Virton zou de eerste Belgische profvoetbalclub zijn die tijdelijke werkloosheid zou aanvragen voor haar spelers en trainers. Nu sinds 20 maart bovendien elke vorm van tijdelijke werkloosheid die te wijten is aan het coronavirus beschouwd wordt als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht én er in dat geval een vereenvoudigde procedure is voorzien, is de verwachting dat meer en meer clubs de stap zullen zetten richting tijdelijke werkloosheid. Daarnaast is ook de invloed van de crisis op commerciële deals niet te onderschatten.

1. Verbod op wedstrijden en collectieve trainingen

Op donderdag 18 maart besliste de coronacrisiscel van de KBVB om geen wedstrijden meer te laten plaatsvinden tot en met 30 april 2020. Alle prof- en amateurclubs dienen zich naar dit verbod te schikken. De KBVB liet eveneens weten dat collectieve trainingen voor Belgische voetbalclubs opgeschort blijven tot en met 5 april. Voor de periode na 5 april zal de KBVB de adviezen van de nationale veiligheidsraad verder opvolgen. Het gros van de clubs uit Eerste Amateur wil als gevolg van de COVID-19-crisis de competitie definitief laten stopzetten en ook in het profvoetbal circuleren scenario's met verkorte of stopgezette competities.

Individuele trainingen worden vanuit de voetbalbond niet expliciet verboden. Het Ministerieel Besluit van 18 maart 2020 over de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, bepaalt echter duidelijk dat de "inrichtingen die behoren tot de sportieve sector" moeten worden gesloten en dat in "niet-essentiële bedrijven", zoals voetbalclubs, telewerk verplicht is voor alle personeelsleden wiens functie zich ertoe leent. Voor voetballers en trainers lijken trainingen op de club dus onmogelijk geworden. Clubs kunnen wel nog individuele trainingsprogramma's opstellen voor de spelers, maar deze zullen in de regel niet op de club kunnen worden uitgevoerd.

Voor de functies waar telewerk niet kan worden toegepast - men denke aan greenkeepers - moeten de bedrijven de nodige maatregelen nemen om de naleving van de regels van "social distancing" te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon. Niet-essentiële bedrijven die in de onmogelijkheid zijn om de voormelde maatregelen te respecteren gaan onherroepelijk dicht.

De overheidsmaatregelen en de financiële consequenties ervan, nopen sommige clubs (al dan niet gedeeltelijk) tot tijdelijke werkloosheid. Andere clubs opteren, minstens op korte termijn, voor individuele trainingen en maken geen gebruik van tijdelijke werkloosheid. Op termijn zullen clubs mogelijk opteren voor een hybride regime, met name tijdelijke werkloosheid aangevuld met een bijkomende vergoeding betaald door de club. Het valt niet uit te sluiten dat clubs zelfs het volledige loon gaan bijpassen bovenop de vergoeding die ze krijgen van de overheid voor hun tijdelijke werkloosheid.

2. Spelers die doortrainen omdat hun club niet voor tijdelijke werkloosheid opteert

Sommige clubs verkiezen om hun spelers en trainers nog niet op tijdelijke werkloosheid te zetten. In de eerste plaats omdat zij zo contractueel kunnen afdwingen dat spelers een individueel programma volgen en trainers blijven doorwerken van thuis uit. Het individueel programma kan bijvoorbeeld de vorm aannemen van een fysieke trainingssessie waarbij digitaal individuele instructies worden gegeven. Deze onverwachte tijdelijke situatie biedt clubs ook een uitgelezen kans om digitale sessies rond mentale training en lifestyle - bijvoorbeeld over voeding en bioritme - aan te bieden aan spelers.

Voor clubs waar er financieel een voldoende financiële buffer is, is de keuze om vooralsnog niet voor tijdelijke werkloosheid te opteren wellicht ook ingegeven door het feit dat men wil vermijden dat de verstandhouding met de spelers verstoord geraakt. Spelers zouden in geval van tijdelijke werkloosheid in principe substantieel minder verdienen. Clausules in spelerscontracten die het loon garanderen in geval van overmacht (bv. nettogarantie ongeacht of speler speelt) zijn zeer uitzonderlijk in het Belgisch voetbal. Clubs die hun voetballers momenteel op individuele basis laten doortrainen, checken best of hun spelers verzekerd zijn en blijven. Spelers wordt aangeraden om de polisvoorwaarden van hun eventuele aanvullende verzekering grondig te laten bekijken.

