Het champagneglas is goed zichtbaar en voor de mensen van Longyearbyen is dat een goed teken. Het wil zeggen dat er opnieuw daglicht schijnt in het keteldal Hiorths Fjell, bekend omdat het de vorm heeft van een champagnecoupe. Wanneer de lente er aankomt, na drie eindeloos lange maanden van complete duisternis, is de zon weer van de partij. Ze sluimert nog net onder de horizon, maar ze straalt al krachtig genoeg om de bergtoppen te beschijnen. Die kleuren achtereenvolgens wit, roze, blauw en zwart. Longyearbyen is de hoofdstad van de archipel Spitsbergen - Svalbard in het Noors - en ligt op zo'n 1300 kilometer van de Noordpool. Het was lange tijd een mijnstad, bestuurd door de onderneming John Longyear en nadien door Store Norske, voor het in 1993 onder staatsbestuur kwam. Vandaag heeft het, ondanks zijn beperkte grootte, alles van een modern economisch centrum. Ook hier gaan mensen joggen, laten ze pizza's aan huis leveren en wandelen ze door het shoppingcenter. En ze spelen ook voetbal.
...

Het champagneglas is goed zichtbaar en voor de mensen van Longyearbyen is dat een goed teken. Het wil zeggen dat er opnieuw daglicht schijnt in het keteldal Hiorths Fjell, bekend omdat het de vorm heeft van een champagnecoupe. Wanneer de lente er aankomt, na drie eindeloos lange maanden van complete duisternis, is de zon weer van de partij. Ze sluimert nog net onder de horizon, maar ze straalt al krachtig genoeg om de bergtoppen te beschijnen. Die kleuren achtereenvolgens wit, roze, blauw en zwart. Longyearbyen is de hoofdstad van de archipel Spitsbergen - Svalbard in het Noors - en ligt op zo'n 1300 kilometer van de Noordpool. Het was lange tijd een mijnstad, bestuurd door de onderneming John Longyear en nadien door Store Norske, voor het in 1993 onder staatsbestuur kwam. Vandaag heeft het, ondanks zijn beperkte grootte, alles van een modern economisch centrum. Ook hier gaan mensen joggen, laten ze pizza's aan huis leveren en wandelen ze door het shoppingcenter. En ze spelen ook voetbal. In de Svalbardhallen, een sportzaal ten noorden van de hoofdstraat, houdt Svalbard Turn op vrijdag om 16 uur de tweede van twee wekelijkse trainingen. Een vijftiental spelers neemt eraan deel. Zonder druk. Twee jonge kerels stellen het doel op, waarachter een bebaarde man zijn gsm neerlegt en een achtergrondmuziekje opzet. Frode, een grote kale man die wat op Jaap Stam gelijkt maar er wel wat vredelievender uitziet, deelt achteloos de hesjes uit. De drie ploegen die zo gevormd worden zijn gelukkig ongeveer even sterk. Om de vijf minuten wisselen ze elkaar af voor korte wedstrijdjes. De spelers op de parketvloer spreken uitsluitend Noors, al beheersen slechts enkele van hen de taal. De anderen komen uit de Filipijnen, Kroatië, Oekraïne of Nederland. Die diversiteit vindt haar oorsprong in een oude overeenkomst, het zogenaamde Verdrag van Spitsbergen uit 1920. Dat verdrag is erg egalitair, het erkent wel de soevereiniteit van Noorwegen op Spitsbergen, maar het verleent daarnaast aan een veertigtal landen die het mee ondertekend hebben het recht om er een economische activiteit uit te oefenen. Hun onderdanen mogen er wonen en werken zonder een visum. Zo telt Longyearbyen in 2022 zo'n 2500 inwoners, verdeeld over 52 verschillende nationaliteiten. Maar waarom in godsnaam gaat iemand boven de 78e breedtegraad wonen? Om te beginnen omdat er geen belastingen moeten betaald worden. Daarnaast ook vanwege de koude, de wind, de bergen, de beren, de gletsjers, het pakijs... kortom: de mogelijkheid om je eigen grenzen te verleggen. Enigszins bij toeval op Spitsbergen belanden, de omgeving leren kennen en er uiteindelijk verliefd op worden: dat is zowat het typische parcours van een lokale burger. Dat geldt alleszins voor Facundo. De Uruguayaan gekleed in een nette blazer, met een Colgateglimlach en het parfum van grote avonden, ontvangt ons in de Barentsbar, een kleine kroeg zonder vensters in het zuiden van de stad. Zijn verhaal begint in 2017, in Montevideo, wanneer hij achttien jaar is en een Noorse ontmoet die bij de voetbalclub van zijn oom speelt. 