Door Joachim Durand
...

Door Joachim DurandEnkele krabbels op een papier en het contract is getekend. Op 28 augustus 2019 wordt Olympique Gymnaste Club Nice overgenomen door petrochemiegroep INEOS. Diezelfde avond verliezen de Adelaars thuis in de Allianz Riviera van Olympique Marseille (1-2). Een nederlaag die alles heeft van een waarschuwing. De nieuwe eigenaars van Le Gym weten dat hun heel wat werk wacht. Het Britse bedrijf is niet nieuw in de sport, want het bezit sinds november 2017 al de Zwitserse voetbalclub Lausanne en tevens wielerteam INEOS Grenadiers, overgekocht in maart 2019. Aan de Azurenkust tekent INEOS de contouren van een nieuw project, dat eerder de nadruk legt op het sportieve dan op het financiële. Bob Ratcliffe, voorzitter van de voetbalafdeling van INEOS en broer van CEO Jim Ratcliffe, bekent kleur op een persconferentie: 'We moeten eerst de fundamenten leggen, op een kalme manier, en geduldig zijn, want we willen een bepaald niveau bereiken en dat ook behouden. We willen van Nice een club maken die successen kan boeken over een lange termijn.' Concreet betekent dat dat Nice de strijd om een Champions Leagueticket wil aangaan en dus rivaliseren met clubs als Lille, Lyon, Marseille en Monaco voor een plaats in de top vier, achter Paris Saint-Germain. Om dat doel te bereiken volgt OGC Nice een welbepaald traject. De rood-zwarten hebben een nieuwe transferpolitiek aangenomen, gebaseerd op de jeugd. Het plan is duidelijk: Le Gym moet vooral jonge spelers met veel potentieel aantrekken - dat houdt zowel sportief als financieel steek. Daarom richt Nice zich op postformatietransfers: jonge beloften die elders gevormd zijn aantrekken en hen dan verder ontwikkelen. Zo was er vorige zomer de komst van Amine Gouiri (Olympique Lyon), Lucas Da Cunha (Stade Rennes), Flavius Daniliuc (Bayern München) en Deji Sotona (Manchester United). Een andere sterkte van Nice is dat het zich op verschillende markten begeeft. Die kwaliteit valt ten zeerste op wanneer je de herkomst van de recente nieuwkomers bekijkt. De nieuwe gezichten bij de Adelaars komen uit erg uiteenlopende landen als Algerije ( Hicham Bouadoui), Brazilië ( Robson Bambu) en Zwitserland ( Jordan Lotomba). En die laatsten worden vaak duur betaald. Sinds de komst van INEOS schrikt men er niet voor terug om flink te investeren. In twee jaar tijd deed Nice de duurste vier transfers uit zijn geschiedenis: Kasper Dolberg (20,5 miljoen euro), Calvin Stengs (15 miljoen), Alexis Claude-Maurice (13 miljoen) et Stanley Nsoki (12,5 miljoen, nu vertrokken naar Club Brugge). Die laatsten hebben trouwens iets gemeen: ze waren allemaal jonger dan 23 jaar op het ogenblik dat ze tekenden. Voor de investeerders ligt daar de grens. Investeren is oké, maar dan wel alleen in jonge spelers. De zomerse transferperiode van Nice weerspiegelt perfect de aanwervingspolitiek. De viervoudige kampioen van Frankrijk gaf blijk van ambitie op de transfermarkt. De Nederlanders Justin Kluivert en Calvin Stengs, allebei 22 jaar, zijn de headliners op de zomerse affiche van de Zuid-Fransen. De eerste, die het lastig had bij AS Roma ondanks een duidelijk groot potentieel, wordt uitgeleend met een aankoopoptie vastgelegd op 10 miljoen euro. De tweede, een groot talent van AZ, engageerde zich bij de Adelaars tot 2026. Nice behield ook Jean-Clair Todibo (21), die voor de tweede helft van het seizoen was uitgeleend. De ex-speler van Toulouse, die ook via FC Barcelona passeerde, had het de laatste jaren moeilijk en kan nu misschien de stabiliteit vinden die hij nodig heeft. Ook een andere Franse belofte, Melvin Bard (21), die niet kon doorbreken in Lyon, trok naar de Azurenkust. Uiteindelijk lijkt alleen de transfer van Mario Lemina (27) buiten de door INEOS gebaande paden te vallen. Maar de Gabonees, die van Southampton komt, brengt de nodige ervaring in een groep die daar wel behoefte aan heeft (met een gemiddelde leeftijd van 23 jaar). Ondanks een moderne en coherente sportieve politiek draagt het project van Nice noch geen vruchten op de groene mat. Le Gym sloot het eerste seizoen onder de auspiciën van het Britse bedrijf af net achter de top vier waar het hoopte bij te zijn. En ook al lijkt die vijfde plaats relatief succesrijk, ze is enigszins misleidend, want Nice stond qua aantal punten dichter bij Strasbourg, dat tiende werd, dan bij Lille, dat vierde werd. Vorig seizoen deden de Adelaars niet beter met een teleurstellende negende plaats. Door die resultaten was het geduld van het bestuur op en het was Patrick Vieira die het moest bekopen. Enkele dagen na een troosteloze nederlaag tegen Dijon, de rode lantaarn van de Ligue 1, werd de oud-speler van Arsenal op 4 december 2020 de laan uit gestuurd. Om hem te vervangen koos INEOS voor Christophe Galtier. Vorig seizoen zorgde die voor de verrassing door kampioen te spelen met Lille OSC, vóór de reus uit Parijs. Het was dus met de wind in de zeilen dat de Franse coach aan land ging in Nice. Sinds het begin van zijn carrière valt hij op door zijn capaciteit om de ploegen waar hij werkt jaar na jaar te doen groeien. Van 2009 tot 2017 vormde hij Saint-Etienne om van een ploeg die tegen de degradatie vocht tot een team dat Europees voetbal haalde. In december 2017 nam hij Lille over toen het achttiende stond in het klassement, na een mislukte passage van Marcelo Bielsa. Vier jaar later bereikte hij met LOSC de top van de Ligue 1. In Nice neemt de 54-jarige coach weer de rol op van bouwer, die hem bijzonder bevalt. Hij is geen architect die plannen uittekent, maar een metser die bouwt met de middelen die hij ter beschikking krijgt. In die optiek heeft de ex-trainer van Saint-Etienne het ideale profiel voor Le Gym. In 2021/22 zal hij verder bouwen op de fundamenten die door INEOS gelegd zijn. Hij zal moeten bewijzen dat die stabiel zijn. Maar de Adelaars hebben in de voorbereiding de twijfels die hen omgeven niet kunnen wegspelen. In vijf wedstrijden leden de rood-zwarten drie nederlagen en wonnen ze maar één keer. Christophe Galtier is gewaarschuwd: hier zal serieus moeten gemetst worden.