Het lijkt bijna een universele wet in heel wat teamsporten: wie thuis speelt, maakt meer kans om te winnen. Onderzoek in het basketbal, ijshockey, baseball en American football bevestigden al meermaals die hypothese. Sportliefhebbers schrijven het thuisvoordeel vaak toe aan de aanwezigheid van de fans. Maar is dat ook zo? Een groep Duitse wetenschappers maakte gebruik van de coronapandemie om dit onder de loep te nemen.

Sinds de uitbraak van de pandemie zijn voetbalfans in het stadion slechts een zeldzaam fenomeen. Door hun afwezigheid hebben de wetenschappers nu onderzoek kunnen verrichten naar de invloed van de twaalfde man. Ze analyseerden 35 000 wedstrijden uit zes Europese competities (Engeland, Italië, Portugal, Turkije, Duitsland en Spanje) die plaatsvonden tussen 2010 en 2020 en onderzochten verschillende gegevens: de winnaar van de wedstrijd, het aantal schoten op doel en het aantal doelpunten, fouten en kaarten. Ze vergeleken die cijfers met hun analyses van 1006 wedstrijden van diezelfde competities die omwille van de pandemie zonder publiek plaatsvonden.

Marginale rol supporters

De resultaten, die gepubliceerd werden in het wetenschappelijk tijdschriftPlos One, zijn erg opvallend. Fabian Wunderlich, onderzoeker aan de Sportuniversiteit van Keulen en co-auteur van de studie, vertelt aan El País dat de studie aantoont dat supporters niet de hoofdreden zijn van het thuisvoordeel. De resultaten uit de coronaperiode verschillen immers bijna niet met van die van de seizoenen met publiek.

Uit de studie blijkt dat 43% van de bestudeerde wedstrijden gewonnen werd door thuisploegen, tegenover 45% in de jaren daarvoor. In 32% van de wedstrijden tijdens de pandemie gingen de bezoekers met de drie punten aan de haal. In de periode met volle stadions was dat 28%. De overige wedstrijden eindigden op een gelijkspel: 27% met publiek en 25% zonder.

Voetbalploegen winnen nog steeds meer op eigen veld dan op verplaatsing. Voor bezoekers is het tijdens de pandemie wel eenvoudiger om op verplaatsing te winnen dan wanneer er nog mensen op de tribune zaten. Het lijkt een eenvoudige conclusie. Maar volgens Wunderlich is er meer aan de hand. 'Hoewel er hier een verandering zichtbaar is, vallen de onderzoeksresultaten niet los te zien van het feit dat het thuisvoordeel de laatste decennia afneemt', vertelt hij aan AFP. De afwezige fans lijken daar dus geen al te grote impact op te hebben.

Manchester City won deze week nog in een leeg eigen huis tegen Dortmund, GETTY
Manchester City won deze week nog in een leeg eigen huis tegen Dortmund © GETTY

Ander wedstrijdverloop

Thuisploegen blijven dus winnen, ook zonder hun fans. Dat neemt echter niet weg dat wedstrijden in lege stadions anders verlopen dan partijen in arena's waarin het luidruchtig gejoel van supporters weerklinkt. De overige onderzochte parameters tonen bijvoorbeeld aan dat thuisploegen voor de pandemie vaker op doel schoten en vaker scoorden. In lege stadions slaagden de bezoekers erin om meer op doel te besluiten en meer te scoren. Het verschil wordt cijfermatig kleiner, maar ook hier blijft de thuisploeg wel steeds in het voordeel.

Markanter is het verschil in het gedrag van scheidsrechters. Zij fluiten even veel fouten tegen de bezoekers met of zonder publiek, maar fluiten er meer tegen de thuisploeg wanneer er niemand in het stadion zit. De thuisploeg kreeg gemiddeld vaker een vrije trap tegen wanneer de zitjes leeg bleven. Dezelfde tendens geldt voor de gele kaarten. Uit de cijfers die dateren van voor de pandemie blijkt dat de scheidsrechter per wedstrijd gemiddeld 1,89 gele kaarten trok voor spelers van de thuisploeg tegenover 2,2 voor de bezoekers. Tijdens de pandemie werden thuisspelers met gemiddeld 2,21 kaarten bestraft, terwijl de uitploeg er 2,06 ontving.

