David Moyes (56) is het laatste nieuwe lid van het Britse managerslegioen in de Engelse eerste klasse. De Schot verving Manuel Pellegrini, die na zeven nederlagen in de laatste negen competitieduels eind december werd ontslagen bij West Ham. Als probleemoplosser krijgt de voormalige kroonprins onder de coaches van The Hammers nu anderhalf seizoen de tijd om de Londense club - net als hemzelf - in ere te herstellen. Ooit had Moyes de teams voor het uitkiezen, nu schuift hij eerder aan bij The Last Chance Saloon. 'Clubs die mij aanstellen, krijgen een ervaren persoon', weet de oud-verdediger. 'Verder heb ik ook een goed winstpercentage. Dat doe ik nu eenmaal: winnen.'

Hopelijk neemt Moyes een voorbeeld aan Chris Wilder (52), de buiten de UK onbekende coach van Sheffield United. In amper drie jaar tijd loodste de voormalige rechtsback een van de oudste voetbalclubs ter wereld van het derde niveau naar de Engelse subtop. Het vriendenteam uit de staalstad teert op het grootste percentage van Britse spelers en brengt intelligent voetbal. Het succes van Wilder symboliseert een breder fenomeen: het vertrouwen in Britse coaches. Want voor het eerst sinds zeker tien jaar staat meer dan de helft van de eersteklassers onder de hoede van eigen coaches.

Buitenlandse topmanagers begeleiden de sterkere teams. Daaronder is het opnieuw Rule Britannia. Bij Crystal Palace staat Roy Hodgson (72) aan het roer, met bijzonder veel dynamiek. De ouderdomsdeken maakte er een gevaarlijke omschakelingploeg van. Eddie Howe (Bournemouth) en Sean Dyche (Burnley) zijn de langst zittende trainers, Aston Villa promoveerde met Dean Smith en Newcastle United koos voor Steve Bruce. En Nigel Pearson (ex-OHL) ging recent aan de slag bij Watford. Bij de topclubs is het alleen Chelsea dat met Frank Lampard vertrouwen schenkt aan een Engelsman. En de Noord-Ier Brendan Rodgers leidt succesvol revelatie Leicester City.

Voetbalanalisten over Het Kanaal bevestigen een nieuwe trend. De nieuwe generatie van Britse managers brengt leuk voetbal. Ver weg is de klassieke insteek van kick-and-rush. Bij Sheffield United gebeurt het zo regelmatig dat de centrale verdedigers van hun manager de opdracht krijgen om mee op te rukken. De mosterd daarvoor haalde Wilder bij de Argentijn Marcelo Bielsa, nog steeds actief bij tweedeklasser Leeds United. Graham Potter (44) brengt dan weer met Brighton & Hove Albion verzorgd voetbal, iets wat hij eerder ook al bij het Zweedse Östersunds FK deed. Een evolutie die wordt toegejuicht, ook al blijft Engeland gecharmeerd door het werk van buitenlandse coaches. Dat zijn er voorlopig nog acht: Jürgen Klopp (Liverpool), Pep Guardiola (Manchester City), Ole Gunnar Solksjaer (Manchester United, José Mourinho (Tottenham), Nuno Espírito Santo (Wolves), Mikel Arteta (Arsenal), Carlo Ancelotti (Everton) en Daniel Farke (Norwich City).

David Moyes (56) is het laatste nieuwe lid van het Britse managerslegioen in de Engelse eerste klasse. De Schot verving Manuel Pellegrini, die na zeven nederlagen in de laatste negen competitieduels eind december werd ontslagen bij West Ham. Als probleemoplosser krijgt de voormalige kroonprins onder de coaches van The Hammers nu anderhalf seizoen de tijd om de Londense club - net als hemzelf - in ere te herstellen. Ooit had Moyes de teams voor het uitkiezen, nu schuift hij eerder aan bij The Last Chance Saloon. 'Clubs die mij aanstellen, krijgen een ervaren persoon', weet de oud-verdediger. 'Verder heb ik ook een goed winstpercentage. Dat doe ik nu eenmaal: winnen.' Hopelijk neemt Moyes een voorbeeld aan Chris Wilder (52), de buiten de UK onbekende coach van Sheffield United. In amper drie jaar tijd loodste de voormalige rechtsback een van de oudste voetbalclubs ter wereld van het derde niveau naar de Engelse subtop. Het vriendenteam uit de staalstad teert op het grootste percentage van Britse spelers en brengt intelligent voetbal. Het succes van Wilder symboliseert een breder fenomeen: het vertrouwen in Britse coaches. Want voor het eerst sinds zeker tien jaar staat meer dan de helft van de eersteklassers onder de hoede van eigen coaches. Buitenlandse topmanagers begeleiden de sterkere teams. Daaronder is het opnieuw Rule Britannia. Bij Crystal Palace staat Roy Hodgson (72) aan het roer, met bijzonder veel dynamiek. De ouderdomsdeken maakte er een gevaarlijke omschakelingploeg van. Eddie Howe (Bournemouth) en Sean Dyche (Burnley) zijn de langst zittende trainers, Aston Villa promoveerde met Dean Smith en Newcastle United koos voor Steve Bruce. En Nigel Pearson (ex-OHL) ging recent aan de slag bij Watford. Bij de topclubs is het alleen Chelsea dat met Frank Lampard vertrouwen schenkt aan een Engelsman. En de Noord-Ier Brendan Rodgers leidt succesvol revelatie Leicester City. Voetbalanalisten over Het Kanaal bevestigen een nieuwe trend. De nieuwe generatie van Britse managers brengt leuk voetbal. Ver weg is de klassieke insteek van kick-and-rush. Bij Sheffield United gebeurt het zo regelmatig dat de centrale verdedigers van hun manager de opdracht krijgen om mee op te rukken. De mosterd daarvoor haalde Wilder bij de Argentijn Marcelo Bielsa, nog steeds actief bij tweedeklasser Leeds United. Graham Potter (44) brengt dan weer met Brighton & Hove Albion verzorgd voetbal, iets wat hij eerder ook al bij het Zweedse Östersunds FK deed. Een evolutie die wordt toegejuicht, ook al blijft Engeland gecharmeerd door het werk van buitenlandse coaches. Dat zijn er voorlopig nog acht: Jürgen Klopp (Liverpool), Pep Guardiola (Manchester City), Ole Gunnar Solksjaer (Manchester United, José Mourinho (Tottenham), Nuno Espírito Santo (Wolves), Mikel Arteta (Arsenal), Carlo Ancelotti (Everton) en Daniel Farke (Norwich City).