dit seizoen tot het einde uitgespeeld worden. © Belgaimage

Wel vindt hij dat het Duitse voetbal uit de coronacrisis moet leren om zijn financieel model nog strenger te bewaken: 'De les voor het Duitse voetbal? Meer hameren om eigen kapitaal op te bouwen. Het kan niet meer dat clubs 100 miljoen euro of meer binnenkrijgen en elke euro direct aan spelers en makelaars uitgeven. Dat bedrijfsmodel is nu definitief achterhaald.'

Normaal zou de DFL na dit seizoen in mei de gesprekken opstarten voor de nieuwe tv-rechten vanaf het seizoen 2021-2022. Daarbij was sprake van een totale som van 1,5 miljard euro. Per seizoen, welteverstaan. Dat zou een, u had het al geraden, zoveelste nieuw record zijn.

Voor de coronacrisis losbarstte, doken in verschillende stadions spandoeken op tegen Dietmar Hopp, de Duitse miljardair die Hoffenheim in handen heeft., Belgaimage
Voor de coronacrisis losbarstte, doken in verschillende stadions spandoeken op tegen Dietmar Hopp, de Duitse miljardair die Hoffenheim in handen heeft. © Belgaimage

Het model Bundesliga

De salarislast in de Bundesliga bedroeg vorig seizoen slechts 34,6%. In 2009-2010 was dat nog 42,4%

De inkomsten van de Bundesliga anno 2018-2019 bestaan uit:

? Wedstrijdinkomsten (tickets, abonnementen): 13%

? Publiciteit: 21%

? Media-inkomsten

(vooral tv-gelden): 36,9%

? Transfers: 16,8%

? Merchandising: 4,4%

? Andere : (oa catering, lidgelden): 8%

Toeschouwersaantallen 2019/20

Borussia Dortmund 81.171 (100%)

Bayern München 75.000 (100%)

Schalke 04 61.075 (98%)

Eintracht Frankfurt 50.158 (97%)

1. FC Köln 49.715 (100%)

Hertha BSC 49.172 (66%)

Borussia Mönchengladbach 47.172 (87%)

Fortuna Düsseldorf 43.329 (80%)

Werder Bremen 40.821 (97%)

RB Leipzig 40.809 (97%)

FC Augsburg 28.709 (93%)

Leverkusen 27.700 (92%)

Mainz 05 27.081 (81%)

Hoffenheim 26.783 (88%)

VfL Wolfsburg 24.351 (81%)

SC Freiburg 23.925 (100%)

Union Berlin 21.924 (99%)

SC Paderborn 14.424 (96%)

(na 25 speeldagen, cijfers volgens Kicker.de)

(tussen haakjes: bezettingsgraad in %)

(Borussia Mönchengladbach zag als enige club een spookmatch met 0 toeschouwers in de statistieken verwerkt. Zonder die wedstrijd bedroeg het gemiddelde in de voorgaande twaalf thuismatchen 51.103. Daarmee zou het niet zevende, maar vierde staan.)