Andere studies bevestigen

De afwezigheid van publiek lijkt dus vooral invloed te hebben op het gedrag van de scheidsrechter. De Italiaanse econoom Vincenzo Scoppa stelde deze tendens al vast in januari dit jaar. Scoppa publiceerde een vergelijkbare studie waarin hij benadrukt dat het gedrag van scheidsrechters nu erg verschilt met dat van voor de pandemie. Uit zijn data, die hij de laatste 10 jaar verzamelde in wedstrijden uit de eerste en tweede klasse van Duitsland, Spanje, Engeland, Italië en Portugal, bevestigt ook dat het thuisvoordeel blijft bestaan in de pandemie, maar dat het met bijna de helft afneemt.

Hormonale boost

Miguel Ángel Gómez Ruano, docent sportwetenschappen aan de Universidad Politécnica van Madrid en auteur van het boek El jugador número 12, vertelt aan El País dat clubs nog een of twee seizoenen zonder publiek zouden moeten spelen om de rol van het publiek op de prestaties van de thuisploeg echt te kunnen bepalen.

Maar als de invloed van de thuisfans zo beperkt blijkt, waarom winnen de bezoekers dan zo moeilijk op verplaatsing? Wunderlich vertelt aan El País dat er nog een aantal andere factoren meespelen: 'Thuisspelers zijn meer vertrouwd met de faciliteiten van hun eigen accommodaties. Daarnaast krijgen ze een extra hormonale reactie die hen stimuleert om hun eigen terrein te verdedigen.' Dat principe doopt Wunderlich "territorialiteit" Aan AFP laat hij weten dat hormonale drang om een persoonlijk territorium te verdedigen eigen is aan dierlijk, en dus ook menselijk gedrag.