'We spraken niet dezelfde taal, maar we konden het goed met elkaar vinden en werden snel een koppel', vertelt hij. Niet veel later vertelt hij zijn ouders dat hij naar Noorwegen gaat verhuizen. 'Enkele maanden later vroeg mijn vriendin of ik klaar was om 'naar huis' te gaan. Ze had het over Longyearbyen. Ik had er geen idee van waar dat lag, maar ik ben haar gevolgd.' Ter plekke moest de jongeman koste wat het kost een job vinden, want de wet van Spitsbergen verplicht elke inwoner om in zijn eigen onderhoud te voorzien, op straffe van uitgewezen te worden. En dus gaat Facundo boten schoonmaken en vervolgens wordt hij kelner. 'Ondertussen zijn we uit elkaar, maar ik ben hier gebleven. Ik voel me hier goed, ik spreek Noors en ik heb een heel netwerk van vrienden.' Een voetbalploeg heeft hij ook, want de Uruguayaan is een van de keepers van Svalbard Turn. Hij toont enthousiast enkele actiefoto's, waarbij hij op zijn smartphone zelfs de nieuwsflashes over Oekraïne negeert. Wie zo afgezonderd leeft van de rest van de wereld, focust onvermijdelijk op de lokale gebeurtenissen, zoals de renovatie van een berghut in Advent City, de doortocht van rendieren in het stadscentrum of de aanwezigheid van ijsberen in de Tempelfjord. Voor de conflicten in de wereld hebben maar weinigen belangstelling. Het beste bewijs: in Barentsburg, een mijnwerkersdorp op twee uur met de boot of drie uur met de sneeuwscooter afstand van Longyearbyen, leven zowat driehonderd Russen en Oekraïners in perfecte harmonie met elkaar. Wie daarheen gaat, wordt compleet ondergedompeld in het communistisch verleden, inclusief een buste van Lenin en stalinistische huizenblokken. Vier keer per jaar ontmoeten de enige twee gemeenschappen op het eiland elkaar, afwisselend in het ene en het andere stadje, voor een wedstrijd die officieus moet bepalen wie de beste ploeg van het archipel heeft. 'Het is de best denkbare manier om voor een nationale ploeg uit te komen, wij vertegenwoordigen Noorwegen, zij Rusland', lacht Frode, die al drie 'caps' telt. Een van de kleinste WK's ter wereld wordt dus in een dubbele heen- en terugmatch betwist en eindigt telkens met een prijsuitreiking en een banket waarop de drank rijkelijk vloeit. 'De eerste keer dat ik erheen gegaan ben, kwam er een Rus naast mij zitten met een fles wodka... en dat is meteen het laatste wat ik me ervan herinner', lacht Thomas, die als voetballer in staat is om met een puntertje vanop zijn eigen doellijn te scoren. 'Twee weken later kwamen er andere Russen naar ons en zij hebben mij herkend. Ze brachten vettig eten mee en leerden me wodka drinken. Voortaan herinner ik me toch al het eerste glas.' De voorbije jaren werden de wedstrijden voornamelijk in een sporthal gespeeld. Die van Baretnsburg heeft een houten vloer, die van Longyearbyen een ongelooflijk kleurrijke klimmuur die als tribune dienstdoet. Er is nochtans ook een terrein voor veldvoetbal, dat geprangd ligt tussen de berg Plataberget en de restanten van Mijn 2, maar daar wordt nog amper op gespeeld: te koud, te weinig spelers. Inge was erbij toen de laatste wedstrijd in openlucht werd afgewerkt. Dat was een paar jaar geleden, toen meerdere keren per week buiten trainen nog normaal was. 'Dat was een heel spannende match. Ik gaf een assist, maar we verloren met 2-3', zegt de prille vijftiger. 