3. Spelers die niet doortrainen wegens tijdelijke werkloosheid

De coronacrisis brengt evident financiële consequenties met zich mee voor clubs: financiële lasten, zoals de huurprijs voor het stadion, blijven doorlopen terwijl inkomsten vooralsnog niet geïnd kunnen worden (bijvoorbeeld inkomsten uit ticketverkoop voor de play-offs). De verwachting is dat meerdere clubs het voorbeeld van Virton zullen volgen en tijdelijke werkloosheid zullen aanvragen om de financiële gevolgen enigszins te milderen. Sommige profclubs hebben dit mechanisme reeds ingevoerd voor hun jeugdtrainers. Het stelsel kan worden ingeroepen voor een gedeeltelijke of volledige schorsing van arbeid. Spelers of trainers die tijdelijk werkloos zijn, zijn niet verplicht om arbeidsprestaties te leveren voor de periode en tijdsduur waarop de economische werkloosheid betrekking heeft. Toch zullen veel spelers in deze situatie ook hun conditie onderhouden om zo optimaal mogelijk de trainingsarbeid te hervatten eens de periode van tijdelijke werkloosheid voorbij is.

De procedures om een uitkering aan te vragen voor tijdelijke werkloosheid zijn momenteel sterk vereenvoudigd omwille van de coronacrisis. De werknemer die tijdelijk werkloos is gesteld wegens overmacht door het COVID-19-virus, wordt zonder toelatingsvoorwaarden toegelaten tot het recht op werkloosheidsuitkering. De speler moet hiervoor een aanvraag indienen via het formulier "C3.2- Werknemer-Corona".

3.1 Omvang van uitkering afhankelijk van de speler

De omvang van de uitkering die een voetballer ontvangt, is afhankelijk van het statuut waar de speler onder ressorteert en meer bepaald de vraag of de speler al dan niet een "betaalde sportbeoefenaar" is. De wet voor betaalde sportbeoefenaars van 24 februari 1978 stelt dat er sprake is van een "betaalde sportbeoefenaar" wanneer iemand zich onder het gezag van een andere persoon (de club) voorbereidt op of deelneemt aan een sportcompetitie en dit tegen een loon dat een bepaald drempelbedrag overschrijdt. Voor de periode van 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2020 bedraagt dit drempelgedrag 10.612 euro.

Om te kijken of de drempel van 10.612 euro wordt bereikt, worden onder meer maandelijkse vergoedingen, contractuele vergoedingen, premies (bv. wedstrijdpremies en andere variabele vergoedingen), in geld waardeerbare voordelen (bv. voertuig of woonst die door de club of een sponsor van de club ter beschikking wordt gesteld) maar ook kostenvergoedingen in aanmerking genomen. De praktijk leert dat ook veel voetballers uit de amateurreeksen en zelfs spelers uit de provinciale reeksen het statuut van "betaalde sportbeoefenaar" hebben.

Het drempelbedrag van 10.612 euro is eveneens van belang voor voetbalscheidsrechters, basketbalscheidsrechters, voetbaltrainers, basketbaltrainers, wielercoaches en volleybaltrainers. De wet betaalde sportbeoefenaars is namelijk ook van toepassing verklaard op hen.

3.2 Uitkering voor niet-betaalde sportbeoefenaars (<10.612 euro)

Spelers die een arbeidsovereenkomst hebben met een club maar minder verdienen dan 10.612 euro, vallen in principe onder het statuut van gewone werknemers. Gewone voltijdse werknemers zullen van 1 februari 2020 tot 30 juni 2020 een uitkering ontvangen die gelijk is aan 1928,33 euro per maand (zijnde 70 procent van het plafond van 2.754,76 euro). De werknemer die tijdelijk werkloos is wegens overmacht in gevolge van het coronavirus ontvangt bovenop zijn werkloosheidsuitkering nog een supplement van 5,63 euro per dag. Op de uitkering wordt 26,75 procent bedrijfsvoorheffing ingehouden.

Spelers die geen arbeidsovereenkomst hebben met hun club maar een amateurcontract - een minderheid van de voetballers in ons land, aangezien erg snel voldaan is aan de voorwaarden om van een arbeidsovereenkomst te kunnen spreken - komen niet in aanmerking voor een vervangingsinkomen.

