Door Tom Knipping (Voetbal International)
...

Door Tom Knipping (Voetbal International)Met Inter en Juventus stonden onlangs de grootste geldverbrassers van Italië tegenover elkaar. Samen verloren ze afgelopen seizoen bijna een half miljard euro. Beide clubs zullen nog wel even nodig hebben om te herstellen van het jaar met lege stadions. Landskampioen Inter boekte met minus 246 miljoen het slechtste financiële resultaat ooit in de Serie A, terwijl Juventus met een tekort van 210 miljoen het brons pakte op de ranglijst met verliesrecords, na FC Barcelona. Er tekent zich een bloedbad van rode cijfers af aan de Europese top en subtop. Bestuursleden schuiven momenteel elke tegenvaller af op corona, maar bij sommige grootmachten lijken er diepere problemen te spelen. Juventus is zo'n club. Bij de verantwoording over de slechte cijfers verwijst de directie van de Oude Dame naar de gevolgen van de pandemie. De kaartverkoop stortte volledig in, terwijl Juventus ook indirecte consequenties ondervond, zoals de dalende marktwaarde van de spelers. Allemaal waar, natuurlijk. Dat corona invloed heeft gehad op de economische resultaten is onmiskenbaar. Maar dat neemt niet weg dat bij Juve de financiële resultaten al vóór corona een dalende lijn vertoonden. In het seizoen 2016/17 boekte de grootmacht uit Turijn nog 43 miljoen winst, maar daarna kantelde het beeld. In 2017/18 en 2018/19 gingen de resultaten sterk achteruit en leed de club verliezen. Sinds de uitbraak van de coronacrisis zijn die verder uit de hand gelopen ( zie tabel). Waar zit het probleem? Als we kijken naar de omzet, dan is die niet eens al te dramatisch ingestort. De reguliere inkomsten (exclusief transfers) lagen vorig seizoen slechts 26 miljoen euro (zes procent) lager dan in het laatste seizoen vóór de coronacrisis. Daarmee laat Juventus een veel minder groot verval zien dan andere Europese topclubs. Ten opzichte van 2019/20 - dat in de slotfase werd onderbroken door de uitbraak van de pandemie - was er bovendien sprake van herstel. Ondanks vrijwel een heel jaar voetballen in lege stadions groeide de omzet. De gedaalde inkomsten uit kaartverkoop (41 miljoen) werden overtroffen door gestegen tv-inkomsten (69 miljoen) en hogere sponsoropbrengsten (16 miljoen). De hogere tv-gelden zijn vooral te verklaren doordat het seizoen 2019/20 werd afgemaakt na afsluiting van het boekjaar. Diverse wedstrijden en de bijbehorende tv-inkomsten uit dat seizoen vielen daardoor in het boekjaar 2020/21. Kortom: het recordverlies is niet veroorzaakt door een ingestorte omzet. Voor de oorsprong moet eerder worden gekeken naar de kosten van de selectie. Juventus begon een paar jaar geleden meer risico te nemen. De club zag de Europese voorhoede steeds verder uit het zicht raken. De inkomstengroei bleef in het laatste decennium ver achter bij concurrenten als FC Barcelona, Manchester City, Liverpool, Bayern en PSG. Tegelijkertijd bleef de ambitie overeind om de eerste Champions League-eindzege sinds 1996 te boeken. Met de komst van Cristiano Ronaldo en enkele andere dure aankopen nam Juventus de vlucht vooruit. Die strategie resulteerde in fors hogere loonkosten. In de jaargang 2019/20 daalden de salarisuitgaven even doordat spelers tijdelijk loon inleverden, maar opvallend is dat afgelopen seizoen, midden in de crisis, de verloningen weer het recordniveau van 2018/19 benaderden. Dat is overigens tekenend voor het Europese topvoetbal, waar de superclubs, uit angst hun concurrentiepositie te verzwakken, geen echt harde maatregelen willen nemen en weigeren hun uitgavenpatroon aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid. In de tabel is goed te zien dat sinds de komst van Cristiano Ronaldo (zomer 2018) de salarispost flink steeg. Juventus staat in de Serie A op eenzame