Met veel ambitie in de valies reist Antwerp vanmiddag naar Athene, voor een duel tegen Olympiacos, een eerste in een reeks van zes groepswedstrijden in de Europa League. Geen Champions League, ondanks een tweede plaats na de reguliere competitie, daarvoor schoot de ploeg in de play-offs iets te kort, geeft Birger Verstraete (27) toe. 'Derde was het hoogst haalbare, met alles wat er speelde. Ik vond Club Brugge en KRC Genk veel beter. Genk heeft ons thuis compleet van de mat gespeeld, in mijn ogen de pijnlijkste match van het jaar.'
...

Met veel ambitie in de valies reist Antwerp vanmiddag naar Athene, voor een duel tegen Olympiacos, een eerste in een reeks van zes groepswedstrijden in de Europa League. Geen Champions League, ondanks een tweede plaats na de reguliere competitie, daarvoor schoot de ploeg in de play-offs iets te kort, geeft Birger Verstraete (27) toe. 'Derde was het hoogst haalbare, met alles wat er speelde. Ik vond Club Brugge en KRC Genk veel beter. Genk heeft ons thuis compleet van de mat gespeeld, in mijn ogen de pijnlijkste match van het jaar.' Europa League dus, dankzij spannende play-offs tegen Omonia Nicosia. Een sterke match was dat, met voor Verstraete meer dan 14 kilometer draafwerk en een hoog aantal spurts aan hoge snelheid die hem tot, en over, de rand van de krampen bracht. Verstraete: 'Honderdtwintig minuten voetbal, strafschoppen, de ontlading van de kwalificatie, ... Een gekkenhuis was het. Maar wel een referentiematch waar we naar toe willen werken, wekelijks dat niveau halen. We móésten de nul houden in de return en deden dat. Veel tempo, hoge druk, dat is het voetbal dat ik graag heb.' De loting 's anderendaags maakte hem al even enthousiast als de fans. Verstraete: 'Voetballen op Olympiacos en Fenerbahçe zal top zijn en in Frankfurt ben ik al geweest, dat is ook fantastisch. Drie wedstrijden met veel sfeer, tegen ploegen met veel historiek en fanatieke supporters. De goeie Europese campagne van vorig seizoen willen we nu overdoen, mét fans dit keer. Onze poule is redelijk evenwichtig, geen ploeg zal alle wedstrijden domineren. Dat biedt perspectieven, we gaan voor top twee. Efficiëntie zal wel nodig zijn, beseffen we. 'Vergeleken met Frank Vercauteren spelen we nu meer open, meer aanvallend voetbal. Dat heeft op dit moment wel het effect dat we te veel goals pakken. En te weinig punten hebben. Op training werken we aan oplossingen. Onze ploeg staat in balbezit heel breed en zet hoog druk. Raken we een bal kwijt, dan kan de tegenstander ons pijn doen in de omschakeling. Vaak sta ik twee tegen een, soms zelfs drie tegen een. Dat moet beter, want tot nu zijn we voorin ook niet de killers die van twee kansen twee goals maken. Dat zeg ik zonder verwijt.'Met Dieumerci Mbokani, Lior Refaelov en Didier Lamkel Zé vielen wel veel goals weg. 'Het was een keuze van de club om Mbo niet te verlengen. Een discussie over duur van het contract, maar in het verhaal van de pressing was dat ook een lastige, herinner ik me uit de tijd onder Ivan Leko. Dat ging toen ook al niet meer. Een topclub moet dan, vind ook ik, beslissingen nemen die goed zijn op de lange termijn. Idem met Rafa. In de kleedkamer een topgast, iemand die ons op het veld veel kon bijbrengen tussen de lijnen, maar zonder hem lukt het ook. 