3.3 Uitkering voor betaalde sportbeoefenaars (>10.612 euro)

Het statuut van de betaalde sportbeoefenaar is in geval van tijdelijke werkloosheid minder gunstig dan dat van een gewone werknemer. De uitkeringen voor betaalde sportbeoefenaars worden namelijk berekend op het geplafonneerd bedrag van 2.352,21 euro, wat lager ligt dan het plafond voor gewone werknemers (zie boven). De sociale zekerheidsbijdragen die verschuldigd zijn op het loon dat door clubs aan sportbeoefenaars wordt betaald, is immers ook geplafonneerd op het bedrag van 2.352,21 euro. Het gunstregime waar betaalde sportbeoefenaars normaal van profiteren, kent bij tijdelijke werkloosheid dus een - evenwel vrij beperkte - keerzijde.

De uitkering bedraagt 1.646,55 euro (zijnde 70 procent van 2.352,21 euro). Verder wordt er net zoals bij gewone werknemers 26,75 procent bedrijfsvoorheffing ingehouden en kunnen betaalde sportbeoefenaars eveneens beroep doen op het bijkomend supplement van 5,63 euro per dag. Voor betaalde sportbeoefenaars wiens maandloon lager ligt dan het forfaitair bedrag van 2.352,21 euro, wordt de uitkering in een normale situatie berekend op het werkelijk loon.

4. Ook contractuele en commerciële vraagstukken voor spelers

Nu EURO 2020 werd verplaatst naar 2021, wordt in voetbalmiddens geopperd om de huidige jaargang van de competitie te laten doorlopen tot in juli 2020. Vooralsnog zijn hier veel praktische bezwaren bij te bedenken. In de eerste plaats kan gedacht worden aan sponsor-, televisie- en spelerscontracten die aflopen op het einde van het seizoen, zijnde 30 juni. Ook huurovereenkomsten tussen clubs voor de verhuur van een speler nemen in de regel een einde op die datum.

Spelers met een aflopend contract op 30 juni 2020 verkrijgen normaal vanaf 1 juli 2020 de status van vrije speler. Clubs met sleutelspelers wiens contract afloopt op 30 juni 2020, zullen mogelijk niet geneigd zijn om in juli nog wedstrijden van het seizoen 2019/20 af te werken. Hier kan bijvoorbeeld gedacht worden aan Antwerp, dat volgens de website Transfermarkt de spelerscontracten van onder meer Dieumerci Mbokani, Sinan Bolat, Steven Defour, Kevin Mirallas en Dino Arslanagic ziet aflopen op 30 juni 2020.

In principe moet een verlenging van een spelerscontract op individuele basis gebeuren door middel van een bijlage bij een arbeidsovereenkomst of via een nieuwe arbeidsovereenkomst van een bepaalde duur. Een verlenging voor een korte termijn is niet zonder risico voor spelers. Als een speler zich ernstig blesseert tijdens de periode van verlenging, riskeert hij namelijk zijn zoektocht naar een nieuwe club ernstig te hypothekeren. Sommige spelers zullen dergelijk verzoek dan ook gebruiken als hefboom om een langere contractverlenging te negotiëren (bv. extra seizoen). Ook clubs van spelers die reeds zijn getransfereerd - denk maar aan Hakim Ziyech, die volgend seizoen van Ajax naar Chelsea trekt - zullen niet happig zijn op een competitieverlenging in juli.

Sommige spelers- en sponsorcontracten voorzien ook in clausules waar bepaalde geldpremies worden gekoppeld aan sportieve parameters, zoals behaalde sportieve prestaties (bv. het winnen van een kampioenschap of beker, bv. het kwalificeren voorplay-off 1) of het spelen van een bepaald aantal wedstrijden. De gevolgen van dergelijke clausules in het licht van de huidige crisis zijn onder meer afhankelijk van toekomstige ontwikkelingen, alsook van de formuleringswijze van de clausules en de overige afspraken tussen de contractspartijen. Ook wat betreft deze contractbepaling zal desgevallend een individuele regeling moeten worden getroffen tussen contractspartijen.

Verder wordt verwacht dat FIFA, naast de eerder genomen beslissing om clubs tijdelijk niet meer te verplichten om spelers vrij te geven voor wedstrijden van nationale ploegen, ook maatregelen zal nemen die de rechtspositie van spelers zal beïnvloeden. Zo ligt momenteel een uitzonderlijke aanpassing van de transferperiodes op tafel, alsook "maatregelen om contracten voor zowel spelers als clubs te beschermen".

Het laatste woord over de gevolgen van de coronacrisis in de sector van het voetbal is nog niet gezegd.

