Wat je in het leven ook doet, uiteindelijk verlies je altijd, want de dood komt je halen. Het is een waarheid waar je niet erg vrolijk van wordt, maar die onontkoombaar is.
...

Wat je in het leven ook doet, uiteindelijk verlies je altijd, want de dood komt je halen. Het is een waarheid waar je niet erg vrolijk van wordt, maar die onontkoombaar is. En toch. We beginnen ons af te vragen of ze ook van toepassing is op Cristiano Ronaldo. Heel zijn leven draait namelijk om winnen, bij verlies legt hij zich simpelweg niet neer. Altijd gaat hij op zoek naar een manier om beter, sterker te worden. Iemand met zijn uitpuilende prijzenkast riskeert om verzadigd te geraken en in vadsigheid te vervallen. Zoals in: een sixpack moet koel staan, niet op de cover van een modeblad. Maar zo zit CR7 niet in elkaar. 'Hij is pure, authentieke toewijding. Er minder dan honderd procent voor gaan, dat kan hij niet. Hij is het mooiste voorbeeld voor iemand die wil overwinnen in het leven', zegt Luiz Felipe Scolari, de coach die hem op zijn achttiende liet debuteren bij Portugal. Verliezen was al in zijn jeugd geen optie. Bij Sporting Clube, waar hij op twaalfjarige leeftijd zijn entree maakte, herinneren zijn jeugdtrainers zich hem als 'de slechtgezinde leider'. Met hem in de ploeg ging een wedstrijd niet vaak verloren, maar als dat gebeurde, was het humeur van de kleine Cristiano niet te harden. Vaak kwamen er dan ook traantjes bij te pas: op het veld, achteraf in de kleedkamer en dan ook nog eens op de bus. Dan moest er op hem ingepraat worden en had hij troost nodig. Zijn landgenoot Pepe verwoordde het eens als volgt: 'Cristiano werkt hard om zijn doelstellingen te bereiken. Als dat dan niet lukt, wordt hij heel kwaad. Dan sluit hij zich op in zijn wereld en probeert hij te verbeteren.' De grootste Portugese voetballer aller tijden zegt er zelf over: 'Als ik verlies, zeg ik drie à vier minuten lang domme dingen, maar na een knuffel van de ploegmaats gaat dat wel over. Degenen die met me werken, kennen me wel.' Een voorbeeld daarvan zagen we op het WK 2010 in Zuid-Afrika. In de achtste finales schakelde Spanje de Portugezen uit met 1-0. CR7 droop af en mikte een fluim richting de camera die hem volgde op zijn lijdensweg richting kleedkamer. Na de match weigerde hij de pers te woord te staan. Zijn enige reactie was er een op de vraag hoe hij de nederlaag kon verklaren. 'Vraag dat aan Carlos Queiroz', repliceerde hij misnoegd. De toenmalige bondscoach bedekte het hele incident met de mantel der liefde. Tot de winst van het Europees kampioenschap twee jaar geleden in Frankrijk was het parcours van CR7 bij de nationale ploeg er eentje van grote frustratie. Zijn eerste grote toernooi, het EK 2004 in eigen land, eindigde al meteen in tranen. De finale ging met 0-1 verloren tegen het uitgekookte Griekenland van de Duitser Otto Rehhagel. De piepjonge Ronaldo had zich tijdens het toernooi opgewerkt tot basisspeler en speelde ook de finale van begin tot einde. Als rechterwinger toen nog. In de spits stond immers Pedro Pauleta en op de linkerflank Luis Figo, allebei onaantastbare monumenten. Toen het laatste fluitsignaal door het Estádio da Luz galmde, zette Cristiano de handen in de zij, boog hij het hoofd en begonnen de tranen over zijn gezicht te rollen. Even na de match zei hij: 'Ik had op mijn negentiende Europees kampioen willen zijn. Maar nu moeten we deze pagina omslaan. We moeten vooruit kijken. Ik zal nog veel Europese kampioenschappen meemaken in mijn carrière, om deze teleurstelling van me af te kunnen spelen.' Profetische woorden, want Portugal kwalificeerde zich sindsdien voor elk groot toernooi, of het nu een EK of een WK was. Maar de teleurstelling bleef nazinderen tot het EK 2016, ongetwijfeld ietsje langer dan voorzien in de planning van CR7. En zelfs dat avontuur had net zo goed in mineur kunnen eindigen, want al in de eerste helft van de finale tegen Frankrijk raakte hij geblesseerd. Toen hij daar in het Stade de France op de grond zat en hij besefte dat hij niet meer verder kon, barstte hij, jawel, in tranen uit. Het waren net dezelfde tranen als die in zijn jeugdjaren en die uit 2004, tranen van gefnuikte ambitie. Het is die alles verterende drang, die ongelooflijke drive om te winnen die Cristiano Ronaldo blijft doen gaan. Die had hij al op zijn 17e, die heeft hij nu nog steeds op zijn 33e. Een Duracellbatterij zou allang de geest gegeven hebben. Vorige week verscheen in tal van media de anekdote van Patrice Evra, oud-ploegmaat van CR7 bij Manchester United. 