'We hadden geen netten, dus moesten we twee keer zoveel lopen om de bal uit de rivier te vissen. Het veld bestond uit zand en grind en het terrein was heel oneffen, zodat de bal voortdurend stuiterde en het niet evident was om je evenwicht te bewaren.' Met zijn donker omrande ogen lijkt Inge wel gemaquilleerd, maar het gaat natuurlijk om steenkoolstof. Daar kun je een mijnwerker aan herkennen, ook na drie intensieve wasbeurten. De Noor is eigenlijk schrijnwerker van opleiding, in 1997 kwam hij naar Longyearbyen om enkele daken te repareren. Vijf jaar later ging hij in de mijn werken 'om eens iets anders te doen en meer geld te verdienen'. In september 2023 zal Mijn 7, de laatste nog actieve mijn in Longyearbyen, de deuren sluiten omdat ze volgens de normen van Noorwegen niet ecologisch genoeg is. Er wordt over gesproken om ze terug te geven aan de natuur. Inge zal dat niet meer meemaken, hij heeft een boerderij gekocht op het vasteland. Misschien gaat hij er schapen kweken. In afwachting blijft hij de laatste nog actieve mijnwerker in de ploeg van Svalbard Turn. 'Toen ik hier begon te spelen, stonden er nog collega's van mij in de ploeg. Dat was plezant, het gaf ons energie ondanks onze werkdagen van twaalf uur. We vlogen erin, super gemotiveerd. We gingen zelfs toernooien spelen in Noorwegen. Maar tegenwoordig denk ik dat veel mijnwerkers bang zijn om geblesseerd te geraken.' Al verschillende jaren rijst de kwestie van een outdoorveld met kunstgras. In Groenland werkt dat goed, op dat eiland wordt het kampioenschap in één week afgewerkt. Maar tot op heden ligt er nog geen enkel project op de tafel van de gouverneur. In de winter - zowat negen maanden per jaar dus - is een sneeuwscooter onontbeerlijk op Spitsbergen, of je nu hondenvoer moet aanslepen, naar het werk gaan of ronddwalen in de Tempelfjord. Dat is een bijna onwerkelijk oord op twee uur van de hoofdstad, waar de Von Post-gletsjer eindigt en waar de Noorderlicht ligt, een boot die vastzit in het ijs. Deze zondag gaan Lasse (17) en Adne (16) liever het gebergte verkennen achter Nybyen, de noordelijke wijk van Longyearbyen. Ze hebben hun eigen motor met verwarmde handgrepen, maar ze ontduiken de nochtans strenge regel dat je bij het verlaten van de stad vergezeld moet zijn van een gewapende gids, die je kan beschermen bij een aanval van een ijsbeer. Wanneer ze heelhuids terugkeren, ruilen de twee adolescenten hun met bont gevoerde laarzen voor een paar fluo zaalvoetbalschoenen. Lasse kwam met zijn ouders naar het eiland toen hij vier jaar was, Adne heeft er altijd gewoond. Toch is hij er niet geboren: dat is namelijk verboden bij gebrek aan afdoende medische infrastructuur. Het is ook niet toegestaan om te sterven op Spitsbergen, want begraven lijken zouden vroeg of laat weer aan de oppervlakte komen, in een weinig gevorderde staat van ontbinding. Maar daar hoeven Lasse en Adne nog lang niet aan te denken. Ze ronden beetje bij beetje hun voetbalopleiding af in de jeugdafdeling van Svalbard Turn. 'Ik heb van het voetbal nooit iets anders gekend dan trainingen, zonder tegenstander. Het is raar om nooit iemand te hebben met wie je je kunt meten', zegt Lasse, de blondste van de twee. 'De zeldzame keren dat we een toernooi gaan spelen in Noorwegen, is dat altijd een groot vraagteken: we weten niet om we compleet zullen weggespeeld worden of competitief zijn. Over het algemeen spelen we tegen jongere ploegen om het evenwicht te bewaren.' Het voordeel van spelen zonder druk is dat ze zich kunnen concentreren op de trainingen en de aspecten van hun spel die voor verbetering vatbaar zijn. 'Omdat we elkaar door en door kennen, moeten we voortdurend proberen om de andere, die perfect weet wat je gaat doen, toch op het verkeerde been te zetten', zegt Adne. Anderzijds, in zo'n afgelegen streek spelen biedt maar weinig perspectief: het is lastig om je potentieel ergens te benutten. 