Virton zou de eerste Belgische profvoetbalclub zijn die tijdelijke werkloosheid zou aanvragen voor haar spelers en trainers. Nu sinds 20 maart bovendien elke vorm van tijdelijke werkloosheid die te wijten is aan het coronavirus beschouwd wordt als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht én er in dat geval een vereenvoudigde procedure is voorzien, is de verwachting dat meer en meer clubs de stap zullen zetten richting tijdelijke werkloosheid. Daarnaast is ook de invloed van de crisis op commerciële deals niet te onderschatten.1. Verbod op wedstrijden en collectieve trainingenOp donderdag 18 maart besliste de coronacrisiscel van de KBVB om geen wedstrijden meer te laten plaatsvinden tot en met 30 april 2020. Alle prof- en amateurclubs dienen zich naar dit verbod te schikken. De KBVB liet eveneens weten dat collectieve trainingen voor Belgische voetbalclubs opgeschort blijven tot en met 5 april. Voor de periode na 5 april zal de KBVB de adviezen van de nationale veiligheidsraad verder opvolgen. Het gros van de clubs uit Eerste Amateur wil als gevolg van de COVID-19-crisis de competitie definitief laten stopzetten en ook in het profvoetbal circuleren scenario's met verkorte of stopgezette competities.Individuele trainingen worden vanuit de voetbalbond niet expliciet verboden. Het Ministerieel Besluit van 18 maart 2020 over de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, bepaalt echter duidelijk dat de "inrichtingen die behoren tot de sportieve sector" moeten worden gesloten en dat in "niet-essentiële bedrijven", zoals voetbalclubs, telewerk verplicht is voor alle personeelsleden wiens functie zich ertoe leent. Voor voetballers en trainers lijken trainingen op de club dus onmogelijk geworden. Clubs kunnen wel nog individuele trainingsprogramma's opstellen voor de spelers, maar deze zullen in de regel niet op de club kunnen worden uitgevoerd.Voor de functies waar telewerk niet kan worden toegepast - men denke aan greenkeepers - moeten de bedrijven de nodige maatregelen nemen om de naleving van de regels van "social distancing" te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon. Niet-essentiële bedrijven die in de onmogelijkheid zijn om de voormelde maatregelen te respecteren gaan onherroepelijk dicht.De overheidsmaatregelen en de financiële consequenties ervan, nopen sommige clubs (al dan niet gedeeltelijk) tot tijdelijke werkloosheid. Andere clubs opteren, minstens op korte termijn, voor individuele trainingen en maken geen gebruik van tijdelijke werkloosheid. Op termijn zullen clubs mogelijk opteren voor een hybride regime, met name tijdelijke werkloosheid aangevuld met een bijkomende vergoeding betaald door de club. Het valt niet uit te sluiten dat clubs zelfs het volledige loon gaan bijpassen bovenop de vergoeding die ze krijgen van de overheid voor hun tijdelijke werkloosheid.2. Spelers die doortrainen omdat hun club niet voor tijdelijke werkloosheid opteertSommige clubs verkiezen om hun spelers en trainers nog niet op tijdelijke werkloosheid te zetten. In de eerste plaats omdat zij zo contractueel kunnen afdwingen dat spelers een individueel programma volgen en trainers blijven doorwerken van thuis uit. Het individueel programma kan bijvoorbeeld de vorm aannemen van een fysieke trainingssessie waarbij digitaal individuele instructies worden gegeven. Deze onverwachte tijdelijke situatie biedt clubs ook een uitgelezen kans om digitale sessies rond mentale training en lifestyle - bijvoorbeeld over voeding en bioritme - aan te bieden aan spelers.Voor clubs waar er financieel een voldoende financiële buffer is, is de keuze om vooralsnog niet voor tijdelijke werkloosheid te opteren wellicht ook ingegeven door het feit dat men wil vermijden dat de verstandhouding met de spelers verstoord geraakt. Spelers zouden in geval van tijdelijke werkloosheid in principe substantieel minder verdienen. Clausules in spelerscontracten die het loon garanderen in geval van overmacht (bv. nettogarantie ongeacht of speler speelt) zijn zeer uitzonderlijk in het Belgisch voetbal. Clubs die hun voetballers momenteel op