We schrijven 17 mei 2008. Het lot van Paris Saint-Germain hangt aan een zijden draadje. Op de laatste speeldag van de Ligue 1 moet de club uit de hoofdstad winnen op verplaatsing bij Sochaux om een nare verrassing te vermijden. Bij verlies, en bij winst van Lens en Toulouse, degraderen de Parijzenaars immers naar de Ligue 2.
...

We schrijven 17 mei 2008. Het lot van Paris Saint-Germain hangt aan een zijden draadje. Op de laatste speeldag van de Ligue 1 moet de club uit de hoofdstad winnen op verplaatsing bij Sochaux om een nare verrassing te vermijden. Bij verlies, en bij winst van Lens en Toulouse, degraderen de Parijzenaars immers naar de Ligue 2. Tien minuten voor het einde leidt Toulouse en hangen de bordjes in Lens gelijk. Ook PSG moet zich bij Sochaux tevredenstellen met een draw. Eén goal van Lens volstaat dus om Paris Saint-Germain te veroordelen tot tweede klasse. De wedstrijd in Sochaux kantelt wanneer Amara Diané na een pass van Grégory Bourillon de bal tussen de benen van de thuisdoelman weet te schuiven. De Ivoriaanse international schenk PSG daarmee niet alleen de zege maar ook het behoud in de Ligue 1. De spits, die in 2015 zijn carrière zou afsluiten bij AFC Tubize, is de held van Parijs. Sindsdien is er heel wat water door de Seine gevloeid, maar zonder Diané zou het woelig water geweest zijn onder de Parijse bruggen. Dan had alles er nu heel anders uitgezien. Drie jaar na dat reddende doelpunt, eind mei 2011 dus, stapt PSG een nieuwe dimensie binnen. Qatar Investment Authority koopt 70 procent van de aandelen van de club. Het tijdperk van de Qatari begint met de komst van enkele vedetten ( Javier Pastore, Alex, Maxwell, Thiago Motta) en getalenteerde Fransen ( Jérémy Menez, Blaise Matuidi, Kévin Gameiro). De doelstellingen van het nieuwe bestuur zijn duidelijk: de nationale trofeeën wegkapen en dan op de Champions League mikken. Het eerste seizoen onder het voorzitterschap van Nasser Al-Khelaifi (2011/12) draait uit op een mislukking. Hoewel er voor versterkingen van de kern honderden miljoenen euro worden uitgegeven, pakt PSG geen enkele prijs. De vroegtijdige uitschakeling voor de beide Franse bekers en een tweede plaats in de competitie stellen de investeerders allerminst tevreden. Het seizoen erop worden de inspanningen nog verhoogd: Zlatan Ibrahimovic, Thiago Silva, Ezequiel Lavezzi, Marco Verratti en David Beckham worden ingelijfd. In 2013 pakt PSG zijn derde landstitel, negen jaar na de vorige. Dat succes markeert het begin van de Parijse hegemonie in Frankrijk. In de bekercompetities gaat de ploeg van trainer Carlo Ancelotti nog de mist in, maar ze zal zich snel herpakken. De laatste zes jaar mocht PSG achttien trofeeën in de prijzenkast bijzetten: vijf titels (2013, 2014, 2015, 2016 en 2018), vijf ligabekers (2014, 2015, 2016, 2017 en 2018), drie Franse bekers (2015, 2016 en 2017) en vijf Franse supercups (2013, 2014, 2015, 2016 en 2017). In mei kan er een negentiende prijs bij komen, want PSG is nog in de running om de Franse beker te winnen. Door hun geeuwhonger naar nieuwe spelers zijn de Parijzenaars bijna onklopbaar geworden in eigen land. Vorige zomer zetten de transfers van Neymar, Kylian Mbappé en Dani Alves de dominantie van PSG nog eens in de verf. Zodanig zelfs dat dit seizoen er eentje van talrijke records kan worden. Vijf speeldagen voor het einde van de competitie kunnen Thomas Meunier en zijn maats nog geschiedenis schrijven. Zo kan PSG het record breken van aantal behaalde punten. Dat is al in hun bezit: 96 in 2015/16. Dit seizoen kunnen ze nog aan 102 geraken. Ook het record van de meeste punten in eigen huis is nog in het vizier. Vorig seizoen pakte Monaco thuis 52 punten. PSG kan nu nog tot 57 gaan. En dat is niet alles: de voorbije twee seizoenen behaalden zowel de Parijzenaars (2016) als de Monegasken (2017) 30 overwinningen. PSG zou dat kunnen optrekken tot maar liefst 33. Nog een record dat kan sneuvelen: het aantal gemaakte doelpunten in een seizoen. Dat wordt wel moeilijk, maar onmogelijk is het niet. in 1959/60 scoorde RC Paris 118 keer. Om beter te doen moeten de troepen van Unai Emery de komende speeldagen een gemiddelde van ruim drie goals per match halen. Daar staat tegenover dat het kleinste aantal nederlagen niet voor dit jaar zal zijn. In 1994/ 95 verloor Nantes maar één keer, terwijl PSG al drie keer het onderspit dolf. Ook qua tegengoals zal het niet lukken: de Parijse netten trilden sinds augustus al 21 keer. In hun eigen recordjaar 2016 was dat slechts 19 keer. Ook al lijken ze in eigen land dus onoverwinnelijk, op het Europese toneel wisten de Parijzenaars nog geen potten te breken. 'We hebben onszelf vijf jaar gegeven om tot de Europese top te behoren en de Champions League te winnen. Dus hebben we nog drie jaar om daar te geraken', zei Nasser Al-Khelaifi in Le Parisien in... 2013. Vijf jaar later is dat doel dus nog niet bereikt. Vier trainers hebben de ploeg geleid sinds de komst van de Qatari en slechts drie daarvan maakten de Champions League mee ( Antoine Kombouaré werd in december 2011 ontslagen). Carlo Ancelotti, Laurent Blanc en Unai Emery wisten PSG nooit verder te loodsen dan de kwartfinales. Erger nog: de laatste twee seizoenen geraakten de spelers van voorzitter Al-Khelaifi zelfs niet door de achtste finales. In februari van dit jaar versloeg Real Madrid de Parijzenaars twee keer: 3-1 in Bernabéu, 1-2 in het Parc des Princes. Een jaar eerder gingen ze er genadeloos uit door de onvoorstelbare remontada van FC Barcelona. Na de ruime thuiszege (4-0) kraakten ze op een onbegrijpelijke manier in Camp Nou (6-1) tegenover een schitterende Neymar. Die wedstrijd zal voor altijd in de annalen van PSG blijven staan en lijkt nog steeds niet verteerd. Komende zomer wordt een vijfde coach in de Franse hoofdstad verwacht: Thomas Tuchel zou Unai Emery moeten opvolgen. Zal PSG dan eindelijk een stap hogerop kunnen zetten? Sebastien Gobbi