hoogte. Met 323 miljoen aan loonkosten liggen de betalingen in Turijn dik 100 miljoen hoger dan bij de eerste achtervolgers Inter (198 miljoen), AC Milan (161 miljoen) en AS Roma (155 miljoen). Bovendien valt op dat de personeelskostenratio (de salarissen in verhouding tot de inkomsten) van Juventus in de loop der jaren ongezonder is geworden. Tot 2018 hield de club zich keurig aan de UEFA-aanbeveling maximaal 65 procent van al het verdiende geld uit te geven aan lonen. Sinds de entree van Ronaldo zit Juventus daarboven. Vorig seizoen ging van elke verdiende euro 74 cent op aan salarissen. In Italië is dat niet ongewoon, maar in de Europese top zijn er maar enkele clubs (PSG, Manchester City) die een net zo ongezonde personeelskostenratio voorleggen.Hoewel 323 miljoen euro aan salarissen op basis van de inkomsten aan de hoge kant is, is dat geen verklaring voor het recordverlies van Juve. Het probleem zit vooral in het transferbeleid. De laatste paar jaar is enorm veel geïnvesteerd in de selectie. Totdat de pandemie uitbrak, compenseerde de Oude Dame die uitgaven met hoge inkomsten uit spelersverkopen. Tussen 2016 en 2020 haalde zij gemiddeld 132 miljoen per jaar binnen op de transfermarkt. Vorig jaar vielen de inkomsten uit spelersverkopen ineens ver terug, naar 31 miljoen. Hoge verkoopinkomsten zijn voor Juventus noodzakelijk om grote netto verliezen te voorkomen. Als eenmaal veel risico is genomen, is het lastig snel bij te sturen. Dat komt door de wijze waarop betaalde transfersommen voor aangekochte spelers boekhoudkundig worden verwerkt. Die worden afgeschreven over de looptijd van het spelerscontract. Een voorbeeld: Matthijs de Ligt werd gekocht voor 86 miljoen en voor vijf jaar vastgelegd. Het gevolg is dat Juventus vijf jaar lang 17 miljoen afschrijving moet opnemen in de boeken. Alle gekochte voetballers samen vormen de post afschrijvingen op transfersommen. Die is bij Juve nogal uit de hand gelopen ( zie tabel). Vorig seizoen noteerde de club liefst 197 miljoen aan afschrijvingen op de spelersgroep. Daarmee staan de Italianen aan de wereldtop. Ter vergelijking: in het seizoen 2019/20 had FC Barcelona met 174 miljoen de hoogste transferafschrijving van alle clubs. Juventus is qua inkomsten al jarenlang de nummer tien van Europa, met een achterstand van wel 300 miljoen euro op de koplopers, maar investeerde niettemin het zwaarst in nieuwe spelers. Volgens experts en bureaus die de transferwaarden voorspellen, zal het nog enige jaren duren voordat de spelersmarkt weer op het oude niveau is. De grootste uitdaging voor Juventus is dus de afschrijvingen fors in te krimpen, terwijl ook de salarissen wat aan de hoge kant zijn ten opzichte van de omzet. Zo bezien was de verkoop van Cristiano Ronaldo logisch. Ronaldo tekende in 2018 een vierjarig contract. Hij kostte bijna 120 miljoen euro. Dat betekent dat Juventus tot 2022 per jaar 30 miljoen aan afschrijving moest opnemen. Nu Ronaldo is vertrokken, vallen deze kosten weg. Op het moment van een transfer verdwijnt een speler uit de boeken. De opbrengst wordt dan in mindering gebracht op de resterende afschrijving. Voor Ronaldo diende Juventus nog 30 miljoen af te schrijven. Aangezien Manchester United 15 miljoen voor hem heeft betaald, blijft er nog maar 15 miljoen over die Juventus dit boekjaar moet afschrijven. Tevens valt zijn salaris van 30 miljoen weg. Daardoor ziet de boekhouding er door het vertrek van Ronaldo 45 miljoen euro gunstiger uit. Ter nuance: het werkelijke voordeel zal lager liggen, want qua inkomsten is zijn vertrek een aderlating. Niet voor niets stegen de commerciële opbrengsten van Juventus de laatste jaren door de aanwezigheid van de sterspeler. Het vertrek van Ronaldo is dus een behoorlijke bezuiniging, maar gezien het verlies van 210 miljoen lost