'Als je de beste bent, is er niemand die je pusht om nog beter te worden', zegt Lasse. 'Ik heb het gevoel dat ik niet al mijn mogelijkheden kan ontwikkelen, ik had veel beter kunnen zijn. De laatste drie, vier jaar ga ik niet meer vooruit. Dat is eigenlijk wel triestig.' Om toch wat op niveau te blijven is er dus gelukkig nog de fameuze derby. Lasse heeft daar nog niet in meegespeeld, in tegenstelling tot Adne, die in februari zijn eerste cap haalde in de thuiswedstrijd. Een duel dat hij heel serieus voorbereid had. 'Er stond echt veel druk op, ik moest voor de aftrap zelfs overgeven', grijnst hij. 'Het niveau ligt waarschijnlijk wel een stuk lager dan op het vasteland, maar het is de grootste match die hier mogelijk is en er komen zeker een twintigtal mensen kijken. Op Spitsbergen is dat veel!' De derby staat al een jaar of vijftig op het programma en gaf soms aanleiding tot memorabele avonden, zeker ten tijde van de Koude Oorlog. Vandaag is er veel minder belangstelling voor bij de plaatselijke bevolking. 'Maar dat neemt niet weg dat we nog altijd heel graag willen winnen', nuanceert Thomas, de man-die-wodka-drinken-kan. 'Ik herinner me nog een hevig gevecht ginder. Ik speel gewoonlijk in de verdediging en ik pakte mijn tegenstander van bij het begin hard aan. Na vijf minuten moest er bij de tegenpartij al iemand van het veld met een blessure. Ik voelde de temperatuur stijgen en ik was er zeker van dat het slecht zou aflopen. We hebben dan een kleine pauze ingelast en wat gepraat: we konden onze vriendschap toch niet zomaar aan de kant zetten voor een wedstrijdje. Bovendien waren de Russen sterker en harder dan wij, het was niet in ons belang om het vuur aan de lont te steken. Van zodra de match gedaan was, hebben we ons geëxcuseerd. De spons werd erover geveegd en we zijn zoals gewoonlijk aan het banket begonnen.' De laatste tijd is het evenwicht tussen de beide ploegen wel een beetje zoek. In tegenstelling tot de inwoners van Longyearbyen, die contractueel verplicht worden om er met hun hele gezin te komen wonen, komen die van Barentsburg vaak alleen, om in de mijnen of als gids te werken. Zij sturen hun geld vaak op naar hun familie die in hun land gebleven is. Zonder verjonging van de ploeg kunnen de oude Russen tussen de veertig en zestig jaar natuurlijk niet op tegen de jongvolwassenen uit de hoofdstad. 'We moeten een oplossing vinden', zegt Frode, die fungeert als speler-trainer. 'Anders vrees ik dat zij ons op een dag gaan zeggen dat ze stoppen met voetballen. Ze zijn veel beter in floorball ( een sport die het midden houdt tussen ijshockey en hockey, nvdr) of schaken.' Maar hij mag op beide oren slapen: in het verderop gelegen Russische stadje droomt Arseny Lazarev nog altijd van overwinningen. De jongeman bekleedt sinds kort de functies van coach én directeur van het sportcomplex. 'Het eerste wat we moeten doen is de uurregeling van de trainingen aanpassen, zodat ze voor iedereen past, zowel voor de mijnwerkers als de administratief bedienden. Verder zullen we ons laten inspireren door wat er in het floorball gebeurt om onze methodes te verbeteren', zo kijkt hij al vooruit. Al wil hij het belang van de leeftijd niet minimaliseren. Een paar spelers kwamen enkele jaren geleden immers voor de jeugdploegen van Sjachtar Donjetsk uit. Een aardige lichting dus en hij hoopt dat die binnenkort navolging krijgen.' Iedere atleet ziet graag dat zijn trainingen iets opleveren en competitiesport is daarvoor het meest aangewezen. Maar wat ons niveau in de toekomst ook zal zijn, het doel blijft altijd om plezier te maken tijdens leuke en faire wedstrijden.' Wodka of champagne mogen daar zeker niet bij ontbreken.