Huntington, een klein plaatsje van amper 2000 inwoners in het noordwesten van Engeland, 26 november 2011. In een gigantische witte villa zit Louise Speed op haar bed voor zich uit te staren. Die avond was ze met haar man Gary naar een etentje met vrienden geweest en in de auto was de ruzie begonnen. Toen ze thuiskwamen, wilde Louise nog een eindje gaan rijden om haar gedachten te verzetten, maar Gary was het daar niet mee eens en blokkeerde haar de weg. Daarop was ze naar de slaapkamer gegaan. Hier zat ze nu al zo'n tien minuten.
...

Huntington, een klein plaatsje van amper 2000 inwoners in het noordwesten van Engeland, 26 november 2011. In een gigantische witte villa zit Louise Speed op haar bed voor zich uit te staren. Die avond was ze met haar man Gary naar een etentje met vrienden geweest en in de auto was de ruzie begonnen. Toen ze thuiskwamen, wilde Louise nog een eindje gaan rijden om haar gedachten te verzetten, maar Gary was het daar niet mee eens en blokkeerde haar de weg. Daarop was ze naar de slaapkamer gegaan. Hier zat ze nu al zo'n tien minuten. Het viel haar plots op hoe stil het in huis was. Thomas en Edward, hun twee zonen, hadden gelukkig niets gehoord van de ruzie en lagen te slapen. Louise ging naar beneden, pakte de autosleutels en wandelde naar buiten. In de auto begon ze na te denken over hun relatie. De laatste jaren hadden ze veel ups en downs gekend. Ze besloot naar Gary te bellen, maar hij nam niet op. Ze belde nog eens en nog eens. Geen reactie. Ze reed terug naar huis. Daar was alles donker en de deur was op slot. Louise ging weer in de auto zitten. Aanbellen leek haar geen goed idee, zo zouden de kinderen misschien wakker worden. 'Ik liet de motor draaien en besloot te blijven zitten tot ik binnen kon', verklaarde ze later. Maar ze viel in slaap en werd weer wakker rond 6 uur 's morgens. Ze stapte uit en ging naar de buitenbadkamer. Ze merkte dat de sleutels van het schuurtje, die daar gewoonlijk lagen, verdwenen waren. Misschien was Gary daar? Nee, zo bleek. Daarop ging ze naar de garage. Toen ze door het raam keek, was het alsof haar hart in ijskoud water ondergedompeld werd. Daar zag ze haar man. Hij had zich opgehangen. Een afscheidsbriefje was er niet. Er was helemaal niks. Shock, verbazing, ongeloof. Dat waren de drie sleutelwoorden in de media op 27 november 2011. Niemand kon het bevatten. Waarom had Gary Speed zelfmoord gepleegd? Hij was net 42 geworden, had een vrouw en twee zonen, was bondscoach van Wales en had er een prachtige voetbalcarrière op zitten. Alan Shearer, een van zijn beste vrienden, had hem een dag voor zijn dood nog gezien in een tv-studio in Manchester. Speed was er voor opnames van het BBC-programma Football Focus. 'Hij leek oké. Hij dreef een beetje de spot met mijn vermomming - ik droeg een sjaal en een muts. Dat was typisch voor hem.' Shearer voegde er nog aan toe dat zijn vriend verder geen zorgen leek te hebben. Carol Speed, de moeder van Gary, omschreef hem wel als 'een man voor wie het glas altijd halfleeg was'. Toen hij in 2010 een medaille kreeg waardoor hij toetrad tot de Orde van het Britse Rijk, vond hij niet dat hij die verdiende, zei ze. Ze had ook nog eens wat tv-beelden van haar zoon bekeken. De laatste dagen voor zijn dood was zijn glimlach niet meer oprecht en 'liep niet door tot in zijn ogen', vond ze. Michael Owen woonde bij hem in de buurt en tweette: 'Onlangs zwaaiden we nog naar elkaar toen we onze kinderen aan school afzetten.' Alsof Owen net als Shearer wilde aangeven: alles leek zo normaal. Maar wat er écht in het hoofd van Gary Speed omging, dat leek niemand te weten. De jaren gingen voorbij. In januari 2016 verkocht Louise Speed het huis in Huntington omdat ze niet langer tussen de herinneringen kon leven. Er waren ondertussen heel wat geruchten opgedoken over waarom Speed zich van het leven beroofd had. Hij zou zijn vrouw bedrogen hebben, hij zou worstelen met zijn seksualiteit. Vader Roger Speed zuchtte: 'Het zou gemakkelijker zijn mocht er enige waarheid in de geruchten zitten, want dan zou er een reden zijn. Daarom zou ik soms willen dat de geruchten kloppen. Het leven zou draaglijker zijn als