Kan het nog duidelijker? De ongelijkheid in het voetbal neemt angstaanjagende vormen aan. De eerste speelweek van de knock-outfase van de Champions League bracht ons twee fantastische wedstrijden tussen ploegen uit de grote voetballanden (Real Madrid-PSG en Juventus-Tottenham), maar in de twee overige duels werden de kampioenen (jawel) van Zwitserland en Portugal op een hoopje gespeeld. FC Basel en FC Porto behoorden de voorbije jaren Europees tot de betere ploegen van de kleinere liga's, maar werden in eigen huis voor schut gezet.
...

Kan het nog duidelijker? De ongelijkheid in het voetbal neemt angstaanjagende vormen aan. De eerste speelweek van de knock-outfase van de Champions League bracht ons twee fantastische wedstrijden tussen ploegen uit de grote voetballanden (Real Madrid-PSG en Juventus-Tottenham), maar in de twee overige duels werden de kampioenen (jawel) van Zwitserland en Portugal op een hoopje gespeeld. FC Basel en FC Porto behoorden de voorbije jaren Europees tot de betere ploegen van de kleinere liga's, maar werden in eigen huis voor schut gezet. De pijnlijke conclusie is dat het kampioenenbal alleen op maat van teams uit de zogenaamde Big Five is gesneden. De overige vijftig leden van de UEFA maken al jaren alleen nog kans in de Europa League, de bekercompetitie voor kneusjes. Maar ook daar dreigt een einde aan te komen nu de eindzege Arsenal, Borussia Dortmund, Lyon of Atlético Madrid een deelnemingsbewijs aan de Champions League kan opleveren. Voor de overgrote meerderheid van Europese landen is nog alleen een figurantenrol weggelegd in de bekercompetities van het oude continent. Opvallend is ook dat de Engelse clubs opnieuw een hoofdrol opeisen. De geschiedenis lijkt zich te herhalen. Tussen de jaargangen 2003-2004 en 2008-2009 ging de Premier League twee keer met de beker aan de haal, telde het vier verliezende finalisten en zeven verliezende halve finalisten. In vier van de acht jongste edities overleefde geen enkel team van over het Kanaal de kwartfinales. Alles bij elkaar was de balans aan de schrale kant: één zege (Chelsea in 2012), één verliezende finalist en twee verliezende halve finalisten. In deze campagne kunnen Liverpool en Manchester City zich in de return wellicht met hun beloftenteam plaatsen en Tottenham nam in Turijn ook al een stevige optie op de volgende ronde. Algemeen wordt ook verwacht dat Manchester United te sterk zal blijken voor FC Sevilla. Alleen Barcelona zou wel eens de betere kunnen zijn van het in eigen land zwalpende Chelsea. Vier Engelse clubs in de kwartfinales: het zou niemand verbazen. De reden is overduidelijk: geld. Alleen Barcelona, Real Madrid, Paris Saint-Germain en Bayern München kunnen financieel min of meer in het spoor van de Britten blijven. Na vorige week kregen de optimisten in voetballand nieuwe hoop. Het tv-contract voor de Premier League voor de seizoenen 2019-2022 is met 565 miljoen euro gezakt naar 5 miljard euro. Juich echter niet te vroeg. Er moeten nog altijd twee pakketten met rechten - goed voor tien procent van de wedstrijden - worden verkocht. Bovendien gaan de buitenlandse rechten veel meer opleveren dan de 565 miljoen die in Engeland is weggevallen. De Chinezen zouden bijvoorbeeld het tienvoudige betalen van het huidige contract (naar 790 miljoen euro). De bubbel is nog lang niet gebarsten. De vorige overeenkomst betekende een verhoging van de tv-rechten met maar liefst zeventig procent, dankzij de enorme concurrentie tussen de betaalzenders Sky Sports en BT Sport. Deze laatste stelde zich dit keer tevreden met een bescheidener aanbod in de Premier League, omdat het een inspanning deed om de exclusieve Engelse rechten voor de Champions League te verwerven. Op het miljoenenbal gaat in principe het meeste geld naar de ploegen die het verst doorstoten (zo'n 18 miljoen euro voor de winnaar), maar minstens even belangrijk is de zogenaamde tv-pot. Het geld dat een nationale zender betaalt, wordt niet over alle deelnemende ploegen verdeeld maar over de teams van dat land. De tv-pot van de Engelsen wordt dankzij BT Sport dus nog groter en als ze - zoals het nu lijkt - ver geraken, is het tweemaal kassa. Kortom, de nieuwe tv-contracten maken de Big Six van de Premier League (Man United en City, Tottenham, Chelsea, Liverpool en in mindere mate Arsenal) nog rijker en dit ten koste van de veertien anderen van de Engelse topklasse. Niet alleen de ongelijkheid in Europa maar ook in de nationale competitie dreigt daardoor nog groter te worden. Iemand moet deze trend een halt toeroepen.