Het Maracanãstadion in Rio de Janeiro is de voorbije twee decennia al een paar keer van uitzicht veranderd. In 1950 konden hier bij de vorige WK-finale bijna 200.000 mensen staan, nu zijn er 76.000 zitjes.

De voorbije jaren werd er veel geld in geïnvesteerd. In het begin van de jaren negentig een eerste keer, op het einde van de jaren negentig grondig, toen de staanplaatsen verdwenen.

In 2005 ging het weer dicht, voor nieuwe verbouwingen. En in 2010 ging het licht opnieuw drie jaar uit, voor verbouwingen met het oog op het WK in 2014 en de Olympische Spelen van 2016.

Hoeveel het allemaal samen zou hebben gekost? Wie durft dat nog te becijferen? Vast staat dat de laatste fase - volgens velen onnodig zo kort na de vorige - boven de 260 miljoen euro is uitgekomen.

Een peulschil, vergeleken met de infrastructuurwerken waarin ook wordt geïnvesteerd. Betere luchthaven, betere wegen, de Braziliaanse overheid kijkt in Rio op geen cent om de bezoeker straks in goeie omstandigheden te verwelkomen.

Robert Smits ziet het allemaal met lede ogen gebeuren. Halverwege de jaren tachtig trok de Nederlander op wereldreis, met zo'n 1000 dollar op zak. De reis strandde in Rio, in de buurt van het Central do Brasil, het spoorwegstation waarlangs elke dag duizenden gelukzoekers, arbeiders en bedienden Rio de Janeiro binnenstromen.

Daar zag hij ellende en kwam er een klik. Robert besloot zich er te vestigen en een nieuw leven op te bouwen.

Portugees sprak hij niet, dat kwam al doende. Geld voor een fatsoenlijke woning langs de stranden van Copacabana of Ipanema had hij evenmin, dus trok hij naar een favela, waar wel meer gelukzoekers onderdak zoeken.

Met de steun van de achterban in Nederland begon hij aan projecten. Maatschappelijk werk, straatkinderen helpen. Hij stopte ze in de buurt van het station brood en water toe, probeerde hun vertrouwen te winnen en hen dan te plaatsen in een opvanggezin of in een pleeghuis.

Omdat sport ook een vorm van opvang is en je nu eenmaal in Brazilië met een bal in de maag wordt geboren, kwam er ook een voetbalploeg. Niet Feyenoord, zijn grote liefde, die naam kon geen Braziliaan uitspreken. Wel Sparta. En zo ontstond een heel netwerk, met opvangtehuizen, een studentenhuis, inmiddels ook een woonboerderij een eind buiten de stad.

Het eenmansproject van toen barst 25 jaar later uit zijn voegen. Maar het enthousiasme, zullen we merken, is nog altijd even groot. En de nood hoog, ook dat. Als het regent worden hier nog altijd kinderen met de modderstroom meegesleurd, de dood in. Anno 2014. Dan lijken nóg betere zitjes in Maracanã of een brede wandelboulevard onzinnige investeringen.

Het Maracanãstadion in Rio de Janeiro is de voorbije twee decennia al een paar keer van uitzicht veranderd. In 1950 konden hier bij de vorige WK-finale bijna 200.000 mensen staan, nu zijn er 76.000 zitjes. De voorbije jaren werd er veel geld in geïnvesteerd. In het begin van de jaren negentig een eerste keer, op het einde van de jaren negentig grondig, toen de staanplaatsen verdwenen. In 2005 ging het weer dicht, voor nieuwe verbouwingen. En in 2010 ging het licht opnieuw drie jaar uit, voor verbouwingen met het oog op het WK in 2014 en de Olympische Spelen van 2016.Hoeveel het allemaal samen zou hebben gekost? Wie durft dat nog te becijferen? Vast staat dat de laatste fase - volgens velen onnodig zo kort na de vorige - boven de 260 miljoen euro is uitgekomen. Een peulschil, vergeleken met de infrastructuurwerken waarin ook wordt geïnvesteerd. Betere luchthaven, betere wegen, de Braziliaanse overheid kijkt in Rio op geen cent om de bezoeker straks in goeie omstandigheden te verwelkomen.Robert Smits ziet het allemaal met lede ogen gebeuren. Halverwege de jaren tachtig trok de Nederlander op wereldreis, met zo'n 1000 dollar op zak. De reis strandde in Rio, in de buurt van het Central do Brasil, het spoorwegstation waarlangs elke dag duizenden gelukzoekers, arbeiders en bedienden Rio de Janeiro binnenstromen. Daar zag hij ellende en kwam er een klik. Robert besloot zich er te vestigen en een nieuw leven op te bouwen.Portugees sprak hij niet, dat kwam al doende. Geld voor een fatsoenlijke woning langs de stranden van Copacabana of Ipanema had hij evenmin, dus trok hij naar een favela, waar wel meer gelukzoekers onderdak zoeken. Met de steun van de achterban in Nederland begon hij aan projecten. Maatschappelijk werk, straatkinderen helpen. Hij stopte ze in de buurt van het station brood en water toe, probeerde hun vertrouwen te winnen en hen dan te plaatsen in een opvanggezin of in een pleeghuis.Omdat sport ook een vorm van opvang is en je nu eenmaal in Brazilië met een bal in de maag wordt geboren, kwam er ook een voetbalploeg. Niet Feyenoord, zijn grote liefde, die naam kon geen Braziliaan uitspreken. Wel Sparta. En zo ontstond een heel netwerk, met opvangtehuizen, een studentenhuis, inmiddels ook een woonboerderij een eind buiten de stad. Het eenmansproject van toen barst 25 jaar later uit zijn voegen. Maar het enthousiasme, zullen we merken, is nog altijd even groot. En de nood hoog, ook dat. Als het regent worden hier nog altijd kinderen met de modderstroom meegesleurd, de dood in. Anno 2014. Dan lijken nóg betere zitjes in Maracanã of een brede wandelboulevard onzinnige investeringen.