we zouden weten waarom.' Op 17 november 2016, vijf jaar na de dood van Gary Speed, ontvangt Victoria Derbyshire, een met een BAFTA-award gelauwerde journaliste, in haar dagelijkse talkshow op BBC Two een gast. Het gaat om de relatief onbekende Andy Woodward. De 44-jarige oud-voetballer heeft er een bescheiden carrière op zitten bij onder meer Bury en Sheffield United, maar hij is niet naar de studio gekomen om over voetbal te praten. Een dag eerder was zijn gruwelijke verhaal ook al verschenen in The Guardian, maar daar neemt Woodward geen genoegen mee. Hij wil ook alles live op tv vertellen. Hij spreekt langzaam, alsof hij elk woord ergens ver in de krochten van zijn ziel moet gaan zoeken. Hij heeft er moeite mee om uit te spreken wat hij al heel zijn leven als een ondraaglijke last torst. 'Ik was elf jaar en voetbalde bij Stockport Boys, toen ik benaderd werd door een jeugdtrainer van Crewe Alexandra. Hij vroeg me of ik in zijn ploeg wilde komen spelen. Het was de werkwijze van Barry Bennell, begreep ik later. Hij pikte er de zwakkere en softe jongens uit. Ik was er nog maar een paar weken toen hij aan mijn ouders vroeg of ik bij hem mocht blijven logeren. En daar is het begonnen.' Mag ik vragen wat hij met je deed? Andy Woodward: 'In het begin ging het om seksuele aanrakingen, maar het werd snel erger. Dan verkrachtte hij me.' En je denkt dat het honderden keren gebeurde? Woodward: 'Ik wil er geen cijfer op plakken, maar het ging om een periode van vier jaar.' Hij maakte je bang en hij bedreigde je. Hij had je eigenlijk in zijn greep, niet? Woodward: 'Absoluut. Het duurde niet lang of hij zei: 'Je wilt toch voetballer worden?' Hij had de controle. Want alles wat ik ooit wilde doen, was voetballer worden. Het was mijn droom. Hij dreigde ermee dat van mij af te pakken.' Hoe ging je in je jeugd om met je verschrikkelijke geheim? Woodward: 'Zelfs nu weet ik nog altijd niet hoe ik dat gedaan heb. Mijn psycholoog zegt dat ik een innerlijke kracht heb, maar ik zou zeggen dat ik het in een doos stak. Die doos verdrong ik naar mijn achterhoofd en ik concentreerde me op het voetbal, want dat was uiteindelijk alles wat ik wilde. Ik zei tegen mezelf: als ik hiermee niet kan omgaan, zal ik nooit voetballer worden.' Dat je er nooit met iemand over praatte, was omdat je dacht dat het voetbal van je afgepakt zou worden? Woodward: 'Diep vanbinnen schreeuwde ik om aandacht. Dat iemand bij de club, bij Crewe Alexandra, zou zeggen: dit is verkeerd. Maar dat gebeurde niet...' De getuigenis van Andy Woodward mist zijn effect niet. In de dagen en weken erna komen tal van ex-voetballers naar buiten als slachtoffers van Barry Bennell. Gaandeweg sijpelen ook steeds meer details door over de werkwijze van de pedofiel, die in de jaren 70, 80 en 90 als jeugdcoach niet alleen voor Crewe Alexandra werkte, maar ook voor Manchester City, Stoke City en Leeds United. Om te beginnen had Bennell de naam een uitstekende trainer te zijn. Zijn teams speelden goed voetbal en wonnen ook vaak. Hij stond bekend als een man die je naar de top van het Engelse voetbal kon loodsen. Charisma had hij op overschot, hij had zijn looks mee. Zelf was hij ook niet onbeslagen met een bal. Hij had het geschopt tot de reserveploeg van Chelsea, maar door zijn broze gestel moest hij al snel een kruis maken over zijn voetbalcarrière. Deed hij een trucje op training, dan stonden veel spelertjes met open mond te kijken. Bennell had ook een vlotte babbel. Het hielp hem om veel nietsvermoedende ouders te overtuigen om hun kinderen aan hem toe te vertrouwen. Hij werd zelfs eens uitgenodigd bij een gezin voor een kerstmaal. Iedereen liet zich door zijn gladde praatjes inpakken. Zijn huis in Milton Keynes, een stad tussen Oxford en Cambridge, werd later omschreven als een soort 'grot van Aladdin'. Bennell had een cinemakamer met een groot tv-scherm, een kamer vol met oude voetbalshirts en andere memorabilia, een pooltafel, speelautomaten... Er liepen ook dieren rond: van een herdershond met de naam Zico, naar de Braziliaanse voetballer, tot zelfs een aap en een getemde poema. Bennell trakteerde zijn logés er ook vaak op fastfood. Kortom, het was