Half februari viel het jaarlijkse economische rapport van de DFL, de Deutsche Fussball Liga, weer in de bus. Ook deze editie is een 40-paginadikke brochure vol indrukwekkend cijfermateriaal over het voorbije seizoen 2018-2019. Het rapport is een opsomming van records. De cijfers van de Bundesliga en de 2. Bundesliga worden steeds beter, en dat stopt maar niet. Voor de vijftiende opeenvolgende keer steeg de omzet van de hoogste Duitse voetbalklasse, die de kaap van vier miljard euro rondde. Kortom: economisch is het Duitse profvoetbal een nieuw Wirschaftswunder, zoals de snelle heropbouw van het land de economie in geen 20 jaar van het puin van WOII naar de economische top voerde. Het Duitse profvoetbal lijkt wel het land van de onbegrensde mogelijkheden. Tenminste: tot de coronacrisis uitbarstte. De cijfers doen duizelen. Een paar voorbeelden. In 2018-2019 waren de achttien Bundesligaclubs samen goed voor een omzet van 4,02 miljard euro. Dat was ruim vijf procent meer dan het seizoen daarvoor. In amper zeven jaar werd de omzet van alle achttien eersteklasseclubs verdubbeld: in 2011-2012 noteerden die voor het eerst een omzet van twee miljard euro (2,08 miljard om precies te zijn). In vijftien jaar is de omzet van de eerste en tweede klasse samen zelfs bijna verviervoudigd, van 1,28 miljard in 2003-2004 tot 4,8 miljard nu. In totaal maakten de achttien Bundesligaclubs bij elkaar 127,9 miljoen euro winst vorig seizoen. Dat die competitie geen verzameling is van een paar superrijken en veel armen, blijkt uit het feit dat liefst veertien van de achttien dat seizoen met winst afsloten. Niet dat het een uitzonderlijk jaar was. Integendeel. Het seizoen met winst afsluiten is in Duitsland de norm. In 2015-2016 en het jaar daarop maakten zelfs zestien van de achttien eersteklassers winst. Het dieptepunt was 2014-2015 toen slechts elf van de achttien hun balans positief afsloten. Nog altijd een cijfer waar pakweg de Serie A alleen maar kan van dromen. Met de tweede Bundesliga er bij sloten zelfs 28 van de 36 profclubs met een positief saldo af. Dat is vier clubs op vijf. Twee jaar geleden waren dat er nog maar 25 op 36. Het toeschouwersgemiddelde in de Bundesliga bedroeg in 2018-2019 liefst 42.738 kijkers. De best bijgewoonde competitie ter wereld was de Duitse topcompetitie al in 2013-2014. Toen ging het met 42.609 kijkers de Premier League (36.631), de Spaanse Liga (26.843) en de Italiaanse Serie A (23.385) vooraf. Toen de DFL op 18 december 2000 opgericht werd om het profvoetbal gezamenlijk te managen en de inkomsten te verhogen en verzekeren, bedroeg het toeschouwersgemiddelde in de Bundesliga 28.421. Het toeschouwersrecord dateert van 2011-2012, met 44.293 kijkers gemiddeld per eersteklassewedstrijd. Ook dit seizoen trekken liefst tien clubs gemiddeld meer dan 40.000 toeschouwers. Zelfs Paderborn dat het minste volk op de been brengt, 14.434 man per match, speelt met een bezetting van 96 procent elke thuiswedstrijd voor een bijna vol huis. Van de achttien eersteklassers halen er dit seizoen twaalf een bezettingsgraad van meer dan 90% ( zie tabel). Nog zo'n indrukwekkend cijfer: in 2018-2019 verschaften de twee Duitse topcompetities werk aan 56.081 werknemers, voltijds en deeltijds, van spelers tot cateringpersoneel en security. Tien jaar eerder waren dat er nog maar 36.944. Kortom: een stijging van 52 procent. Het enige wat die Bundesliga de afgelopen jaren miste, was sportieve spanning bovenin. Sinds een aantal jaar is de vraag niet meer wie kampioen wordt, maar wanneer Bayern zijn zoveelste titel viert, en met hoeveel punten voorsprong. Sinds 2000 werd de club uit München liefst veertien keer kampioen. De laatste keer dat een andere club de Duitse titel pakte, was alweer acht jaar geleden, toen Borussia Dortmund een feestje opzette. Dit jaar is/was voor één keer de strijd nog niet gestreden. Na 25 van de 34 speeldagen staat Bayern weliswaar weer op de eerste plaats, maar nog vier andere clubs prijken op acht punten of minder (Dortmund, RB Leipzig, Borussia Mönchengladbach en Bayer Leverkusen), waardoor de titelstrijd nog alle kanten uit kan. Of moet het zijn: kon? Want ook het Duitse economische voetbalwonder ontsnapte niet aan de coronacrisis, die ook een vlot draaiende machine doet haperen en het economisch succesverhaal onder druk zet. In Duitsland ging het licht uit op speeldag 25. Op zondagavond werden de wedstrijden in Mainz en München nog voor volle stadions afgewerkt. Drie dagen later was op woensdag 11 maart Borussia Mönchengladbach-FC Köln de allereerste spookwedstrijd in de geschiedenis van de Bundesliga. De match, door de thuisploeg gewonnen met 2-1, werd zonder toeschouwers gespeeld in een stadion waar dit seizoen normaal 47.172 man opdaagt. Op 17 maart leidde dat tot een algemene vergadering van alle profclubs in een speciaal belegde DFL-meeting, gevolgd door een persconferentie waar toen nog journalisten fysiek aanwezig waren. Aan het woord was Christian Seifert, de man die in 2005 aan de slag ging als woordvoerder en zich sindsdien de zelfzekere, helder sprekende leider toont die voor het algemeen belang opkomt - zijn contract werd onlangs nog verlengd tot 2022. 