'Je kijkt dan wel uit naar wat komt. Frey had een fantastisch seizoen in Beveren, Eggestein komt uit de Bundesliga en Samatta vind ik de kers op de taart. Fischer, Balikwisha,... Allemaal goeie spelers. Maar je mag niet verwachten dat het op een paar weken perfect in elkaar klikt.' Je kan geen ploeg kopen, stipt hij aan. En dan is het zoeken naar evenwicht tussen ambitie - je wil dat investeringen snel renderen - en geduld. Verstraete: 'Ik denk dat het iets meer tijd nodig zal hebben dan iedereen verlangt. Ook ik wil dat het sneller gaat, maar dat zit er momenteel niet in. Dat was ook al de les van vorig seizoen. Toen Ivan het systeem veranderde, was er veel commentaar, genre: stop met drie achterin, ga terug naar vier. Maar na 11 of 12 speeldagen stonden we eerste. De transferperiode is nu dicht, we weten wie er wél is en wie niet, nu moeten we wel uit onze pijp komen, vind ik. Snel. Anders overkomt je wat Gent vorig jaar meemaakte: een heel jaar achtervolgen. Dan kom je op het einde te kort, want is het bobijntje af. Als we ambiëren om bovenaan mee te draaien, moeten we nu onze wedstrijden winnen.' Dat er zenuwachtigheid is, snapt hij. Verstraete: 'Ik wéét hoe bestuursleden reageren na een emotionele match. Na de 6-1 direct een nieuwe centrale verdediger in Brugge, dat is... ( pauzeert en lacht) nu eenmaal hoe het in de bestuurskamers gaat bij clubs die willen meestrijden bovenaan. Als speler of staf moet je daarmee om kunnen.' Eens alles aanslaat, zal de coach in een lastig parket komen: wie moet ik kiezen? Voor iemand als Brian Priske, die ervoor opteerde om dicht bij de groep te staan, wordt dat misschien nog het lastigste. 'Misschien is het wel de eerste keer in zijn carrière dat er zoveel keuze is én dat er zoveel van een ploeg wordt verlangd. Als je nu trainer bent van Antwerp en je hebt zoveel goeie spelers, moet je aanvaarden dat je niet bij iedereen even populair zal zijn. So be it! Je kan geen dertig spelers tevreden houden, zeker niet als je alles wil winnen. Op Antwerp is het op dit moment een beetje van: the sky is the limit. Je weet waar we heen willen: zo snel mogelijk kampioen spelen. Dan weet je dat er veel spelers komen en dat je, ook al verwacht je het niet, op de bank kan belanden. Of vervangen kan worden.' Had hij dat gevoel toen de club de komst van Radja Nainggolan aankondigde? Verstraete: 'Ik vond het een straffe transfer. Maar wie ze kopen, maakt niet uit. Je moet niet beginnen twijfelen aan jezelf. Of je plots mentaal zwak voelen. Iedereen weet: Radja komt niet voor de bank. Je moet gewoon jezelf sterk tonen op het veld, en zeggen: hij gaat spelen, maar niet op mijn positie! Er zijn mensen die onder druk bezwijken of blokkeren. Maar ik zie het als druk om het beste uit jezelf te halen. Radja in de kleedkamer? Puur. Hij komt niet om de ideale schoonzoon te spelen. Radja blijft Radja: nooit een masker op, nooit steekt hij iets weg.' De pitbull naast de ninja, het ging de eerste weken perfect samen. Verstraete: 'Ik denk dat de coach ziet dat ik op een veld leiderscapaciteiten heb om de groep mee te pakken en voorop te gaan in de strijd. Iemand die in slechte momenten, als de kopkes naar beneden gaan, iedereen meetrekt. Momenteel ben ik daar tevreden mee en de coach ook. Ik ben veel beter begonnen dan vorig jaar. Toen had ik ook vier maanden niet gespeeld. Ik ben ook iemand die supporters nodig heeft en vooral: dat oog is veel beter. Dat brengt opnieuw rust in mijn hoofd.' Lang verzweeg Verstraete, tot in april eigenlijk, dat hij vorig seizoen uit zijn linkeroog amper wat zag. Een trombose was de oorzaak. Dat vrat aan hem, in die mate zelfs dat Ivan Leko hem in het najaar een maand met vakantie stuurde, toen hij hem op een gegeven moment eerlijk zei dat hij niet klaar was om te voetballen, hoewel hij ogenschijnlijk fit was. In het gewone werknemersleven noemen ze dat een burn-out. Wankelend balanceerde hij op die rand. 