een miniparadijs. Maar 's avonds, als het donker werd, veranderde het paradijs in zijn jachtterrein. Dan zette hij een griezelfilm op en zei hij tegen de jongens die bang waren dat ze gerust wat dichter bij hem mochten komen zitten. Vaak zorgde hij er op de een of andere manier ook voor dat er meer jongens bij hem logeerden dan er bedden waren. Dan zei hij tegen twee van hen: 'Ga maar in mijn bed liggen, ik slaap wel in de zetel.' Maar de volgende ochtend kwam hij wel uit zijn eigen slaapkamer. Dikwijls werden kinderen misbruikt terwijl er anderen bij waren. Gary Cliffe (47), een van de slachtoffers, getuigde daarover aan de BBC: 'Ik lag aan de ene kant van het bed, Bennell in het midden en een jongen aan de andere kant. Ik werd misbruikt en het zou naïef zijn van mij om te denken dat de andere jongen dat niet was. Ik was daar, maar ik kon niks zeggen. Veel jongens maakten het mee, maar ze zegden niks. Ik zei niks. De ouders zegden niks. Niemand op de club zei iets.' Om het geluid van zijn handelingen te maskeren zette Bennell vaak muziek op: Billy Ocean, de Steve Miller Band, zijn favoriete nummer was 'The Incantation Song' van Cacharpaya. Bij veel van zijn slachtoffers lopen de rillingen nu nog over hun rug als ze die songs horen. Elk weekend, elke schoolvakantie ging de gruwel door. Het misbruik bleef niet beperkt tot zijn huis, soms gebeurde het onderweg naar de training, tijdens voetbalkampen in het buitenland of zelfs in het huis van een collega-trainer. Weigerde een spelertje in te gaan op zijn avances, dan werd hij vernederd en uit de ploeg gezet. De aanvoerder van een van zijn jeugdteams vertelde dat hij Bennell op een nacht had weggeduwd. De volgende wedstrijd mocht hij vanaf de zijlijn toekijken en was hij zijn kapiteinsband kwijt. Nadat Andy Woodward de eerste stap had gezet, durfden heel wat misbruikte oud-spelers het aan om de deur van de donkere kamer in hun hoofd open te maken. Dat is vaak een moeizaam proces. Micky Fallon (46), die nog niet zo lang geleden getuigde over de horror die hij onderging in het huis van Bennell, legde in The Guardian uit hoe moeilijk het is om de stilte te doorbreken: '32 jaar lang heb ik alles ontkend. Ik las het interview met Andy, dat alles in gang zette, maar ik bleef doen alsof het niet met mij gebeurd was. Steve Walters, een van mijn oud-ploegmaats bij Crewe Alexandra, was de volgende die zijn verhaal openbaar maakte en hoewel dat als een mokerslag aankwam, kon ik mezelf er niet toe brengen om toe te geven dat ik er ook één was. Het is pas nu, na een lange zoektocht in mezelf, dat ik me sterk genoeg voel om het te doen. Maar het is hard, keihard. Het is niet gemakkelijk om toe te geven dat je een van Barry Bennells jongens was.' De traumatische ervaringen in zijn jeugd waren ook niet zonder gevolgen in zijn latere leven, vertelt Fallon. 'Toen ik goed 20 jaar was, begon ik zelfdestructieve neigingen te krijgen. Ik werd afhankelijk van alcohol en dacht: ik wil hier eigenlijk niet meer zijn. Eén keer probeerde ik me van het leven te beroven. Een onderhandelaar van de politie praatte drie uur op me in om me tegen te houden. Daarna ben ik twee jaar naar een psychiater geweest om mijn leven terug op de rails te krijgen. Sindsdien heb ik een succesvolle carrière als ambtenaar, kreeg ik drie fantastische kinderen en vind ik ongelooflijk veel steun bij mijn familie en mijn vrouw Gayle. Maar ik ben nog altijd een emotioneel persoon en ik heb slechte dagen. De flashbacks en paniekaanvallen achtervolgen me.' Fallon is ook nog altijd kwaad. Kwaad dat niemand ooit een vinger uitstak om hem en de andere kinderen te beschermen. Daar worstelt hij elke dag mee. 'Hoe kan het dat mensen bij Crewe niet beseften dat Barry Bennell een risico was met al die kinderen die bij hem bleven slapen? Er deden toch geruchten over hem de ronde. Als speler van Crewe kreeg je het de hele tijd te horen. ' The paedophile lads' ( de jongens van de pedofiel, nvdr), zo noemden de tegenstanders ons. We voetbalden tegen Manchester United, Manchester City, Everton, Liverpool... en altijd werd dat gezegd. O, jullie zijn van die pedofielenclub, hé?' Maar wat het gemoed van Micky Fallon het meest bezwaart, is zijn schuldgevoel. 