'We moeten vandaag niet alleen financiële maar ook morele solidariteit tonen. Het gaat er niet om wie vandaag het sterkst staat, maar om het overleven van eerste en tweede klasse. Dit gaat niet alleen om goedbetaalde voetballers, maar om 56.000 werknemers en nog eens 10.000 contractanten die via de profcompetities een extra inkomen krijgen.' In februari 2013 legde Seifert aan een paar Europese journalisten uit waar het succesmodel van het Duitse profvoetbal op gebaseerd is. Ten eerste is hij niet gedetacheerd door Bayern München of een andere topclub. De topmensen bij de DFL zijn onafhankelijk, en dus enkel verantwoordelijk voor het algemeen belang. 'Vrij kapitalisme is niet goed, ook niet in het profvoetbal', legde hij uit. 'Je moet als organisatie opletten dat niet alle middelen naar de top gaan. In de Bundesliga hanteren we het solidariteitsprincipe. De kleine clubs moeten meegenomen worden in al wat je doet of krijgt, en dat kan alleen met een opgelegde solidariteit.' Daarom is het Duitse voetbal ook zo wantrouwig tegenover investeringen van buitenaf. 'Als plots iemand van buiten een lading geld inbrengt, gaan de concurrenten opeens twijfelen of ze nog wel moeten investeren in infrastructuur of jeugdopleiding; ze gaan eerder geneigd zijn om dat geld ook in nieuwe spelers te stoppen. Als die nieuwe eigenaar er na een paar jaar uit stapt, heeft hij wel het hele competitiemodel beïnvloed.' Normaal wordt straks in mei de laatste schijf van het tv-contract uitbetaald. Daarbij vloeit 380 miljoen euro naar de 36 clubs uit de beide hoogste klassen. Dat levert de kleinste eersteklasser, Paderborn, acht miljoen euro op. Aan de andere kant van het spectrum ontvangt Bayern maar liefst 35 miljoen. De crisis treft het profvoetbal, ook in Duitsland, harder dan andere sectoren omdat de clubs ook waanzinnig hoge financiële verplichtingen zijn aangegaan en in de vette jaren waarin het geld binnenvloeide vaak vergaten om een financiële buffer aan te leggen voor moeilijke dagen. Dat verklaart waarom enkele clubleiders op de vraag naar onderlinge solidariteit bijzonder scherp reageerden. Zo merkte Hans-Joachim Watzke, clubleider van Dortmund, in ARD-Sportschau op: 'We moeten ook toegeven dat we concurrenten zijn. Het kan niet zo zijn dat de clubs die met een goed beleid een financiële buffer hebben aangelegd de anderen die dat niet gedaan hebben moeten belonen voor die politiek.' Watzke, die in 2005 met een streng economisch beleid zijn club van het failliet redde, zonder hulp van derden, is die periode nog niet vergeten. Hij doelde op mismanagement bij een aantal clubs, die de voorbije jaren een eerder avontuurlijke financiële politiek bedreven, door hun rechten of een deel daarvan te verkopen voor de komende jaren. Sommige banken schoten clubs zelfs al het geld voor toekomstige aankopen voor. Dé vraag waar het voor het behalen van de licentie in Duitsland om gaat, is: heeft de club genoeg geld om zijn betalingen te verrichten? Op welke structuur de clubs gebouwd zijn, en of die stabiel genoeg is, komt amper aan bod. Vorige week raakte zo nog bekend dat Schalke 04 het vorige seizoen met een tekort van 26 miljoen af sloot. De oorzaken? Spelers duur ingekocht, een paar keer van trainer gewisseld en sportieve tegenvallende resultaten. Kan men met een afwerking van de huidige competitie, ook zonder publiek, nog de tv-gelden redden - in de totale jaaromzet van de Bundesliga goed voor 36 procent - dan verliezen clubs in elk geval hun toeschouwersinkomsten en de catering. Bij veel eersteklassers is dat goed voor zo'n drie miljoen euro per thuiswedstrijd. Zonder die inkomsten is het eigen vermogen, de financiële buffer die sommige clubs hebben, snel op. Werder Bremen bijvoorbeeld, sloot het voorbije seizoen af met veertien miljoen winst. De vraag is: hoe lang overleef je daarmee als er niet meer gespeeld wordt? Ook FC Köln, dat in het afgelopen boekjaar 39 miljoen aan eigen vermogen had, meldde dat het 'zeker tot juni de lonen kan betalen'. De