dat niet alles op. Juventus heeft natuurlijk gelijk door te verwijzen naar de coronapandemie, maar de directie laat wat onderbelicht dat ook de rekening wordt betaald voor de gok die een paar jaar geleden is genomen. Door als tiende club van Europa de duurste speler ter wereld te halen en de hoogste transferverplichtingen aan te gaan wilde de club een gooi doen naar de eindzege in de Champions League. Via uitmuntende Europese prestaties moesten de enorme uitgaven worden terugverdiend. Het is de klassieke vlucht naar voren die we in het voetbal al vaak verkeerd hebben zien aflopen. Drie jaar later is de conclusie dat die strategie niet heeft geleid tot uitzonderlijke prestaties in de Champions League - twee keer uitgeschakeld in de achtste finales, één keer in de kwartfinales - terwijl Juve vorig jaar slechts als vierde finishte in de Serie A. De Oude Dame staat dus voor een behoorlijke uitdaging. Omdat de 36-voudige landskampioen nog vast zit aan veel contracten die de laatste jaren zijn gesloten, zijn de tekorten niet van vandaag op morgen op te lossen. Gunstig is dat er weer wat publiek naar het Allianz Stadium mag komen, maar het duurt nog even voordat de tribunes in Italië weer volledig mogen worden gevuld. Vandaar dat Juventus nu alvast een nieuw financieel verlies aankondigt voor het lopende seizoen. Opnieuw zullen de lonen aan de hoge kant zijn ten opzichte van de inkomsten en gezien de verkoopprestaties op de zomermarkt is het onwaarschijnlijk dat Juventus dit seizoen voldoende gaat verdienen om de hoge afschrijvingen te compenseren. Alleen Cristiano Ronaldo (Manchester United) en Cristian Romero (Atalanta) leverden een transfersom op. De 31 miljoen euro aan inkomsten voor dit tweetal is bijlange niet genoeg. Juventus zal voor de sluiting van het boekjaar in juni 2022 nog voor naar schatting 120 tot 140 miljoen euro moeten verkopen om een break-even te draaien met het spelersbeleid. Op z'n vroegst kan het herstel vanaf het seizoen 2022/23 worden ingezet. Om de boel op te vangen heeft Juventus enige maanden geleden al een enorme kapitaalinjectie aangekondigd. De club gaat extra aandelen verkopen en is met vier grote banken in zee gegaan om een opbrengst van 400 miljoen euro te garanderen. Voor het eind van dit jaar moet alles zijn afgerond. Die stap zet Juventus uiteraard niet uit luxe. Het geld is nodig om de gaten af te dekken en kan vermoedelijk niet worden aangewend voor nieuwe investeringen. Opvallend in het jaarverslag is dat Juventus zelf aangeeft dat het zonder corona vorig jaar 70 miljoen euro meer had verdiend dan nu het geval was. Dat betekent dus dat zonder corona nog altijd een netto verlies was geleden van 140 miljoen. Waar eerder deze eeuw clubs als Ajax en FC Porto de Europese kopgroep al steeds verder weg zagen demarreren, hebben nu ook grootmachten met Juventusbudgetten steeds grotere moeite om mee te doen met de allergrootste topclubs. De Oude Dame betaalt nu de rekening voor het uit alle macht proberen aan te haken en had daarbij de pech dat daar ook nog een coronacrisis overheen kwam. Ook als straks na corona de voetbaleconomie weer op volle toeren draait, blijft de vraag hoe Juventus denkt te blijven meedoen om de Europese titel, want de duurste spelers aanschaffen is gezien het inkomstenniveau eigenlijk niet mogelijk. Gezien de zwakkere positie van de Serie A ten opzichte van de Premier League en La Liga, en gezien het feit dat de club door de beursnotering niet ineens kan worden verkocht aan een sjeik, zal er niet snel verandering komen in de positie van Juventus. Het wordt zo steeds duidelijker waarom Juventus de initiatiefnemer is geweest voor de Super League. En ook waarom de club een juridische guerrilla is gestart met de UEFA en blijft vastklampen aan dat veel bekritiseerde plan.