Waarom gaat een Belgische conditietrainer in Saudi-Arabië werken?

STEVEN VANHAREN: Ik ben vorig jaar Besnik Hasi naar Saudi-Arabië gevolgd. Met hem werkte ik al eerder samen in Polen bij Legia Warschau en in Griekenland bij Olympiacos. Toen hij mij meevroeg naar Al-Raed ben ik die uitdaging aangegaan. De club had enkele moeilijke jaren achter de rug, maar we slaagden erin de ploeg op de achtste plaats te parkeren, op slechts enkele punten van de top vijf.

Als physical coach ben ik verantwoordelijk voor de organisatie en de uitvoering van de voetbalperiodisering, de individuele periodisering, de blessurepreventieve strategieën en de krachtsessies en dan ook voor het herstel, de voeding en de hydratatiestrategieën.

Hoe anders is het om in Saudi-Arabië conditietrainer te zijn?

VANHAREN: De hitte speelt een belangrijke rol in de benadering. Je traint bijvoorbeeld op andere uren. Meestal doen we dat tweemaal per week 's ochtends in de fitnesszaal en dan 's avonds tussen 18 en 20 uur op het veld. Afhankelijk van de warmte. Nu is het hier overdag ongeveer 24 graden, dus kunnen we rond 16 à 17 uur trainen. Maar tussen april en oktober loopt de temperatuur op tot ver boven de dertig graden.

Op wedstrijddagen moet je speciale aandacht schenken aan hydratatie en koelstrategieën. Zo ga je tijdens de rust de lichaamstemperatuur van de spelers proberen omlaag te brengen om zo kwaliteitsverlies van de prestatie gedurende de eerste vijftien à twintig minuten van de tweede helft zo veel mogelijk tegen te gaan. Dat doe je met ijs en met gekoelde truitjes.

Het is belangrijk dat je je als coach en natuurlijk ook als mens in hun leefwereld kunt verplaatsen en niet alles aan hen opdringt. Als je dat kunt, krijg je veel van hen gedaan. Ik ervaar dit als een enorme verrijking voor mijn ontwikkeling. Van zo'n avontuur word je absoluut een betere coach.

3. Hoe is het voor een Belg om in Saudi-Arabië te leven?

VANHAREN: Dat is een hele uitdaging, want er zijn veel verschillen met onze cultuur. Dan spreek ik niet enkel over de taal en het geloof, maar ook over een andere manier van leven, van eten, van drinken, van slapen, van denken, van opvoeden, van communiceren et cetera.

De aanpassing aan het leven laat zich hier vooral voelen tijdens de gebedsmomenten. Alles is dan gedurende een halfuur gesloten. Je past uiteraard je trainingssessies aan. Maar het gebeurt wel eens dat je voor een gesloten winkel staat of aan de kassa een halfuurtje moet wachten, als je er niet aan dacht dat het gebedstijd was.

Voor de rest moet je je gedragen zoals het van een gast verwacht wordt. Je moet je aanpassen aan wat gebruiken en gewoontes, maar dat valt eigenlijk wel goed mee. Het traditionele eten is wel niet evident, want dan zit je op de grond en wordt er met de handen gegeten. Maar dan vragen wij toch een plastieken lepel (lacht).