clubs die, zonder solidariteit, in zwaar weer kunnen belanden, zouden - naast Schalke - Düsseldorf en Hertha BSC zijn. Al na de eerste vergadering besloten de vier Duitse clubs die dit jaar deelnamen aan de Champions League samen 20 miljoen van die CL-opbrengsten aan te wenden in een solidariteitsfonds, waarvan het later bekijkt wie wat krijgt. Dat gebaar van Bayern, Dortmund, Leverkusen en Leipzig werd alvast goed onthaald. Vorige week woensdag volgde de nieuwe vergadering van de DFL, dit keer een conferencecall, met na afloop een online persconferentie. Een dag eerder gaf Bayernvoorzitter Karl-Heinz Rummenigge in een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung aan wat er volgens hem moest gebeuren: 'Deze competitie moet tot het einde uitgespeeld worden, om sportieve redenen maar ook om het economische verlies zo klein mogelijk te houden.' Wat Rummenigge betrof, mocht het seizoen desnoods in september eindigen, en de nieuwe competitie pas in de winter opgestart worden. 'Als dat omwille van gezondheidsredenen niet eerder kan, is dat een optie. Maar dan wel opnieuw met achttien clubs, zoals we ook met achttien clubs deze competitie moeten beëindigen.' 's Anderdaags werd effectief beslist om de competitie van dit jaar nog uit te spelen, maar dan met de resterende wedstrijden zonder publiek, zoals bij Mönchengladbach-FC Köln een paar weken geleden het geval was. Bepaald werd ook dat de clubs het overheidsverbod om tot 5 april gezamenlijk te trainen of te sporten zullen opvolgen, dat er zeker voor 30 april niet gevoetbald wordt, en dat de volgende geplande speeldag op 2 of uiterlijk op 9 mei hervat wordt, zodat alle wedstrijden uiterlijk eind juni afgelopen zijn. Volgens het doorgaans goed geïnformeerde Bild Zeitung zou de druk om ten koste van alles deze competitie af te werken mee bepaald zijn door het gerucht dat vier Bundesligaclubs en negen uit de tweede Bundesliga het failliet zouden moeten aanvragen indien dat niet gebeurt. Een nog steeds zichtbaar bezorgde Christian Seifert benadrukte dat de algemene volksgezondheid op de eerste plaats komt, en dat er geen sprake van kan zijn dat het profvoetbal de overheid om één of andere uitzondering vraagt. 'Het is onze plicht om de uitbreiding van het virus te stoppen en bepaalde risicogroepen te helpen beschermen. Daarom is het belangrijk de maatregelen van de overheid goed na te leven, en daar geen op- of aanmerkingen op te maken.' Een dag na de boodschap hervatte ook Leverkusen de individuele trainingen op zijn sportcentrum, nadat ook daar de spelers akkoord gingen om een stuk loon in te leveren. Eerder hadden ook al Wolfsburg, Augsburg, Borussia Dortmund en Schalke 04 de spelers terug aan het werk gezet in de trainingscentra, eveneens in kleine groepjes. Bayern deed dat bewust niet, legde Karl-Heinz Rummenigge uit. 'Het is in deze tijden belangrijk dat de Bundesliga zich solidair opstelt. Ik weet dat een paar clubs al opnieuw trainen, maar ik vind het belangrijk dat de Duitse voetbalwereld de aanbevelingen van de politieke en medische verantwoordelijken volgt. Ik vind dat alle 36 profclubs het voorbeeld moeten geven hoe de gezondheidsraadgevingen van de overheid op te volgen.' Bij Bayern toonden, net als bij Dortmund, Leipzig en de meeste BL-clubs de spelers zich bereid om een deel van hun loon in te leveren, uit solidariteit met de andere werknemers uit hun club. Op de vraag of spelers kunnen verplicht worden om een deel van hun loon in te leveren, meent de Duitse sportjurist Christoph Schickhardt die de afgelopen decennia tal van clubs adviseert, in het Duitse weekblad Der Spiegel van wel: 'Clubs en spelers zitten samen in één boot. Wat baat het een speler als hij op zijn rechten staat en nog drie maanden zijn volledig salaris vangt, als die club daarna failliet is? Ook sponsoren en tv-stations moeten de clubs helpen. Beslissend zijn vandaag stabiele en te vertrouwen partners, waarbij niemand achterblijft.' Wel vindt hij dat het Duitse voetbal uit de coronacrisis moet leren om zijn financieel model nog strenger te bewaken: 'De les voor het Duitse voetbal? Meer hameren om eigen kapitaal op te bouwen. Het kan niet meer dat clubs 100 miljoen euro of meer binnenkrijgen en elke euro direct aan spelers en makelaars uitgeven. Dat bedrijfsmodel is nu definitief achterhaald.' Normaal zou de DFL na dit seizoen in mei de gesprekken opstarten voor de nieuwe tv-rechten vanaf het seizoen 2021-2022. Daarbij was sprake van een totale som van 1,5 miljard euro. Per seizoen, welteverstaan. Dat zou een, u had het al geraden, zoveelste nieuw record zijn.