individuele basis laten doortrainen, checken best of hun spelers verzekerd zijn en blijven. Spelers wordt aangeraden om de polisvoorwaarden van hun eventuele aanvullende verzekering grondig te laten bekijken.3. Spelers die niet doortrainen wegens tijdelijke werkloosheid De coronacrisis brengt evident financiële consequenties met zich mee voor clubs: financiële lasten, zoals de huurprijs voor het stadion, blijven doorlopen terwijl inkomsten vooralsnog niet geïnd kunnen worden (bijvoorbeeld inkomsten uit ticketverkoop voor de play-offs). De verwachting is dat meerdere clubs het voorbeeld van Virton zullen volgen en tijdelijke werkloosheid zullen aanvragen om de financiële gevolgen enigszins te milderen. Sommige profclubs hebben dit mechanisme reeds ingevoerd voor hun jeugdtrainers. Het stelsel kan worden ingeroepen voor een gedeeltelijke of volledige schorsing van arbeid. Spelers of trainers die tijdelijk werkloos zijn, zijn niet verplicht om arbeidsprestaties te leveren voor de periode en tijdsduur waarop de economische werkloosheid betrekking heeft. Toch zullen veel spelers in deze situatie ook hun conditie onderhouden om zo optimaal mogelijk de trainingsarbeid te hervatten eens de periode van tijdelijke werkloosheid voorbij is.De procedures om een uitkering aan te vragen voor tijdelijke werkloosheid zijn momenteel sterk vereenvoudigd omwille van de coronacrisis. De werknemer die tijdelijk werkloos is gesteld wegens overmacht door het COVID-19-virus, wordt zonder toelatingsvoorwaarden toegelaten tot het recht op werkloosheidsuitkering. De speler moet hiervoor een aanvraag indienen via het formulier "C3.2- Werknemer-Corona".3.1 Omvang van uitkering afhankelijk van de spelerDe omvang van de uitkering die een voetballer ontvangt, is afhankelijk van het statuut waar de speler onder ressorteert en meer bepaald de vraag of de speler al dan niet een "betaalde sportbeoefenaar" is. De wet voor betaalde sportbeoefenaars van 24 februari 1978 stelt dat er sprake is van een "betaalde sportbeoefenaar" wanneer iemand zich onder het gezag van een andere persoon (de club) voorbereidt op of deelneemt aan een sportcompetitie en dit tegen een loon dat een bepaald drempelbedrag overschrijdt. Voor de periode van 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2020 bedraagt dit drempelgedrag 10.612 euro.Om te kijken of de drempel van 10.612 euro wordt bereikt, worden onder meer maandelijkse vergoedingen, contractuele vergoedingen, premies (bv. wedstrijdpremies en andere variabele vergoedingen), in geld waardeerbare voordelen (bv. voertuig of woonst die door de club of een sponsor van de club ter beschikking wordt gesteld) maar ook kostenvergoedingen in aanmerking genomen. De praktijk leert dat ook veel voetballers uit de amateurreeksen en zelfs spelers uit de provinciale reeksen het statuut van "betaalde sportbeoefenaar" hebben.Het drempelbedrag van 10.612 euro is eveneens van belang voor voetbalscheidsrechters, basketbalscheidsrechters, voetbaltrainers, basketbaltrainers, wielercoaches en volleybaltrainers. De wet betaalde sportbeoefenaars is namelijk ook van toepassing verklaard op hen.3.2 Uitkering voor niet-betaalde sportbeoefenaars (<10.612 euro)Spelers die een arbeidsovereenkomst hebben met een club maar minder verdienen dan 10.612 euro, vallen in principe onder het statuut van gewone werknemers. Gewone voltijdse werknemers zullen van 1 februari 2020 tot 30 juni 2020 een uitkering ontvangen die gelijk is aan 1928,33 euro per maand (zijnde 70 procent van het plafond van 2.754,76 euro). De werknemer die tijdelijk werkloos is wegens overmacht in gevolge van het coronavirus ontvangt bovenop zijn werkloosheidsuitkering nog een supplement van 5,63 euro per dag. Op de uitkering wordt 26,75 procent bedrijfsvoorheffing ingehouden.Spelers die geen arbeidsovereenkomst hebben met hun club maar een amateurcontract - een minderheid van de voetballers in ons land, aangezien erg snel voldaan is aan de voorwaarden om van een arbeidsovereenkomst te kunnen spreken - komen niet in aanmerking voor een vervangingsinkomen.3.3 Uitkering voor betaalde sportbeoefenaars (>10.612 euro)Het statuut van de betaalde sportbeoefenaar is in geval van tijdelijke werkloosheid minder gunstig dan dat van een gewone werknemer. De uitkeringen voor betaalde sportbeoefenaars worden namelijk berekend op het geplafonneerd bedrag van 2.352,21 euro, wat lager ligt dan het plafond voor gewone werknemers (zie boven). De sociale zekerheidsbijdragen die verschuldigd zijn op het loon dat door clubs aan sportbeoefenaars wordt betaald, is immers ook geplafonneerd op het bedrag van 2.352,21 euro. Het gunstregime waar betaalde sportbeoefenaars normaal van profiteren, kent bij tijdelijke werkloosheid dus een - evenwel vrij beperkte - keerzijde.De uitkering bedraagt 1.646,55 euro (zijnde 70 procent van 2.352,21 euro). Verder wordt er net zoals bij gewone werknemers 26,75 procent bedrijfsvoorheffing ingehouden en kunnen betaalde sportbeoefenaars eveneens beroep doen op het bijkomend supplement van 5,63 euro per dag. Voor betaalde sportbeoefenaars wiens maandloon lager ligt dan het forfaitair bedrag van 2.352,21 euro, wordt de uitkering in een normale situatie berekend op het werkelijk loon.4. Ook contractuele en commerciële vraagstukken voor spelersNu EURO 2020 werd verplaatst naar 2021, wordt in voetbalmiddens geopperd om de huidige jaargang van de competitie te laten doorlopen tot in juli 2020. Vooralsnog zijn hier veel praktische bezwaren bij te bedenken. In de eerste plaats kan gedacht worden aan sponsor-, televisie- en spelerscontracten die aflopen op het einde van het seizoen, zijnde 30 juni. Ook huurovereenkomsten tussen clubs voor de verhuur van een speler nemen in de regel een einde op die datum.Spelers met een aflopend contract op 30 juni 2020 verkrijgen normaal vanaf 1 juli 2020 de status van vrije speler. Clubs met sleutelspelers wiens contract afloopt op 30 juni 2020, zullen mogelijk niet geneigd zijn om in juli nog wedstrijden van het seizoen 2019/20 af te werken. Hier kan bijvoorbeeld gedacht worden aan Antwerp, dat volgens de website Transfermarkt de spelerscontracten van onder meer Dieumerci Mbokani, Sinan Bolat, Steven Defour, Kevin Mirallas en Dino Arslanagic ziet aflopen op 30 juni 2020.In principe moet een verlenging van een spelerscontract op individuele basis gebeuren door middel van een bijlage bij een arbeidsovereenkomst of via een nieuwe arbeidsovereenkomst van een bepaalde duur. Een verlenging voor een korte termijn is niet zonder risico voor spelers. Als een speler zich ernstig blesseert tijdens de periode van verlenging, riskeert hij namelijk zijn zoektocht naar een nieuwe club ernstig te hypothekeren. Sommige spelers zullen dergelijk verzoek dan ook gebruiken als hefboom om een langere contractverlenging te negotiëren (bv. extra seizoen). Ook clubs van spelers die reeds zijn getransfereerd - denk maar aan Hakim Ziyech, die volgend seizoen van Ajax naar Chelsea trekt - zullen niet happig zijn op een competitieverlenging in juli.Sommige spelers- en sponsorcontracten voorzien ook in clausules waar bepaalde geldpremies worden gekoppeld aan sportieve parameters, zoals behaalde sportieve prestaties (bv. het winnen van een kampioenschap of beker, bv. het kwalificeren voorplay-off 1) of het spelen van een bepaald aantal wedstrijden. De gevolgen van dergelijke clausules in het licht van de huidige crisis zijn onder meer afhankelijk van toekomstige ontwikkelingen, alsook van de formuleringswijze van de clausules en de overige afspraken tussen de contractspartijen. Ook wat betreft deze contractbepaling zal desgevallend een individuele regeling moeten worden getroffen tussen contractspartijen.Verder wordt verwacht dat FIFA, naast de eerder genomen beslissing om clubs tijdelijk niet meer te verplichten om spelers vrij te geven voor wedstrijden van nationale ploegen, ook maatregelen zal nemen die de rechtspositie van spelers zal beïnvloeden. Zo ligt momenteel een uitzonderlijke aanpassing van de transferperiodes op tafel, alsook "maatregelen om contracten voor zowel spelers als clubs te beschermen".Het laatste woord over de gevolgen van de coronacrisis in de sector van het voetbal is nog niet gezegd.