'Achteraf bekeken had ik dat eerder naar buiten moeten brengen, maar ik ben ook een beetje een binnenvetter, niet zo expressief naast het veld, in tegenstelling tot wat je zou denken. De kinesisten wisten van mijn probleem, de dokters ook, en 'boven' ook, maar in de kleedkamer wisten heel veel spelers nergens van. Ik wilde het niet gebruiken als excuus, snap je. Nu alles weer in orde is en ik weet dat ik terug mijn oude niveau kan halen, kan ik erover praten.' Was het zwijgen ook een wegsteken van de bezorgdheid: misschien komt dit wel nooit meer helemaal in orde? 'Misschien ook dat, ja. Wat als de onderzoeken die eraan komen, negatief zijn? Je iets niet wil horen?' Was hij ooit bezig met de idee: wat ga ik doen als ik niet meer kan voetballen? Verstraete: 'Neen. Bewust niet. Ik heb een middelbaar diploma, maar dat ging het niet worden. Ik ben een typische watervaller: ASO gedaan, topsportschool daarna, en vervolgens TSO, met nog een zevende jaar erbovenop, maar vraag me niet wat. Dat heb ik vooral gedaan om mijn ma te sussen, anders was ik al lang ervoor gestopt.' Het is goed gekomen, dat is het belangrijkste, zegt hij, maar het gaf veel stress. Hoe dichter een wedstrijd kwam, hoe lastiger hij het had om te slapen. 'Ik pakte zelfs slaapmiddelen. Als het wat regende of we speelden laat en de lichtmasten zaten erop, zag ik heel weinig uit mijn linkeroog. Dat gaat door je hoofd malen.' Hoe krijgt iemand een oogtrombose? 'Na mijn operatie in Keulen ben ik ermee wakker geworden. Men vermoedt dat er iets te veel narcose werd toegediend.' Tijdens zijn 'vakantie' ging hij veel wandelen in Oostende. 'Mensen die me kenden wisten dat er iets was. Maar ik gaf ze weinig kans om iets te vragen, want als ik mensen kruiste die ik kende, liep ik er met een boogje omheen. Het strand was enorm breed in die periode. Achteraf kwamen mensen me wel zeggen: Birger, we zagen dat er wat scheelde, maar we zijn er bewust niet over begonnen. Ze zijn wel blij met hoe ik nu speel, de grinta die er weer is. Het oog is veel beter na inspuitingen en ik sta er weer zonder te moeten nadenken.' In België zijn er niet zoveel types zoals hij, aanjagers met een groot pitbullgehalte, genre Steven Defour. 'Ergens is dat een kwaliteit, maar soms is men in België iets te braaf. Soms denken mensen wel eens dat ik onstuimig ben, maar ik weet exact hoe ver ik kan gaan. Een tackle en rood gaat me niet snel overkomen.' Foutjes in de dangerous area, vlak voor de rechthoek, probeert hij nu ook te vermijden, in het verleden was dat wel eens zijn minpunt. De emotionaliteit is voor achteraf. 'Na verlies word ik zot, ik kan niks loslaten. Alleen maar zagen over het voetbal. De avond van de match, de dag erna. Eigenlijk zou ik om de drie dagen een match moeten hebben om te kunnen omschakelen. Na een match móét ik heel de wedstrijd opnieuw bekijken en stoppen bij de fouten. Overdreven misschien, in elk geval niet goed voor je nachtrust. Na Omonia was ik stikkapot, maar voor zes uur 's ochtends ben ik niet in slaap geraakt. Ik snap niet hoe anderen dat kunnen, na de match direct hun gsm pakken en wat zeveren op Instagram. Daar word ik helemaal zot van.' Hij snapt de boosheid van Real Madrid dus, toen Eden Hazard dolde met ex-ploegmaats van Chelsea. Verstraete lacht: 'Ik ben niet de speler die Hazard ook maar zou durven zeggen wat hij moet doen of laten, maar als een speler van Antwerp na verlies zou staan lachen, ik komme zot. '