'Laat me even wat advies geven', zei de Franse verdediger aan ITV Football. 'Als Ronaldo je vraagt om iets te gaan eten in zijn huis, zeg dan neen. Op een dag vroeg hij me na de training bij hem langs te komen om een hapje te eten. Ik was echt moe. Bij hem thuis stond alleen maar salade, wat kip en water, zelfs geen sapje. We begonnen te eten en ik dacht dat daarna nog een groot stuk vlees ging komen, maar niks. Hij at zijn bord leeg en begon wat te dollen met de bal. Daarna wilde hij gaan zwemmen, dan de jacuzzi, dan de sauna. Hij is een machine, hij stopt nooit met trainen.' Evra rakelde nog een ander verhaal op uit hun gezamenlijke tijd bij Manchester United: 'Hij was eens aan het pingpongen met Rio Ferdinand. Rio won, tot groot jolijt van ons allemaal. Ronaldo was erg aangedaan. Dus stuurde hij zijn neef eropuit om een pingpongtafel te gaan kopen. Hij trainde twee weken als een bezetene, daagde Rio opnieuw uit en won. Dat is typisch Cristiano.' In zijn jeugdjaren bij Sporting Clube speelde hij in zijn vrije tijd vaak darts. Urenlang kon hij zich daarmee bezighouden: geconcentreerd met vaste pols en scherpe blik de pijltjes in de roos mikken. Lukte dat niet, dan raakte hij enorm geïrriteerd, kwaad zelfs. Bij alle sporten die hij beoefent, wil hij boven alles winnen, gedreven door een soort innerlijke woede. Evra vatte het als volgt samen op ITV: ' He is an angry man.' Dat inwendige vuur maakt ook dat CR7 niet snel tevreden is. Hij legt de lat hoog voor zichzelf en eist hetzelfde van zijn omgeving. Zo haalde hij twee jaar geleden na een verloren derby tegen Atlético Madrid eens uit naar zijn ploegmaats bij Real Madrid: 'Als iedereen op hetzelfde niveau zou spelen als ik, dan stonden we nu eerste.' Om diezelfde reden ging hij vorige week meteen na de poulewedstrijd tegen Marokko verhaal halen bij de Portugese bondscoach Fernando Santos. Want hoewel Portugal met 1-0 gewonnen had dankzij hem, was hij helemaal niet tevreden. De camera's registreerden wat hij zei tegen zijn trainer: 'We speelden een beetje slecht. We voetbalden veel te weinig.' Santos weet natuurlijk wat zijn sterspeler bedoelt: als we op deze manier verder doen, winnen we het WK nooit... 'Zijn drang om te winnen wordt door de meeste mensen verkeerdelijk gezien als arrogantie. Maar we mogen ook niet verwachten dat een jongen, die al van jongs af wordt beschouwd als de beste, geen zelfvertrouwen zou hebben of geen hoog zelfbeeld.' De uitspraak komt van Aurélio Pereira, de scout die Cristiano Ronaldo ontdekte en naar Sporting Clube haalde. Arrogant of niet, ook de jonge CR7 had alvast geen last van bescheidenheid. Carlos Bruno, destijds de assistent van László Bölöni bij Sporting Clube, herinnert zich nog goed de eerste trainingen van de zeventienjarige Ronaldo bij de A-ploeg: 'Iemand die uit de jeugd komt om te trainen bij het A-team, is normaal timide, praat niet, is bang om de bal te krijgen, stelt zich afzijdig op als er een vrijschop genomen wordt... Cristiano was helemaal het tegenovergestelde. Hij wist dat hij goed was en wilde dat ook tonen. Ik herinner me dat André Cruz na de training bleef om vrije trappen te oefenen. Cristiano wilde dan ook blijven. Soms vroeg Bölöni hem om naar huis te gaan, maar dat weigerde hij gewoon.' Valter di Salvo, de Italiaanse fysiektrainer die CR7 meemaakte bij Manchester United en Real Madrid, bevestigt: 'Hij is een non-conformist, een liefhebber van hard werken. Hij heeft een andere mentaliteit dan de meeste vedetten.' Di Salvo heeft recht van spreken, want hij werkte onder meer met Iker Casillas, Roberto Carlos, Luis Figo, Zinédine Zidane en Pavel Nedved. 'Hij is de meest ambitieuze voetballer die ik gekend heb. Veel mensen hebben het altijd over zijn lichaam, maar de sleutel zit in zijn hoofd.'