Het lijkt bijna een universele wet in heel wat teamsporten: wie thuis speelt, maakt meer kans om te winnen. Onderzoek in het basketbal, ijshockey, baseball en American football bevestigden al meermaals die hypothese. Sportliefhebbers schrijven het thuisvoordeel vaak toe aan de aanwezigheid van de fans. Maar is dat ook zo? Een groep Duitse wetenschappers maakte gebruik van de coronapandemie om dit onder de loep te nemen. Sinds de uitbraak van de pandemie zijn voetbalfans in het stadion slechts een zeldzaam fenomeen. Door hun afwezigheid hebben de wetenschappers nu onderzoek kunnen verrichten naar de invloed van de twaalfde man. Ze analyseerden 35 000 wedstrijden uit zes Europese competities (Engeland, Italië, Portugal, Turkije, Duitsland en Spanje) die plaatsvonden tussen 2010 en 2020 en onderzochten verschillende gegevens: de winnaar van de wedstrijd, het aantal schoten op doel en het aantal doelpunten, fouten en kaarten. Ze vergeleken die cijfers met hun analyses van 1006 wedstrijden van diezelfde competities die omwille van de pandemie zonder publiek plaatsvonden. De resultaten, die gepubliceerd werden in het wetenschappelijk tijdschriftPlos One, zijn erg opvallend. Fabian Wunderlich, onderzoeker aan de Sportuniversiteit van Keulen en co-auteur van de studie, vertelt aan El País dat de studie aantoont dat supporters niet de hoofdreden zijn van het thuisvoordeel. De resultaten uit de coronaperiode verschillen immers bijna niet met van die van de seizoenen met publiek. Uit de studie blijkt dat 43% van de bestudeerde wedstrijden gewonnen werd door thuisploegen, tegenover 45% in de jaren daarvoor. In 32% van de wedstrijden tijdens de pandemie gingen de bezoekers met de drie punten aan de haal. In de periode met volle stadions was dat 28%. De overige wedstrijden eindigden op een gelijkspel: 27% met publiek en 25% zonder. Voetbalploegen winnen nog steeds meer op eigen veld dan op verplaatsing. Voor bezoekers is het tijdens de pandemie wel eenvoudiger om op verplaatsing te winnen dan wanneer er nog mensen op de tribune zaten. Het lijkt een eenvoudige conclusie. Maar volgens Wunderlich is er meer aan de hand. 'Hoewel er hier een verandering zichtbaar is, vallen de onderzoeksresultaten niet los te zien van het feit dat het thuisvoordeel de laatste decennia afneemt', vertelt hij aan AFP. De afwezige fans lijken daar dus geen al te grote impact op te hebben. Ander wedstrijdverloopThuisploegen blijven dus winnen, ook zonder hun fans. Dat neemt echter niet weg dat wedstrijden in lege stadions anders verlopen dan partijen in arena's waarin het luidruchtig gejoel van supporters weerklinkt. De overige onderzochte parameters tonen bijvoorbeeld aan dat thuisploegen voor de pandemie vaker op doel schoten en vaker scoorden. In lege stadions slaagden de bezoekers erin om meer op doel te besluiten en meer te scoren. Het verschil wordt cijfermatig kleiner, maar ook hier blijft de thuisploeg wel steeds in het voordeel. Markanter is het verschil in het gedrag van scheidsrechters. Zij fluiten even veel fouten tegen de bezoekers met of zonder publiek, maar fluiten er meer tegen de thuisploeg wanneer er niemand in het stadion zit. De thuisploeg kreeg gemiddeld vaker een vrije trap tegen wanneer de zitjes leeg bleven. Dezelfde tendens geldt voor de gele kaarten. Uit de cijfers die dateren van voor de pandemie blijkt dat de scheidsrechter per wedstrijd gemiddeld 1,89 gele kaarten trok voor spelers van de thuisploeg tegenover 2,2 voor de bezoekers. Tijdens de pandemie werden thuisspelers met gemiddeld 2,21 kaarten bestraft, terwijl de uitploeg er 2,06 ontving. Andere studies bevestigen De afwezigheid van publiek lijkt dus vooral invloed te hebben op het gedrag van de scheidsrechter. De Italiaanse econoom Vincenzo Scoppa stelde deze tendens al vast in januari dit jaar. Scoppa publiceerde een vergelijkbare studie waarin hij benadrukt dat het gedrag van scheidsrechters nu erg verschilt met dat van voor de pandemie. Uit zijn data, die hij de laatste 10 jaar verzamelde in wedstrijden uit de eerste en tweede klasse van Duitsland, Spanje, Engeland, Italië en Portugal, bevestigt ook dat het thuisvoordeel blijft bestaan in de pandemie, maar dat het met bijna de helft afneemt. Hormonale boostMiguel Ángel Gómez Ruano, docent sportwetenschappen aan de Universidad Politécnica van Madrid en auteur van het boek El jugador número 12, vertelt aan El País dat clubs nog een of twee seizoenen zonder publiek zouden moeten spelen om de rol van het publiek op de prestaties van de thuisploeg echt te kunnen bepalen.Maar als de invloed van de thuisfans zo beperkt blijkt, waarom winnen de bezoekers dan zo moeilijk op verplaatsing? Wunderlich vertelt aan El País dat er nog een aantal andere factoren meespelen: 'Thuisspelers zijn meer vertrouwd met de faciliteiten van hun eigen accommodaties. Daarnaast krijgen ze een extra hormonale reactie die hen stimuleert om hun eigen terrein te verdedigen.' Dat principe doopt Wunderlich "territorialiteit" Aan AFP laat hij weten dat hormonale drang om een persoonlijk territorium te verdedigen eigen is aan dierlijk, en dus ook menselijk gedrag.