'Ik heb het meest spijt van mijn stilzwijgen. Daar ben ik me door de jaren heen enorm schuldig over gaan voelen. Als ik de stilte doorbroken had, dan zouden zoveel anderen niet misbruikt geweest zijn.' Schuldgevoel. Dat is ook wat overheerst in de entourage van Mark Hazeldine. Zijn moeder Margaret, zijn broer David, zijn zus Sandra, zijn beste vriend Anthony, zijn vrouw Vicky, geen van hen zag aankomen wat er gebeurd is op 18 februari 2006. Mark Hazeldine speelde als tiener bij Blue Star FC, een satellietclub van Manchester City. Hij werd beschouwd als de meest getalenteerde van zijn generatie, iemand van wie gedacht werd dat hij het ver zou schoppen. Zijn coach had in de zomer van 1982 een voetbalkamp georganiseerd in Spanje. Eerst zouden verschillende spelertjes meegaan op de trip, maar een dag voor afreizen hoorde de twaalfjarige Mark dat hij alleen ging met zijn trainer. En die trainer was... Barry Bennell. De twee brachten een week door aan de Costa Brava. Terug thuis leek er niets aan de hand. Alleen Anthony, Hazeldines beste vriend, merkte dat er iets veranderd was: de ietwat verlegen en altijd minzame Mark was plots een pestkop geworden. Anthony dacht dat het iets te maken had met de gespannen thuissituatie bij Mark, wiens ouders aan het scheiden waren. Een kapotte knie besliste anders over de briljante voetbalcarrière die Hazeldine voorspeld werd: op zijn negentiende hing hij noodgedwongen zijn voetbalschoenen aan de haak. Hij zocht een job, trouwde en kreeg twee kinderen. ' The nicest guy in the world', zo kenden velen hem. Alleen als hij gedronken had, werd hij ongenietbaar en kwaad. Soms begon hij dan ook te wenen. Maar het leven ging verder zijn gangetje. Tot op 18 februari 2006. Zijn vrouw ging die avond uit, Mark bleef bij de kinderen. Nadat hij hen in bed gestopt had, stuurde hij een sms naar zijn vrouw met de vraag om niet te laat thuis te komen, omdat hij de volgende dag vroeg op moest voor het werk. Daarna maakte hij een valies met zijn beste kleren, stapte in zijn auto en reed naar de luchthaven van Manchester. Daar checkte hij in het Radissonhotel in en dronk er twee biertjes aan de bar. De barman herinnerde zich later dat Hazeldine had verteld dat hij de volgende ochtend op een vliegtuig zou stappen, gelijk welk vliegtuig. Maar op een gegeven moment moet hij beseft hebben dat hij het verkeerde paspoort bij zich had - dat van zijn vrouw, niet dat van hem - en dat hij dus nergens naartoe zou vliegen. Daarop bestelde hij twee escortemeisjes op zijn hotelkamer en dronk met hen de minibar leeg. Ze gingen weg in de vroege uurtjes. Even later trof het hotelpersoneel Mark Hazeldine aan in zijn kamer. Hij had zich opgehangen. Een afscheidsbriefje was er niet. Er was helemaal niks. 17 januari 2018, Liverpool. Het is dag 10 van het proces tegen de nu 64-jarige Barry Bennell. In de rechtszaal valt een verrassende naam, die van... Gary Speed. Een anonieme getuige vertelt aan de rechter en de jury dat hij tot op de dag van vandaag gekweld wordt door wat hij destijds met Bennell heeft moeten ondergaan. Hij zegt vervolgens dat hij graag in contact zou komen met de familie van Gary Speed, omdat hij gelezen had dat die nog altijd in het duister tastte over het waarom van diens zelfmoord. Hij beweert dat vier spelers van de teams waarin hij voetbalde onder Bennell, zich van het leven beroofd hebben. Mark Hazeldine is een van hen. Speed ook. Speed voetbalde immers in zijn jeugdjaren bij Crewe Alexandra. Meer nog: hij had er Bennell als coach en zou ook in zijn huis gelogeerd hebben. Maar in een eerder onderzoek naar de pedofiel, daterend uit de jaren 90, was Speed ondervraagd en had hij ontkend dat hij ooit misbruikt was. De vraag is: wat is die ontkenning nog waard in het licht van wat er het afgelopen anderhalf jaar allemaal naar buiten is gesijpeld? Tijdens het proces tegen Barry Bennell, dat liep van 8 januari tot 19 februari 2018, vonden een aantal slachtoffers de moed om hun verhaal, al dan niet anoniem, te komen vertellen. Maar er zijn nog heel veel niet-vertelde verhalen. En misschien is dat van Gary Speed er wel een van.